RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 288003 / HA ZA 07-1763 Uitspraak: 21 mei 2008 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, procureur mr. J.M.L.G. de Jong, - tegen - 1. de stichting STICHTING ERASMUSHUIS ROTTERDAM, gevestigd te [woonplaats], 2. [gedaagde2], wonende te [woonplaats], gedaagden, procureur mr. J. Kneppelhout, Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]”, “de stichting” en “[gedaagde2]”. 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaarding d.d. 10 juli 2007 en de door [eiseres] overgelegde producties; - conclusie van antwoord, met productie; - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 24 oktober 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast; - proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 14 maart 2008; - brief met bijlage van 27 februari 2008 van de advocaat van de stichting en [gedaagde2]; - brief met bijlagen van 28 februari van de procureur van [eiseres]. 2 De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: 2.1 [eiseres] is verzamelaar van objecten die betrekking hebben op Erasmus (hierna ook: “erasmiana”). 2.2 [gedaagde2] is werkzaam bij de stichting in de functie van directeur. 2.3 In verband met een door de stichting in juli 2006 beoogde expositie over Erasmus verzocht [gedaagde2] aan [eiseres] erasmiana uit te lenen, zodat deze konden worden tentoongesteld. In haar e-mailbericht aan [eiseres] van 29 maart 2006 schreef [gedaagde2] in dit verband het volgende: “kunnen wij een afspraak maken om te praten over die onderdelen van jouw grandioze collectie die wij bij de opening op 11 juli a.s. (in een afgesloten vitrine) kunnen tentoonstellen, en eventueel (ook in een afgesloten vitrine) in het publiekscentrum? Dan kom ik graag bij jou, zodat ik jouw feestelijke collectie weer kan bewonderen!!” 2.4 [eiseres] heeft de voor de tentoonstelling bedoelde erasmiana enige tijd voorafgaande aan de expositie in een kist aan [gedaagde2] overhandigd. 2.5 [gedaagde2] heeft de kist na ontvangst eerst geplaatst in een niet afgesloten bureaulade in het kantoor van de stichting. Na het opstellen van een inventarislijst door een stagiaire heeft [gedaagde2] de kist geplaatst op een plank in de bergruimte naast haar kantoor. De bergruimte heeft een glazen wand, zodat de kist van buiten de bergruimte zichtbaar was. Naast [gedaagde2] hadden ook anderen toegang tot de bergruimte, onder wie een andere huurder in het pand, stagiaires van de stichting en schoonmakers. Na het plaatsen van de kist in de bergruimte heeft [gedaagde2] niet meer naar de kist omgekeken. 2.6 De beoogde expositie is niet doorgegaan. 2.7 Begin september 2006 heeft [gedaagde2] geconstateerd dat de kist van [eiseres] was verdwenen. 3 De vordering De vordering luidt – verkort weergegeven – om, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - te verklaren voor recht dat de stichting en [gedaagde2] aansprakelijk zijn voor het verloren gaan van de erasmiana en dat zij gehouden zijn tot vergoeding van de daardoor geleden schade; - de stichting en [gedaagde2] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000, te vermeerderen met de wettelijke rente, dan wel tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat; een en ander met veroordeling van de stichting en [gedaagde2] in de proceskosten. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 De stichting en [gedaagde2] hebben nagelaten gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming van verlies of schade aan de door [eiseres] ter beschikking gestelde erasmiana. Zij hebben immers na het plaatsen van de kist in de bergkamer lange tijd daar niet meer naar omgekeken, terwijl die kamer toegankelijk was voor derden. 3.2 De stichting en [gedaagde2] zijn daardoor toerekenbaar tekort geschoten in een op hen rustende verbintenis. Ook hebben zij onrechtmatig gehandeld. 3.3 De waarde van de verdwenen erasmiana moet worden geschat op € 10.000. De stichting en [gedaagde2] dienen die schade te vergoeden. 