← Nederland

ECLI:NL:RBROE:2011:BV0458

Kenmerk : 11/1038 Parketnummer: 804232-10 Kenmerk : 11/1038 B E S C H I K K I N G van de rechtbank Roermond, op het verzoekschrift van de gewezen verdachte: naam : [verzoeker] voornamen : [voornaam verzoeker] geboren op: [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. K.D.M. Schepers te Venlo. Het verzoekschrift houdt in een verzoek tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat terzake van door [verzoeker] voornoemd ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming in de strafzaak met bovenvermeld parketnummer. De rechtbank verwijst naar de inhoud van dat verzoekschrift. De rechtbank heeft op 23 november 2011 gehoord: - de officier van justitie; - mr. K.D.M. Scheepers, namens verzoeker. Verzoeker, alhoewel behoorlijk opgeroepen, is niet verschenen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken. Verzoeker heeft de navolgende dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht: 6 oktober 2010 tot 8 oktober 2010 in een politiecel 8 oktober 2010 tot 15 oktober 2010 in een JJI met beperkingen 15 oktober 2010 tot 27 oktober 2010 voorlopige hechtenis in een JJI 25 januari 2011 tot 22 februari 2011 voorlopige hechtenis in een JJI. Ingevolge het tweede lid van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) telt bij de berekening van het aantal dagen dat voor aftrek, en dus ook voor schadevergoeding, in aanmerking komt de eerste dag van de verzekering als een volle dag en blijft de dag waarop zij is geëindigd buiten beschouwing. Op 22 februari 2011 is de voorlopige hechtenis geschorst onder meer op voorwaarde van een opname in de kliniek Groot Batelaar. Voormelde zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel nu verzoeker blijkens uitspraak van 13 juli 2011 van de meervoudige kamer is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde, tegen welke uitspraak door de officier van justitie geen hoger beroep is ingesteld. Artikel 89 Sv bepaalt voor zover van toepassing op onderhavige zaak dat de rechter een vergoeding kan kan toekennen voor de schade die een gewezen verdachte heeft geleden tengevolge van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Niet in geschil is dat verzoeker van 6 oktober 2010 tot 27 oktober 2010 en van 25 januari 2011 tot 22 februari 2011 in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Niet in geschil is dat verzoeker van 6 oktober 2010 tot 27 oktober 2010 en van 25 januari 2011 tot 22 februari 2011 in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. Voor die twee periodes komt verzoeker in aanmerking voor schadevergoeidng. Deze bestaat uit: 6 oktober 2010 tot 8 oktober 2010 in een politiecel (2 dagen ad EUR 105,=) 8 oktober 2010 tot 15 oktober 2010 in een JJI met beperkingen (7 dagen ad EUR 105,=) 15 oktober 2010 tot 27 oktober 2010 voorlopige hechtenis in een JJI (12 dagen ad EUR 80,=) 25 januari 2011 tot 22 februari 2011 voorlopige hechtenis in een JJI (28 dagen ad EUR 80,=). De vraag is vervolgens aan de orde of het verblijf in de kliniek Groot Batelaar gezien moet worden als voorlopige hechtenis in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), tengevolge waarvan verzoeker schade heeft geleden. Voor een verblijf in een politiecel en in een justitiële jeugdinrichting wordt deze vraag zondermeer bevestigend beantwoord. Vaststaat dat verzoeker in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis opgenomen is geweest in de kliniek Groot Batelaar van 22 februari 2011 tot 13 juli 2011, de datum waarop verzoeker werd vrijgesproken en het geschorste bevel voorlopige hechtenis werd opgeheven. Uit de stukken met betrekking tot de behandeling blijkt dat verzoeker drie fasen van behandeling zou ondergaan. Te beginnen met een opname op de observatieafdeling, waarbij de vrijheden beperkt zijn, daarna volgt opname op de behandelafdeling en tot slot vangt de resocialisatiefase aan. Verzoeker heeft ongeveer zes weken op de observatieafdeling verbleven en in een latere fase nogmaals ongeveer drie weken, in de vorm van een time-out. De overige tijd bracht verzoeker door op de behandelafdeling en was er sprake van ruimere vrijheden. Hoewel duidelijk is dat verzoeker zich niet geheel vrij kon bewegen gedurende de observatiefase, is de rechtbank van oordeel dat deze vorm van vrijheidsbeperking niet gezien kan worden als voorlopige hechtenis, zoals bedoeld in artikel 89 Sv. Voorts is artikel 27 Sr van belang, zijnde de bepaling waarin de aftrek van voorlopige hechtenis wordt geregeld. Deze bepaling biedt geen mogelijkheid om in het kader van aftrek van voorarrest vrijheidsbeperking in aanmerking te nemen. Eveneens daarom dient het verzoek te worden afgewezen voor wat betreft de dagen die zijn doorgebracht in de kliniek Groot Batelaar. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat de opname in het belang van verzoeker is geweest en dat verzoeker alvorens opgenomen te worden volledig met de behandeling heeft ingestemd. De rechtbank is van oordeel dat er - alle omstandigheden in aanmerking genomen - gronden van billijkheid aanwezig zijn de hierna te melden vergoeding aan verzoeker toe te kennen. Gelet op artikel 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering; B E S L I S S I N G: De rechtbank: stelt het bedrag van de aan verzoeker [verzoeker] voornoemd toekomende vergoeding ten laste van de Staat vast op EUR 4.145,= (zegge: vierduizend en honderdvijfenveertig euro); wijst het meer of anders verzochte af; verstaat dat de uitbetaling geschiedt door de griffier van deze rechtbank. Deze beschikking is gegeven door mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester, rechter, in tegenwoordigheid van D.C. Tanghe als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2011. typ: DT coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.