RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 230886 / HA ZA 05-82 Uitspraak: 20 december 2006 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OCEANWIDE OFFSHORE SERVICES B.V., gevestigd te Den Helder, eiseres, procureur mr. G.F.Lobe, advocaat mr. J.Jong te Zaandam, - tegen - 1. de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V. , gevestigd te Rotterdam 2. de naamloze vennootschap SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ ERASMUS N.V.,, gevestigd te Rotterdam, gedaagden, procureur mr. R.B.Gerretsen, advocaten mrs. E.J.W.M.van Niekerk en W.C.T.Weterings te Rotterdam. Partijen blijven verder aangeduid als "Oceanwide" respectievelijk "verzekeraars". 1 Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 31 mei 2006 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - het proces-verbaal van de op 6 juli 2006 gehouden comparitie van partijen. 2 De verdere beoordeling 2.1 Ter comparitie is met partijen afgesproken, dat de rechtbank eerst zal beslissen over de dekkingsvraag, inclusief de reikwijdte van de opzichtclausule, en dat het debat over de schade en de subsidiaire vordering zo nodig later vervolgd zal worden. 2.2 Ter comparitie heeft Oceanwide verduidelijkt dat CH4 haar aansprakelijk houdt voor de schade op grond van de artikelen 5.10 en 12.3 van de in het tussenvonnis geciteerde MSA, dat is de overeenkomst tussen haar en CH4, en niet op grond van een beweerdelijk door [medewerker] gepleegde onrechtmatige daad. Die aansprakelijkheid vormt de grondslag van de huidige primaire vordering. De rechtbank zal dat dan ook tot uitgangspunt nemen. 2.3 Voor wat betreft de aansprakelijkheid van Oceanwide jegens CH4 hadden verzekeraars zich eerst op het standpunt gesteld dat deze in de onderhavige procedure niet kan worden vastgesteld. Daarbij gingen zij er echter van uit, dat die aansprakelijkheid gebaseerd was op een door [medewerker] gepleegde onrechtmatige daad. Nu blijkt, dat de basis (uitsluitend) de MSA is, kan dat verweer geen doel treffen. Onbetwist is immers, dat de MSA tussen Oceanwide en CH4 geldt en dat deze de bepalingen 5.10 en 12.3 als in het tussenvonnis geciteerd bevat, terwijl omtrent afwijkende afspraken niets is gesteld of gebleken. 2.3.1 Op basis van genoemde bepalingen uit de MSA en hetgeen in het tussenvonnis onder 2.5 als vaststaand is vermeld omtrent de feitelijke gang van zaken moet het oordeel zijn, dat Oceanwide tegenover CH4 aansprakelijk is voor schade, die is voortgevloeid uit het incident. Daarbij baseert de rechtbank zich met name op het bij dagvaarding overgelegde Incident Investigation Report (IIR), waarvan verzekeraars de juistheid niet, althans niet behoorlijk gemotiveerd, hebben bestreden. Daaruit rijst het beeld op dat [medewerker], die in dienst was bij Oceanwide, als deugdelijk gecertificeerde en ervaren kraandrijver, na uitleg gekregen te hebben over de specifieke eigenschappen van deze kraan, met de kraan zelfstandig een normale taak heeft uitgevoerd, te weten het verplaatsen van een bundel van 100-200 kg van het ene dek naar het andere. Dat het doel daarvan was het opdoen van ervaring met de kraan doet niet ter zake, evenmin als de vraag of CH4 beschouwd moest worden als zijn materiele werkgever. In dat verband zou hoogstens relevant kunnen zijn of de feitelijke situatie dusdanig was, dat [medewerker] voortdurend onder controle van (personeel van) CH4 heeft gewerkt; het IIR geeft daarvoor geen aanknopingspunten en verzekeraars hebben daarover in deze procedure geen voldoende concrete stelling ingenomen, laat staan bewijs aangeboden, zodat hieraan voorbij wordt gegaan. 2.3.2 CH4 maakt tegenover Oceanwide in elk geval aanspraak op vergoeding van de schade aan de kraan. De kraan valt -dat is in confesso- onder de omschrijving van 5.10 “materials.. equipments .. placed in its custody”, welke Oceanwide contractueel gehouden was te behoeden tegen “damage”. De kraan werd, ten tijde van het incident, gebruikt in het kader van de door Oceanwide voor CH4 verrichte werkzaamheden. Op basis van 12.3 is Oceanwide tegenover CH4 aansprakelijk voor de schade aan onder meer “materials and equipment”, “arising out or in any way connected with the performance of the Work”. Dat betekent, dat ervan moet worden uitgegaan dat Oceanwide tegenover CH4 aansprakelijk is voor de schade aan de kraan. Of CH4 moest worden beschouwd als de materiele werkgever van [medewerker] doet bij dit alles niet ter zake. Ter comparitie is gebleken, dat er bij nader inzien geen schade aan het platform is ontstaan, zodat die vorm van schade geen bespreking behoeft. De geciteerde contractsbepalingen, waarop CH4 zich tegenover Oceanwide kennelijk beroept, lijken op het eerste gezicht, hoewel zij mogelijk wel ruimte bieden voor vormen van gevolgschade, geen basis te bieden voor een verplichting van Oceanwide jegens CH4 tot het vergoeden van zuivere bedrijfsschade. Nu met partijen is afgesproken dat de rechtbank zich thans zal beperken tot de dekkingsvraag, inclusief de opzichtclausule, zal op dit punt niet verder worden ingegaan. 2.4 Met het oordeel dat er in dit geding van moet worden uitgegaan dat Oceanwide aansprakelijk is tegenover CH4 is, gelet op de aard van de polis, in beginsel als uitgangspunt gegeven dat verzekeraars Oceanwide hebben te vergoeden wat Oceanwide aan CH4 betalen moet (los van eigen risico etc). Verzekeraars hebben zich echter beroepen op art. 21 van de bijzondere voorwaarden, dat luidt “Niet gedekt zijn aanspraken tot vergoeding van schade gegrond op een boete-, schadevergoedings-, garantie-, vrijwarings- of ander soortgelijk beding, behalve indien en voor zover aansprakelijkheid ook zonder een zodanig beding zou hebben bestaan.” Het aansprakelijkheidsverhogend beding waarom het dan gaat is meergenoemd art. 12.3 (jo. 5.10) van de MSA. 2.4.1 Of en in hoeverre de in 2.3 vastgestelde aansprakelijkheid ook zonder de bedingen van 5.10 en 12.3 van de MSA zou hebben bestaan is in het debat tussen partijen niet uitgewerkt en kan door de rechtbank dan ook niet beoordeeld worden, doch dat doet niet ter zake, op grond van het volgende. 2.4.2 Oceanwide heeft zich op het standpunt gesteld dat verzekeraars geen beroep toekomt op art. 21, omdat in de polis uitdrukkelijk is verwezen naar de MSA, waarin het aansprakelijkheidsverhogend beding voorkomt. De rechtbank acht die stelling juist, op grond van de volgende overwegingen. De systematiek van deze polis is, zoals voor het geval van tegenstrijdigheden in de tekst uitdrukkelijk is opgenomen in de voorrangsbepaling, en overigens geheel conform hetgeen gebruikelijk is, dat de speciaal voor deze verzekeringnemer/verzekerde opgenomen clausules en aanvullende voorwaarden voorrang hebben boven de (standaard) verzekeringsvoorwaarden. Bedoeld art.21 behoort tot de bijzondere voorwaarden, maar moet (naar op zich niet in geschil
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.