RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rekestnummer: 291013 / HA RK 07-166 Uitspraak: 10 januari 2008 BESCHIKKING van de meervoudige kamer op het verzoekschrift van: de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING PENSIOEN¬GERECHTIGDEN VAN DE VERVOER- EN HAVENBEDRIJVEN, gevestigd te Rotterdam, verzoekster, procureur mr. R.B. Gerretsen, advocaten mr. R.B. Gerretsen en mr. A.I.M. van Mierlo, - tegen - I de stichting STICHTING OPTAS, gevestigd te Rotterdam, procureur mr. W.J. Hengeveld, advocaten mr. J.W. van der Staay en mr. S.E. von Dewall te Amsterdam, II [verweerder sub II], wonende te [woonplaats], III [verweerder sub III], wonende te [woonplaats], IV [verweerder sub IV], wonende te [woonplaats], V [verweerder sub V], wonende te [woonplaats], procureur mr. W.J. Hengeveld, advocaat mr. R.S. Meijer te 's-Gravenhage. Verzoekster wordt hierna aangeduid als "Stichting BPVH". Verweerster sub I wordt hierna aangeduid als "Stichting Optas" en verweerders sub II tot en met V (gezamenlijk) als “de bestuurders van Stichting Optas”. 1 Het verloop van de procedure 1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, bij de rechtbank ingekomen op 4 september 2007, met producties; - verweerschrift namens alle verweerders, met producties; - brief van mr. Gerretsen d.d. 26 november 2007, met producties; - pleitaantekeningen van mrs. Gerretsen en Van Mierlo; - pleitaantekeningen van mrs. Van der Staay en Von Dewall. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 november 2007. Verschenen zijn: - mrs. Gerretsen en Van Mierlo namens Stichting BPVH; - mrs. Van der Staay en Von Dewall namens stichting Optas; - mr. Meijer namens de bestuurders van Stichting Optas; - [persoon1], voorzitter van Stichting BPVH; - [persoon 2], namens FNV Bondgenoten; - [persoon3], secretaris van Stichting Optas. 2. De feiten In het kader van de beoordeling van dit verzoek zal de rechtbank uitgaan van de volgende, thans tussen partijen niet in geschil zijnde, feiten. 2.1 Stichting BPVH is opgericht door werknemers en werkgevers op 13 maart 2002. Stichting BPVH stelt zich, overeenkomstig artikel 2 van haar statuten, ten doel “de belangen te behartigen van de vervoer-, haven- en aanverwante bedrijven en instellingen en de in die bedrijven werkzame werknemers en gewezen werknemers, alsmede van de nagelaten betrekkingen van deze (gewezen) werknemers, met betrekking tot de aanwending door de Optas Groep (waaronder te verstaan de Stichting Optas, gevestigd te Rotterdam, en de vennoot¬schappen waar zij direct of indirect een volledig belang in heeft of heeft gehad) van haar vrije vermogen, waaronder de aanwending van de opbrengsten van de verkoop van alle aandelen in Optas Pensioenen NV door Optas Groep aan Aegon NV, of een van haar groepsmaatschappijen, alsmede met betrekking tot de aanwending door Optas Pensioenen NV, gevestigd te Rotterdam, en haar eventuele rechtsopvolgers van het door haar blijkens haar jaar¬rekening aangehouden wettelijk en statutair beklemde vermogen en de aanwending van de vruchten daarvan, en de maatregelen te treffen die dienstbaar kunnen zijn, daaronder begrepen het optreden als stichting als bedoeld in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek tegen vorenbedoelde rechts¬personen, alsmede haar organen, ten behoeve van personen als hier omschreven, en voorts al hetgeen in de ruimste zin met een en ander verband houdt, daartoe behoort en/of daartoe bevorderlijk kan zijn.” 2.2 Verweerders II tot en met V zijn allen bestuurders van Stichting Optas. 2.3 Op 3 mei 1948 is opgericht de stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (hierna: “PVH”). Haar doelomschrijving luidde (in 1994): “het fonds heeft ten doel treffen van voorzieningen ter zake van ouderdom, arbeidsongeschiktheid en overlijden ten behoeve van werknemers in en gewezen werknemers uit de vervoer-, haven- en aanverwante bedrijven en instellingen, alsmede ten behoeve van de nagelaten betrekkingen van deze (gewezen) werknemers, een ander overeenkomstig deze statuten, de reglementen en verzekeringsvoorwaarden van het fonds.” 2.4 PVH was een bedrijfstakpensioenfonds. Voor een groot aantal werknemers uit de vervoer-, haven- en aanverwante bedrijven en instellingen was, op grond van de voor deze werknemers geldende collectieve arbeidsovereenkomst, de pensioenvoorziening verplicht onder¬gebracht bij PVH. De zeggenschap over het pensioenfonds was indirect in handen van de sociale partners (vertegenwoordigers van havenwerkgevers en -werk¬nemers). 