vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 318226 / HA ZA 08-2713 Vonnis van 2 juni 2010 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LAMAS B.V., gevestigd te Winschoten, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMAX B.V., gevestigd te Berghem, gemeente Oss, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PIUS INTER B.V., gevestigd te Winschoten, eiseressen, advocaat mr. E.J. Eijsberg, tegen 1. [gedaagde 1], wonende te [woonplaats], 2. [gedaagde 2], gevestigd te Rotterdam, gedaagden, advocaat mr. B.S. Janssen. Partijen zullen hierna Lamas, Imax, Pius Inter en gezamenlijk Lamas B.V. c.s. (in mannelijk enkelvoud) respectievelijk [gedaagde 1], [gedaagde 2] en gezamenlijk [gedaagden] (in mannelijk enkelvoud) genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding d.d. 25 september 2008, met producties; - akte houdende in het geding brengen van producties; - incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring; - conclusie van antwoord in het incident; - het incidenteel vonnis d.d. 22 april 2009; - de conclusie van antwoord, met producties; - de conclusie van repliek, met producties; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast: 2.1. Bij dagvaarding d.d. 9 februari 2001 hebben twee Belgische vennootschappen, N.V. MCM Fine Foods (hierna: MCM) en N.V. ’t Kluizebos (hierna: Kluizebos), Lamas gedagvaard voor de rechtbank ’s-Hertogenbosch. In die procedure hebben zij betaling gevorderd van openstaande facturen. Bij vonnis van 1 september 2004 is de vordering afgewezen. 2.2. Op 14 september 2005 is ten verzoeke van MCM en Kluizebos ten laste van Lamas conservatoir beslag gelegd op een aantal roerende zaken – in het bijzonder diverse machines –, welke stonden opgeslagen in een verlaten vleesfabriek te Cuijck. 2.3. In een kort gedingprocedure hebben MCM en Kluizebos (opnieuw) betaling van de onder 2.1. bedoelde facturen gevorderd. Bij vonnis van 17 november 2005 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch de vordering – tegen zekerheidsstelling – toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 2 december 2005 aan Lamas betekend. 2.4. Op 7 december 2005 is ten verzoeke van MCM en Kluizebos ten laste van Lamas executoriaal beslag gelegd op de onder 2.2. bedoelde roerende zaken die stonden opgeslagen in Cuijk. Daarnaast is op 9 december 2005 executoriaal beslag gelegd op een aantal roerende zaken, welke stonden opgeslagen op een buitenterrein in Oss. 2.5. Omdat Lamas niet (tijdig) aan het kort gedingvonnis heeft voldaan, hebben MCM en Kluizebos de in beslag genomen roerende zaken op 20 januari 2006 ten overstaan van [gedaagde 1] als deurwaarder openbaar laten verkopen. Deze veiling was bij exploot van 12 december 2005 aan Lamas aangezegd. Voorts is op 14 januari 2006 een advertentie geplaatst in het Algemeen Dagblad, waarmee de openbare verkoop werd aangekondigd. De opbrengst van de veiling bedroeg € 40.000,-. 2.6. Voorafgaand aan de veiling zijn de in beslag genomen roerende zaken in opdracht van MCM en Kluizebos ten behoeve van de verkoop getaxeerd door [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]). De waarde van de roerende zaken is door [bedrijf 1] geschat op ongeveer € 40.000,- (excl. kosten en/of BTW). 2.7. Een faxbericht d.d. 19 januari 2006 omstreeks 15.37 uur van de advocaat van Pius aan [gedaagde 1] houdt in: “Onderdeel van de openbare verkoop betreffen goederen die cliënte in eigendom toebehoren. Hiertegen maakt cliënte uitdrukkelijk bezwaar. (…) Ten bewijze van haar eigendom zend ik u (…) bijgaand de overeenkomst tussen cliënte en Dovebid UK Limited waaruit blijkt dat cliënte de betreffende goederen in eigendom overgedragen heeft gekregen. Een bewijsstuk van de betaling van de (koop)som kunt u later deze middag, althans in ieder geval morgenochtend tegemoet zien. Ik verzoek u mij per omgaand, doch in ieder geval vóór hedenmiddag 17.30 uur, schriftelijk te bevestigen dat u zich zult onthouden van de verkoop van de goederen van cliënte (…).” 