vonnis RECHTBANK ROERMOND Sector civielrecht zaaknummer / rolnummer: 95417 / HA ZA 09-594 Vonnis van 1 juni 2011 in de zaak van 1. de stichting WONEN ZUID, gevestigd te Roermond, 2. [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2], wonende te [woonplaats], eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. H. Nieuwenhuizen, tegen 1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1], wonende te [woonplaats], 2. de vereniging HUURDERSVERENIGING OP HET ZUIDEN, gevestigd te Roermond, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. M.M.F. Starmans. Partijen zullen hierna Wonen Zuid en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] genoemd worden. 1. Het verloop van de procedure 1.1. De informatie in dit vonnis is ontleend aan de volgende processtukken: - de dagvaarding - de akte producties - de conclusie van antwoord - het vonnis van 18 november 2009 - het proces-verbaal van comparitie van 5 maart 2010 - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek - de akte uitlating producties 1.2. Partijen worden aangeduid als Wonen Zuid, [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2], de Huurdersvereniging en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1]. Partijen hebben samen 85 producties in het geding gebracht die zij doorlopend hebben genummerd. Bij verwijzing zal volstaan worden met het noemen van het nummer van de bijlage. 2. Het geschil 2.1. De Stichting Wonen Zuid houdt zich onder andere bezig met het beheren en verhuren van woningen. Zij heeft een eenhoofdig bestuur in de persoon van de heer [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2]. Er is tevens een Raad van Toezicht, waarvan de advocaat mr. [B] voorzitter is. 2.2. Een aantal huurders van Wonen Zuid heeft zich verenigd in de Huurdersvereniging Op het Zuiden. Deze huurdersorganisatie heeft op grond van de Wet op het overleg huurders verhuurder recht op het verkrijgen van informatie door, het voeren van overleg met en het geven van advies aan Wonen Zuid. De heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] is van 22 december 2004 tot 1 juli 2008 voorzitter van de Huurdersvereniging geweest. Deze functie heeft hij neergelegd omdat hij niet langer huurder van Wonen Zuid was. Bij besluit van 1 juli 2008 heeft het bestuur van de Huurdersvereniging hem voor onbepaalde tijd als deskundige benoemd met de taak om leiding te geven aan de vereniging alsmede het bestuur ervan bij te staan en te adviseren. Daartoe mag hij de vergaderingen bijwonen en krijgt hij daar spreekrecht en is hij gemachtigd om de vereniging intern en extern te vertegenwoordigen. 2.3. Wonen Zuid vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] en/of Op het Zuiden onrechtmatig jegens [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] en Wonen Zuid hebben gehandeld door het uiten van een aantal nader in bijlage 35 genoemde beschuldigingen. Gevorderd wordt op straffe van dwangsommen dat gedaagden zich daar in de toekomst van onthouden en dat zij worden veroordeeld in de schade waarvan de hoogte in een afzonderlijke schadestaatprocedure kan worden vastgesteld. 2.4. De Huurdersvereniging betwist de gestelde uitspraken, althans de onrechtmatigheid ervan. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] meent dat Wonen Zuid jegens hem niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat hij steeds is opgetreden namens de Huurdersvereniging. 3. De gestelde onrechtmatige uitingen 3.1. Wonen Zuid wijst op de volgende feiten en omstandigheden ter onderbouwing van haar vordering. Deze worden hier kort samengevat evenals het verweer daarop. 3.2. Op 20 juni 2007 verschijnt er een krantenpublicatie in het Limburgs Dagblad met de kop: “ Fraude vermoed bij Wonen Zuid” en de ondertitel: “ VROM-inspectie stapt naar justitie met verzoek tot onderzoek naar mogelijke malversaties” (bijlage 5). In het artikel wordt gezegd dat onbekend is van wie de beschuldigingen over financieel gesjoemel en fraude afkomstig zijn. De Huurdersvereniging ontkent dat zij bij deze publicatie betrokken was. 3.3. Op 16 juli 2007 publiceert de Huurdersvereniging op haar website een “Uitleg over diverse publicaties” (bijlage 9). Daarin worden een dertiental zaken opgesomd waarover de vereniging zich zorgen maakt. Wonen Zuid stoort zich vooral aan het genoemde punt: “ Wonen Zuid heeft onwettig gehandeld bij het antidateren van een huurcontract”. 