vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 334313 / HA ZA 09-1869 Vonnis in incident van 8 september 2010 in de zaak van
(3): schade Ten aanzien van het element schade spelen de individuele omstandigheden van [eisers in de hoofdzaak]. ook een rol. De individuele omstandigheden van degenen ter behartiging van wier belangen de Stichting de vordering in de hoofdzaak stelt te hebben ingesteld spelen eveneens een rol. Daarbij dient evenwel in aanmerking te worden genomen het bepaalde in lid 3 van artikel 3:305a BW, uit welk artikellid voortvloeit dat het niet mogelijk is om de aanspraken van individuele beleggers te bundelen teneinde in de vorm van een collectieve actie schadevergoeding in geld te vorderen. De vraag of, en zo ja in hoeverre, een belegger jegens wie onrechtmatig zou zijn gehandeld daardoor schade heeft geleden, kan slechts individueel worden beantwoord. Nu de bepaling van (de omvang van) schade in de onderhavige procedure of een schadestaatprocedure pas aan de orde zal komen indien en nadat aansprakelijkheid aan de zijde van Fortis is vastgesteld, heeft Fortis thans ten aanzien van het element schade geen rechtmatig belang bij de gevorderde afgifte van de gevraagde stukken. Het betoog van Fortis in de incidentele conclusie onder 3.14.1 - 3.14.4 maakt dit niet anders. Anders dan Fortis daar lijkt te betogen, gaat het er niet om dat met het zojuist gegeven oordeel een voorwaarde wordt gesteld die artikel 843a Rv niet kent. Bepalend is dat exhibitie achterwege kan blijven omdat dit uit een oogpunt van behoorlijke rechtsbedeling thans niet noodzakelijk is (artikel 843a Rv lid 4), zodat in zoverre in deze fase van de procedure geen sprake is van rechtmatig belang (lid 1). 4.18. Zoals reeds in overweging 4.16 aangekondigd, zal de rechtbank aan de hand van de bij incidentele conclusie als productie 2 overgelegde lijst per gevraagd stuk beoordelen of aan de in artikel 843a Rv voor afgifte daarvan gestelde vereisten is voldaan. 4.18.1. Schuldbewijzen van of namens [X] Fortis heeft aan de gevorderde afgifte van alle beschikbare schuldbewijzen van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting ten grondslag gelegd dat zij deze nodig heeft om te kunnen vaststellen: a. of en wanneer [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting gelden aan [X] of zijn tussenpersonen hebben geleend, zulks onder meer voor de beantwoording van de vraag of en per wanneer Fortis enige zorgplicht jegens [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting heeft geschonden; b. hoeveel schade [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting hebben geleden; c. of het ontstaan van de gestelde schade te wijten is aan het handelen van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting zelf. Nog los van de vraag of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting niet reeds alle beschikbare schuldbewijzen hebben overgelegd, heeft Fortis op grond van het hiervoor in 4.15.2 overwogene ten aanzien van het onder a gestelde geen rechtmatig belang bij afgifte van de schuldbewijzen per individuele eiser. Ten aanzien van het onder b en c gestelde heeft Fortis op dit moment evenmin belang bij afgifte, omdat dit het element schade betreft. Er is mitsdien geen sprake van dat op voorhand (zeer) aannemelijk is dat Fortis voor het voeren van verweer ten principale ten aanzien van de aansprakelijkheidsvraag thans de gevraagde schuldbewijzen nodig heeft. 4.18.2. Kopieën van alle bankafschriften over de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005 Fortis wenst afgifte van bovengenoemde stukken om betalingen aan [X] of zijn tussenpersonen en de omvang en bron van ontvangen uitkeringen van [X] of zijn tussenpersonen te kunnen verifiëren, zodat de omvang van de schade van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting kan worden berekend. Voorts kan dan worden nagegaan of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting vorderingsgerechtigd zijn. Bovendien wenst Fortis via de bankafschriften te controleren of de overgelegde schuldbekentenissen kloppen en of andere financiële instellingen een rol hebben gespeeld in de ‘Ponzi-zwendel’ van [X]. In het midden gelaten het antwoord op de vragen of dit deel van de vordering niet geduid moet worden als te algemeen en te onbepaald en of Fortis uit hoofde van haar bankrelatie met [X] niet zelf al de beschikking heeft over de gevraagde afschriften, heeft het bovenstaande betrekking op een zijdens Fortis ten principale te voeren verweer ter zake van (de omvang van) schade, zodat thans geen rechtmatig belang bij afgifte van genoemde stukken bestaat. 