RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 41220 / HA ZA 95-1773 Uitspraak: 20 mei 2009 VONNIS in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres], gevestigd te Drachten, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.J.A. Bron-Slis, - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde], gevestigd te Joure, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. O.A. van Oorschot. Partijen blijven aangeduid als [eiseres] en [gedaagde]. 1 Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank van 14 mei 2008 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken, hierna: het tussenvonnis; - akte van [eiseres] d.d. 11 juni 2008, houdende overlegging van producties, tevens houdende wijziging van eis, met producties; - nadere akte in conventie, tevens houdende antwoordakte in conventie, tevens akte in reconventie, mede houdende wijziging van eis in reconventie van [gedaagde] d.d. 9 juli 2008, met producties; - nadere akte in conventie en reconventie van [eiseres] d.d. 17 september 2008, met producties; - nadere antwoordakte in conventie en in reconventie van [gedaagde] d.d. 26 november 2008. 2 De verdere beoordeling in conventie 2.1 Algemeen 2.1.1 De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist, met inachtneming van hetgeen hierna is overwogen omtrent de kanttekeningen die [gedaagde] heeft gemaakt bij dat vonnis, en naar aanleiding van hetgeen [eiseres] nog heeft opgemerkt naar aanleiding van overwegingen over de betekenis die bij de beoordeling van dit geschil toekomt aan ‘de’ waarde van de aandelen in Stortgas. In het tussenvonnis is een aantal begrippen gedefinieerd. De rechtbank zal begrippen in dit vonnis dienovereenkomstig hanteren. 2.1.2 Bij het tussenvonnis is de rechtbank ingegaan op het in haar opdracht uitgebrachte rapport van de deskundige [deskundige] RA RV en op hetgeen partijen daaromtrent hebben aangevoerd. Voorts zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten naar aanleiding van het oordeel van de rechtbank dat de vordering op grond van artikel 4.1 van de overeenkomst zich niet leent voor verwijzing naar de schadestaatprocedure, nu deze vordering moet worden gekenschetst als een vordering tot nakoming. Partijen hebben die gelegenheid benut. 2.2 Nader:schade als gevolg van inbreuk op garantie ter zake van eigen vermogen 2.2.1 Ten aanzien van de door [eiseres] gestelde schade als gevolg van inbreuk op de garanties heeft de rechtbank in het tussenvonnis nader uiteengezet waarom bij de berekening van die schade niet als uitgangspunt kan dienen dat betaalde koopprijs voor de aandelen in Stortgas niet een juiste prijs, overeenstemmend met ‘de’ waarde van die aandelen, zou zijn. 2.2.2 In hetgeen daarover toen is overwogen en beslist, ligt besloten dat in deze zaak in verband met de vaststelling van door [eiseres] geleden schade aan ‘de’ waarde van de aandelen in Stortgas geen zelfstandige, en in ieder geval geen doorslaggevende betekenis toekomt, nu deze immers bij de onderhandelingen over de overname van de aandelen in Stortgas en de voorwaarden waaronder deze overname zou plaatsvinden niet, en in ieder geval niet primair, leidend is geweest. De koopprijs is immers uiteindelijk op aangeven van de koper vastgesteld op een bedrag dat hoger was dan de waarde die volgens de verkoper aan de aandelen kon worden toegekend – en overigens nog op een lager bedrag dan door de koper gewenst ¬– bij welke vaststelling, zo volgt uit de stukken, uitdrukkelijk ook andere factoren dan ‘de’ waarde van de aandelen (mede)bepalend waren zoals de samenhang met enkele andere aandelentransacties die gelijktijdig plaatsvonden en de vraag welke (ver)koopprijs ook jegens derden zonodig verantwoord zou kunnen worden. Voor een nadere heroverweging is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door [eiseres] verzocht, dan ook geen plaats. 2.2.3 Met [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat ter zake van de geconstateerde inbreuk op de garantie die het eigen vermogen van Stortgas betreft, het positieve belang voor vergoeding in aanmerking komt. Daarbij heeft inderdaad als uitgangspunt te gelden hetgeen onder 8.9 in het vonnis van 17 september 1998 is overwogen, zoals aangehaald in overweging 2.2.6, 2e alinea van het tussenvonnis, en bestaat er geen grond om een correctie toe te passen op het verschil tussen het gegarandeerde eigen vermogen per ultimo 1993 en het nader vastgestelde (lagere) eigen vermogen per die datum dat ingevolge die overweging als schade moet worden aangemerkt. Nader deskundigenonderzoek is daartoe niet noodzakelijk. 