RECHTBANK TE ROTTERDAM Meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: TELEC 01/813-SIMO Uitspraak in het geding tussen Versatel 3G N.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, gemachtigde mr. drs. H.C.L. Hobbelen, advocaat te Amsterdam, en de staatssecretaris van Economische Zaken, als rechtsopvolger van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verweerder, gemachtigde mr. A.B. van Rijn, advocaat te Den Haag, met als derden-partijen: 1. O2 Netherlands B.V., als rechtsopvolgster van Telfort Mobiel B.V, (voorheen Telfort Holding N.V.), gevestigd te Amsterdam (hierna: Telfort), gemachtigde mr. T.M. Snoep, advocaat te Den Haag; 2. KPN Mobile The Netherlands B.V., gevestigd te Den Haag (hierna: KPN), gemachtigde mr. P.V. Eijsvoogel, advocaat te Amsterdam; 3. Vodafone Libertel N.V., als rechtsopvolgster van Libertel N.V., gevestigd te Maastricht (hierna: Libertel), gemachtigden mr. G.W. van der Klis en mr. L.S. Frakes, beiden advocaat te Amsterdam; 4. Dutchtone N.V., als rechtsopvolgster van Dutchtone Multimedia B.V., gevestigd te Den Haag (hierna: Dutchtone), gemachtigde mr. J.I.A. Lichtenberg, advocaat te Amsterdam; 5. Ben Nederland B.V., als rechtsopvolgster van 3G Blue B.V., gevestigd te Den Haag (hierna: Ben), gemachtigden mr. M.J. Geus en mr. G.J. Zwenne, beiden advocaat te Den Haag. 1. Ontstaan en loop van de procedure Bij besluit van 2 april 2001 heeft verweerder, beslissende op een viertal bezwaarschriften van eiseres, de bezwaren ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft de gemachtigde van eiseres bij faxbericht van 12 april 2001, aangevuld bij faxbericht van 26 april 2001, beroep ingesteld. Op hun verzoek heeft de rechtbank Telfort, KPN, Libertel, Dutchtone en Ben in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Verweerder heeft bij brief van 18 december 2001 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft de zaak ter behandeling gevoegd met de zaken met de reg.nrs. TELEC 01/418 en 01/814-SIMO. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2002. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. E. Koning, met bijstand van mr. M.A.J.M. van der Heijden, werkzaam bij eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en diens kantoorgenoten mr. A.J. Boorsma en mr. E. Steyger. Telfort, KPN, Libertel en Ben hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Dutchtone heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Sippens Groenewegen, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Bij beslissing van 22 mei 2002 heeft de rechtbank het onderzoek heropend, zulks in verband met de heropening van het onderzoek in de zaken met de reg.nrs. TELEC 01/418 en 01/814-SIMO. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft, waarna zij op 18 oktober 2002 het onderzoek heeft gesloten. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank de behandeling van de gevoegde zaken gedeeltelijk gesplitst. In de zaken met de reg.nrs. TELEC 01/418 en 01/814-SIMO wordt eveneens heden uitspraak gedaan. 2. Overwegingen 2.1. Juridisch kader Artikel 8, eerste lid en tweede lid, van het Frequentiebesluit luidt: "1. Bij ministeriële regeling worden in het kader van de behandeling van een aanvraag om een vergunning [voor het gebruik van frequentieruimte] regels gesteld omtrent de wijze waarop de veiling of de vergelijkende toets plaatsvindt. Deze regeling kan per te verlenen vergunning verschillen. 2. In het geval van een veiling hebben de in het eerste lid bedoelde regels in elk geval betrekking op: a. de wijze waarop een bod wordt uitgebracht; b. de eisen die aan een geldig bod worden gesteld; c. de zekerstelling dat een bod gestand wordt gedaan of kosten en schade kunnen worden verhaald; d. maatregelen ten behoeve van een ongestoord verloop van de veiling; e. de bij veiling toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning; f. de eisen die gesteld worden met betrekking tot de wijze van betaling en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt verleend deze betaling moet hebben verricht; g. de gevallen waarin, de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder er opnieuw wordt geveild zonder dat er sprake is van een nieuwe veilingprocedure; h. de aanwijzing van een veilingmeester en de bevoegdheden waarover deze beschikt." Artikel 4 van de Regeling veiling gebruiksrecht radio-frequenties voor IMT-2000 (Stcrt. 