RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 278952 / HA ZA 07-520 Uitspraak: 6 mei 2009 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de naamloze vennootschap HDI VERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Rotterdam, eiser (in vrijwaring), hierna te noemen: HDI, advocaat mr. P.H.Ch.M. van Swaaij. - tegen - 1. de besloten vennootschap HOLLAND TRANSPORT INNOVATION B.V., gevestigd te 's-Gravendeel, gedaagde 1 (in vrijwaring), hierna te noemen: HTI, advocaat mr. M.S. van Dijk, 2. [gedaagde sub 2], wonende te Antwerpen (België), gedaagde 2 (in vrijwaring), advocaat mr. R.F.L.M. van Dooren, 3. de vereniging NEDERLANDS BUREAU DER MOTORRUITUIGVERZEKERAARS, gevestigd te Rotterdam, gedaagde 3 (in vrijwaring), hierna te noemen: NBM, advocaat mr. R.F.L.M. van Dooren. 1. Het verloop van het geding 1.1. Over de onderhavige kwestie lopen de navolgende procedures bij deze rechtbank. De procedure met kenmerk 291248 / HA ZA 07-2245 betreft de door [persoon 1] ingestelde hoofdzaak tegen [gedaagde sub 2] en [persoon 2], waarin voorts HDI als tussenkomende partij optreedt. Deze hoofdzaak is bij incidenteel vonnis van 2 mei 2007 van de rechtbank Roermond, waar de zaak aanhangig was gemaakt, naar de rechtbank Rotterdam verwezen om wegens connexiteit te worden gevoegd met een andere (hoofd)zaak (met kenmerk 270499 / HA ZA 06-2829). Aan de eerstgenoemde hoofdzaak is een vrijwaringsprocedure verbonden, ingesteld door [gedaagde sub 2] tegen HDI (kenmerk 300627 / HA ZA 08-363). Genoemde andere hoofdzaak (met kenmerk 270499 / HA ZA 06-2829) is ingesteld door het Berufsgenossenschaft Fur Fahrzeughaltungen tegen [persoon 2], [gedaagde sub 2], HDI en het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars. Hieraan zijn twee vrijwaringsprocedures verbonden, de procedure (kenmerk 278952 / HA ZA 07-520) ingesteld door HDI tegen Holland Transport Innovation BV, [gedaagde sub 2] en het NBM, alsmede de procedure met kenmerk 280910 / HA ZA 07-803, ingesteld door [gedaagde sub 2] en NBM tegen HDI. Al deze zaken zullen zo veel mogelijk gelijktijdig en in onderlinge samenhang bezien worden beoordeeld, maar dienen voor het overige als zelfstandige zaken te worden behandeld. Omwille van de overzichtelijkheid worden in alle zaken afzonderlijke vonnissen gewezen. Heden worden in genoemde zaken vijf vonnissen gewezen. 1.2. De rechtbank heeft in de onderhavige zaak kennisgenomen van de volgende stukken: ? de exploiten van dagvaarding van 11 en 12 januari 2007, met de producties 1 tot en met 4 en de bijlagen 1 tot en met 4; ? de conclusie van antwoord van HTI ? de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] en NBM, met productie 1; ? de conclusie van repliek jegens HTI; ? de conclusie van repliek jegens [gedaagde sub 2] en NBM; ? de conclusie van dupliek van HTI; ? de akte uitlating van HDI, met de producties 1 tot en met 8; ? de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 2] en NBM; ? de antwoordakte van HTI, met de producties 1 tot en met 3; ? de akte houdende productie van [gedaagde sub 2] en NBM; ? de akte uitlating productie van HDI; ? de akte uitlating producties van HDI. 2. Het geschil HDI vordert - verkort weergegeven - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. te verklaren voor recht dat HDI jegens HTI niet gehouden is tot dekking van de onderhavige schade onder de door HTI met HDI gesloten verzekeringsovereenkomst; en voorts HTI te veroordelen, gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak, om aan HDI te betalen al hetgeen waartoe HDI als gedaagde in de hoofdzaak en bij vonnis in de schadestaatprocedure ten behoeve van BGF mocht worden veroordeeld, met veroordeling van HTI in de kosten van de hoofdprocedure en van