RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 314388 / HA ZA 08-2167 Uitspraak: 27 mei 2009 (bij vervroeging) VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de onderlinge waarborgmaatschappij TVM U.A.., handelend onder de naam TVM VERZEKERINGEN, gevestigd te Hoogeveen, eiseres, advocaat mr. E.M. Olinga, - tegen - 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STENA LINE B.V., gevestigd te Hoek van Holland, 2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging PRV BOLAG, handelend onder de naam STENA LINE SCANDINAVIA AB, gevestigd te Gothenburg, Zweden, 3. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging STENA LINE SCANDINAVIA AB, gevestigd te Gothenburg, Zweden, gedaagden, advocaat mr. J.F. van der Stelt. Eiseres wordt hierna aangeduid als “TVM”, gedaagde sub 1 als “Stena BV” en de overige gedaagden met hun vennootschappelijke naam. 1 Het verdere verloop van het geding 1.1 De rechtbank verwijst naar het tussenvonnis van 28 januari 2009. Ingevolge dat tussenvonnis heeft op 7 mei 2009 een comparitie van partijen plaats gevonden. De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van die comparitie. Partijen hebben vonnis gevraagd. 2 De vordering en het verweer 2.1 TVM vordert – samengevat weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de gedaagden gezamenlijk zal veroordelen om aan haar €12.597,40 te vermeerderen met rente en kosten te betalen. Daartoe stelt TVM in het kort het volgende. 2.2 FTT Holland B.V. (hierna: FTT) heeft zich ten opzichte van BBE Bloemen B.V. (hierna: BBE) verbonden om een partij bloemen van Aalsmeer naar een geadresseerde in Spalding, Verenigd Koninkrijk, over de weg te vervoeren. FTT heeft de partij bloemen op 16 maart 2007 in goede toestand ten vervoer ontvangen in haar koeloplegger met kenmerk FT5144. 2.3 Stena BV heeft van FTT opdracht aanvaard om de koeloplegger FT5144 met daarin de partij bloemen per schip te vervoeren van Hoek van Holland naar Harwich, waarbij Stena BV zich heeft verbonden om de partij bloemen bij + 4º Celsius te vervoeren. Stena BV heeft dat laatste bevestigd met de tekst “Special Handling: Temperature controlled” in haar boekingsbevestiging (productie 1b bij conclusie van antwoord). Gedaagden hebben in hun computer ingevoerd dat een temperatuur van + 4º Celsius diende te worden aangehouden, zoals blijkt uit de vermelding “+4” in het vakje “Temp B: ” op de afdruk van het scherm van die computer (productie 2 bij conclusie van antwoord). 2.4 Stena BV heeft de partij bloemen in goede staat ten vervoer in ontvangst genomen. In weerwil van de gemaakte afspraken heeft Stena BV de instelling van het koelaggregaat van de oplegger gewijzigd waardoor het aggregaat diepvriestemperatuur in de oplegger is gaan bewerkstelligen. In ieder geval heeft Stena BV de partij bloemen in de oplegger niet bij + 4º Celsius, maar bij een diepvriestemperatuur vervoerd. Bij aflevering van de partij bloemen in Spalding bleek dat deze was bevroren. De schade aan de partij bloemen is door een expert vastgesteld op € 13.347,40. Ingevolge artikel III. 10.1 van de toepasselijke Conditions of Carriage of Goods by Sea is Stena BV aansprakelijk voor de aan de partij bloemen ontstane schade. 2.5 Ladingbelanghebbenden hebben FTT tot schadevergoeding aangesproken. Als vervoerdersaansprakelijkheidsverzekeraar van FTT heeft TVM de schade, onder aftrek van een eigen risico van € 750,-, aan ladingbelanghebbenden vergoed. TVM vordert van gedaagden vergoeding van het saldo van €12.597,40. 2.6 Het verweer van gedaagden strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van TVM in de kosten bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Gedaagden voeren daartoe – samengevat weergegeven – het volgende aan. 2.7 TVM heeft in geen geval iets van PRV BOLAG en van STENA LINE SCANDINAVIA AB te vorderen. Die partijen staan buiten het geschil. 