7 april 2000, nr. 71) (hierna: de Regeling veiling) luidt: "1. De minister [verweerder] wijst een veilingmeester aan. 2. De veilingmeester leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling. 3. Voorzover deze bevoegdheden niet bij of krachtens de wet aan de minister zijn voorbehouden, beschikt de veilingmeester, naast de bevoegdheden in de paragrafen 5 en 6 van deze regeling, over de bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van zijn taak. 4. De veilingmeester handelt bij de uitoefening van zijn taak in overeenstemming met de minister." Artikel 7 van de Regeling veiling luidt: "1. Een deelnemer onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of gedragingen die afbreuk doen aan de tot stand te brengen mededinging in de veilingprocedure. 2. Een deelnemer onthoudt zich gedurende de veiling van gedragingen die het goed of ordelijk verloop van de veiling verstoren. 3. De minister kan een deelnemer die handelt in strijd met het eerste lid van verdere deelname aan de veiling uitsluiten. 4. De minister kan op voordracht van de veilingmeester een deelnemer die handelt in strijd met het tweede lid van verdere deelname van de veiling uitsluiten. 5. Een voordracht als bedoeld in het vierde lid wordt niet gedaan dan nadat de veilingmeester de betreffende deelnemer ten minste een maal heeft meegedeeld dat verdere met het tweede lid in strijd zijnde gedragingen kunnen leiden tot uitsluiting van verdere deelname aan de veiling." Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Regeling veiling vervalt het bod van een deelnemer die op grond van artikel 7 van de Regeling veiling van verdere deelname aan de veiling is uitgesloten. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Regeling veiling beslist de veilingmeester omtrent de geldigheid van een uitgebracht bod. Artikel 24, aanhef en onder a, van de Regeling veiling luidt: "De veiling is afgerond op het tijdstip dat de laatste ronde is gehouden en veilingmeester met betrekking tot elke kavel heeft vastgesteld: a. welke deelnemer het hoogste bod heeft uitgebracht." Artikel 25 van de Regeling veiling luidt: "1. De veilingmeester stelt na de laatste ronde per kavel vast welke deelnemer het hoogste bod heeft uitgebracht. 2. De minister verleent aan de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, de vergunning waar voor het gebruik de radio-frequenties van de betreffende kavel ter beschikking zijn, nadat het verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 26 is ontvangen." 2.2. Feiten en standpunten van partijen Voor de achtergronden verwijst de rechtbank naar rubriek 2.1. van haar uitspraak in de zaken met de reg.nrs. TELEC 01/418 en 01/814-SIMO. Van 6 juli 2000 tot en met 24 juli 2000 heeft de UMTS-veiling plaatsgevonden. Aan de veiling hebben - uiteindelijk - zes ondernemingen deelgenomen: Telfort, KPN, Libertel, Dutchtone, Ben en eiseres. De veiling, die betrekking had op vijf kavels (A tot en met E), was een zogeheten simultane meerrondenveiling. Alle kavels werden tegelijkertijd, bij opbod, geveild. Na afloop van iedere ronde werd per kavel het hoogst geboden bedrag aan de deelnemers bekendgemaakt, alsook de identiteit van de deelnemer die dat hoogste bod had uitgebracht. Op (vrijdag) 21 juli 2000, 16.00 uur, heeft Telfort - kort voordat eiseres in ronde 293 het hoogste bod op kavel E uitbracht - bij het hoofdkantoor van eiseres een brief doen bezorgen waarvan de tekst luidt: "Telfort Holding N.V. is participating in the UMTS auction with five other players, including your company. Expert opinion indicates to Telfort that you will soon reach a bid level that is not in the interest of your company and its shareholders. If a bid at or above such level would succeed, it might possibly be considered misconduct vis-à-vis these shareholders and could lead to personal liability of the directors of Versatel, by putting Versatel's continuity and long-term profitability at stake. Even in the case such a bid does not constitute misconduct as such, it would be incomprehensible given the strategic and financial position of Versatel. Telfort is of the opinion that the only conceivable reason why Versatel would place a bid at or above such level is that your company believes that its bids will always be surpassed by bids of the other participants in the auction. Press statements and your appeal against the government's decision to hold this auction support this view. As a result, the ulterior motive for such a bid must be that Versatel is attempting to either raise its competitors' costs or to get access to either 2G or future 3G networks. Versatel's