R E C H T B A N K R O T T E R D A M sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 253637/HAZA 06-143 Uitspraak: 12 juli 2006 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: [Opposante], wonende te [woonplaats], opposante, procureur mr L. Vos, advocaat mr. P.A. de Lange, - tegen - [geopposeerde], wonende te [woonplaats], geopposeerde, procureur en advocaat mr N.A. de Graaff. Partijen worden hierna aangeduid als [opposante], respectievelijk [geopposeerde].
- Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken: - inleidende dagvaarding d.d. 11 maart 2005 en de conclusie van eis; - door deze rechtbank op 20 april 2005 onder rolnummer 235465/HAZA 05-928 bij verstek gewezen vonnis, alsmede rectificatie d.d. 27 juli 2005; - verzetdagvaarding d.d. 8 november 2005; - conclusie van eis in oppositie; - proces-verbaal van de op 12 april 2006 gehouden comparitie van partijen.
- De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: De inleidende dagvaarding is op 11 maart 2005 uitgebracht aan de [straat, huisnummer en gemeente] en aldaar in een gesloten envelop achtergelaten omdat niemand werd aangetroffen. Deze woning was reeds in januari 2005 verkocht en [opposante] was er in maart 2005 niet meer woonachtig. De procureur van [geopposeerde] had geen uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie betreffende [opposante] opgevraagd.
- Het vonnis waartegen verzet De rechtbank heeft bij voornoemd vonnis van 20 april 2005 en het daarop gevolgde rectificatie-vonnis d.d. 27 juli 2005 [opposante] overeenkomstig de eis veroordeeld tot het laten taxeren van eerdergenoemde woning.
- Het verweer De eis in oppositie strekt primair tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding, alsmede tot veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het verzet, een bedrag aan kosten voor procureurstelling daaronder begrepen.
- De beoordeling 5.1 De inleidende dagvaarding is aan een onjuist adres uitgebracht. 5.2 Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De inleidende dagvaarding zal alsnog nietig worden verklaard. [Geopposeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstekprocedure en de verzetprocedure worden veroordeeld.
- De beslissing De rechtbank, in oppositie, verklaart [opposante] ontvankelijk in haar verzet; vernietigt het verstekvonnis van deze rechtbank d.d. 20 april 2005 alsmede het daarop gevolgde rectificatie-vonnis d.d. 27 juli 2005; en opnieuw rechtdoende: verklaart de inleidende dagvaarding d.d. 11 maart 2005 nietig; veroordeelt [geopposeerde] in de kosten van de verstekprocedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [opposante] begroot op € 658,60, en in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [opposante] behoudens na te melden kosten tot op heden begroot op € 1097,60, waarvan € 244,00 aan griffierrecht en op € 85,60 aan overige verschotten en € 768,00 aan salaris voor de procureur; verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. De Pauw Gerlings-Döhrn. Uitgesproken ter openbare terechtzitting.