RECHTBANK ROTTERDAM Sector Bestuursrecht Meervoudige kamer Reg.nr.: TELEC 07/943-WILD Uitspraak in het geding tussen BNR Nieuwsradio B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, gemachtigde mr. P.A. Ruig, advocaat te Den Haag, en de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder. 1 Ontstaan en loop van de procedure Bij brief van 13 april 2006 (verder: het primaire besluit) heeft verweerder aan (onder meer) eiseres medegedeeld dat in de daarbij behorende bijlagen (lijsten) wordt aangegeven of de door haar ingediende voorstellen ter oplossing van ontvangstklachten als een zogenoemd reparatievoorstel zullen worden afgehandeld. Bij separate brieven van 12 mei 2006, heeft verweerder aan eiseres (nogmaals) medegedeeld dat haar klachten, nrs. 101 en 143, niet als reparatieverzoek in behandeling kunnen worden genomen en op lijst B zijn geplaatst. Tegen het primaire besluit heeft eiseres bij brief van 24 mei 2006 bezwaar gemaakt. Eiseres heeft tevens bij afzonderlijke brieven van 22 juni 2006 bezwaar gemaakt tegen de hierboven genoemde brieven van 12 mei 2006. Bij besluit van 6 februari 2007 heeft verweerder (het primaire besluit alsmede) de besluiten van 12 mei 2006 met verbetering en aanvulling van de gronden gehandhaafd en de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 15 maart 2007 beroep ingesteld. Bij brief van 12 april 2007 heeft eiseres de gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft bij brief van 14 september 2007 een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2008. Voor eiseres is haar gemachtigde verschenen, bijgestaan door R.J. van der Hoeven. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mrs. R.A. Diekema, J.L.M. van der Vange, G.E. Dijkstra en J.M. Sardjoe, allen werkzaam bij verweerders Agentschap Telecom. Ter zitting hebben beide partijen ermee ingestemd dat het beroep van eiseres, voor zover dat betrekking heeft op het besluitonderdeel dat ziet op ontvangstklacht 101, wordt afgesplitst van het onderhavige beroep en dat de (verdere) behandeling daarvan - voor zover noodzakelijk - op een later tijdstip zal plaatsvinden. 2 Overwegingen Feiten en omstandigheden In 2003 heeft er een herverdeling van de frequenties voor commerciële radio-omroep in de FM-band plaatsgevonden. Voorafgaand aan deze verdeling is het Aanvraagdocument “vergelijkende toets commerciële radio-omroep frequenties” opgesteld met informatie over de te verdelen frequentieruimte, de procedures, de voorwaarden en een model-vergunning. Op 26 mei 2003 zijn vergunningen verleend aan een aantal commerciële radio-omroepen, waarbij de omroepen onder bepaalde voorwaarden recht op gebruik van frequentieruimte in de FM-band kregen (zero base vergunningen). Voor zover in dit geschil van belang heeft verweerder aan eiseres op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet (verder: Tw) een vergunning verleend voor kavel A4. De vergunning werd verleend voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van commerciële omroep van 1 juni 2003 tot 1 september 2011. Na ingebruikneming van de vergunningen bleken er ontvangstklachten in verzorgings-gebieden van commerciële omroepen te bestaan. Ook bleek het daadwerkelijke demo-grafisch ontvangstbereik niet overeen te komen met het theoretische bereik volgens het aanvraagdocument. Om de ontvangstklachten op te lossen is in april 2005 een Convenant gesloten tussen enerzijds de Staat der Nederlanden (vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken) en anderzijds de Nederlandse Vereniging voor Commerciële Radio (VCR, optredend als vertegenwoordiger van alle tot de Vereniging behorende landelijke commerciële radio-omroepen in Nederland). Het Convenant heeft ten doel om aantoonbaar tekortschietend bereik, als gevolg van afwijkingen tussen het theoretische, berekende bereik en het gerealiseerde bereik, te repareren. Het verplaatsen van zenders en reparaties van frequentiebereik mocht daarbij geen invloed hebben op het theoretisch voorspelde verzorgingsgebied van een andere Nederlandse of buitenlandse zender. In het Convenant is nader uitgewerkt op welke wijze partijen oplossingen kunnen aandragen. Zo werd een zogenaamde Taskforce, waarin zowel operators, medewerkers van verweerder als de VCR deelnamen, ingesteld die de Technische Werkgroep (TW) aanstuurde. In de TW werd de uitvoering van reparaties technisch voorbereid en gecoördineerd. Verder is in het Convenant opgenomen dat