Rechtbank Roermond – ECLI:NL:RBROE:2012:BV3729
RECHTBANK ROERMOND Sector kanton Zaaknummer: 322708 \ CV EXPL 11-4069 Vonnis van de kantonrechter te Venlo d.d. 8 februari 2012 in de zaak van: de vennootschap onder firma V.O.F. Media Innofaith, gevestigd te Alkmaar, eiseres, gemachtigde: Swier cs Gerechtsdeurwaarders, tegen: [gedaagde], h.o.d.n. [gedaagde], wonende te [woonplaats] aan het adres [adres], gedaagde, procederende in persoon.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2.2. Eiseres heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij met gedaagde een overeenkomst heeft gesloten betreffende de vermelding van het bedrijf van gedaagde op de website Bedrijvenbranche.nl. De overeenkomst is op 19 januari 2011 telefonisch tot stand gekomen, ter adstructie waarvan eiseres een cd met daarop de geluidsopname heeft overgelegd. De overeenkomst is gesloten voor de periode van 11-2-2011 t/m 11-2-2012.
2.3. In het telefoongesprek heeft gedaagde nimmer te kennen gegeven geen overeenkomst te willen sluiten. De overeenkomst is mondeling gesloten zodat een handtekening overbodig is. Aan gedaagde is de bevestigingsbrief gezonden, de herinneringsfactuur en een aanmaning. Dat gedaagde de poststukken niet heeft ontvangen omdat gebruik is gemaakt van een verkeerde postcode komt voor rekening en risico van gedaagde. De adresgegevens zijn opgenoemd in het telefoongesprek en gedaagde heeft dit niet gecorrigeerd. Dat gedaagde niet binnen zeven dagen de overeenkomst heeft kunnen ontbinden, komt eveneens voor rekening en risico van gedaagde.
De datum op de factuur is kennelijke verschrijving; dit moet zijn 11 februari 2011. De begin- en einddatum staan wel correct vermeld op de factuur.
2.4. Naast de hoofdsom van € 354,62 is gedaagde de wettelijke rente per 4 april 2011 verschuldigd, alsmede de incassokosten ad € 75,00.
3.2. De factuur is bovendien gedateerd op 11 januari 2011 terwijl het telefoongesprek in februari 2011 heeft plaatsgevonden. De verkooptechniek van eiseres is heel dwingend.
4.2. Met het verweer geen overeenkomst te hebben willen sluiten, doet gedaagde een beroep op dwaling. Wil een beroep op dwaling dan wel een onjuiste voorstelling van zaken slagen dan moet duidelijk zijn dat gedaagde de overeenkomst niet had gesloten indien:
Van voorgaande eisen voor een geslaagd beroep op dwaling is echter niet gebleken. Uit het telefoongesprek blijkt immers ondubbelzinnig de inhoud en de duur van de overeenkomst alsmede de overeengekomen prijs. Niet gebleken is van een mededeling door eiseres die een onjuiste voorstelling van zaken geeft. Dit verweer van gedaagde faalt derhalve.
4.3. In casus gaat het om een overeenkomst op afstand tot het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 7:46a, onder a, BW. In artikel 7:46d is de ontbinding van de overeenkomst zonder opgaaf van redenen binnen zeven werkdagen na ontvangst van de zaak geregeld. In afwijking van voorgaand artikel is in artikel 7:46i, lid 6 BW bepaald dat bij overeenkomsten op afstand tot het verrichten van diensten de termijn begint te lopen vanaf het sluiten van de overeenkomst. De overeenkomst is (mondeling) gesloten op 19 januari 2011. Vanaf laatstgenoemde datum had gedaagde derhalve zeven dagen de tijd om de overeenkomst te ontbinden.
In het onderhavige geval is echter sprake van een verlenging met drie maanden van de hiervoor genoemde termijn waarbinnen ontbonden kan worden. Volgens artikel 7:46c BW rust op eiseres een informatieplicht. Indien hieraan niet wordt voldaan, volgt op grond van artikel 7:46d BW een verlenging van de termijn. Eiseres stelt in dit verband aan de bevestigingsverplichting te hebben voldaan bij brief van 11 februari 2011. Gedaagde voert echter aan deze brief nooit te hebben ontvangen, omdat een onjuiste postcode is gebruikt. De kantonrechter laat in het midden of een “onjuiste postcode” is gezegd in het telefoongesprek. Het risico van onjuistheden komt voor rekening van degeen die zich – ongevraagd en op eigen inititatief – van een communicatiemiddel als de telefoon bedient.
De kantonrechter overweegt in dat verband dat het door eiseres beoogde rechtsgevolg slechts kan intreden, indien komt vast te staan dat de mededeling c.q. brief gedaagde ook daadwerkelijk heeft bereikt. Dit staat echter niet vast, hetgeen meebrent dat er sprake is van een verlengde termijn waarbinnen gedaagde de overeenkomst kan opzeggen. Uit de eigen stellingen van eiseres blijkt dat gedaagde in een telefonisch contact heeft aangegeven de overeenkomst te willen opzeggen per 1 mei 2011. Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan dat het telefoongesprek voor 1 mei 2011 heeft plaatsgevonden, derhalve binnen de termijn van drie maanden. Onder “opzeggen”kan in dat verband worden verstaan ontbinden, omdat gedaagde hoe dan ook geen prestatie wilde van eiseres. Aan het (niet-juridische) taal(gebruik) door gedaagde wordt niet te zwaar getild door de kantonrechter. De overeenkomst is tijdig ontbonden, zodat eiseres niets meer van gedaagde te vorderen heeft.
4.4. De vordering zal daarom worden afgewezen. Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
5.2. Veroordeelt eiseres verder in de kosten van deze procedure aan de kant van eiseres gevallen en aan die kant tot heden begroot op € 120,00.
5.3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
5.4. Ontzegt het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.M. de Lange, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 8 februari 2012 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.