RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 308966 / HA ZA 08-1457 Uitspraak: 4 februari 2009 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOCK TRANSPORT B.V., gevestigd te Hardinxveld-Giessendam, eiseres, advocaat mr. G.J. Schras, - tegen - de naamloze vennootschap FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V., gevestigd te Amstelveen, gedaagde, advocaat mr. W.M. van Rossenberg. Partijen worden hierna aangeduid als "Lock" respectievelijk "Fortis". 1 Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 27 augustus 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast, en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 20 november 2008; - brief van mr. Schras d.d. 4 december 2008 naar aanleiding van dat proces-verbaal. 2 De vaststaande feiten De rechtbank beschouwt de volgende feiten – voor zover thans van belang – als tussen partijen vaststaand, nu ze enerzijds zijn gesteld en anderzijds zijn erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties: 2.1 Lock heeft conform de door de verzekeringstussenpersoon Concordia Holland afgegeven covernote d.d. 2 februari 2006 (hierna: de covernote) met bijbehorende polisvoorwaarden haar vervoerdersaansprakelijkheid verzekerd bij Fortis. 2.2 In de covernote is onder andere – voor zover thans van belang – het volgende bepaald: “(…) VERZEKERD BEDRAG : € 500.000,- (…) INGANGSDATUM : 1 januari 2006 – 00:00 uur EINDDATUM : 31 december 2006 – 24:00 uur (…) (…)” 2.3 In de op de verzekering toepasselijke polisvoorwaarden is – voor zover thans van belang – het volgende bepaald: “6. EIGEN RISICO 6.1 De in het voorblad genoemde eigen risico’s gelden per schadegeval of reeks van met elkaar samenhangende schadegevallen, welke eenzelfde oorzaak hebben. (…) 6.4 Indien op een gebeurtenis volgens de bepalingen van aangehechte AC 001-2002 Clausule ladingdiefstallen bij beroepsgoederenvervoer over de weg de daarin vastgestelde aftrek van toepassing is zal het bedrag daarvan door de verzekerde worden gedragen. (…)” 2.4 De in artikel 6.4 van de polisvoorwaarden genoemde Clausule ladingdiefstallen bij beroepsgoederenvervoer over de weg (hierna: de clausule) luidt – voor zover thans van belang – als volgt: “1 -Ingeval van diefstal, verduistering of vermissing van een gehele lading, welke zich in een vervoermiddel* bevindt, onverschillig of die lading later geheel of gedeeltelijk wordt teruggevonden, zal onder de polis vallende schade worden vergoed onder aftrek van 30%, met een minimum van € 25.000,--. Bij diefstal, verduistering of vermissing van een deel van het vervoermiddel* of voertuigcombinatie geldt de aftrek overeenkomstig. - Indien de aftrek wordt toegepast zal vergoeding van schade onder de polis worden gemaximeerd tot een bedrag van € 125.000,- per schadegeval. Bij de berekening van het schadebedrag dat ten laste van de polis kan worden gebracht, zal de aftrek worden toegepast vóór andere in de polis voorkomende eigen risicobepalingen. 2 - De aftrek zal evenwel niet worden toegepast indien - het vervoermiddel* waarmee het transport plaatsvond, was uitgerust met een door de verzekeraar geaccepteerd en door SCM of een soortgelijke instantie goedgekeurd beveiligingssysteem, dat in overeenstemming is met de voorgeschreven beveiligingsklasse conform de bij deze clausule behorende risico indeling, mits de verzekerde aantoont dat het beveiligingssysteem ten tijde van de diefstal, verduistering of vermissing in werking was en - het door de verzekeraar geaccepteerd en door SCM of een soortgelijke instantie goedgekeurd beveiligingssysteem jaarlijks gecontroleerd en goedgekeurd is door een erkend inbouwbedrijf en - verzekerde en/of ondergeschikten en/of personen van wier hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt, alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder te vergen maatregelen heeft genomen om het risico van diefstal, verduistering te voorkomen. (…) * Onder een vervoermiddel worden mede begrepen aanhangwagens, opleggers, afzetbakken, containers etc. Een overzicht van de goedgekeurde producten en hun mogelijke toepassingen is te vinden op www.scm.nl onder “mechanische beveiliging”. Bij verschil van de tekst van deze clausule met de door het verbond van Verzekeraars, afdeling Transport, op 1 januari 2003, bij het secretariaat van het verbond gedeponeerde Clausule ladingdiefstallen bij beroepsgoederenvervoer over de weg, zullen alleen de bepaling van de laatste van kracht zijn.” 2.5 De in lid 2 van de clausule bedoelde beveiliging behoeft wanneer een beladen oplegger aan een trekker is gekoppeld uitsluitend op de trekker te zijn aangebracht, niet op de oplegger. 2.6 Bij de covernote zijn bijlagen “Risico-indeling beveiliging vervoer van goederen over de weg” gevoegd waarin diverse categorieën goederen worden vermeld met daarbij de “voorgeschreven beveiligingsklassen”. 