4.18.3. Kopieën van alle stukken die aan [X] zijn gestuurd en/of zijn ontvangen met betrekking tot alle met [X] verrichte transacties Fortis wenst door middel van deze stukken te achterhalen of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting al dan niet over informatie beschikken met betrekking tot alle met [X] verrichte transacties. Deze informatie is (mede) van belang voor de vraag of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting eigen schuld hebben aan de door hen gesteld geleden schade en voor het bepalen van de hoogte van die schade, aldus Fortis. Ook dit ziet op een door Fortis ten principale te voeren verweer ten aanzien van het element schade, zodat thans geen rechtmatig belang bij afgifte bestaat. 4.18.4. Tussentijdse overzichten van beleggingen bij [X] Met betrekking tot de afgifte van tussentijdse overzichten geldt hetzelfde als hiervoor in 4.18.3 is overwogen; nu het hier gaat om een ten principale te voeren verweer ten aanzien van (het ontstaan en de omvang van) schade (zie de incidentele conclusie onder 4.5), is het op voorhand niet (zeer) aannemelijk dat Fortis deze overzichten reeds thans voor het voeren van verweer nodig heeft. 4.18.5. Informatiememoranda, brochures, presentaties en dergelijke op basis waarvan ‘Eisers’ hebben ingelegd Nu het, gelet op het verweer van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting, nog maar de vraag is of deze stukken bestaan en de rechtbank dit deel van de vordering van Fortis ook te onbepaald acht, zal reeds daarom niet tot toewijzing kunnen worden overgegaan. 4.18.6. Ingevulde beleggersprofielen Fortis wenst over door andere banken opgestelde beleggersprofielen van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting te beschikken, teneinde inzicht te verkrijgen in de in het verleden opgedane (mate van) beleggingservaring en de gehanteerde beleggingsdoelstelling daarbij. Dit is van belang voor de vraag of en in welke mate Fortis haar zorgplicht zou hebben geschonden, de omvang van de schade en of het ontstaan van schade te wijten is aan het handelen van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting zelf (“eigen schuld”), aldus Fortis. Voor wat betreft de schending van de zorgplicht geldt dat de individuele omstandigheden van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting daarbij (in beginsel) niet van belang zijn, zoals hiervoor in 4.15.2 is overwogen. In dat licht bezien heeft Fortis bij de afgifte van de beleggersprofielen van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting voor het door haar ten principale te voeren verweer ter zake van het vraagstuk omtrent de aansprakelijkheid geen rechtmatig belang. Het inschatten van de deskundigheid van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting heeft bij uitstek betrekking op het bepalen van de omvang van schade en de mate van eigen schuld en dus op het element schade. Daarom is ook op dit punt de rechtbank van oordeel dat Fortis bij afgifte thans geen rechtmatig belang heeft. 4.18.7. Het meest recente beschikbare Curriculum Vitae Fortis wenst informatie te ontvangen over de leeftijd, het opleidingsniveau en de werkervaring van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting om te kunnen bepalen of Fortis ten opzichte van ieder van de individuele eisers een zorgplicht heeft geschonden en of het ontstaan van schade te wijten is aan het handelen van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting zelf. De rechtbank acht dit deel van de vordering van Fortis eveneens als te onbepaald niet toewijsbaar. Zelfs indien deze stukken al zouden bestaan, is thans niet in te schatten over welk concreet stuk van welke status Fortis per individuele eiser nu precies de beschikking wenst te krijgen. 4.18.8. (
- a)Aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005 en (
