RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 295043 / HA ZA 07-2757 Uitspraak: 6 januari 2010 VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van: de stichting WONINGSTICHTING HAAG WONEN, gevestigd te ‘s-Gravenhage, eiseres, advocaat mr. W.A.M. Rupert, - tegen - de naamloze vennootschap AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V. (rechtsopvolgster van Fortis Corporate Insurance N.V.), gevestigd te Amstelveen, gedaagde, advocaat mr. W.L. Stolk. Partijen worden hierna aangeduid als “Haag Wonen” respectievelijk “Fortis”. 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaarding d.d. 16 oktober 2007 en de door Haag Wonen overgelegde producties; - conclusie van antwoord, met producties; - conclusie van repliek tevens houdende akte vermeerdering eis, met producties; - conclusie van dupliek, met producties; - de bij gelegenheid van de pleidooien overgelegde pleitnotities. 2 De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast: 2.1 Bij akte van 29 december 1998 heeft de gemeente ’s-Gravenhage aan de woningstichting VZOS, de rechtsvoorgangster van Haag Wonen, (hierna eveneens aangeduid als Haag Wonen) de woonwagenlocatie Isabellaland (hierna: de locatie) in erfpacht uitgegeven. 2.2 Deze erfpachtuitgifte strekte ter uitvoering van de op 27 november 1998 tussen de gemeente ’s-Gravenhage en de Vereniging van Haagse Woningcorporaties gesloten “raamovereenkomst overdracht van het beheer en eigendom van de woonwagenlocaties in Den Haag”. Deze raamovereenkomst is aangevuld en er is een bijbehorende takenverdeling opgesteld. 2.3 Uit deze raamovereenkomst vloeit voor Haag Wonen onder meer de verplichting voort om de 18 op de locatie aanwezige standplaatsen te verhuren aan door de gemeente ’s-Gravenhage aangewezen bewoners. Deze standplaatsen waren ten tijde van uitgifte in erfpacht reeds verhuurd door de gemeente ’s-Gravenhage. 2.4 Haag Wonen heeft, als verzekeringnemer, per 1 juli 1999 door bemiddeling van de assurantietussenpersoon AON Risico Management (hierna: AON) een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering met polisnummer V0100031455 gesloten (hierna: de verzekeringsovereenkomst). Haag Wonen is één van de verzekerden; daarnaast zijn als verzekerden ook genoemd Haagsche Woningstichting “Braamstraat”, Beheerpanden van de Gemeente ’s-Gravenhage en Stichting Exploitatie Kantoor Zoutkeetsingel. Het betreft een beurspolis en Fortis is voor 100% risicodrager op de polis. De verzekeringsovereenkomst is steeds per 1 januari van het nieuwe jaar met een periode van twaalf maanden verlengd en uiteindelijk op 31 december 2003 beëindigd. 2.5 Op de verzekeringsovereenkomst zijn van toepassing de verzekeringsvoorwaarden VA930-01 Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven, alsmede aanvullende clausules (hierna: de polisvoorwaarden), waaronder de clausule VA 0921-008 Activiteiten (hierna: de activiteitenclausule). De polisvoorwaarden zijn opgesteld door Aon. 2.6 De activiteitenclausule luidt als volgt: “De activiteiten van verzekerde zijn: eigenaresse/exploitante van onroerend goed, met een eigen onderhoudsdienst, alsmede directie of aannemer van nieuwbouw of woningen of bedrijfsruimten en/of renovatieprojecten met alle daarbij en daartoe behorende werkzaamheden en activiteiten, geen uitgezonderd.” 2.7 De verzekeringsvoorwaarden VA930-01 luiden – voor zover thans van belang – als volgt: “(…) 12 De verzekering dekt de aansprakelijkheid van verzekerden voor door derden geleden schade (…) als gevolg van: (…) 12.2 beschadiging, vernietiging, verontreiniging, verlies of het vuil worden van zaken of het zich daarop of daarin bevinden van vreemde stoffen (hierna te noemen zaakschade); mits de (…) zaakschade (…) is ontstaan tijdens de looptijd van de verzekering. (…) 25 Schade-aanmelding 25.1 Zodra een gebeurtenis heeft plaatsgevonden op grond waarvan verzekerde tot schadevergoeding, verhaalbaar krachtens deze verzekering, gehouden zou kunnen zijn, of zodra een vordering daartoe bij hem is ingediend, is verzekerde verplicht het schadegeval door