4 Het verweer Het verweer strekt primair tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiseres] in de kosten van het geding. Subsidiair strekt het verweer tot gelijke verdeling van de door [eiseres] geleden schade over de stichting en [eiseres] zelf. De stichting en [gedaagde2] hebben daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 [gedaagde2] handelde in haar hoedanigheid van directeur namens de stichting. De vordering jegens haar moet dus worden afgewezen. 4.2 [eiseres] heeft ten aanzien van de door haar geleden schade onvoldoende gesteld. De stichting schat de waarde van de uitgeleende erasmiana op hooguit € 200. 4.3 [eiseres] treft eigen schuld op grond waarvan de schade – zo die al zou komen vast te staan – gelijkelijk over [eiseres] en de stichting zou moeten worden verdeeld. 5 De beoordeling 5.1 Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] met de stichting een overeenkomst van bruikleen ter zake van de erasmiana heeft gesloten. Evenmin is tussen partijen in geschil dat de stichting gegeven de onder 2.5 genoemde omstandigheden niet die zorg heeft betracht waartoe zij op grond van die overeenkomst gehouden was (zie ook artikel 7A:1781 BW), zodat zij op die grond aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade. Gelet op dit oordeel kan in het midden blijven of de stichting daarnaast ook aansprakelijk is op grond van een jegens [eiseres] gepleegde onrechtmatige daad. 5.2 De onderhavige overeenkomst van bruikleen is naar het oordeel van de rechtbank niet tevens met [gedaagde2] gesloten. Onweersproken hebben de stichting en [gedaagde2] gesteld dat [gedaagde2] in haar contacten met [eiseres] steeds heeft gehandeld in de hoedanigheid van directeur van de stichting. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat [gedaagde2] bij het tot stand komen van de overeenkomst van bruikleen heeft gehandeld krachtens door de stichting gegeven volmacht. Dat betekent dat niet [gedaagde2] zelf maar uitsluitend de stichting partij is geworden bij de overeenkomst. [gedaagde2] is jegens [eiseres] dus niet aansprakelijk op grond van een tekortkoming in de nakoming van de bruikleenovereenkomst. 5.3 Van aansprakelijkheid van [gedaagde2] kan dus uitsluitend sprake zijn indien zou moeten worden geoordeeld dat zij jegens [eiseres] een onrechtmatige daad heeft gepleegd. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank moeten de gedragingen van [gedaagde2] met betrekking tot de erasmiana in de gegeven omstandigheden worden beschouwd als gedragingen van de stichting. Vast staat immers dat [gedaagde2] met betrekking tot de erasmiana heeft gehandeld in haar hoedanigheid van directeur van de stichting, terwijl de uitlening van de erasmiana plaatsvond in het kader van een door de stichting te organiseren expositie. Die aldus aan de stichting toe te rekenen gedragingen zijn onrechtmatig, ook indien de onder 5.1 vastgestelde schending van de contractuele norm buiten beschouwing wordt gelaten. Door onzorgvuldig om te gaan met de haar toevertrouwde erasmiana waardoor deze verloren zijn gegaan, heeft de stichting immers gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Voor het daarnaast op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk houden van [gedaagde2] in persoon is volgens vaste jurisprudentie nodig dat [gedaagde2] persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt van de wijze waarop zij met de erasmiana is omgegaan. Dat is het geval. [gedaagde2] treft persoonlijk een ernstig verwijt van het feit dat zij – als directeur van de stichting en als degene die tot de uitlening van de erasmiana het initiatief had genomen – de erasmiana heeft opgeborgen op een ook voor derden toegankelijke en van buitenaf zichtbare plek om vervolgens lange tijd niet meer naar de erasmiana om te kijken, zeker gelet op haar voorafgaande toezegging aan [eiseres] de erasmiana “in een gesloten vitrine” tentoon te stellen. Dat betekent dat [gedaagde2] op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade. 5.4 Uit het voorgaande volgt dat zowel de stichting als [gedaagde2] aansprakelijk zijn voor de door [eiseres] geleden schade. Het debat van partijen gaat voorts over de omvang en verdeling van die schade. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. 5.5 [eiseres] stelt dat zij schade heeft geleden tot het bedrag van de waarde van de verdwenen erasmiana. Aldus is van belang dat wordt vastgesteld (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.