2.5 Eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw heeft het toenmalige bestuur van PVH twee stichtingen, Stichting Optas Pensioenen en Stichting Optas Schade, respectievelijk enig aandeelhoudster van Optas Pensioenen NV en Optas Schade NV opgericht. Het bestuur van deze stichtingen had dezelfde paritaire samenstelling als het bestuur van PVH. Aldus was sprake van een personele unie en werden de belangen van de werknemers in en de gewezen werknemers uit de vervoer-, haven- en aanverwante bedrijven en instellingen, evenals de nagelaten betrekkingen van deze (gewezen) werknemers gewaarborgd. Optas Pensioenen NV heeft met een aantal havenbedrijven pensioen¬verzekerings¬overeenkomsten afgesloten voor werknemers, die niet vielen onder de verplichte PVH-bedrijfstakpensioen¬aansluiting. 2.6 In 1996 heeft het bestuur van PVH op voorspraak van haar dagelijks bestuur, bestaande uit de heren [persoon1] (werkgever), [werknemer] (werknemer) en [persoon3] (directeur van PVH) besloten om PVH per 31 december 1997 om te zetten in een NV: Optas Pensioenen (II) NV, die vervolgens zou fuseren met Optas Pensioenen NV. Aldus zou PVH opgaan in de entiteit die eerder uit haarzelf was voortgekomen (Optas Pensioenen NV). Tezelfdertijd is besloten dat Stichting Optas Schade en Stichting Optas Pensioenen zouden fuseren tot Stichting Optas, enig aandeelhoudster van Optas NV, die op haar beurt enig aandeelhoudster zou worden van (het gefuseerde) Optas Pensioenen NV, Optas Leven NV en Optas Schade NV. 2.7[getuige5] was met deze omzetting belast. In een notitie van zijn hand d.d. 4 december 1996 is vermeld: “(…) 6. Eén van de sterke punten van de Optas-groep is dat er geen externe aandeelhouders zijn die hun deelneming zien als een belegging die rendement dient op te brengen. Dit betekent dat uiteindelijk alle positieve resultaten die de Optas-groep maakt, bestemd kunnen worden ten behoeve van de deelnemers in de vorm van een winstdelingsregeling respectievelijk ten behoeve van de werkgevers in de vorm van de premiestelling. Dit betekent dat de aandelen van Optas N.V. en de (certificaten van) aandelen in Optas Management B.V. niet door externe personen worden gehouden maar door Stichting Optas. Stichting Optas is uiteindelijk als aandeelhouder verantwoordelijk voor het functioneren van de Optas-groep. De rechten die verbonden zijn aan de aandelen in Optas N.V. en in Optas Management B.V. worden uitgeoefend door het bestuur van Stichting Optas.(…)” 2.8 In de notulen van de bestuurs¬vergadering van PBV van 16 december 1996, waarbij [notaris] ook aanwezig was, is vermeld (onder het kopje “Herstructurering”): “(…) [bestuurder] (bestuurder van PVH, opmerking rechtbank) memoreert de mededeling van [persoon4] in een eerdere inleiding dat het mogelijk is een bedrijfspensioenfonds van een stichting om te zetten in een N.V. met toestemming van de rechtbank, op voorwaarde dat alle opgebouwde en verworven rechten worden veiliggesteld. Spreker vraagt of deze voorwaarde verdwijnt bij een fusie van een N.V. met een andere N.V. [persoon4] ontkent dit. Het vermogen is en blijft beklemd. Het vermogen dat uit de balans blijkt, zal volledig worden aangewend in overeenstemming met het doel van de stichting, zoals die voor de omzetting was, met uitzondering van het op de aandelen gestorte kapitaal. Deze beklemming, volgend uit de omzetting van de Stichting in Optas Pensioenen (II) N.V. blijft ook na de fusie in stand. De wet verlangt dat. [bestuurder] vraagt zich af of dit over 10 jaar ook nog duidelijk zal zijn. Uit de statuten van Optas Pensioenen N.V. blijkt niet dat er een beklemd vermogen is. [persoon4] deelt mede dat de beklemming in de fusieakte zal worden vermeld.(…)” 2.9 Volgens de “Bundel met concept-stukken inzake de voorgenomen wijzigingen bij Stichting Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven en de Optas-vennoot¬schappen” van december 1996, die aan de besluitvorming van het bestuur van PVH ten grondslag lag, ging artikel 2 van de statuten van Stichting Optas luiden: “Doel. Artikel 2. 