RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 275989/HA ZA 07-57 Uitspraak: 26 maart 2008 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EURO BOX LOGISTICS B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres, procureur mr R.W.J.M. te Pas, advocaat mr E.F.V. Vanlerberghe, - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRACCO LOGISTICS COMPANY B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, procureur mr O.E. Meijer, advocaat mr L.F. Jansen te Hoofddorp. Partijen worden hierna aangeduid als "Euro Box" respectievelijk "Tracco". 1. Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaarding d.d. 28 december 2006 en de door Euro Box overgelegde producties; - conclusie van antwoord, met producties; - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen is bevolen; - proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 5 juli 2007; - de voor de comparitie van partijen door partijen toegezonden producties (brief mr Scholte d.d. 21 juni 2007 en brief mr Jansen d.d. 3 juli 2007); - conclusie van repliek tevens houdende akte tot vermindering van eis, met producties; - conclusie van dupliek, met producties; - akte houdende uitlating producties van Euro Box. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: 2.1 Euro Box heeft aan Tracco een drietal "transportopdrachten" gegeven (18 november 2003, 31 augustus 2004 en 13 oktober 2004) voor het vervoer van goederen van Rotterdam naar Dublin. Dit vervoer heeft plaatsgevonden. 2.2 In opdracht van Euro Box heeft de douane-expediteur Geodis Vitesse Overseas B.V. (hierna: Geodis) in verband met deze transporten T1-documenten opgemaakt. De Belastingdienst heeft aan Geodis uitnodigingen tot betaling (utb) uitgereikt vanwege het niet zuiveren van deze documenten. Geodis heeft Euro Box aansprakelijk gehouden voor de betaling van de bedragen van de utb's. 3. De vordering De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Tracco te veroordelen tot betaling van € 7.679,38 en € 768,- met rente en kosten. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Euro Box aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 Tracco is toerekenbaar tekortgekomen ten aanzien van haar verplichtingen, door in strijd met de instructies niet te zorgen dat de T1-documenten meegingen met de zendingen en op het losadres in Dublin werden aangeboden en afgegeven aan de ontvanger. Ook heeft Tracco nagelaten deze documenten na te sturen. Als gevolg daarvan en van het feit dat de zuivering ook niet op andere wijze kon worden aangetoond zijn de utb's uitgereikt en gehandhaafd. 3.2 Euro Box heeft Geodis de bedragen van de utb's voldaan. Tracco is daarvoor aansprakelijk: een bedrag van € 7.679,38 (inclusief de kosten van een bankgarantie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 dagen na de betreffende factuurdata, althans vanaf de dag van dagvaarding. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 768,-, te vermeerderen met de rente vanaf de dag van dagvaarding. 4. Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Euro Box in de kosten van het geding. Tracco heeft daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 De vordering is verjaard, primair krachtens art. 8:1740 lid 1 BW (vordering uit overeenkomst tot het doen vervoeren), subsidiair krachtens art. 8:1711 BW (vordering die samenhangt met het vervoer van bepaalde zaken). 4.2 Tracco heeft wel degelijk voldaan aan haar zorgverplichting om de T1-documenten te bestemder plaatse af te leveren. 4.3 Euro Box had de schade kunnen voorkomen door tijdig in bezwaar te gaan en de bij haar aangeleverde documenten over te leggen. 