tussenkomst van de verzekeringnemer met bekwame spoed aan te melden bij Aon. (…) 25.4 Indien een schadegeval niet is aangemeld binnen 3 maanden nadat verzekerde ermee bekend is geworden (…) is verzekerde tegenover verzekeraars aansprakelijk voor de schade die zij ten gevolge daarvan lijden; het recht van verzekerde op uitkering wordt hierdoor niet aangetast. (…) 25.5 Indien een schadegeval niet is aangemeld binnen 3 jaar nadat verzekerde ermee bekend is geworden, vervalt het recht van verzekerde op uitkering. (…) 27 Schadevergoeding (…) 27.5 Wanneer vergoeding van een schade (of een deel ervan) schriftelijk door of namens verzekeraars wordt afgewezen, kan verzekerde daartegen binnen 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van de afwijzing, schriftelijk in verzet komen. Maakt verzekerde van de mogelijkheid tot verzet geen gebruik, dan komen zijn rechten ter zake van het betrokken schadegeval te vervallen. (…) 29 Wijziging van activiteiten De premie en voorwaarden gelden voor de activiteiten van verzekerde(n), zoals in de polis vermeld. Indien deze activiteiten in belangrijke mate worden gewijzigd, zijn partijen bevoegd een verandering van premie of voorwaarden aan de orde te stellen. Verzekeringnemer zal verzekeraars binnen redelijke termijn van deze wijziging op de hoogte stellen; de dekking blijft echter onverminderd van kracht.” 2.8 De bewoners van de woonwagens op de locatie hebben Haag Wonen in maart 2002 aansprakelijk gesteld voor schade die was ontstaan aan de woonwagens door verzakking van het terrein en zij hebben vergoeding van deze schade gevorderd, aangezien deze schade volgens hen was ontstaan als gevolg van onvoldoende draagkracht van de ondergrond. 2.9 Op 24 januari 2003 heeft AON namens Haag Wonen een schadekennisgeving gericht aan Fortis. 2.10 Fortis heeft vervolgens expertisebureau GAB Robins Takkenberg B.V. (hierna: GAB Robins) ingeschakeld om onderzoek te doen. GAB Robins heeft op 25 maart 2003 gerapporteerd. Op 12 maart 2009 heeft zij een aanvullend rapport uitgebracht. 2.11 Haag Wonen heeft voor het herstel van de woonwagens aan de bewoners in totaal een bedrag van € 747.628,15 vergoed. Verder heeft Haag Wonen een totaalbedrag van € 1.395.754,- aan de bewoners vergoed in verband met toekomstige schade aan de wagens als gevolg van verdere verzakkingen en als onkostenvergoeding voor de periode dat de standplaats en de woonwagen als gevolg van de herstelwerkzaamheden niet (volledig) gebruikt konden worden. 2.12 Fortis is niet bereid tot uitkering onder de verzekeringsovereenkomst over te gaan. 3 Het geschil 3.1 De gewijzigde vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Fortis te veroordelen tot betaling aan Haag Wonen van een bedrag van € 747.628,15, alsmede tot betaling van een bedrag van € 1.395.754,-, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van Fortis in de proceskosten, inclusief de nakosten. 3.2 Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Haag Wonen aan de vordering ten grondslag gelegd dat de schade die Haag Wonen aan de woonwagenbewoners heeft vergoed (hiervoor vermeld onder 2.11) is gedekt onder de verzekeringsovereenkomst, zodat Fortis gehouden is deze bedragen aan Haag Wonen te vergoeden. 3.3 Het verweer van Fortis strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Haag Wonen in de kosten van het geding, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten. Op het door Fortis gevoerde verweer zal in het kader van de beoordeling – voor zover nodig – worden ingegaan. 4 De beoordeling 4.1 Ter gelegenheid van de pleidooien is namens Fortis en Amlin Corporate Insurance N.V. aangegeven dat Amlin Corporate Insurance N.V. de rechtsopvolgster van Fortis is en is namens hen verzocht de procedure op naam van Amlin Corporate Insurance N.V. voort te mogen zetten. Haag Wonen heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt, zodat de rechtbank in deze procedure Amlin Corporate Insurance N.V. als gedaagde aanmerkt. De rechtbank blijft hieronder gedaagde wel aanduiden als Fortis. 