3.4. Op 28 november 2007 verzoekt de Huurdersvereniging aan het Centraal Fonds Volkshuisvesting (bijlage 13) en aan het Ministerie van VROM (bijlage 14) om een onderzoek in te stellen. Dat verzoek richt zich als eerste op vermeend ontoereikend toezicht door de Raad van Toezicht van Wonen Zuid op het bestuur. De zin die Wonen Zuid vooral kwetsend vindt, is: “Ten tijde van dit project onderhielden de toenmalige voorzitter van de Raad van Toezicht en de toenmalige voorzitter van de Raad van Bestuur innige warme banden met elkaar. Zij gingen gezamenlijk met elkaar op vakantie en brachten regelmatig uren door op de golfbaan”. Een tweede punt van onderzoek is volgens deze brief: “ Aanschaf van een boot door de huidige voorzitter van de Raad van Bestuur”. Dit suggereert volgens Wonen Zuid belangenverstrengeling doordat deze boot zou zijn aangekocht in aanwezigheid van de huisaannemer en die huisaannemer ook bevoordeeld werd bij het verkrijgen van werk van Wonen Zuid. Het verzoek richt zich ten derde op het verhaal “dat de huidige voorzitter van de Raad van Toezicht zelf het initiatief heeft genomen Wonen Zuid subsidie te doen verstrekken aan Volleybal vereniging [Volleybalvereniging]. Het zou daarbij gaan om de volleybalclub van de dochter van de voorzitter en waarvan de voorzitter van de Raad van Toezicht tevens voorzitter is”. 3.5. Op 4 april 2008 (bijlage 15) schrijft het Ministerie van VROM aan de Huurdersvereniging dat er samen met het Centraal Fonds Volkshuisvesting onderzoek is gedaan naar aanleiding van de geuite beschuldigingen. Concreet wordt gezegd dat op basis van inzage in relevante bescheiden er geen reden is om aan te nemen dat er zich bij de aankoop van de boot onregelmatigheden hebben voorgedaan alsmede dat de Raad van Toezicht niet betrokken is geweest bij de besluitvorming omtrent de sponsoring van de volleybalclub. Er wordt geen basis aanwezig geacht voor verder onderzoek. 3.6. Bij brief van 17 april 2008 (bijlage 17) stelt de Huurdersvereniging de resultaten van het onderzoek door het Ministerie van VROM ter discussie. Met verwijzing naar een studie van Deloitte over corporate governance bepleit zij om niet alleen de juridische kaders te onderzoeken, maar ook naar het gedrag van de bestuurders te kijken, waarbij de betreffende punten opnieuw naar voren worden gebracht. Deze brief wordt ook gezonden aan de Nederlandse Woonbond en de heer [A], lid van de Tweede Kamer. 3.7. Ondertussen heeft de Huurdersvereniging bij brief van 17 maart 2008 aan de Minister van wonen, wijken en integratie (bijlage 18) alsmede aan de Vereniging van woningcorporaties Aedes (bijlage 19) een achttiental klachten over Wonen Zuid kenbaar gemaakt. Daarin worden de hierboven in rechtsoverwegingen 3.3 en 3.4 weergegeven klachten ook genoemd. Aedes reageert bij brief van 3 juni 2008 (bijlage 20) met vermelding van het feit dat Wonen Zuid financieel bezien sedert eind 2007 weer de A-status heeft gekregen, qua integriteit wordt verwezen naar het onderzoek door het Ministerie van VROM en qua governance wordt erop gewezen dat er een nieuwe governancecode is ingevoerd. Aedes doet tot slot een oproep om in het belang van de huurders, de corporatie en de volkshuisvesting in het algemeen een streep te zetten onder de genoemde zaken, waardoor er ruimte ontstaat voor effectief overleg. 3.8. Bij brief van 6 maart 2009 doet de Huurdersvereniging aan de voorzitter van de Raad van Toezicht van Wonen Zuid (de heer [B]) (bijlage 24) een oproep tot onderzoek omdat zij van een medewerker van Wonen Zuid heeft gehoord dat rayonmedewerker [rayonmedewerker] zijn woning door de huisaannemer zou laten verbouwen en dat voor dat doel regelmatig werknemers van die aannemer aan een nabijgelegen project van Wonen Zuid werden onttrokken. Die medewerker had ook verteld dat er ernstige verdenking was dat de kosten van de verbouwing niet of niet geheel door de heer [rayonmedewerker] zelf betaald waren. Dezelfde brief is ook naar het Ministerie van VROM en naar het Centraal Fonds Volkshuisvesting verstuurd. 3.9. Op 26 maart 2009 doet Ir. [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] verslag van het onderzoek dat hij samen met de Regiodirecteur Midden Limburg en de interne vertrouwenspersoon heeft uitgevoerd (bijlage 28). Aan de hand van de administratie van Wonen Zuid alsmede die van de heer [rayonmedewerker] (die door hem ter beschikking werd gesteld) stelt de commissie vast dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd en er derhalve geen sprake is van een schending van de integriteit. 