Uitspraak Rechtbank Rotterdam Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 290021 / HA ZA 07-2050 Uitspraak: 18 februari 2009 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY S.A., gevestigd te Genève, Zwitserland, eiseres, advocaat mr J.F. van der Stelt, - tegen - 1. de naamloze vennootschap FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V., gevestigd te Amstelveen, 2. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, 3. de naamloze vennootschap REAAL SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Zoetermeer, 4. de naamloze vennootschap AXA SCHADE N.V., gevestigd te Utrecht, 5. de naamloze vennootschap GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr R.W.J.M. te Pas. Partijen worden hierna aangeduid als "MSC" respectievelijk "de verzekeraars". 1. Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaardingen d.d. 8, 10 en 14 augustus 2007; - akte houdende overlegging producties van MSC; - conclusie van antwoord, met producties; - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 28 november 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast; - proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 8 mei 2008; - de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door MSC genomen akte houdende vermindering van eis, met producties. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast: 2.1 Op 2 juli 2004 heeft een chauffeur van L. Vos Transport B.V. (hierna: Vos) met een trekker met containerchassis een geladen 20'-container nr. MSCU 164200-1 opgehaald bij een containerterminal in Antwerpen en deze over de weg vervoerd naar Rotterdam. Die avond heeft de chauffeur van Vos de container afgeleverd bij het terrein van Niek Dijkstra Terminals B.V. (hierna: NDT) aan de Bunschotenweg te Rotterdam en daar in opslag gegeven. 2.2 Deze container was geladen met nikkelbriketten in vaten en was aan boord van het ms. MSC Peggy over zee vervoerd van Fremantle, Australië naar Antwerpen. Ingevolge de betreffende vervoerovereenkomst moest de container worden vervoerd naar een opslagruimte in Rotterdam. Ten behoeve van MSC was aan Vos opdracht gegeven om de container op 1 juli 2004 te vervoeren van Antwerpen naar het terrein van C. Steinweg-Handelsveem B.V. (hierna: Steinweg) aan het Parmentierplein te Rotterdam. 2.3 Tijdens het weekeinde van 3 en 4 juli 2004 is de container vanaf het terrein van NDT gestolen. De lading nikkelbriketten is verdwenen. 2.4 MSC is voor de High Court in Londen aangesproken tot vergoeding van de door de diefstal ontstane schade door WMC Resources Ltd. (hierna: WMC) en Steinweg. De voor het vervoer van Fremantle naar Rotterdam (warehouse) afgegeven waybill was op formulier van MSC, was ondertekend door haar Rotterdamse agent Mediterranean Shipping Company (Nederland) B.V. on behalf of the Master en vermeldde WMC als shipper en als consignee, dat laatste 'c/o C. Steinweg'. MSC heeft vervolgens - samen met haar Rotterdamse agent en haar expediteur (Medlog N.V.) - voor de rechtbank Rotterdam een vordering ingesteld tegen Vos en NDT tot vergoeding van hetgeen MSC zou moeten voldoen aan WMC en Steinweg (procedure met zaak-/rolnummer 228143/HA ZA 04-3212). Vos heeft in die procedure een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van NDT ingesteld. 2.5 NDT is op 11 januari 2005 in staat van faillissement verklaard. De procedure tegen NDT is daardoor geschorst. 2.6 NDT had haar aansprakelijkheid onder een stuwadoorsaansprakelijkheidsverzekering verzekerd bij de verzekeraars. De curator van NDT heeft de rechten die NDT onder deze verzekering kan uitoefenen jegens de verzekeraars gecedeerd aan MSC. 3. De vordering De gewijzigde vordering luidt, verkort weergegeven, om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, I. voor recht te verklaren dat NDT aansprakelijk is voor de door MSC en Vos geleden schade; II. de verzekeraars te veroordelen, ieder voor het percentage waartoe zij zich onder de polis verbonden hebben, om aan MSC te voldoen: A. USD 310.000,- en GBP 18.500,-, B. GBP 22.870,-, deze bedragen vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, alsmede met de buitengerechtelijke incassokosten van € 4.165,-, met veroordeling van de verzekeraars in de kosten van het geding. Daaraan heeft MSC - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 NDT is aansprakelijk voor de schade als gevolg van de diefstal: jegens Vos uit wanprestatie onder een bewaarnemingsovereenkomst en uit onrechtmatige daad, jegens MSC uit onrechtmatige daad. NDT is tegenover MSC gehouden tot vergoeding van hetgeen MSC wegens diefstalschade vergoed heeft aan WMC en Steinweg en van alle bijkomende kosten voortgevloeid uit de procedure in Londen. Ook haar opdrachtnemer Vos is daarvoor tegenover MSC aansprakelijk en Vos heeft op haar beurt een vordering op NDT tot vergoeding van hetgeen Vos aan MSC verschuldigd is. Vos heeft aan MSC last gegeven tot het op eigen naam ten behoeve van Vos vorderen van schadevergoeding van NDT. 3.2 MSC heeft als cessionaris van NDT onder de aansprakelijkheidsverzekering jegens de verzekeraars aanspraak op vergoeding van de door MSC betaalde schadevergoeding en bijkomende kosten. Ingevolge een met WMC en Steinweg getroffen schikking heeft MSC USD 310.000,- en GBP 18.500,- betaald. De door MSC gemaakte proceskosten bedragen GBP 22.870,-. 4. Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van MSC in de kosten van het geding. De verzekeraars hebben daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 NDT is niet aansprakelijk, noch jegens Vos, noch jegens MSC. Haar kan geen verwijt van de diefstal worden gemaakt. Zij is niet tekortgeschoten onder de bewaarnemingsovereenkomst en heeft ook niet onrechtmatig gehandeld. Zij kan in elk geval een beroep op overmacht doen. Bovendien was sprake van eigen schuld aan de zijde van Vos/MSC, zodat de schade geheel of merendeels voor hun rekening dient te blijven. 4.2 Op de overeenkomst tussen NDT en Vos waren de op het afgegeven 'interchange receipt' vermelde algemene voorwaarden van toepassing. Nu het ging om bewaarneming waren dat de Rotterdamse opslagvoorwaarden. Ingevolge deze voorwaarden is NDT niet of beperkt aansprakelijk. Daarnaast kan NDT zich op grond van art. 28 lid 3 CMR beroepen op de beperkingen van dit verdrag (art. 23 CMR). 4.3 MSC was geen eigenaar van de goederen en evenmin opdrachtgever van NDT. Er kan geen sprake zijn van een geschonden norm die de belangen van MSC beoogde te beschermen. 4.4 De gevorderde bedragen en rente worden betwist. 5. De beoordeling 5.1 De gestelde lastgeving van Vos aan MSC is - na aanvankelijke betwisting en nadat een akte d.d. 1 juli 2007 was overgelegd - niet langer in geschil. 5.2 Vaststaat dat op 2 juli 2004 een bewaarnemingsovereenkomst met betrekking tot de bewuste container is totstandgekomen tussen NDT en Vos, terwijl tussen NDT en MSC geen contractuele relatie bestond. De rechtsverhouding tussen NDT en MSC wordt beheerst door Nederlands recht. 5.3 De chauffeur van Vos heeft de container op de avond van 2 juli 2004 bij NDT te Rotterdam afgegeven. Deze ontving toen van NDT een 'interchange receipt'. Op dat stuk stond onder meer gedrukt:"Op al onze werkzaamheden zijn de laatstelijk ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam gedeponeerde Algemene Voorwaarden van de Vereniging van Rotterdamse Stuwadoors, de Algemene Voorwaarden der Federatie van Nederlandse Expediteursorganisatie en Rotterdamse opslagvoorwaarden van toepassing." Deze tekst was ook afgedrukt op facturen die NDT in april, mei en juni 2004 voor uitgevoerde werkzaamheden had verstuurd aan Vos en die zijn overgelegd bij wijze van voorbeeld en ter onderbouwing van de gestelde bestendige relatie tussen NDT en Vos. 5.4 In de op deze stukken afgedrukte tekst wordt verwezen naar drie onderling verschillende stellen algemene voorwaarden, die alle - cumulatief, niet alternatief - op de werkzaamheden van NDT van toepassing worden verklaard, zonder dat op enigerlei, voor Vos begrijpelijke wijze is aangegeven of nader is geregeld welke van die stellen in het concrete geval van toepassing zou moeten zijn. Dat leidt ertoe dat geen van de stellen algemene voorwaarden op de rechtsverhouding tussen NDT en Vos toepasselijk is. Daaraan doet niet af dat in dit geval tussen hen een bewaarnemingsovereenkomst is totstandgekomen, noch dat deze partijen beide werkzaam zijn in de logistieke dienstverlening waarin de genoemde voorwaarden vaak worden gehanteerd (overigens bevatten deze stellen alle drie bepalingen met betrekking tot bewaarneming, die onderling afwijken). De overige bezwaren die tegen gelding van bepaalde algemene voorwaarden zijn aangevoerd kunnen onbesproken blijven. 5.5 Als gevolg van de diefstal van de container was NDT niet in staat te voldoen aan haar verplichting tot teruggave daarvan (artt. 7:600 en 7:605 lid 4 BW). Voor deze tekortkoming en voor de daardoor ontstane schade is NDT jegens Vos aansprakelijk, tenzij NDT aantoont dat de diefstal haar niet kan worden toegerekend, omdat zij heeft voldaan aan haar verplichting tot het in acht nemen van de zorg van een goed bewaarnemer (art. 7:602 BW). Voor aansprakelijkheid tegenover MSC is vereist dat NDT niet de haar betamende zorgvuldigheid heeft betracht tegenover derde-belanghebbenden bij de zich onder haar in opslag bevindende container. Bij de beoordeling van één en ander zijn diverse omstandigheden van belang. 5.6 Overgelegd zijn onder meer: een expertiserapport van Hettema + Disselkoen B.V. (ingeschakeld door de verzekeraars van Vos), een expertiserapport van EVH Surveys International B.V. (ingeschakeld door verzekeraars van WMC), een expertiserapport van Expertisebureau A. Hammacher (ingeschakeld door verzekeraars van NDT), een proces-verbaal van aangifte van diefstal door [X.] van NDT, een getuigenverklaring van [Y.], destijds terminal medewerker bij NDT en een verklaring van [Z.], chauffeur in dienst van Vos. 5.7 Gelet op deze stukken en op hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, kan het navolgende worden overwogen. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.