verweerder zich zal inspannen om voor wensen tot reparaties oplossingsrichtingen te bewerkstelligen ten behoeve van een optimale invulling van het theoretische bereik, zoals vastgelegd in de vergunde situatie van 2003. Daarbij is voor het repareren van het demografisch bereik een toename in bereik toegestaan tot een maximum van circa 3%. Voor 15 januari 2005 konden de ontvangst-klachten bij de TW worden aangeleverd. Uiterlijk op 1 juli 2005 zou de Taskforce alle oplossingsrichtingen gereed moeten hebben. Omdat op 1 juli 2005 niet alle ontvangst-klachten van een oplossingsrichting waren voorzien, hebben de Taskforce en de TW hun werkzaamheden, met toepassing van de regels van het materieel verlengde Convenant, voortgezet tot 27 december 2005. De voorwaarden waaronder het demografische bereik gerepareerd kon worden, waren overeengekomen in de TW en vastgelegd in een zogenaamd Dynamisch Document van 24 juni 2005. Verder werden alle ontvangstklachten op een lijst geplaatst. Bij brief van 27 december 2005 heeft verweerder medegedeeld dat alle ingediende ontvangstklachten zijn behandeld en beoordeeld en dat daarmee het reparatieproces is afgerond. Verder heeft verweerder gemeld dat voor een aantal ontvangstklachten geen oplossingsrichting kon worden vastgesteld, omdat de voorgestelde oplossingen buiten de spelregels van het Convenant vielen. De ontvangstklachten, waarvoor geen oplossings-richting werd vastgesteld, werden op de zogenaamde bijlage B geplaatst. De klachten waarvoor wel een oplossingsrichting voorhanden was, werden op bijlage A geplaatst. Verder heeft verweerder in die brief medegedeeld dat in 2006 gestart zou worden met de optimalisatie van de vergunningen. Met deze brief werd de Taskforce en daarmee ook de TW feitelijk opgeheven. Blijkens een concept-verslag van een bespreking met commerciële omroepen op 6 maart 2006 is afgesproken dat uiterlijk op 24 maart 2006 voorstellen konden worden ingediend ter reparatie van ontvangstklachten die stonden vermeld op bijlage A van de brief van 27 december 2005. Op bijlage A van genoemde brief staan alleen ontvangstklachten die tijdig zijn gemeld en voorzien zijn van een oplossingsrichting. Tevens is op 6 maart 2006 afgesproken dat de voorstellen die na 24 maart 2006 werden ingediend, overgeheveld zouden worden naar bijlage B en daarmee een gelijke status als verzoeken tot optimalisatie zouden krijgen. Op 28 april 2006 is de “Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen” vastgesteld. Eerst daarna konden optimalisatievoorstellen worden ingediend. Om het optimalisatiebeleid te kunnen uitvoeren, waarbij netgebonden frequenties zouden worden toegekend ter oplossing van ontvangstproblemen, is een procedure gestart tot wijziging van het Nationale Frequentieplan (verder: NFP). Bij besluit van 6 oktober 2006 heeft deze aanpassing van het NFP plaatsgevonden. Per faxbericht van 24 maart 2006 heeft eiseres een voorstel ingediend ter oplossing van klachtnummer 143. De klacht heeft betrekking op de bij eiseres in gebruik zijnde frequentie 88.6 MHz met als opstelplaats Eindhoven. Uit onderzoek van Broadcast Partners zou zijn gebleken dat de frequentie niet goed is te ontvangen in Hilvarenbeek en Oisterwijk. Oorzaak zou zijn dat het gewenste signaal verzwakt is door een grotere afstand, waardoor het vatbaar wordt voor beïnvloeding door Belgische storing. Als oplossing is een steunzender voor Oisterwijk voorgesteld. Bij het primaire besluit is klacht 143 in bijlage B opgenomen omdat - zakelijk weergegeven - zij niet binnen het Convenant past. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren gericht tegen het primaire besluit, onder wijziging van de motivering, ongegrond verklaard. Wettelijk kader De Tw bevatte ten tijde van belang onder meer de volgende bepalingen. Artikel 3.3 “1. Voor het gebruik van frequentieruimte is een vergunning vereist van Onze Minister welke op aanvraag kan worden verleend. (…). 