- b)het ingevulde formulier “Opgaaf inleg [X]” van de Belastingdienst Fortis wenst met deze stukken inzage te verkrijgen in de hoeveelheid gelden die een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting aan [X] heeft geleend en van hem heeft terugontvangen zulks om de te hanteren maatstaf voor schadevergoeding en de methode van schadeberekening te kunnen bepalen (in de visie van Fortis kan met behulp van deze stukken per individuele eiser de hoogte van de genoten winst uit onderneming/sparen/beleggen worden bepaald). Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank het element schade. Reeds op grond daarvan heeft Fortis thans geen rechtmatig belang bij afgifte van deze stukken. Er is geen sprake van dat op voorhand (zeer) aannemelijk is dat Fortis reeds nu voor het voeren van verweer in de hoofdzaak de gevraagde stukken nodig heeft. Voorts stelt Fortis dat, indien en voor zover een individuele eiser heeft nagelaten aangifte inkomstenbelasting te doen, dit zou kunnen wijzen op belastingontduiking en/of het witwassen van gelden, hetgeen naar de mening van Fortis van belang is in het kader van de vraag of zij haar zorgplicht al dan niet heeft geschonden en de eigen schuldvraag. Voorts is het vorenstaande van belang voor de toetsing aan artikel 6:163 BW, aldus Fortis, nu de voor deze procedure relevante wetsartikelen vermeld in de Wtk en Wte in ieder geval niet strekken ter bescherming van de belangen van crediteuren/beleggers die gelden uitlenen met het oogmerk deze gelden wit te wassen en/of met de daardoor behaalde winsten belasting te ontduiken. Ten aanzien van de zorgplicht geldt hetgeen hiervoor in 4.15.2 is overwogen. Het te voeren eigen schuld verweer komt eerst aan de orde bij de bepaling van de omvang van schade. Op deze punten kan dan ook geconcludeerd worden dat op voorhand niet (zeer) aannemelijk is dat Fortis bovengemelde per individuele eiser gevraagde stukken voor het voeren van verweer thans nodig heeft. Enkel voor een ten principale te voeren relativiteitsverweer zou in het kader van de gestelde aansprakelijkheid van Fortis afgifte van bovengemelde stukken van belang kunnen zijn. Nu het doel bij afgifte, zoals door Fortis geformuleerd, lijkt te zijn het blootleggen van belastingontduiking en/of witwaspraktijken aan de zijde van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting en Fortis haar stelling op dit punt niet nader heeft onderbouwd, doch slechts in suggesties blijft steken, kan thans geen rechtmatig belang bij afgifte worden vastgesteld, zodat dit deel van de vordering reeds op deze grond niet zal worden toegewezen. In het midden kan dan onder meer worden gelaten of het beroep van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting op een verschoningsrecht ex artikel 165 lid 3 Rv en artikel 6 EVRM kans van slagen heeft. 4.18.9. (
- a)Getuigenverklaring(en), afgelegd in het kader van het onderzoek door het Openbaar Ministerie en/of de FIOD-ECD en (
- b)aangiften tegen [X] Fortis wenst afgifte van deze stukken om inzicht te krijgen in feiten en omstandigheden die ertoe hebben geleid dat een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting gelden aan [X] hebben geleend. Naar de mening van Fortis is dit van belang voor het bepalen van de omvang van haar zorgplicht ten opzichte van een ieder van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting (ziet op de elementen onrechtmatigheid en relativiteit), om in het kader van de eigen schuldvraag te verifiëren of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting via andere rekeningen dan de bankrekeningen gelden hebben ingelegd of teruggekregen (via tussenpersonen) van [X] (ziet op het element schade), alsmede ter bepaling van de maatstaf voor schadevergoeding, de methode van schadeberekening en de omvang van schade (ziet eveneens op het element schade). Indien en voor zover deze documenten al bestaan dan wel ter beschikking van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting staan en/of deze de door Fortis verlangde informatie bevatten, is niet (zeer) aannemelijk dat deze stukken thans van belang zijn voor een ten principale te voeren verweer. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen. 4.18.10. Indiening vordering in het faillissement van [X] ex artikel 110 Faillissementswet Nu het Fortis er hier om gaat de hoogte van de schade te bepalen, heeft zij er geen rechtmatig belang bij om reeds thans, terwijl enige aansprakelijkheid van Fortis nog niet is vastgesteld, afgifte van deze stukken te vorderen. 