RECHTBANK ROTTERDAM Sector kanton Locatie Rotterdam vonnis in het incident in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser bij exploot van dagvaarding van 17 juni 2008, verweerder in het incident, gemachtigde: mr. K.J. Breedijk, tegen BMT Marine & Offshore Surveys Limited, gedagvaard als: “De buitenlandse vennootschap; Private Limited Company (UK) BMT Marine & Offshore Surveys Limited, gedaagde, althans kantoorhoudende gevestigd aan de Guldenwaard nr. 143 a te (3078 AJ) Rotterdam”, gedaagde, eiseres in het incident, gemachtigden: mrs. R.L. van Heusden en P.N. Malanczuk. Partijen worden hierna ook “[eiser]” en “BMT” genoemd. 1. Het verloop van de procedure [eiser] heeft gevorderd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad: “- BMT bij wijze van voorlopige voorziening te veroordelen het dienstverband met [eiser] te herstellen binnen 48 uur na betekening van vonnis, op straffe van € 500,-- voor iedere dag dat BMT in gebreke blijft, althans op straffe van een in goede justitie te bepalen dwangsom. - BMT bij wijze van voorschot te veroordelen tot betaling van een vergoeding aan [eiser] ter hoogte van het volledige contractueel overeengekomen loon over de periode 4 april 2008 tot en met de datum van herstel van de arbeidsovereenkomst, wettelijk te verhogen met 5% per dag vanaf de vierde tot en met achtste werkdag na 1 mei 2008 en voor elke volgende werkdag met één procent tot een maximum van 50% van het verschuldigde salaris cf. artikel 7:625 lid 1 BW, te vermeerderen met de thans geldende wettelijke rente voor zover deze data vervallen zijn. - Subsidiair BMT, bij wijze van voorschot, te veroordelen tot het betalen van een schade-vergoeding aan [eiser] ter hoogte € 239.220,--, zijnde de kantonrechtersformule met een correctiefactor van C=2; - BMT te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van vonnis de achterstallige pensioen-premies af te dragen en te blijven voldoen tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. - BMT te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van vonnis de nog openstaande declaraties ter hoogte van € 4.000,-- te voldoen. - BMT te veroordelen om, binnen 48 uur na betekening van vonnis, bij wijze van voorschot een tegemoetkoming aan [eiser] te voldoen in de gemaakte en te maken reis- en verblijfkosten en verhuizen van boedel ter hoogte van € 10.000,--. alsmede met veroordeling van BMT in de kosten van dit geding.” De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 juli 2008. Ter zitting is [eiser] in persoon verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Namens BMT zijn de beide gemachtigden verschenen. De laatsten hebben zich bediend van pleitaantekeningen en hebben verzocht (een groot aantal) producties in het geding te mogen brengen. [eiser] heeft zich daartegen verzet. Uiteindelijk heeft de behandeling op deze zitting zich beperkt tot het door BMT opgeworpen incident, te weten dat de Nederlandse rechter in dit geval niet bevoegd is. De daarop betrekking hebbende producties 1 tot en met 4 zijn overgelegd, en voorgedragen is het deel van de pleitaantekeningen dat betrekking heeft op de bevoegdheidsvraag. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak zal worden gedaan in het incident. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet weersproken en deels blijkend uit de overgelegde producties (voor zover onbestreden gebleven), staat in deze procedure, voor zover nu relevant, het volgende vast: - BMT is een buitenlandse vennootschap wier hoofdvestiging is in Londen, althans in het Verenigd Koninkrijk; - BMT heeft meerdere vestigingen, onder meer in Nederland en in Griekenland; - Blijkens de inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel voor Rotterdam: * was tot 28-03-2006 haar statutaire naam “BMT Salvage Limited” en haar handels- naam “The Salvage Association”; * wordt zij omschreven als “Buitenlandse vennootschap: Private limited company (UK)”; * is de bedrijfsomschrijving: “Het ten behoeve van assuradeuren en andere personen of instellingen uitvoeren van expertise-werkzaamheden en andere diensten met betrekking tot door schepen en andere zaken geleden schade”; * zijn er 3 werkzame personen; * is het adres: “Guldenwaard 143a, 3078AJ Rottterdam”; * is de datum vestiging: “01-01-1971”; * drijft de vennootschap de onderneming sedert “28-03-2001”; * heeft zij 5 in het Verenigd Koninkrijk wonende bestuurders en 1 in Nederland wonende gevolmachtigde; - [eiser], geboren op 17 maart 1954, is op 1 oktober 2001 bij BMT voor onbepaalde tijd in dienst getreden in de functie van (Senior) Surveyor, hetgeen