de vrijwaring, te vermeerderen met rente en overige kosten; b. [gedaagde sub 2] en NMB te veroordelen, gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak, om aan HDI te betalen waartoe HDI als gedaagde in de hoofdzaak en bij vonnis in de schadestaatprocedure ten behoeve van BGF mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde sub 2] en NMB in de kosten van de hoofdprocedure en van de vrijwaring, te vermeerderen met rente en overige kosten. HTI voert verweer tegen deze vorderingen en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van HDI in de kosten van het vrijwaringsincident (bedoeld zal zijn: van de vrijwaringsprocedure), inclusief nakosten. [gedaagde sub 2] en NBM voeren eveneens verweer tegen de vorderingen en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van HDI, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de vrijwaringsprocedure. 3. De beoordeling 3.1. In het vonnis in de hoofdzaak is heden geoordeeld dat [persoon 2] en Niessen ieder voor 50% de schade van Niessen dienen te dragen. HDI heeft als WAM-verzekeraar van het door [persoon 2] bestuurde voertuig in beginsel dan ook belang bij haar vordering in vrijwaring. Vorderingen op HTI 3.2.1. In deze procedure is onduidelijkheid ontstaan omtrent de positie en persoon van gedaagde HTI. 3.2.2. Aanvankelijk heeft HDI, bij dagvaarding (onder 7) aangevoerd dat het door [persoon 2] bestuurde voertuig op naam stond van [persoon 3] te 's-Gravendeel en dat HTI noch de bezitter noch de kentekenhouder was van het voertuig, zodat bij gebreke van belang er geen sprake was van een verzekering. Bij akte ("uitlating nieuwe weren bij dupliek") heeft HDI zich evenwel op het standpunt gesteld dat tussen partijen niet ter discussie staat dat HTI eigenaar was van het door [persoon 2] bestuurde voertuig. Vervolgens heeft HTI, onder overlegging van producties, bij antwoordakte betoogd dat krachtens een op 13 maart 2001 door haar met Gunay International Transport (hierna: GIT) gesloten overeenkomst van huurkoop het voertuig in gebruik is genomen door GIT, bij wie [persoon 2] ten tijde van het ongeval in dienst was, alsmede dat huurkoop niet onder de uitsluiting van artikel 1.1.1 van de polisvoorwaarden valt. HDI heeft zich, bij akte uitlating producties, (nog) niet uitgelaten over de vraag in welk opzicht de overeenkomst van huurkoop voor de toepassing van artikel 15 lid 2 WAM van belang is, in het geval dat er van kan worden uitgegaan dat HTI de verzekeringnemer is. 3.2.3. HDI heeft bij voormelde akte aangevoerd dat de door HTI gestelde overeenkomst van huurkoop is gesloten door Holland Innovation Holding NV, handelende onder de naam Holland Transport Innovation. De polis is, aldus HDI, evenwel afgegeven op naam van "Holland Transport Innovation BV", om welke reden deze (niet bestaande?) vennootschap is gedagvaard, waarop "HTI" in rechte is "verschenen". HDI bepleit dat in deze procedure moet worden aangenomen dat de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen met Holland Innovation Holding NV, dat deze (naamloze) vennootschap is gedagvaard en dat deze in rechte is verschenen, zodat met een aanpassing van de aanduiding van deze procespartij kan worden volstaan. HTI dient de gelegenheid te krijgen zich omtrent het bovenstaande uit te laten. Reeds nu wordt over de verdere inhoudelijke aspecten van de zaak het volgende overwogen. 3.3.1. Voor wat betreft de vorderingen van HDI jegens HTI kan worden vooropgesteld dat bij vonnis in de hoofdzaak is vastgesteld dat [persoon 2] 50% van de schade van Niessen dient te dragen. Voorts geldt het volgende. HDI legt, zo begrijpt rechtbank haar stellingen, aan haar vorderingen ten grondslag: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.