RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 41220 / HA ZA 95-1773 Uitspraak: 14 mei 2008 VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], gevestigd te Drachten, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, procureur mr. R.J.A. Bron-Slis, - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde], gevestigd te Joure, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. A.P.M. Henket. Partijen blijven verder aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "[gedaagde]". 1 Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft partijen gehoord en heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 27 april 2005 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - deskundigenbericht, ingekomen ter griffie op 15 november 2006; - conclusie na deskundigenbericht, tevens akte houdende vermeerdering van eis zijdens [eiseres], met producties; - antwoordconclusie na deskundigenbericht zijdens [gedaagde], met producties; - bevelschrift d.d. 17 november 2006, waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundige zijn begroot op € 52.423,07; - de bij gelegenheid van de pleidooien door elk van partijen overgelegde producties en de overgelegde pleitnotities. 2 De verdere beoordeling in conventie 2.1 Vermeerdering van eis 2.1.1 Bij conclusie na deskundigenbericht heeft [eiseres] haar eis vermeerderd. [eiseres] vordert thans bij vonnis -uitvoerbaar bij voorraad- [gedaagde] te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen: - NLG 2.523.454,-, althans NLG 2.375.000,-, althans NLG 2.300.000,-, althans NLG 1.861.000,-, althans een zodanig bedrag als nader op te maken bij staat te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 1995; alsmede - de schadevergoeding, zoals genoemd onder 18 van de dagvaarding van 18 mei 1995 nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 mei 1995; - de kosten van de procedure. 2.1.2 [gedaagde] heeft aangevoerd dat de vermeerdering van eis niet kan worden toegestaan omdat deze tot gevolg heeft dat een hoger bedrag wordt gevorderd dan [eiseres] heeft betaald voor de aandelen in Stortgas en dat ten onrechte het bedrag van NLG 515.000,- als schade wordt benoemd alsmede de niet geïncasseerde vorderingen van in totaal NLG 148.454,-. 2.1.3 Op grond van artikel 134 Rv (oud) is [eiseres] bevoegd tot de afloop van het geding haar eis bij conclusie of bij akte ter rolle te vermeerderen. [gedaagde] kan zich tegen deze vermeerdering bij akte ter rolle verzetten als zij daardoor in haar verdediging onredelijk wordt bemoeilijkt of het geding onredelijk wordt vertraagd. Daargelaten dat [gedaagde] niet op de in dit geval nog voorgeschreven wijze verzet heeft gedaan tegen de vermeerdering van eis, is dat verzet ongegrond. Immers, [gedaagde] is bij antwoordconclusie en bij pleidooi in de gelegenheid geweest inhoudelijk te reageren op de vermeerdering van eis. Zij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Van een bemoeilijking van de verdediging of een vertraging van het geding is geen sprake geweest. De rechtbank zal daarom rechtdoen op vordering zoals deze luidt na de vermeerdering van eis. 2.2 Schade [eiseres] op grond van inbreuk garanties 2.2.1 Naar aanleiding van door de rechtbank in haar tussenvonnis van 27 april 2005 gestelde vragen, heeft de door de rechtbank benoemde deskundige, [deskundige] RA RV, een deskundigenbericht opgesteld. De vragen hadden met name betrekking op de jaarrekening van Stortgas van 1993 zoals deze in de overeenkomst tussen partijen van 30 september 1994 (hierna: “de overeenkomst”) door [gedaagde] was gegarandeerd (hierna: “de jaarrekening 1993”), de daaraan ten grondslag liggende gegevens en de wijze waarop de jaarrekening 1993 is opgesteld. De rechtbank heeft kennis genomen van dit rapport en van de reacties daarop van partijen. Waar nodig zal de rechtbank hierna nader op het rapport en op hetgeen partijen daarover hebben aangevoerd ingaan. 2.2.2 [eiseres] heeft gesteld dat zij door de inbreuk op de garanties uit de overeenkomst schade heeft geleden. De schade zou primair zijn gelegen in het feit dat zij een te hoog bedrag heeft betaald voor de aandelen in Stortgas. Zij baseert zich daarbij op de berekening van de deskundige, die tot de conclusie is gekomen dat de waarde van de aandelen in Stortgas op het moment van de overname beduidend lager was dan NLG 2.300.000,-. In haar vonnis van 17 september 1998 heeft de rechtbank (r.o. 8.9, slot) onder meer overwogen dat, indien [eiseres] om haar moverende redenen voor de aandelen Stortgas een prijs heeft betaald die uitgaat boven wat redelijk onderhandelende ondernemers bereid zouden zijn geweest te betalen, die hogere prijs in ieder geval niet kan dienen voor de berekening van de door [eiseres] geleden schade. In het verlengde daarvan heeft de deskundige in opdracht van de rechtbank onderzocht of een redelijk handelende koper voor de aandelen Stortgas op 30 september 1994 op basis van de jaarrekening 1993 een prijs zou hebben betaald van om en nabij NLG 2.300.000,-. De deskundige heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarom zal thans nader onderzocht moeten worden of die koopprijs als uitgangspunt voor berekening van de schade van [eiseres] kan dienen. 