3.10. In een bijdrage op de website van de Huurdersvereniging van 20 maart 2009 met als titel: “Waarom reageert Op het Zuiden in de krant?” wordt namens het bestuur door de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] uiteengezet dat er verschillende medewerkers van Wonen Zuid misstanden melden bij de Huurdersvereniging omdat zij er geen vertrouwen in hebben dat Wonen Zuid die klachten objectief zal afhandelen. Als voorbeelden worden weer genoemd de warme banden tussen bestuur en Raad van Toezicht en de subsidie aan de volleybalvereniging. Gezegd wordt dat Wonen Zuid een gesloten cultuur is die er alles aan doet om eventuele onregelmatigheden binnenshuis te houden. Als voorbeeld wordt genoemd de hierboven onder 3.8 besproken kwestie, waarbij de voorzitter van de Raad van Toezicht weigert om zelf onderzoek te verrichten en het onderzoek helemaal overlaat aan de directeur van Wonen Zuid. Om deze redenen acht de Huurdersvereniging het verantwoord en gewenst de publieke opinie te mobiliseren teneinde misstanden aan de kaak te stellen. 3.11. Bij brief van 26 maart 2009 (bijlage 30) zegt Wonen Zuid het vertrouwen in de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] op. Dat wordt toegelicht in een gesprek op 30 maart 2009 tussen onder andere de voorzitter van de Raad van Toezicht en de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1]. Daarna blijkt de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] volgens Wonen Zuid toch weer de pers te hebben benaderd (bijlagen 31-33). Bij brief van 9 april 2009 (bijlage 34) licht mr. [B], vooruitlopend op een gesprek met het bestuur van de Huurdersvereniging op 24 april 2009, het bestuursbesluit om het vertrouwen in de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] op te zeggen, toe en vat hij het gesprek van 30 maart 2009 uitvoerig samen. In dat gesprek is volgens hem een uitvoerige toelichting gegeven op de wijze waarop verschillende interne onderzoeken zijn verricht. 3.12. Tijdens een bezoek door de Huurdersvereniging aan de Raad van Toezicht op 13 mei 2009 overhandigt de vereniging een lijst met 31 misstanden bij Wonen Zuid. Blijkens de begeleidende brief zou tijdens het eerder overleg op 24 april 2009 om zo’n opsomming gevraagd zijn. Het is deze lijst waarnaar Wonen Zuid verwijst in haar vordering tot onthouding van het doen van onrechtmatige uitlatingen. De uitlatingen die Wonen Zuid met name lasterlijk en schadelijk vindt, zijn: - de “vermeende misstand bij het verbouwen van een privé-woning, door de huisaannemer waarbij de kosten zijn geboekt op een project van Wonen Zuid (…)”, waarmee kennelijk gedoeld wordt op de hierboven al besproken verbouwing van de woning van de heer [rayonmedewerker]. - Punt 3: “van verschillende kanten uit Wonen Zuid komen opmerkingen dat de voorzitter van de Raad van Bestuur (dhr. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 2]) tijdens recepties overmatig alchohol nuttigt en daarna van zijn auto gebruik maakt”. - Punt 12: “Leden van de Raad van Toezicht hebben bevestigd dat Wonen Zuid bij het 1A1 project onvoldoende deugdelijke contracten heeft gebruikt. Verlies 4 miljoen euro. Kort daarop werd het project, met miljoenenwinst, verkocht door [C]”. Dit project is onderwerp geweest van het hierboven onder paragraaf 3.5 genoemde onderzoek. - Punt 13: “Voor een telefonisch consult van ongeveer 10 minuten tussen [D] en [E] (over de afronding van het project 1A1), moest een bedrag van 105.000,- euro worden betaald aan [E]. De financiële medewerkers van Wonen Zuid hebben dit geweigerd omdat er geen rekening voor was en omdat het een betaling betrof voor niet verrichte diensten, maar gedwongen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2]. [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] heeft bij die gelegenheid opgemerkt dat ongeveer 40.000 euro daarvan, via een constructie via Luxemburg, op de rekening van [D] terechtkomt”. - Punt 14: “[eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] heeft herhaaldelijk in gesprekken met directeuren gesproken over het doorsluizen van grote sommen geld (tonnen) via constructies naar de rekening van [D]”. - Punt 16: “[eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] heeft een dossier met de malversaties van [D]. In gesprekken met directeuren is daarover aangegeven dat als geprobeerd wordt [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] aan te pakken, hij [D] ‘meetrekt’”. 