own press release of July 5 even appears to link its behaviour in the auction to gaining concessions from other participants. A bid strategy with such motive constitutes a tort towards Telfort, who will hold Versatel liable for all damages as a result of this. Telfort is considering holding preliminary witness hearings to seek additional evidence if Versatel exceeds a bid level which appears justified given Versatel's current financial and strategic position. To conclude, Telfort intends to treat this matter as strictly confidential in the interest of the proper course of the auction." Een afschrift van die brief is bij de medewerkers van eiseres op de veilinglocatie bezorgd. Bij faxbericht van 21 juli 2000, 17.38 uur, heeft eiseres aan Telfort medegedeeld dat Telfort met haar brief kennelijk beoogt de biedingen van Telfort in de veiling te beïnvloeden en aldus handelt in strijd met artikel 7, eerste en tweede lid, van de Regeling veiling. Voorts heeft eiseres medegedeeld te overwegen verweerder over de brief te informeren en hem te verzoeken eventueel noodzakelijk geachte acties te ondernemen. Aan het einde van die dag had eiseres (in ronde 297) het hoogste bod op kavel D uitgebracht. Bij faxbericht van 21 juli 2000, 20.35 uur, heeft Telfort aan eiseres medegedeeld dat zij, zoals onder meer blijkt uit het feit dat zij geen enkele ruchtbaarheid heeft gegeven aan haar brief, geenszins de bedoeling heeft gehad de gedragingen van eiseres in de veiling te beïnvloeden en dat de brief uitsluitend tot doel had en heeft het ontstaan van eventuele schade voor Telfort te voorkomen. Op (zondag) 23 juli 2000, omstreeks 22.40 uur, heeft eiseres de (eerste) brief van Telfort van 21 juli 2000, 16.00 uur, vergezeld van een eigen analyse, per fax aan verweerder gestuurd met het verzoek Telfort per 21 juli 16.00 uur dan wel per 24 juli 9.00 uur van de veiling uit te sluiten wegens ernstige overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Regeling veiling. Tevens heeft eiseres verzocht haar brief en die van Telfort bedrijfsvertrouwelijk te behandelen wegens koersgevoeligheid. Die brief, hoewel gefaxt op 23 juli 2000, is gedateerd 24 juli 2000. Eiseres heeft de (tweede) brief van Telfort van 21 juli 2000, 20.35 uur, niet aan verweerder gezonden. Op (maandag) 24 juli om 9.24 heeft verweerder aan eiseres de ontvangst van haar op 23 juli 2000 gefaxte brief bevestigd, waarvan verweerder omstreeks 8.00 uur kennis heeft gekregen. Op dat moment had de eerste veilingronde van die dag (ronde 298) al plaatsgevonden. Daarin bracht Telfort het hoogste bod uit op kavel C en overbood daarmee eiseres. Vervolgens heeft eiseres op 24 juli 2002, 9.56, uur per fax aan verweerder medegedeeld dat zij niet de vrijheid heeft te bieden aangezien Telfort daaraan sancties verbindt, en dat de "heden" uitgebrachte biedingen ongeldig zijn. Die mededeling is noch door eiseres noch door verweerder aan de andere deelnemers doorgezonden. Op 24 juli 2000, 10.06 uur, heeft verweerder per brief aan eiseres meegedeeld dat de brief van Telfort van 21 juli 2000 een eenzijdig optreden van Telfort betreft dat de handelingsvrijheid van eiseres tijdens de veiling onverlet laat, en dat er naar zijn oordeel geen sprake is van een afspraak of een gedraging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling veiling. Verder heeft verweerder daarbij medegedeeld dat hij overigens niet treedt in de mogelijke civielrechtelijke verhouding tussen eiseres en Telfort als gevolg van de brief van Telfort van 21 juli 2000. Op 24 juli 2000, 10.30 uur, heeft de veilingmeester schriftelijk aan Telfort medegedeeld dat hij kennis heeft genomen van het verzoek (met bijlage) van eiseres aan verweerder gedateerd 24 juli 2000 en van de beslissing van verweerder daarop, en dat hij naar aanleiding daarvan Telfort wijst op artikel 7, tweede lid, van de Regeling veiling. Op hetzelfde tijdstip is een afschrift aan eiseres gezonden. Bij faxbericht van 24 juli 2000, omstreeks 12.20 uur (hierna: bezwaarschrift 1), heeft eiseres bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de weigering om Telfort op grond van artikel 7, eerste lid, van de Regeling van de veiling uit te sluiten. Daarbij heeft zij tevens verzocht onverwijld op het bezwaar te beslissen en de veiling op te schorten totdat op het bezwaar is beslist. Op 24 juli 2000, 12.45 uur, heeft eiseres de veilingmeester schriftelijk verzocht de duur van de volgende ronde te verlengen of de veiling op te schorten om in de