2.8 Gedaagden erkennen dat FTT als afzender met Stena BV als vervoerder heeft gecontracteerd voor het zeevervoer van Hoek van Holland naar Harwich. Gedaagden betwisten dat TVM als verzekeraar van FTT de schade aan ladingbelanghebbenden heeft vergoed. Uit de voor het vervoer van Aalsmeer naar Spalding opgemaakte vrachtbrief (productie 1 bij akte zijdens TVM) blijkt dat BBE (niet met FTT, maar) met Tunderman Transport BV (hierna: Tunderman) de vervoerovereenkomst heeft gesloten. Ook uit een brief van Delta Lloyd aan Tunderman van 11 juni 2007 (productie 4 bij conclusie van antwoord) blijkt dat Tunderman ten opzichte van BBE de vervoeder was. Uit die brief in samenhang met een brief van Delta Lloyd aan de advocaat van gedaagden van 16 mei 2008 (productie 5 bij conclusie van antwoord) blijkt dat TVM als aansprakelijkheidsverzekeraar van Tunderman de schade heeft afgewikkeld met Delta Lloyd als verzekeraar van BBE. Omdat derhalve TVM niet is getreden in de rechten van FTT, de afzender ten opzichte van Stena BV, heeft TVM geen op overeenkomst gegrond vorderingsrecht ten opzichte van Stena BV. 2.9 De oplegger FT5144 was voorzien van een koelaggregaat dat werd aangedreven met behulp van dieselolie. Stena BV heeft die oplegger van Hoek van Holland naar Harwich vervoerd en aldaar afgeleverd. Gedaagden betwisten dat Stena BV op zich heeft genomen om de partij bloemen in de oplegger bij + 4º Celsius, of welke temperatuur dan ook, te vervoeren. Stena BV was tot niet meer verplicht dan tot het controleren van de door FTT bij de boeking opgegeven temperatuur van + 4º Celsius (vandaar de vermelding op de afdruk van het computerscherm: “Temp B: +4”) met de door haar met behulp van een CCTV-systeem bij de poort van haar haventerrein aan de buitenkant van de oplegger af te lezen temperatuur. Uit de afdruk van het computerscherm blijkt dat het CCTV-systeem heeft vastgelegd dat het koelaggregaat op de oplegger FT5144 als temperatuur te lezen gaf “Temp R: +7”. Het verschil tussen + 4º en + 7º Celsius is te gering om daarvan melding te maken bij de afzender. Stena BV heeft voldaan aan haar verplichtingen. Gedaagden betwisten dat Stena BV de temperatuursinstelling van het koelaggregaat van de oplegger heeft gewijzigd. Het personeel van Stena BV heeft uitdrukkelijke instructie om niet aan de koelaggregaten van vervoermiddelen te komen. 2.10 Gedaagden betwisten dat bij aflevering van oplegger FT5144 in Harwich is vastgesteld dat de partij bloemen in de oplegger bevroren was. De chauffeur die de koeloplegger in Harwich in ontvangst heeft genomen heeft verklaard dat de temperatuur op dat moment + 4º Celsius was. De chauffeur heeft bij inontvangstneming van de beladen oplegger geen opmerkingen gemaakt, waarbij gedaagden verwijzen naar de “Port Collection / Delivery Note” d.d. 17 maart 2007 (productie 3 bij conclusie van antwoord). Mogelijk is de partij bloemen in de oplegger tijdens het vervoer van Aalsmeer naar Spalding bevroren geraakt, maar daarvoor is Stena BV niet aansprakelijk, omdat zij alleen maar voor het vervoer van de oplegger en de controle op van buitenaf zichtbare instelling van het koelaggregaat verantwoordelijk was. Bovendien is Stena BV niet aansprakelijk indien de schade terug te voeren valt op een defect van het koelaggregaat. 2.11 Gedaagden betwisten dat de als bijlage 4 bij het expertiserapport (productie 2 bij akte zijdens TVM) in het geding gebrachte uitprint van een temperatuurmeter de temperatuur in de oplegger FT5144 tijdens het vervoer weergeeft. Indien die uitprint dat wel blijkt te doen, toont die uitprint in onderling verband met de door de beide chauffeurs in Hoek van Holland en Harwich, alsmede door Stena BV afgelezen temperaturen aan de buitenkant van de oplegger aan (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.