inhoudt dat hij schepen ter inspectie bezoekt en daarvan rapport uitbrengt. Bij brief van 21 augustus 2001 biedt de ‘Chief Executive’ van ‘Head Office (…) London’ van “BMT The Salvage Association” hem de baan aan “based in Rotterdam Office”; - Een op 31 juli 2003 afgegeven verklaring van “The Salvage Association, Rotterdam Office (…)” luidt:”This is to certify that (…) [eiser] (…) commenced full-time employment on 1 October 2001 with The Salvage Association Rotterdam Office (…)´; - Met ingang van 1 oktober 2006 verricht [eiser] zijn werkzaamheden niet langer voor de vestiging in Rotterdam, maar voor de vestiging van BMT in Piraeus (Griekenland); - Het salaris van [eiser] bedraagt laatstelijk € 8.860,00 bruto exclusief 8% vakantiegeld; - [eiser] is op 4 april 2008 op staande voet ontslagen. Hij heeft daartegen schriftelijk geprotesteerd en zijn gemachtigde heeft bij brief van 7 mei 2008 de nietigheid dan wel de vernietigbaarheid ingeroepen. 3. Het geschil en de stellingen van partijen in de hoofdzaak en in het incident, voor zover nu relevant [eiser]: 3.1. [eiser] vordert herstel van de arbeidsovereenkomst en wedertewerkstelling. Zowel objectief als subjectief waren er geen dringende redenen voor zijn ontslag. Het ontslag is ook niet onverwijld gegeven en er is niet gelijktijdig mededeling gedaan van de dringende redenen. 3.2. Subsidiair, indien de vordering tot herstel niet wordt toegewezen, vordert [eiser] een financiële schadevergoeding op grond van het feit dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is. Hij zoekt aansluiting bij de kantonrechtersformule met een correctiefactor c=2 voor de hoogte van deze schadevergoeding. 3.3 Daarnaast vordert [eiser] afdracht van zijn pensioenpremies over de periode van 1 oktober 2006 tot en met de dag dat de arbeidsovereenkomst eindigt, omdat gebleken is dat BMT vanaf die datum geen pensioenpremies meer heeft afgedragen. 3.4 [eiser] vordert ook uitbetaling van de door hem ten behoeve van BMT voorgeschoten bedragen tot een totaal van € 4.000,00. 3.5 Tenslotte stelt hij dat hij door BMT “op kosten gejaagd” is. Te denken valt aan reis- en verblijfkosten en verhuizing van boedel. Ten titel van artikel 6:96 BW vraagt hij een voorschot op deze kosten van € 10.000,00. 3.6 De kantonrechter te Rotterdam is bevoegd omdat BMT gevestigd is in Rotterdam. [eiser] heeft aangevoerd dat hij met zijn werkzaamheden is aangevangen op de vestiging van BMT in Rotterdam. [eiser] kreeg ook instructies vanuit Nederland. [eiser] houdt zich bezig met het inspecteren van schepen en dat kan over de hele wereld. Hij heeft gedurende 5 jaar in Rotterdam gewerkt. In 2006 is hij overgeplaatst naar Griekenland, maar hij verrichtte werkzaamheden in diverse landen. Dit gebeurde op initiatief van BMT. [eiser] verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ) van 10 april 2003, E 3573. Op grond van dit arrest dient bij het vaststellen van de bevoegde rechter rekening gehouden te worden met het feit dat de werkgever een belang had bij uitzending van de werknemer, aldus [eiser]. Daarnaast was [eiser] nooit van plan definitief in Griekenland te (gaan) wonen. Hij heeft een woning in Nederland, ontvangt een deel van zijn salaris in Nederland en betaalt daar ook sociale premies. BMT 3.7 BMT stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van het geding kennis te nemen. In de tweede plaats – indien de kantonrechter wèl bevoegd zou zijn – is Grieks recht en niet Nederlands recht van toepassing. In de derde plaats moeten de vorderingen – ook als Nederlands recht wèl van toepassing is – afgewezen worden. 3.8 BMT is een Engelse vennootschap naar Engels recht. De formele werkgever is nadien nimmer gewijzigd en de arbeidsovereenkomst is (althans tot het ontslag in april 2008) niet geëindigd. [eiser] had (dus) geen Nederlandse arbeidsovereenkomst. De aard van de werkzaamheden van [eiser] is al die tijd niet gewijzigd. Slechts de plaats waar die werden verricht is veranderd, van de vestiging van BMT in Rotterdam naar de vestiging van BMT in Piraeus. Voor zijn werk reisde [eiser] regelmatig door heel Europa en ook daarbuiten. 3.9. Zowel Griekenland als Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn lid van de Europese Gemeenschap, hetgeen meebrengt dat de vraag welke rechter bevoegd is moet worden beantwoord aan de hand van de EEX / EG Verordening 41/2001. - Zij verwijst naar artikel 19 van de Verordening. BMT heeft alleen een nevenvestiging in Rotterdam. Conform artikel 60 van de Verordening heeft BMT woonplaats op de plaats van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.