gelegenheid te zijn zich op haar positie te beraden. Vervolgens heeft eiseres op 24 juli 2000, tussen 12.45 en 13.20 uur, de veilingmeester een brief overhandigd met het verzoek om op grond van artikel 7, vierde lid, van de Regeling veiling aan verweerder een voordracht te doen om Telfort van verdere deelname aan de veiling uit te sluiten. Op 24 juli 2000, 13.20 uur, heeft de veilingmeester eiseres schriftelijk bericht dat hij handelt in overeenstemming met de Regeling veiling (en dat derhalve geen verlenging van de ronde of opschorting van de veiling zal plaatsvinden). Op 24 juli 2000, 13.35 uur, heeft Telfort in ronde 305 geboden op kavel D. Op 24 juli 2000, omstreeks 13.40 uur, heeft de veilingmeester naar aanleiding van het verzoek van eiseres om Telfort bij verweerder voor te dragen voor uitsluiting van verdere deelname aan de veiling, eiseres schriftelijk medegedeeld dat uitsluiting op grond van artikel, 7, tweede lid, van de Regeling veiling alleen mogelijk is als een waarschuwing als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling veiling is gegeven. Bij brief van 24 juli 2000, 13.54 uur, heeft verweerder aan eiseres de ontvangst van bezwaarschrift 1 bevestigd, onder de mededeling dat hij geen aanleiding ziet de veilingmeester te verzoeken de veiling op te schorten. Op 24 juli 2000, 14.06 uur, heeft eiseres de veilingmeester schriftelijk medegedeeld dat zij, gezien de ontstane situatie, het niet langer verantwoord acht in de veiling te blijven en daarom afziet van het uitbrengen van een bod in de volgende ronde. Bij brief van 24 juli 2000, 14.40 uur (hierna: bezwaarschrift 2) heeft eiseres bij de veilingmeester bezwaar gemaakt tegen diens schriftelijke mededeling van 24 juli 2000, 13.40 uur, die door eiseres is opgevat als een weigering om een voordracht als door haar verlangd aan verweerder te doen, en tegen de weigering van de veilingmeester om op grond van artikel 7, tweede, vierde en vijfde lid, van de Regeling veiling maatregelen te treffen. Daarbij heeft eiseres aangegeven dat de brief van de veilingmeester aan Telfort van 24 juli 2000, 10.30 uur, naar haar oordeel een waarschuwing als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Regeling veiling inhoudt. Op 24 juli 2000, 15.05 uur, heeft de veilingmeester, nadat na ronde 305 geen bod meer was uitgebracht op een van de kavels, schriftelijk medegedeeld dat de veiling was afgerond en dat het hoogste geldige bod was uitgebracht op kavel A door Libertel, op kavel B door KPN, op kavel C door Dutchtone, op kavel D door Telfort en op kavel E door Ben. Op 24 juli 2000, 15.22 uur, heeft eiseres de veilingmeester schriftelijk verzocht het laatste bod van Telfort (op kavel D) ongeldig te verklaren, althans de geldigheid ervan op te schorten tot in rechte definitief is beslist of Telfort van verdere deelname aan de veiling moet worden uitgesloten. Daarbij heeft eiseres opgemerkt dat door een deelnemer die heeft gehandeld in strijd met artikel 7, eerste en/of tweede lid, van de Regeling geen geldig (hoogste) bod kon worden uitgebracht, althans - zo begrijpt de rechtbank - dat door Telfort hangende de bezwaren van eiseres geen geldig (hoogste) bod kon worden uitgebracht. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder bij brief van 27 juli 2000 aan eiseres medegedeeld dat het laatste bod van Telfort voldoet aan de eisen van de Regeling veiling en dat het verzoek derhalve niet meer aan de orde is. Bij brief van 28 juli 2000 (hierna: bezwaarschrift 3) heeft eiseres verweerder verzocht om, voor het geval de veilingmeester geen beslissingen meer zou kunnen nemen nadat de veiling is beëindigd, te beslissen op haar verzoek van 24 juli 2000, 15.22 uur, om het laatste bod van Telfort ongeldig te verklaren, althans de geldigheid ervan op te schorten, dan wel - voorzover moet worden aangenomen dat de veilingmeester zulks (reeds) heeft geweigerd - bezwaar gemaakt tegen de weigering van de veilingmeester om te voldoen aan het verzoek. Bij brief van 1 augustus 2000 heeft eiseres verweerder meegedeeld dat bezwaarschrift 2 moet worden beschouwd als te zijn gericht tegen de weigering van de veilingmeester (vervat in de brief van 24 juli 2000, 13.40 uur) om handhavend op te treden, dat wil zeggen tegen de weigering een voordracht te doen ofwel tegen de weigering een waarschuwing te geven. Met betrekking tot bezwaarschrift 3 gaat eiseres er blijkens die brief van uit dat dit is gericht tegen (een) besluit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.