5. De beoordeling 5.1 De drie zendingen goederen waar het hier om gaat waren telkens over zee vanuit het Verre Oosten in Rotterdam aangekomen. Naar de rechtbank begrijpt, werden deze zendingen onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer van Rotterdam naar Dublin vervoerd. Met het oog daarop werd in Rotterdam een T1-document opgemaakt door Geodis als aangever en 'titularis', waarmee van dat douanevervoer aangifte werd gedaan. Dit T1-document moest, na aankomst van de zending op de plaats van bestemming in Dublin, worden gezuiverd. In beginsel is voor zuivering vereist dat het T1-document en de goederen worden aangebracht bij het douanekantoor van de plaats van bestemming, Daarna wordt een kennisgeving van aankomst gezonden aan het daarvoor aangewezen douanekantoor in het land van vertrek. Bij gebreke van een dergelijke kennisgeving binnen de vastgestelde vervoerstermijn, wordt de aangever geïnformeerd en verzocht om alternatief bewijs te leveren dat de goederen hun bestemming hebben gevolgd. Indien dat bewijs niet wordt geleverd, blijft de aangifte ongezuiverd en zal aan de aangever een uitnodiging tot betaling worden uitgereikt tot het betalen van douanerechten en omzetbelasting, eventueel vermeerderd met een boete. Het is de rechtbank niet duidelijk of ten aanzien van deze drie zendingen andere regels (vereenvoudigingen) golden, bijvoorbeeld door het gebruik van scheepsmanifesten. 5.2 De door Euro Box aan Tracco gegeven "transportopdrachten" hielden in dat de drie zendingen werden vervoerd van Rotterdam naar Dublin. Niet blijkt dat Tracco daarbij optrad als expediteur en niet als vervoerder. Concrete feiten op grond waarvan daartoe wel zou kunnen worden geconcludeerd zijn niet gesteld. Bij de comparitie is namens Tracco erkend dat Tracco zich had verbonden tot het vervoeren. Kennelijk ging het om overeenkomsten van gecombineerd goederenvervoer (weg, zee, weg). Tevens brachten deze voor de vervoerder een verplichting mee ten aanzien van de T1-documenten. De aard van die verplichting is door partijen verschillend omschreven. Afgaande op de conclusie van repliek (onder 3, 4, 21, 26 en 45) en de conclusie van dupliek (onder 5, 6 en 10) gaat de rechtbank ervan uit dat Tracco ervoor diende te zorgen dat de bij de zendingen behorende T1-documenten die haar ter hand waren gesteld, werden afgeleverd bij de ontvanger in Dublin, Celtic Forwarding Ltd. (hierna: Celtic), door deze documenten met de zendingen te laten meereizen of door deze na te sturen. Niet kan worden aangenomen dat Tracco ervoor moest zorgen dat de T1-documenten werden gezuiverd, nu niet is gesteld of gebleken dat daartoe aan Tracco (duidelijk) opdracht was gegeven. 5.3 De verplichting van Tacco om te zorgen dat de T1-documenten werden afgeleverd bij de ontvanger in Dublin kan worden aangemerkt als een met de vervoerovereenkomst verbonden nevenverplichting (vgl. de artt. 8:395 lid 2 en 8:1115 lid 2 BW). Niet blijkt dat partijen deze verplichting ten tijde van het geven van de "transportopdrachten" beschouwden als een van de vervoerovereenkomst losstaande opdracht. Zo is gesteld noch gebleken dat daarvoor een aparte vergoeding werd bedongen of betaald. Uit de "transportopdrachten" volgt dat bij het ophalen van de te vervoeren goederen in de aangegeven loods in Rotterdam het daar aanwezige T1-document moest worden meegenomen. Het was kennelijk de bedoeling dat dit document vervolgens met de goederen zou meereizen naar de bestemming in Dublin. 5.4 Voor een op deze verplichting van Tacco gebaseerde vordering geldt ingevolge art. 8:1714 aanhef en onder a BW jis de artt. 8:1711 en 8:1722 BW een verjaringstermijn van één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag van aflevering. Uit overgelegde producties kan worden afgeleid dat de aflevering van de zendingen in Dublin plaatsvond op of omstreeks 28 november 2003 (opdracht 1 van 18 november 2003), 6 september 2004 (opdracht 2 van 31 augustus 2004) en 18 oktober 2004 (opdracht 3 van 13 oktober 2004). 5.5 Met betrekking tot de verschillende "transportopdrachten" is onder meer het volgende gebleken. Ten aanzien van opdracht 1, met aflevering op of omstreeks 28 november 2003: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.