2.1. De stichting heeft ten doel het, al dan niet middellijk, houden van (certificaten van) aandelen in Optas Pensioenen N.V., Optas Schade N.V., Optas N.V. en/of Optas Management B.V., allen gevestigd te Rotterdam, en het uitoefenen van alle aan die aandelen verbonden rechten, alsmede het financieren van deze vennootschappen en van groepsmaatschappijen van deze vennootschappen, en voorts al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2.2. De stichting beoogt de continuïteit van de in lid 1 vermelde vennootschappen en haar dochter- en groepsmaatschappijen en de door dezen uitgeoefende ondernemingen zoveel mogelijk te waarborgen. 2.3 Bij de uitoefening van haar taak zal de stichting de belangen van al degenen die bij de in lid 1 vermelde vennootschappen zijn betrokken, op een zo evenwichtig mogelijke wijze behartigen.” Artikel 2.1 van de statuten van Optas Pensioenen (II) NV ging volgens dezelfde bundel luiden: “De vennootschap heeft uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel het treffen van voorzieningen ter zake van ouderdom, arbeidsongeschiktheid en overlijden ten behoeve van (gewezen) werk¬nemers in en (gewezen) werknemers uit de vervoer-, haven- en aanverwante bedrijven en instellingen, alsmede ten behoeve van hun (gewezen) echtgenoten dan wel (gewezen) partners en kinderen die de leeftijd van dertig jaren nog niet hebben bereikt, een en ander overeenkomstig deze statuten, de reglementen en verzekeringsvoorwaarden van de vennootschap, en wel door middel van pensioen krachtens een pensioenregeling in de zin van de wettelijke bepalingen betreffende de loonbelasting.” Artikel 36.4 van deze statuten (deel uitmakend van de paragraaf “Vereffening”) ging luiden: “Indien na betaling van alle schulden van de vennootschap, uitkering aan aandeelhouders van de dividendreserve en terugbetaling aan aandeelhouders van het nominale op de aandelen gestorte bedrag een batig saldo resteert, wordt dit aangewend in overeenstemming met het doel van de vennootschap, ten bate van een ander pensioenfonds met een overeenkomstig doel, dan wel een instelling in de zin van artikel 47 lid 1 letter b van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964.” Ook werd in de beklemming van het vermogen voorzien krachtens artikel 37 van de statuten van Optas Pensioenen (II) NV: “Het vermogen, zoals dat zal blijken uit de balans per eenendertig december negentienhonderd¬zevenennegentig, alsmede de vruchten daarvan, worden volledig aangewend, in overeenstemming met het doel van de stichting, voor omzetting bij de onderhavige akte in de vennootschap, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 18, lid 6, Boek 2, Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van het op de aandelen gestorte kapitaal.” 2.10 Optas Pensioenen NV is vanaf de datum dat Optas Pensioenen (II) NV en Optas Pensioenen NV zijn gefuseerd, bestuurd door een onafhankelijke directie. De werkgevers en werknemers waren vanaf dat moment alleen nog vertegenwoordigd in de raad van commissarissen van Optas NV. Enige jaren later is de raad van commissarissen van Optas NV ook geheel onafhankelijk geworden, in die zin dat daarin geen werkgevers en werknemers meer vertegenwoordigd waren. 2.11 Na statutenwijziging op 16 december 2005 luidt artikel 2 van de statuten van Stichting Optas: “Doel. Artikel 2. 2.1 De stichting heeft ten doel het, al dan niet middellijk, houden van (certificaten van) aandelen in Optas Pensioenen N.V., Optas Leven N.V., Optas Schade N.V. en/of Optas N.V., alle gevestigd te Rotterdam, en in haar dochter- en groeps¬maatschappijen dan wel in andere vennootschappen, en het uitoefenen van alle aan de aandelen in die vennootschapen verbonden rechten, alsmede het financieren van die vennootschappen en van dochter- groepsmaatschappijen van die vennoot¬schappen, en voorts al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2.2 Zolang de stichting (certificaten van) aandelen houdt in één of meer van de in lid 1 vermelde vennootschappen beoogt de stichting de continuïteit van de desbetreffende vennootschap(pen) en haar dochter- en groepsmaatschappijen en de door deze uitgeoefende ondernemingen zo veel mogelijk te waarborgen. Daarbij zal de stichting de belangen van al diegenen die bij deze vennootschappen zijn betrokken, op een zo evenwichtig mogelijke wijze behartigen. De stichting is met inachtneming van het vorenstaande bevoegd alle rechtshandelingen te verrichten die haar geraden voorkomen als houder van de (certificaten van) aandelen van één of meer van de in lid 1 vermelde vennootschappen. 