2.8. In reactie daarop heeft [gedaagde 1] de advocaat van Pius bij faxbericht van 19 januari 2006 omstreeks 17.10 uur laten weten: “In bovengenoemde zaak heb ik uw fax, welke ik hedenmiddag 15.37 uur mocht ontvangen, doorgestuurd naar mijn opdrachtgever Mr J.J. Schelling van Boonk Van Leeuwen advocaten te Rotterdam, met het verzoek deze rechtstreeks te beantwoorden.” 2.9. Een faxbericht d.d. 20 januari 2006 omstreeks 11.00 uur van de advocaat van Pius aan [gedaagde 1] houdt in: “In aansluiting op mijn faxbericht van gistermiddag zend ik u hierbij als aanvullende stukken de factuur, alsmede het betalingsbewijs waaruit blijkt dat cliënte de betreffende goederen in eigendom heeft verkregen. Wil u mij per omgaand schriftelijk bevestigen, dat de goederen van cliënte hedenochtend niet worden geveild?” 2.10. In reactie daarop heeft [gedaagde 1] de advocaat van Pius bij faxbericht van 20 januari 2006 omstreeks 12.32 uur laten weten: “In bovengenoemde zaak kan ik u mededelen dat hedenochtend 10.00 uur de veiling heeft plaatsgevonden. Met uitzondering van de Clark heftruck zijn al de door [kandidaat-deurwaarder] op 7 december 2005 in beslag genomen zaken verkocht. Uw fax van hedenochtend 11.00 uur heb ik inmiddels doorgezonden naar mijn opdrachtgever Mr J.J. Schelling. Mr Schelling heeft mij medegedeeld u rechtstreeks te berichten.” 2.11. De toepasselijke veilingcondities bepalen: “Artikel 6 De koper van de Zaken zal gehouden zijn op de dag van de executie en terstond na de toewijzing ten kantore van Boonk Van Leeuwen Advocaten aan de Conradstraat 38-D te 3013 AP [woonplaats] of bij een door deze advocaten aan te wijzen bankinstelling te betalen de koopprijs van de Zaken, zonder enige korting. (…) Artikel 13 De verkoping geschiedt bij opbod. Alle roerende zaken zullen gelijktijdig, als één kavel, worden aangeboden tegen een ter executie bekend te maken minimum prijs. Slechts indien er geen biedingen worden gedaan op de Zaken als geheel of indien de ter executie aan te kondigen minimumprijs niet wordt geboden zullen de Zaken afzonderlijk, in afzonderlijke kavels, worden geveild. De executerende deurwaarder zal in dat geval de afzonderlijke kavels samenstellen.” 2.12. De onder 2.5. bedoelde advertentie in het Algemeen Dagblad vermeldt: “EXECUTIE VERKOOP Op vrijdag 20 januari 2006 te 10.00 uur vindt uit krachte van een op 17 november 2005 door de Voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch in kort geding gewezen vonnis een openbare verkoop plaats. De verkoop komt voor rekening van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LAMAS B.V., voorheen genaamd Handelsonderneming Slahoma B.V. (…). Te koop worden aangeboden de volgende roerende zaken allen behorende tot de inventaris van een vleesverwerkende fabriek, ondermeer bestaande uit: (…). De plaats van verkoop is een van de zalen van restaurant Kanters aan de Steenweg 2 te Moerdijk. Kijkdag op donderdag 10 januari 2006 tussen 10.00 – 12.00 uur aan de Zeehavenweg 20 te Moerdijk (…). De verkoop zal worden gehouden bij opbod aan de hoogstbiedende tegen gerede betaling. De verkoop vindt plaats ten overstaan van [Gerechtsdeurwaarder] en/of diens plaatsvervanger (…). Voor inlichtingen kunt u contact opnemen met: Mr J.J. Schelling (Boonk Van Leeuwen Advocaten) (…).” 3. Het geschil 3.1. Lamas B.V. c.s. vordert (zakelijk en samengevat weergegeven): - een verklaring voor recht dat [gedaagden] jegens Lamas c.s. onrechtmatig heeft gehandeld; - een verklaring voor recht dat [gedaagden] aansprakelijk is voor de schade die Lamas c.s. heeft geleden, lijdt en nog zal lijden; - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van deze schade, op te maken bij staat; - vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagden] voert gemotiveerd verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Lamas c.s. in de kosten van het geding. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Het beroep van [gedaagden] op de nietigheid van de dagvaarding, omdat niet is voldaan aan de stelplicht van artikel 111 lid 2 sub d Rv, wordt verworpen, nu uit zijn uitgebreide inhoudelijk gevoerde verweer niet blijkt dat hij daardoor – wat daarvan overigens ook zij – onredelijk in zijn belangen is geschaad. 4.2. Het beroep van [gedaagden] op niet-ontvankelijkheid van Lamas en Imax wordt eveneens verworpen, nu de enkele – blote en niet nader (bijvoorbeeld ten aanzien van de omvang van die cessie) uitgewerkte – stelling, hoezeer ook niet betwist, dat Pius zich ten behoeve van de hoger beroepprocedure tegen MCM en Kluizebos “de rechten van Lamas en Imax” heeft laten overdragen niet zonder meer meebrengt dat Lamas en Imax thans in de onderhavige procedure niet meer een eigen zelfstandig vorderingsrecht tegen [gedaagden] toekomt. 4.3. De vordering van Lamas c.s. is gegrond op onrechtmatig handelen en richt zich tegen zowel de deurwaarder als natuurlijk persoon ([gedaagde 1]) als de rechtspersoon, waarvoor hij werkzaam is ([gedaagde 2]). Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde 2] zelf onrechtmatig heeft gehandeld. Voor zover Lamas c.s. bedoelt te betogen dat [gedaagde 1] als ondergeschikte van [gedaagde 2] in de zin van artikel 6:170 BW moet worden beschouwd, faalt dit betoog, op grond van het volgende. 4.3.1. De taken en bevoegdheden van de deurwaarder staan beschreven in de Gerechtsdeurwaarderswet. Deze regelt het ambt van deurwaarder. De deurwaarder is als natuurlijk persoon een door de Kroon benoemde functionaris, met een onafhankelijke positie. Op hem is toezicht en tuchtrecht van toepassing. Als openbaar ambtenaar is hij belast met de uitvoering van een zeer groot aantal, bij diverse wettelijke voorschriften aan hem opgedragen of voorbehouden taken die met name liggen op het gebied van het burgerlijk procesrecht. De belangrijkste van de verschillende ambtsverplichtingen is de ministerieplicht, dat wil zeggen de plicht van de deurwaarder om indien daarom wordt verzocht zijn ambtelijke diensten te verlenen, zoals het ten uitvoer leggen van vonnissen en het in dat verband openbaar verkopen van in beslag genomen zaken. De deurwaarder moet zelfstandig beoordelen of en in hoeverre hij een bepaalde opdracht zal uitvoeren. Bij het bepalen van zijn beleid moet de deurwaarder de nodige zorgvuldigheid – ook jegens derden – in acht nemen. De ministerieplicht eindigt daar waar de deurwaarder zich door het uitvoeren van de opdracht schuldig zou maken aan onrechtmatig handelen jegens een derde. De deurwaarder zal zijn ministerie desnoods moeten weigeren, indien een bepaalde wijze van tenuitvoerlegging voor derden – onnodig – vexatoir uitvalt. Bij twijfel staat hem de weg van artikel 438 lid 4 Rv ter beschikking. 4.3.2. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de deurwaarder als onafhankelijke functionaris de enige is die verantwoordelijk is voor zijn handelen, en ook de enige die behoort te worden aangesproken op een onjuiste taakvervulling en onrechtmatig handelen. De verwijten die Lamas c.s. maakt aan [gedaagden] zien alle op een onderdeel van de ministerieplicht (de veiling en wat daarmee samenhangt). In het licht daarvan valt niet in te zien hoe [gedaagde 2] juridische zeggenschap (in de zin van instructie- en aanwijzingsbevoegdheid) kan hebben gehad over de gedragingen van [gedaagde 1] waarvan de gestelde fout(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.