2.2.4 [gedaagde] wijst thans op het vervolg van de hier bedoelde overweging 8.9, waarin de rechtbank de mogelijkheid heeft opengehouden een correctie op het onder 2.2.3 bedoelde verschil toe te passen in verband met mogelijk in de jaarrekening 1993 reeds verantwoorde, maar eerst in 1994 tot uiting gekomen winsten. Daaraan ligt ten grondslag, zoals ook kan blijken uit de zesde vraag zoals deze is geformuleerd in overweging 8.10 van het vonnis van 17 september 1993, dat de te vroege winstneming per saldo geen invloed zou hebben gehad op ‘de waarde’ van de aandelen. Die waarde kan evenwel naar het oordeel van de rechtbank in dit verband op gronden van hetgeen daarover bij het tussenvonnis en hiervóór is overwogen niet als maatgevend gelden. 2.2.5 Er bestaat dan ook geen grond om terug te komen op hetgeen op dit punt reeds is overwogen en hetgeen in overwegingen 2.2.11 en 2.2.12 van het vonnis van 14 mei 2008 is beslist. 2.3 Nader: oninbare debiteuren 2.3.1 In overweging 2.2.8 van het tussenvonnis heeft de rechtbank zich er rekenschap van gegeven dat het hof heeft overwogen dat [eiseres] nog aandacht moest besteden aan de daadwerkelijke oninbaarheid van de als oninbaar aangemerkte vorderingen, en aan haar inspanningen om tot voldoening te komen. De rechtbank heeft op gronden als in het tussenvonnis overwogen geoordeeld dat voldoende aannemelijk is geworden dat de oninbare vorderingen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst inderdaad al oninbaar waren en dat van [eiseres] onder de gegeven omstandigheden niet meer verlangd kon worden zich desondanks voor inning van die vorderingen in te spannen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee het punt waar het hof op heeft gewezen afdoende behandeld. 2.3.2 De rechtbank ziet dan ook geen grond haar oordeel op dit onderdeel te heroverwegen. 2.4 Vergoeding kosten c.a. 2.4.1 Nadat in het tussenvonnis was geoordeeld dat dit onderdeel van de vorderingen van [eiseres] niet kan worden aangemerkt als een vordering uit hoofde van een verplichting tot schadevergoeding uit de wet, maar als een vordering tot nakoming, en dat op die grond een schadestaatprocedure niet de aangewezen weg is, heeft [eiseres], in de gelegenheid gesteld zich daaromtrent uit te laten, haar oorspronkelijke vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat gewijzigd. Na een daarop volgende vermeerdering van eis vordert [eiseres] thans op dit punt dat de rechtbank [gedaagde] zal veroordelen om [eiseres] een schadevergoeding te betalen als bedoeld in punt 18 van de dagvaarding ad € 518.370,63, met nevenvorderingen. 2.4.2 [eiseres] heeft in haar akte van 11 juni 2008, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 4.1 en 4.2 van de overeenkomst, aan dit onderdeel van haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] in geval van een garantieschending alle schade en kosten die [eiseres] daardoor lijdt dient te vergoeden, waaronder – ten overvloede – tevens begrepen de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. De BTW heeft zij daarbij op nader omschreven gronden buiten beschouwing gelaten, en van enige aftrek onder de vennootschapsbelasting is geen sprake, aldus [eiseres]. 2.4.3 Bij de akte van 11 juni 2008 heeft [eiseres] ter adstructie van haar vorderingen facturen overgelegd van haar advocaten vanaf 1995, alsmede een overzicht van declaraties van het Accountantskantoor Kingma dat [eiseres] en haar advocaten in deze procedure heeft bijgestaan, welk overzicht deels is gebaseerd op schattingen. Voorts heeft [eiseres] bij die akte een declaratie overgelegd van Adviesbureau Iwaco, dat haar heeft geassisteerd in verband met de door haar ten laste van [gedaagde] gelegde beslagen. Ten slotte heeft [eiseres] een schatting gemaakt van de interne kosten van haar hoofd financiën [persoon 1], en heeft zij erop gewezen dat zij het voorschot voor de deskundige in deze procedure heeft betaald. 2.4.4 [gedaagde] heeft daartegenover bij antwoordakte primair aangevoerd dat het bepaalde onder 4.1 en 4.2 van de overeenkomst niet kan dienen als grondslag voor dit onderdeel van de vordering, maar dat daarvoor hetgeen in de overeenkomst onder 5.7 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.