4.2 Haag Wonen heeft haar eis vermeerderd. Fortis heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt en de rechtbank acht de eiswijziging ook niet in strijd met de eisen van een goede procesorde, zodat zij recht zal doen op de gewijzigde eis. 4.3 Fortis heeft aangevoerd dat de dagvaarding nietig is, nu hierin niet duidelijk de grondslag van de eis wordt vermeld en daarbij bovendien niet alle relevante bescheiden zijn overgelegd. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. De rechtbank is van oordeel dat in de dagvaarding de eis en de gronden daarvan voldoende duidelijk worden weergegeven. Gezien het door Fortis gevoerde verweer was de grondslag van de vordering haar kennelijk ook voldoende duidelijk. Beroep op vervalbeding in artikel 25.5 van de polisvoorwaarden 4.4 Fortis heeft voorts als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de vordering van Haag Wonen is vervallen. Gezien artikel 25.5 van de polisvoorwaarden had de schade gemeld moeten worden binnen drie jaar nadat Haag Wonen met de schade bekend is geworden. Nu de verzakkingen in de periode 1998-2001 plaats hebben gevonden en Haag Wonen in ieder geval begin januari 2000 bekend is geworden met de schade, is het recht van Haag Wonen op uitkering vervallen, aldus Fortis. Haag Wonen heeft dit gemotiveerd betwist, daartoe stellende dat zij pas eind 2000/begin 2001 bekend is geworden met de schade. 4.5 De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat Haag Wonen de schade op 24 januari 2003 (via Aon) aan Fortis heeft gemeld (zie hiervoor onder 2.9). Artikel 25.5 van de polisvoorwaarden bepaalt dat het recht op uitkering vervalt indien een schadegeval niet is aangemeld binnen drie jaar nadat verzekerde ermee bekend is geworden. Bepalend is derhalve niet het moment waarop de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden, doch het moment waarop de verzekerde bekend is geworden met de schade. Dit betekent dat het recht van Fortis op uitkering onder de polis slechts is komen te vervallen, indien vast zou komen te staan dat Haag Wonen vóór 24 januari 2000 bekend is geworden met de schade. De rechtbank merkt hierbij ten overvloede op dat het op 1 januari 2006 in werking getreden nieuwe verzekeringsrecht (titel 17 van boek 7 van het BW) in casu niet van toepassing is nu de vervaltermijn reeds vóór de inwerkingtreding van dit nieuwe verzekeringsrecht is verstreken. 4.6 Ter onderbouwing van haar stelling dat Haag Wonen begin januari 2000 bekend is geworden met de schade heeft Fortis verwezen naar de rapporten van GAB Robins. In het rapport van 25 maart 2003 staat hieromtrent op pagina 12 vermeld: “In dit verband is nog van belang dat wij begrepen dat onderhavige problematiek al vóór 2000 door bewoners ter sprake was gebracht.” Daarnaast heeft Fortis verwezen naar een brief van een belangenbehartiger van de woonwagenbewoners aan Haag Wonen d.d. 19 maart 2002 (bijlage 4 bij het rapport van GAB Robins d.d. 25 maart 2003), waarin staat vermeld: “Cliënten huren van u achttien standplaatsen op voornoemde locatie. Al vanaf het eerste moment treden er verzakkingen van deze standplaatsen op. (…) cliënten hebben daarom – nadat zij de verzakkingen en schade hebben gemeld aan [de beheerder] – betaling van de huur voor de standplaatsen opgeschort.” Voorts heeft zij verwezen naar een brief van de belangenbehartiger van Haag Wonen aan Fortis d.d. 1 juni 2006 (productie 12 bij conclusie van antwoord), waarin staat vermeld: “De schade is ontstaan in de periode van medio 1998 tot medio 2003 en is veroorzaakt door verzakking van de bodem van de standplaatsen”. 4.7 Ter onderbouwing van haar stelling dat zij pas eind 2000/begin 2001 bekend is geworden met de schade heeft Haag Wonen verwezen naar een verslag van een overleg tussen de woonwagenbewoners en de gemeente Den Haag d.d. 13 oktober 2000 (productie 9 bij conclusie van repliek), waar onder punt 5 wordt vermeld: “[persoon 1] zal contact opnemen met [persoon 2] inzake het verzakken van schuurtjes. [persoon 1] zal dit met de bewoners regelen”. Zij stelt voorts dat dit punt pas later een zelfstandig agendapunt is geworden, hetgeen onder meer blijkt uit het verslag van een overleg tussen de woonwagenbewoners en de gemeente Den Haag d.d. 19 januari 2001 (productie 10 bij conclusie van repliek), waar als agendapunt 6 staat vermeld: “Problemen met schuren”. 