RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 57065 / HA ZA 96-1420 Uitspraak: 5 december 2007 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid F.G. DETECTIETECHNIEKEN B.V., gevestigd te Eindhoven, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, procureur mr. O.E. Meijer, - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid L.G.H. VERHUUR HIJSMATERIAAL B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur mr. P.H.C.M. van Swaaij. Partijen worden hierna aangeduid als "FG" respectievelijk "LGH". 1 Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 7 juni 2006 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - processen-verbaal van getuigenverhoor; - conclusie na enquête aan de zijde van FG; - antwoordconclusie na enquête tevens verzoek ex artikel 843a Rv; - conclusie van antwoord in het incident tot verzoek ex artikel 843a Rv. 2 De incidentele vordering LGH vordert dat FG wordt bevolen alle documentatie met betrekking tot de door FG afgesloten verzekeringen die betrekking zouden kunnen hebben op het Esso-project en het hijsincident, waaronder met name maar niet uitsluitend de voorwaarden die op de verzekering van toepassing zijn, te overleggen. FG heeft verweer gevoerd tegen deze incidentele vordering en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van LGH in de kosten van het incident. 3 De beoordeling in het incident 3.1 LGH baseert haar incidentele vordering op artikel 843a Rv. LGH voert aan dat het zeer gebruikelijk is dat een partij als FG voor projecten als de onderhavige een verzekering afsluit dan wel heeft lopen die niet alleen de hoofdaannemer dekt maar ook eventuele onderaannemers en leveranciers. Tevens geldt bij dergelijke verzekeringen dat regres tussen de verzekerden onderling is uitgesloten, aldus LGH. Indien een dergelijke verzekering in casu is afgesloten, leidt dit er toe dat de door LGH veroorzaakte schade is gedekt onder de verzekering en door de verzekeraar wordt uitgekeerd aan FG en dat regres op LGH is uitgesloten. LGH stelt derhalve belang te hebben bij het krijgen van een afschrift van alle documentatie met betrekking tot de door FG afgesloten verzekeringen die betrekking zouden kunnen hebben op de schade die zich heeft voorgedaan als gevolg van het in deze procedure aan de orde zijnde hijsincident op het Esso-project. 3.2 FG heeft als verweer aangevoerd dat LGH geen belang heeft bij de incidentele vordering tot afschrift van genoemde stukken. Dit verweer slaagt niet. Het belang van LGH is erin gelegen om aan de hand van de gevorderde verzekeringsdocumenten vast stellen of FG aanspraak kan maken op een (schade)uitkering in verband met het tijdens het Esso-project voorgevallen hijsincident. Indien FG tot deze vaststelling komt, is vervolgens van belang waarom in casu, zoals LG stelt, niet is uitgekeerd. Het antwoord op deze vraag kan van belang zijn voor de vaststelling van de omvang van de door FG aan LGH te betalen schadevergoeding. 3.3 FG heeft voorts als verweer aangevoerd dat op grond van artikel 843a Rv slechts “bepaalde bescheiden” onderwerp kunnen zijn van een vordering tot openbaring. Aangezien LGH openbaring vordert van alle stukken van alle verzekeringen van FG die betrekking zouden kunnen hebben op het hijsincident, is deze vordering in de visie van FG dermate ruim geformuleerd dat niet voldoende concreet kan worden vastgesteld van welke schriftelijke stukken LGH inzage wenst. Bovendien, zo stelt FG, vordert LGH afgifte van de schriftelijke stukken terwijl artikel 843a Rv slechts voorziet in een vordering tot inzage, afschrift of een uittreksel van de schriftelijke bescheiden. Naar het oordeel van de rechtbank is, mede gelet op de onderbouwing door LGH van haar vordering, voldoende duidelijk dat de vordering betrekking heeft op afschriften van de polis(sen) en polisvoorwaarden van door FG afgesloten schadeverzekering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.