2.2.3 Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, maakt de rechtbank op dat partijen bij de besprekingen omtrent de overname van de aandelen in Stortgas zich bij de prijsbepaling niet primair hebben laten leiden door ‘de waarde’ van de aandelen in Stortgas. Tussen partijen is niet in geschil dat eerst een koopsom voor de aandelen van NLG 1,- is genoemd. Vervolgens is gesproken over betaling van een reëel bedrag. Notaris [notaris] schrijft in zijn brief van 26 juli 1994 aan Mr. G.J. Voûte (advocaat van [eiseres]) hierover: “Tijdens onze bespreking van woensdag 13 juli jl. stelden wij vast dat een koopsom van f. 1,- voor de aandelen Stortgas, Aquacleaning en Carbiogas natuurlijk niet overeenkomstig de ekonomische realiteit was. Uwerzijds werd de wens geuit om met name de koopsom voor de aandelen Stortgas belangrijk hoger te stellen. U noemde daarvoor een getal van f. 2.000.000,-. Van de zijde van de heren [persoon 1] en [persoon 2] werd daarop als reaktie gegeven dat zij aan vaststelling van de prijs voor die aandelen op een reëel niveau vanzelfsprekend hun medewerking zouden verlenen, mits dit geen fiskale nadelen voor hen met zich mee zou brengen. Dit onderwerp is uitvoerig aan de orde geweest en het resultaat daarvan is dat de heren [persoon 1] en [persoon 2] akkoord kunnen gaan met een prijs voor Stortgas van f. 2.000.000,-. In hun optiek is deze prijs aan de hoge kant, docht zij zijn bereid uw kliënten hierin zoveel mogelijk te gemoet te komen. Zij menen dat zij dit doen door een prijs van f.2.000.000,- voor Startgas te aanvaarden. Het door u genoemde getal van f. 2.600.000,- kunnen zij dus niet accepteren.” 2.2.4 Deze gang van zaken, waarbij de koper, [eiseres], een hogere prijs wilde betalen dan de verkoper, [gedaagde], wilde ontvangen, is door [eiseres] niet weersproken. [eiseres] heeft gesteld dat zij een waardering van de aandelen in Stortgas heeft gemaakt op basis van verschillende documenten. Deze documenten waren gedeeltelijk als bijlage bij de latere overeenkomst gevoegd, deels was de herkomst van deze documenten niet duidelijk (althans, zo is tijdens het pleidooi door de advocaat van [eiseres] aangegeven). De advocaat van [gedaagde] heeft aangegeven dat [eiseres] deze documenten waarschijnlijk hadden ontvangen in hun hoedanigheid van indirect aandeelhouder van [gedaagde]. 2.2.5 Wat daarvan zij, uit de processtukken, en met name de (tekst) van de overeenkomst en uit hetgeen bij de pleidooien naar voren is gebracht, blijkt niet dat het uitgangspunt bij de vaststelling van de koopsom van de aandelen in Stortgas ‘de waarde’ van de aandelen is geweest. De koper, [eiseres], heeft voor de aandelen meer betaald dan deze volgens de verkoper, [gedaagde], waard waren. Gesteld noch gebleken is dat tussen partijen is overeengekomen op welke wijze, en aan de hand van welke gegevens de door [eiseres] gewenste hogere koopprijs berekend diende te worden. [eiseres] stelt de koopprijs te hebben gebaseerd op verschillende documenten. Van verschillende van deze documenten is de juistheid door [gedaagde] niet gegarandeerd in de overeenkomst. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat de hoogte van de koopprijs voor de aandelen Stortgas mede is vastgesteld in het licht van andere overeenkomsten die op dezelfde dag zijn gesloten en die betrekking hebben op de overdracht van aandelen in het kapitaal van enkele andere vennootschappen waarmee Stortgas in een groep verbonden was. Dat de koopprijs die [eiseres] voor de aandelen heeft voldaan geen juiste prijs zou zijn, kan in het licht van al het voorgaande niet als een tekortkoming aan [gedaagde] worden tegengeworpen. Er bestaat daarom geen aanleiding de koopsom voor de aandelen als uitgangspunt voor een schadeberekening te hanteren. De rechtbank zal de vordering van [eiseres] dan ook afwijzen voor zover deze is gebaseerd op vergoeding van schade omdat zij een te hoge koopsom voor de aandelen in Stortgas zou hebben voldaan. 2.2.6 Wat betreft de schade als gevolg van inbreuken op garanties overweegt de rechtbank als volgt. Door [gedaagde] is de garantie gegeven dat het eigen vermogen zoals genoemd in de jaarrekening 1993 juist is. [eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat het eigen vermogen lager was dan vermeld in de jaarrekening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.