RECHTBANK ROTTERDAM Sector strafrecht Parketnummer: 10/651209-09 Datum uitspraak: 28 juni 2010 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [plaats], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Rijks justitiële inrichting “Den Hey-Acker”, locatie “Vught” te Vught, raadsman: mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam. ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juni
(1)Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer A], wonende te [plaats], terzake van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 7.500,- en vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 6.993,
- De materiële schade is in het ter zake daarvan ingediende voegingsformulier als volgt omschreven: - kleding/schoenen: € 575,00 - schade vitrines: € 1.315,00 - beschadigde sieraden: € 4.374,20 - vliegtickets: € 381,83 - telefoonkosten extra € 33,12 - reiskosten voor ziekenhuisbezoek: € 14,16 - ziekenhuis daggeldvergoeding: € 300,
- Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van de onder 1, 2 impliciet subsidiair en 3 primair bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 7.500,-. Tevens is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van de onder 1, 2 inpliciet subsidiair en 3 primair bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht, te weten de schade aan de kleding en schoenen, de gemaakte kosten voor vliegtickets, de extra telefoonkosten, de gemaakte reiskosten voor ziekenhuisbezoek en de betaalde daggeldvergoeding van het ziekenhuis. Nu de daarvoor gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering voor die onderdelen worden toegewezen. Het totaalbedrag daarvan wordt vastgesteld op € 1.304,
- Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de schade die is toegebracht aan de vitrines en de sieraden, is niet van zo eenvoudige aard, dat deze onderdelen van de vordering zich lenen voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard. Deze onderdelen van de vordering kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Het voorgaande in aanmerking nemende, zal een bedrag van € 8.804,11 aan de benadeelde partij worden toegewezen. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 16 november
- Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend voornamelijk samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert. Nu de vordering van de benadeelde partij grotendeels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht, met dien verstande dat de duur van de vervangende jeugddetentie, gelet op de hoofdelijke aansprakelijkheid van verdachte, bij gebreke van betaling wordt beperkt tot 26 dagen. VORDERING BENADEELDE PARTIJ
(2)Als benadeelde partij heeft zich tevens in het geding gevoegd: [slachtoffer B], wonende te [plaats], ter zake van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 29,62 vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.750,- . De vordering van de benadeelde partij is niet van zo eenvoudige aard, dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77s, 77v, 77gg, 231, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; legt de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen en adviseert deze maatregel ten uitvoer te leggen bij een gesloten orthopedagogische instelling/JJI die gespecialiseerd is in behandeling voor jongeren met verstandelijke beperkingen, zoals Rentray of Teylingereind; wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer A], wonende te [plaats] toe tot een bedrag van € 8.804,11 (zegge: achtduizendachthonderdenvier euro en elf eurocent) en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd; bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 8.804,11 (zegge: achtduizendachthonderdenvier euro en elf eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 26 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft; verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer B] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Dit vonnis is gewezen door: mr. Leinarts, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. Pit en Koekebakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ahmadali, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juni 2010. Bijlage bij vonnis van 28 juni 2010: TEKST TENLASTELEGGING Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 16 november 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om opzettelijk één of meer perso(o)n(
- en)genaamd [slachtoffer A] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen drie, althans één of meer, kogels heeft afgevuurd op en/of heeft geschoten naar, althans in de richting van, het lichaam van die Al Saudi, welk vorenomschreven misdrijf werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (poging tot) diefstal met geweld en/of braak, en welke geweldshandeling(
- en)werd(
- en)gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(
- s)straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art. 288/287 jo 45/47 WvSr 2. primair hij op of omstreeks 16 november 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die sieraden onder zijn/hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(
- s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, - een vuurwapen heeft gericht (gehouden) op die [slachtoffer A] en/of - (vervolgens) met een hamer, althans een hard voorwerp op/tegen een of meerdere vitrine(
- s)heeft geslagen en/of - (vervolgens) meerdere malen, althans eenmaal die [slachtoffer A]met een vuurwapen in het (boven)lichaam heeft geschoten. art. 312/2/4 WvSr Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 16 november 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
- s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen - een vuurwapen heeft gericht (gehouden) op die [slachtoffer A]en/of - die [slachtoffer A]heeft vastgepakt en/of - die [slachtoffer A]op de rug, althans het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of - (vervolgens) met een hamer, althans een hard voorwerp op/tegen een of meerdere vitrine(
- s)heeft geslagen en/of - (vervolgens) met een vuurwapen drie, althans één of meer, kogels heeft afgevuurd op en/of heeft geschoten naar, althans in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer A], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art. 312/45 WvSr 3. (663334-09) hij in of omstreeks de periode van 10 september 2009 tot en met 22 september 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (Suzuki/Alto) staande op of nabij de Herman Robbersstraat heeft weggenomen kentekenpapieren , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); art. 311 WvSr 4. hij in of omstreeks de periode van 10 september 2009 tot en met 22 september 2009 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een verblijfsdocument en/of een OV-chipkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; art. 310 WvSr 5. hij op of omstreeks 22 september 2009 te Rotterdam een aan hem of een ander verstrekt reisdocument, te weten een verblijfsdocument op naam van [slachtoffer D], ter beschikking heeft gesteld van de politie, met het oogmerk dat reisdocument door die politieagent te doen gebruiken als ware het aan hem, verdachte verstrekt; art. 231 WvSr