4.8 De rechtbank is van oordeel dat Fortis, in het licht van de betwisting door Haag Wonen, haar stelling dat Haag Wonen begin januari 2000 bekend is geworden met de schade onvoldoende met feiten en omstandigheden heeft onderbouwd. De opmerking in het rapport van GAB waarnaar Fortis verwijst, is hiervoor te weinig concreet. Hieruit blijkt niet bij wie de bewoners de onderhavige problematiek ter sprake hebben gebracht. Evenmin blijkt hieruit welke concrete klachten er destijds zijn geuit. Ook de brieven waarnaar Fortis verwijst zijn te weinig concreet. Hieruit kan niet worden afgeleid wanneer de schade is gemeld aan [de beheerder] en wanneer Haag Wonen op de hoogte is gebracht van deze schade. Daar staat tegenover dat uit het verslag van 19 januari 2001 waarnaar Haag Wonen verwijst, kan worden afgeleid dat de klachten op dat moment kennelijk slechts betrekking hadden op schade aan schuurtjes. Het is niet aannemelijk dat deze klachten begin januari 2000, derhalve een jaar eerder, al dermate concreet waren dat als Haag Wonen daarvan destijds al op de hoogte is gesteld (hetgeen zij betwist), zij zich op basis daarvan had moeten realiseren dat zij mogelijk aansprakelijk gehouden zou kunnen worden voor deze schade en dat zij deze klachten mitsdien aan haar aansprakelijkheidsverzekeraar moest melden. Het behoeft van een verzekerde in beginsel ook niet verwacht te worden dat hij bij een eerste weinig concrete melding van schade direct zijn verzekeraar op de hoogte stelt. Een verzekerde dient enige tijd gegund te worden om onderzoek te doen naar de aard, omvang en oorzaak van de schade en tevens naar de aansprakelijkheidsvraag. Uit het voorgaande volgt dat het beroep van Fortis op het vervalbeding opgenomen in artikel 25.5 van de polisvoorwaarden wordt verworpen. Beroep op vervalbeding in artikel 27.5 van de polisvoorwaarden 4.9 Fortis heeft vervolgens aangevoerd dat de vordering van Haag Wonen ingevolge artikel 27.5 van de polisvoorwaarden is vervallen, nu Haag Wonen niet binnen één jaar nadat haar claim door Fortis is afgewezen hiertegen in verzet is gekomen. Bij brief van 26 mei 2003 heeft Fortis schriftelijk aan Haag Wonen medegedeeld dat uit hoofde van het schadevoorval geen uitkering zou worden gedaan, zodat de periode van één jaar op die datum een aanvang nam. Bij brieven van 1 december 2003, 16 april 2004 en 3 januari 2005 heeft Fortis Haag Wonen nogmaals medegedeeld dat de schade niet in behandeling wordt genomen. Aon is pas bij brief van 1 juni 2006 namens Haag Wonen in verzet gekomen, derhalve meer dan één jaar na de afwijzing, aldus Fortis. Haag Wonen heeft hiertegen aangevoerd dat het beroep van Fortis op het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, nu Fortis bij haar afwijzing niet heeft gewezen op dit vervalbeding. 4.10 De rechtbank overweegt als volgt. Met de brief van 26 mei 2003 (productie 5 bij conclusie van antwoord) heeft Fortis Haag Wonen laten weten dat zij van mening is dat de door Haag Wonen geclaimde schade niet onder de polisdekking valt. Hierop is een briefwisseling ontstaan tussen Fortis en Aon (als vertegenwoordigster van Haag Wonen). Deze briefwisseling is aan de zijde van Fortis afgesloten met haar brief aan Aon van 3 januari 2005 (productie 10 bij conclusie van antwoord), waarin Fortis laat weten haar eerder ingenomen standpunt te handhaven. Aon heeft hierop gereageerd bij brief van 11 januari 2005 (productie 11 bij conclusie van antwoord) aan Fortis. In deze brief staat – voor zover thans van belang – het volgende vermeld: “Met referte aan uw schrijven van 3 januari 2005 berichten wij u hierbij dat de toezending van de schaderekening van 7 december 2004 niet op een misverstand berust. Na uw schrijven van 26 mei 2003 zijn wij met (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.