4. De verlening van vergunningen in andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid geschiedt: a. op volgorde van binnenkomst van de aanvragen; b. door middel van een vergelijkende toets, al dan niet met inbegrip van een financieel bod, of c. door middel van een veiling. (…) 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden, met inachtneming van richtlijn nr. 2002/20/EG, regels gesteld terzake van de verlening, wijziging en verlenging van vergunningen. (..)” Artikel 3.6 “1. Een vergunning wordt door Onze Minister geweigerd indien: a. verlening daarvan in strijd is met het frequentieplan; (…) Artikel 3.7 “1. Een vergunning wordt door Onze Minister ingetrokken indien: a. de houder van de vergunning hierom verzoekt; b. de naleving van een bindend besluit van een instelling van de Europese Unie of de nakoming van Nederland bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert. 2. Een vergunning kan door Onze Minister voorts slechts worden ingetrokken indien: a. de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning; b. de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet, dan wel bij of krachtens de artikelen 82a, 82e, of 82f van de Mediawet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt; c. een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert; d. de vrees gewettigd is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zal opleveren voor de veiligheid van de staat of de openbare orde; e. de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen, of f. de instandhouding van de vergunning de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt in aanzienlijke mate zou beperken. g. de vergunning met toepassing van artikel 3.4a is verleend en de zeggenschap over het gebruik van de vergunning is overgegaan naar een andere vergunninghouder aan wie eveneens met toepassing van dat artikel een vergunning is verleend voor frequentieruimte met een zelfde bestemming, en daardoor de maximale hoeveelheid te verkrijgen frequentie¬ruimte wordt overschreden en rekeninghoudend met de dan geldende omstandigheden een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte het in stand laten van de vergunning niet langer rechtvaardigt. 3. Op de gronden, genoemd in het tweede lid, kan Onze Minister in plaats van de vergunning intrekken deze ook wijzigen.” Artikel 17 Frequentiebesluit (verder: Fb) “Onze Minister kan een vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen gedurende de looptijd van de vergunning slechts wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. indien de naleving van een internationale overeenkomst aangaande het gebruik van frequentieruimte dit vordert; c. in de gevallen bedoeld in artikel 3.7, derde lid, van de wet, en d. indien door het gebruik van de vergunning ontoelaatbare belemmeringen worden veroorzaakt in radiozend- of ontvangapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen.” Standpunten van partijen Verweerder stelt zich ter zake van klacht 143 op het standpunt dat het verzoek om een netonafhankelijke steunzender op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Tw geweigerd moet worden. Toewijzing van een netonafhankelijke steunzender zou immers in strijd zijn met het NFP. De bij die zender behorende frequentieruimte kan alleen via een veiling of vergelijkende toets worden verdeeld. Dat de voorgestelde oplossingsrichting mogelijk aan de randvoorwaarden van het Convenant voldoet, doet niet af aan het feit dat de Tw van toepassing is. Doordat de aangedragen oplossingsrichting niet in het kader van reparatie kan worden vergund, is plaatsing op bijlage A niet mogelijk. Het verzoek tot herplaatsing van de klacht op bijlage A moet dan ook worden afgewezen. Eiseres merkt op dat de splitsing van ontvangstklachten in twee groepen een initiatief is geweest van verweerder die niet is vastgelegd in het Convenant. Volgens eiseres voldoet haar oplossingsrichting aan de eisen en randvoorwaarden van het Convenant. De splitsing is eerst bij de brief van verweerder van 27 december 2005 aangebracht. Klacht 143 was daarbij geplaatst op bijlage A en de aangedragen oplossingsrichting als passend binnen het Convenant aangemerkt. Bij het primaire besluit is de klacht ineens overgeheveld naar bijlage B (bestemd voor optimalisatieverzoeken). Dit is uitsluitend gemotiveerd met de mededeling dat het zou gaan om reparatievoorstellen waarvoor geen oplossing binnen de kaders van het Convenant mogelijk zou zijn. Dit is bij brief van 12 mei 2006 opnieuw medegedeeld. Bij het bestreden besluit is evenmin een toereikende motivering gegeven voor de overheveling van het reparatievoorstel van eiseres van bijlage A naar bijlage B. Eiseres acht dit onbegrijpelijk. Het Convenant bepaalde immers dat verplaatsingen van zenders en reparaties van frequentiebereik geen invloed mochten hebben op het theo¬re¬tisch voorspelde verzorgingsgebied van andere Nederlandse zender(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.