3.13. Tijdens de bespreking van 13 mei 2009 heeft mr. [B] volgens een volgende brief van de Huurdersvereniging van 18 mei 2009 (bijlage 36) uiteengezet dat de heer [D] wegens niet functioneren in 2005 moest vertrekken en bij die gelegenheid een deal is gesloten. Onderdeel van die deal zou zijn dat de heer [D] nog vijf jaar lang via een aparte besloten vennootschap geld overgemaakt zou krijgen en dat deze vertrekregeling buiten kennis van (een deel) van de Raad van Toezicht is gebleven. De brief meldt: “Wij hebben het bestuur van de Huurdersvereniging Op het Zuiden geïnformeerd over het gesprek op 13 mei 2009. Het bestuur is daarbij unaniem van mening dat alle meldingen over misstanden of integriteitskwesties bij Wonen Zuid en het gesprek hierover, ter kennis moet worden gebracht aan het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties van het ministerie van VROM. Wij berichten u, dat wij vandaag het meldpunt van het ministerie hebben geïnformeerd”. 3.14. Wonen Zuid stelt dat de brief met de lijst van misstanden van 13 mei 2009 ook anderszins openbaar is gemaakt en dat er actief contact over is gezocht met de Limburgse Dagbladen en de NRC in de persoon van de heer [F]. In de NRC is op 7 juli 2009 een artikel verschenen waarin beschuldigingen uit die lijst worden besproken (bijlage 38). De Huurdersvereniging betwist de brief aan de media te hebben verstrekt. 3.15. Wonen Zuid heeft op 16 juli 2009 strafrechtelijke aangifte gedaan van belediging. Bij brief van 20 oktober 2009 is meegedeeld dat het Openbaar Ministerie besloten heeft niet tot vervolging over te gaan omdat onderzoek had uitgewezen dat het gepleegde feit niet strafbaar is (bijlage 49). Tegen deze beslissing heeft Wonen Zuid een klacht ingediend bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. 3.16. De overige stellingen en weren zullen voor zover nodig bij de beoordeling worden weergegeven. 4. Beoordeling Ontvankelijkheid vorderingen tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] 4.1. De Huurdersvereniging heeft aangevoerd dat Wonen Zuid in haar vorderingen tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] in privé niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat alle door Wonen Zuid aan de kaak gestelde uitlatingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] gedaan zijn namens de Huurdersvereniging. De bevoegdheid om dat te doen, ontleende hij aan de statuten van de vereniging (bijlage 4) en het bestuursbesluit van 1 juli 2008 (bijlage 3). De Huurdersvereniging wijst erop dat Wonen Zuid [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] als bevoegd adviseur heeft erkend (bijlage 43). 4.2. Wonen Zuid betwist de bevoegdheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1], omdat zijn positie juridisch onduidelijk is. Zij is van mening dat het bestuursbesluit aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] meer bevoegdheden toekent dan volgens de wet toegestaan is. Zo heeft hij als taak om leiding te geven aan de vereniging (artikel 5), waartoe hij de vertegenwoordigingsbevoegdheden verkrijgt, die de statuten in artikel 10 aan het bestuur toekent (artikel 6) en krijgt hij spreekrecht op alle bestuursvergaderingen en ledenvergaderingen, die hij mag bijwonen (artikel 7). 4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. Als vaststaand kan worden aangenomen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] zich ten opzichte van Wonen Zuid alsmede in geschrift en tegenover de media steeds en consequent als woordvoerder of vertegenwoordiger van de Huurdersvereniging heeft gemanifesteerd. Daarmee is duidelijk dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] steeds de intentie heeft en ook de indruk heeft gewekt niet voor zichzelf te handelen, maar namens de vereniging en het bestuur daarvan. Duidelijk is voorts dat hij dat met instemming van de vereniging en haar bestuur doet; zij onderschrijven zijn uitspraken en acties. 