RECHTBANK BREDA Bestuursrecht zaaknummer: AWB 12 / 479 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2012 in de zaak tussen [eiser], te Tilburg, eiser (gemachtigde: mr. M.A. de Boer), en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder (gemachtigde: mr. K.F. Hofstee), Procesverloop Bij besluit van 3 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder onder meer de studiefinanciering van eiser voor een uitwonende met ingang van 1 september 2011 omgezet in een studiefinanciering voor een thuiswonende. Bij besluit van 24 februari 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben de rechtbank schriftelijk toestemming gegeven om met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de behandeling ter zitting achterwege te laten, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en de uitspraak heeft bepaald op heden. Overwegingen 1. Bij besluit van 30 juli 2011 is aan eiser studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) toegekend naar de norm voor een uitwonende. Daarbij is uitgegaan van het door eiser opgegeven adres [adres] te Dinteloord. Bij twee afzonderlijke brieven van 15 oktober 2011, de één gericht aan het adres [adres] te Dinteloord en de ander gericht aan het adres [adres] te Tilburg, heeft verweerder eiser meegedeeld dat is geconstateerd dat het woonadres dat eiser bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) heeft opgegeven, in de maand september 2011 afwijkt van het adres, zoals dat voorkomt in de Gemeentelijke Basis Administratie (hierna: de GBA), te weten het adres in Tilburg. Verweerder heeft voorts meegedeeld dat, indien eiser zijn (nieuwe) woonadres nog niet heeft doorgegeven aan de gemeente, hij dit alsnog binnen vier weken dient te doen. Mocht het woonadres dat hij aan DUO heeft doorgegeven niet (meer) juist zijn, dan moet dat alsnog binnen vier weken aan DUO worden doorgeven. Tevens is meegedeeld dat, indien eiser het onjuiste adres niet binnen vier weken wijzigt, zijn studiefinanciering naar de norm voor een uitwonende vanaf september 2011 in een studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende wordt omgezet. Vervolgens heeft verweerder bij het primaire besluit onder meer de studiefinanciering van eiser met ingang van 1 september 2011 verlaagd naar een studiefinanciering naar de norm voor een thuiswonende, nu was gebleken dat de adressen niet binnen de gestelde termijn met elkaar in overeenstemming waren gebracht. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. 2. Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep ingesteld. Hij heeft daarbij aangevoerd dat de Wsf 2000 op 9 december 2011 is gewijzigd. In de nieuwe definitie van uitwonende wordt nog slechts uitgegaan van het in de GBA geregistreerde adres van de studerende. Op 1 september 2011 stond eiser in de GBA ingeschreven op het adres [adres] te Tilburg, waar hij ook daadwerkelijk woonde. Ten tijde van de beslissing op bezwaar gold de administratieve controle, waarbij het GBA-adres en het door de studerende opgegeven adres werden vergeleken, niet meer. Eiser is dan ook van mening dat verweerder het primaire besluit had moeten herroepen. 3. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. 4. Artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000, zoals dat gold tot 10 december 2011, bepaalt dat, indien bij controle door de Minister blijkt dat het door de studerende verstrekte adres afwijkt van het adres waarop de studerende in de GBA staat ingeschreven, de Minister dit aan hem bekend maakt en hem in de gelegenheid stelt de afwijking te herstellen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien een uitwonende studerende de afwijking niet binnen vier weken na de bekendmaking herstelt, de aan hem toegekende beurs wordt omgezet in een beurs voor een thuiswonende studerende met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan, tenzij hem van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Ingevolge het derde lid van bovengenoemd artikel wordt, indien een uitwonende studerende de afwijking na de termijn van vier weken alsnog herstelt, met ingang van de maand daaropvolgend de beurs voor een thuiswonende studerende omgezet in een beurs voor een uitwonende studerende. Ingevolge artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000, zoals dat geldt vanaf 10 december 2011 komt een studerende in aanmerking voor het normbedrag voor een uitwonende studerende indien de studerende voldoet aan de verplichtingen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.