2.7 Marlo Expeditie B.V. (hierna: Marlo) heeft in oktober 2006, in opdracht van C. Steinweg-Handelsveem B.V. (hierna: Steinweg), Lock opdracht gegeven om 25 bundels tin ingots te vervoeren van Rotterdam naar Balve, Duitsland. De partij tin ingots valt aan te merken als “non ferro metaal” in de zin van de genoemde Risico-indelingen. Lock heeft deze lading tin op 30 oktober 2006 in Rotterdam geladen in een oplegger, deze naar een door haar gehuurd, afgesloten parkeerterrein op het industrieterrein “De Peulen” te Hardinxveld-Giessendam gereden en aldaar geparkeerd. De oplegger stond gekoppeld aan de trekker geparkeerd. De betreffende trekker was uitgerust met een beveiliging van de klasse B- of BV-2. 2.8 In de nacht van 30 op 31 oktober 2006 is de oplegger met daarin de lading tin gestolen. 2.9 Lock is door Marlo en Steinweg aansprakelijk gesteld voor de schade. Tussen alle belanghebbenden en hun verzekeraars is een minnelijke regeling gesloten. Daarbij is met toestemming van Fortis overeengekomen dat Lock aansprakelijk is voor een bedrag van € 193.333,33. Lock heeft dit bedrag aan de ladingbelanghebbenden betaald. Fortis heeft terzake € 125.000,- aan Lock vergoed. 3 De vordering De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Fortis te veroordelen tot betaling van € 70.319,85, met rente en kosten. Lock heeft daartoe het volgende aangevoerd: 3.1 Fortis is op grond van de tussen partijen gesloten aansprakelijkheidsverzekering gehouden de gehele aansprakelijkheidsschade van Lock te vergoeden. Lock heeft derhalve nog van Fortis een hoofdsom te vorderen van (€ 193.333,33 -/- € 125.000,-) € 68.333,33. 3.2 De clausule is onduidelijk en mag niet ten nadele van de verzekerde worden uitgelegd. Daarom geldt de in de clausule bepaalde beperking op de algemene dekkingsomvang van € 500.000,- niet. 3.3 Voor zover de clausule wel van toepassing is, derhalve subsidiair, geldt dat er onvoldoende verband bestaat tussen het eventueel niet naleven van een in de clausule omschreven beveiligingsvoorschrift en de diefstal zoals die zich heeft voorgedaan. De diefstal zou niet voorkomen zijn indien de trekker was voorzien van een B- of BV-3-alarm, omdat de onverlaten de oplegger van de trekker hebben opgetild en de trekker met geblokkeerde remmen vanonder de dissel van de oplegger hebben gesleept, bij welke manipulaties ook een B- c.q. BV-3 beveiligingsinstallatie niet in werking zou zijn getreden. Daarom is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Fortis in dit geval een beroep op de beperking van dekking als bepaald in de clausule doet. 4 Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Lock in de kosten van het geding. Fortis heeft daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 Bij diefstal van de lading is de aansprakelijkheidsdekking volgens de clausule gemaximeerd tot € 125.000,-, tenzij aan de cumulatieve vereisten van lid 2 van de clausule is voldaan. 4.2 Lock heeft niet aan de in lid 2 van de clausule opgenomen vereisten voldaan, zodat de beperkte dekkingsomvang van € 125.000,- geldt. Immers, het voertuig beschikte niet over de voor de lading non ferro metaal vereiste beveiliging overeenkomstig beveiligingsklasse B- c.q. BV-3. Bovendien heeft Lock het voertuig niet overeenkomstig de instructies van Marlo op een bewaakt/beveiligd terrein geparkeerd. 5 De beoordeling 5.1 Centraal staat de vraag of Lock op grond van de verzekeringsovereenkomst recht heeft op volledige vergoeding van haar aansprakelijkheidsschade ten bedrage van € 193.333,33 óf dat de dekkingsomvang op basis van de onder 2.4 genoemde clausule is beperkt tot een bedrag van € 125.000,-. 5.2 Partijen debatteren over de uitleg van de clausule. De stellingen van partijen ten aanzien van de uitleg van de clausule zijn onder paragrafen 3 en 4 opgenomen. Teneinde de onder 5.1 genoemde vraag te kunnen beantwoorden, dient daarom allereerst te worden onderzocht welke betekenis c.q. uitleg aan de clausule moet worden gegeven. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 5.3 Zoals ook uit de laatste zin van de clausule blijkt, gaat het hier om de uitleg van een clausule die deel uitmaakt van een beurspolis. Nu over dergelijke voorwaarden niet tussen partijen onderhandeld pleegt te worden (en uit de stukken van het geding geen andere conclusie getrokken kan worden dan dat niet gesteld is dat zulks in dit geval anders is), is de uitleg daarvan met name afhankelijk van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de verzekeringsvoorwaarden als geheel. Uitgangspunt is dat het de verzekeraar vrijstaat om in de verzekeringsvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Dat brengt ook de vrijheid mee om daarbij – op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is – binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid te maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen. (vgl.: HR 16 mei 2008, NJ 2008, 284) 5.4 Aan de hand van deze maatstaf legt de rechtbank de clausule als volgt uit. Weliswaar biedt de in de covernote belichaamde verzekering in beginsel dekking voor het risico van aansprakelijkheid als vervoerder tot een maximumbeloop van € 500.000,- per schadegeval met een eigen risico als vermeld op het voorblad (zie voorblad en artikel 6.1 – 6.3 polisvoorwaarden), maar door middel van artikel 6.4 polisvoorwaarden en de clausule geldt bij aansprakelijkheid wegens diefstal, verduistering of vermissing van een gehele lading een beperktere dekkingsomvang in de vorm dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.