4.4. Formeel is de bevoegdheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] om namens de vereniging op te treden, ontleend aan het bestuursbesluit van 1 juli 2008, dat weer zijn rechtsgeldigheid ontleent aan artikel 10 lid 6 van de Statuten. Voor het doel waartoe de bevoegdheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] in deze procedure moet worden beoordeeld, namelijk of [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] voor zichzelf gesproken heeft of namens de vereniging, is niet nodig om uitputtend te onderzoeken of het bedoelde bestuursbesluit aan alle eisen voldoet en of er wellicht niet bepalingen in voorkomen (zoals de opzegtermijn), waar in voorkomende gevallen geen beroep op kan worden gedaan. Voor de beoordeling van de niet-ontvankelijkheid van Wonen Zuid jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] is gesteld en feitelijk niet betwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] nimmer voor zichzelf is opgetreden en steeds als bestuursadviseur namens en met instemming van de vereniging en het bestuur daarvan, heeft gehandeld. Omdat de (juridische) ongeldigheid van de vertegenwoordigingsbevoegdheid de enige grond is waarop Wonen Zuid haar vordering jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1] baseert, leidt dit tot niet- ontvankelijk van Wonen Zuid in haar vorderingen jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 1]. Belediging, smaad en laster 4.5. Wonen Zuid memoreert aan de volgende publicaties van de Huurdersvereniging: a. de publicatie in de Limburger van 20 juni 2007 over mogelijke fraude bij Wonen Zuid (bijlage 5); b. de publicatie op de website van de Huurdersvereniging van 16 juli 2007 met een uitleg over diverse publicaties (bijlage 9); c. het verzoek van de Huurdersvereniging van 28 november 2007 aan het Centraal Fonds Volkshuisvesting en het ministerie van VROM om onderzoek te doen naar het toezicht van de Raad van Toezicht op het Bestuur van Wonen Zuid (bijlage 13 en 14); d. het aanvullend verzoek door de Huurdersvereniging van 17 maart 2008 aan het Ministerie van VROM tot heroverweging van de uitkomst van het onderzoek (bijlage 17); e. een aantal klachten bij brief van 17 maart 2008 aan de Minister van wonen, wijken en integratie alsmede aan de Vereniging van woningcorporaties Aedes met een aantal klachten over Wonen Zuid (bijlage 18 en 19); f. op 20 maart 2009 een artikel op de website van de Huurdersvereniging met als titel: “Waarom reageert Op het Zuiden in de krant?” (bijlage 29); g. een lijst van 31 misstanden, zoals deze op 13 mei 2009 aan Wonen Zuid is verstrekt en daarna op de website van de Huurdersvereniging is geplaatst; 4.6. De feiten die zij in het bijzonder beledigend, smadelijk, lasterlijk en grievend acht en waarvan in de dagvaarding wordt gevorderd om de Huurdersvereniging te verbieden om zich erover uit te laten, zijn: i. dat de heer [rayonmedewerker] als werknemer van Wonen Zuid zijn woning heeft laten verbouwen door de huisaannemer van Wonen Zuid en dat de kosten daarvan zijn geboekt op een project van Wonen Zuid (in de 31-puntenlijst genoemd onder ‘Afrondend”); ii. dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] overmatig alcohol heeft genuttigd en daarna gebruik maakt van zijn auto (punt 3 in de 31-puntenlijst); iii. dat door Wonen Zuid aan [E] een bedrag van 105.000 euro is betaald voor een telefonisch consult van tien minuten (punt 13 van de 31-puntenlijst); iv. dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] medewerkers heeft gedwongen om die betaling tegen hun wil te verrichten (punt 13 van de 31-puntenlijst); v. dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie 2] weet dat van die betaling aan [E] een bedrag van 40.000 euro via een constructie in Luxemburg op de rekening van de oud voorzitter van het bestuur [D] terecht is gekomen (punt 13 van de 31 puntenlijst); vi. dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie 2] een boot heeft gekocht in aanwezigheid van (een van) de huisaannemers van Wonen Zuid [G] en/of deze boot op kosten van [G] heeft laten transporteren (publicatie sub c, d, e). 4.7. Buiten het genoemde punt sub vi, dat in de publicaties sub c en e wordt genoemd, zijn de overige punten uitsluitend in de lijst van 13 mei 2009 opgenomen (hierboven sub g). 4.8. De volgende van de in de 31 punten lijst komen ook in eerdere uitlatingen voor: - het zogenaamde 1A1 project, waarop 4 miljoen euro verlies is geleden en dat kort na afstoting met winst zou zijn doorverkocht (punt 12 van de 31-punten lijst en de publicatie sub a, b,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.