2.3 De stichting is bevoegd de (certificaten van) aandelen in één of meer van de in lid 1 vermelde vennootschappen en/of haar dochter- en/of groepsmaatschappijen geheel of gedeeltelijk te verkopen en te vervreemden. 2.4 De stichting zal haar vermogen, daaronder begrepen de opbrengst van de in het vorige lid bedoelde (certificaten van) aandelen en eventuele uitkeringen op die (certificaten van) aandelen beleggen en/of aanwenden op een wijze die de stichting goeddunkt. Deze aanwending kan onder meer geschieden door het, al dan niet met (financiële) steun van anderen, verlenen van (financiële) steun aan of het zelf realiseren van projecten van algemeen maatschappelijk belang met een culturele, ideële of sociale strekking. Bij de afweging in het kader van besluiten terzake van de in de vorige volzin omschreven doelstelling slaat de stichting mede acht op haar historische verbondenheid met Amsterdam en Rotterdam.” 2.12 Stichting Optas heeft de aandelen Optas NV (inhoudende het hele Optas verzekeringsbedrijf) aan Aegon NV verkocht voor 1,3 miljard euro. Het beklemde vermogen is daarbij geheel intact gebleven, evenals de rechten van de betrokken verzekeringnemers en verzekerden jegens Optas Pensioenen. De overdracht heeft plaatsgevonden op 28 juni 2007. 3. Het verzoek Het verzoek luidt om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad een voorlopig getuigen¬verhoor te bevelen, met bepaling van de dag, het uur en de plaats waarop dit verhoor zal plaatsvinden, met aanwijzing van een rechter-commissaris te wiens overstaan de verhoren zullen worden gehouden en met bepaling van de dag waarop de Stichting BPVH uiterlijk een afschrift van de op dit verzoekschrift te geven beschikking en (indien dit nog niet zou zijn gebeurd), van het onderhavige verzoekschrift, aan belanghebbenden zal moeten doen toekomen. Stichting BPVH heeft aan dit verzoek het volgende ten grondslag gelegd. 3.1 Centraal staat de vraag of en in hoeverre Stichting Optas en haar bestuurders vrij zijn het vermogen van Stichting Optas op een andere wijze aan te wenden dan, kortweg, voor verbetering van vervoer- en havenpensioenen en premiefaciliteiten voor vervoer- en haven¬werkgevers. Verweerders stellen dat zij zich aan de desbetreffende belangen niets gelegen behoeven te laten liggen. Het negeren van die belangen lijkt onrechtmatig en hiervan lijkt de bestuurders van Stichting Optas een persoonlijk verwijt te treffen. Zij hebben op het eerste gezicht willens en wetens ervoor gekozen zich aan die belangen niets gelegen te laten liggen en deze volkomen te negeren. Stichting BPVH heeft er daarom belang bij dat de voor de beantwoording van deze vraag relevante feiten worden opgehelderd. Stichting BPVH beoogt met het houden van een voorlopig getuigenverhoor een scherper beeld te krijgen van de feiten die van belang zijn voor een mogelijk te zijner tijd in te stellen vordering uit hoofde van onrechtmatige daad. 3.2 Stichting BPVH vraagt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat verwacht mag worden dat verweerders alles in het werk zullen stellen om te voorkomen dat het door Stichting BPVH gewenste voorlopig getuigenverhoor wordt gelast.Verweerders zullen in dat licht bezien mogelijk appel instellen van de op dit verzoekschrift te nemen beslissing. Ondanks het appelverbod van artikel 188 lid 2 Rv leert de praktijk immers dat een dergelijk hoger beroep in behandeling wordt genomen als maar gesteld wordt dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. Het is onwenselijk dat nog jaren op een voorlopig getuigenverhoor zou moeten worden gewacht. Het feitencomplex dat begint in de jaren tachtig van de vorige eeuw met de oprichting van Stichting Optas Pensioenen en Stichting Optas Schade komt dan nog verder in het verleden te liggen, met als gevolg dat de herinneringen verder vervagen. Bovendien zijn sommige getuigen al op een gevorderde leeftijd. Inmiddels zijn twee personen, die als getuigen zouden hebben gekwali¬ficeerd, overleden. 4. Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek met veroordeling van Stichting BPVH in de kosten van dit geding. 4.1 Verweerders stellen zich primair op het standpunt dat Stichting BPVH niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek, omdat zij in het licht van de door haar gestelde feiten en de deswege aan verweerders gerichte verwijten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.