4.19. Uit het voorgaande volgt dat de incidentele vordering tot afgifte van stukken op grond van artikel 843a Rv niet toewijsbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Fortis in dit stadium van de procedure voldoende gegevens tot haar beschikking om daarmee haar verweer in de hoofdzaak in te kleden. Voorts geldt dat artikel 843a Rv niet kan worden aangewend met het doel de mogelijkheid van het instellen van een reconventionele vordering te onderzoeken, althans niet in het geval (zoals hier) dat die eventuele reconventionele vordering op geen enkele wijze is omschreven en geconcretiseerd. Afhankelijk van hetgeen Fortis in de hoofdzaak als verweer gaat aanvoeren tegen de vordering van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting, kan in een later stadium van die procedure of in een schadestaatprocedure, mede op basis van afwegingen omtrent de stelplicht en de bewijslast, nader worden bezien of [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting gehouden zijn stukken als thans gevraagd alsnog in het geding te brengen. Aldus lijdt Fortis geen onredelijk procedureel nadeel en [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting geen onredelijk voordeel. Een behoorlijke rechtsbedeling is derhalve gewaarborgd zonder dat [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting thans wordt bevolen stukken ter beschikking te stellen. artikel 22/162 Rv 4.20. Toetsing van de incidentele vordering tot afgifte van stukken van Fortis aan de hand van het bepaalde in de artikelen 22 Rv en 162 Rv leidt niet tot een ander oordeel dan hiervoor geformuleerd. 4.21. De incidentele vordering tot afgifte van stukken zal derhalve in al haar onderdelen worden afgewezen. 4.22. Op grond van het vorenstaande oordeel behoeft hetgeen partijen overigens in dit incident naar voren hebben gebracht geen verdere bespreking. Naar het oordeel van de rechtbank is voorts geen sprake van een zodanig bijzonder geval dat in het kader van dit incident het nemen van conclusies van re- en dupliek als bedoeld in artikel 208 lid 2 Rv, zoals door Fortis is gevraagd en door [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting is bestreden, moet worden toegestaan. Hoewel [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting hebben aangegeven bereid te zijn in te stemmen met het verzoek van Fortis ex artikel 208 lid 2 Rv in het geval dat Fortis zou afzien van het houden van pleidooi en Fortis dit vervolgens heeft gedaan, maakt die omstandigheid het voorgaande oordeel van de rechtbank niet anders. 4.23. Fortis zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident. Mede gelet op het hiervoor onder 4.10 overwogene ziet de rechtbank geen aanleiding af te wijken van het gebruikelijke liquidatietarief, zoals [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting hebben betoogd onder 13 van de conclusie van antwoord in het incident. in de hoofdzaak 4.24. Fortis staat in de hoofdzaak voor het nemen van een conclusie van antwoord. De zaak zal daarvoor worden verwezen naar de rol. Daarbij zal een termijn gehanteerd worden die overeenstemt met de in het procesreglement daarvoor gebruikelijk gehanteerde termijnen. 5. De beslissing De rechtbank in het incident tot het overleggen van stukken wijst de vordering van Fortis af; veroordeelt Fortis in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers in de hoofdzaak]. en de Stichting bepaald op nihil aan vast recht en overige verschotten en op € 904,-- aan salaris voor de advocaat; in het incident tot vrijwaring staat Fortis toe om: in de door Fortis gestelde hoedanigheid van rayonhoofd: 1. [rayonhoofd sub 1], wonende te Nieuw Annerveen; 2. [rayonhoofd sub 2], wonende te Hilversum; 3. [rayonhoofd sub 3], wonende te Zeewolde; 4. [rayonhoofd sub 4], wonende te Hilversum; 5. [rayonhoofd sub 5], wonende te Hoogland; 6. [rayonhoofd sub 6], wonende te Hilversum; 7. [rayonhoofd sub 7], wonende te Amersfoort; 8. [rayonhoofd sub 8], wonende te Leusden; 9. [rayonhoofd sub 9], wonende te Amstelveen; 10. [rayonhoofd sub 10], wonende te Haren; 11. [rayonhoofd sub 11], wonende te Haren; 12. [rayonhoofd sub 12], wonende te Soest; in de door Fortis gestelde hoedanigheid van veelontvanger: 13. [veelontvanger sub 1], wonende te Enschede; 14. [veelontvanger sub 2], wonende te Weesp; 15. [rayonhoofd sub 8], wonende te Leusden; 16. [veelontvanger sub 4], wonende te Oldenzaal; 17. [veelontvanger sub 5], wonende te Eerbeek; 18. [veelontvanger sub 6], wonende te Abcoude; 19. [veelontvanger sub 7], wonende te Ankeveen; 20. [veelontvanger sub 8], wonende te Borger; 21. [veelontvanger sub 9], wonende te Soest; 22. [veelontvanger sub 10], wonende te Baarn; 23. [veelontvanger sub 11], wonende te Amsterdam; 24. [veelontvanger sub 12], wonende te Zeddam; 25. [veelontvanger sub 13], wonende te ’s-Gravenhage; 26. [veelontvanger sub 14], wonende te Huizen; 27. [veelontvanger sub 15], wonende te Blaricum; 28. [veelontvanger sub 16], wonende te Hilversum; 29. [veelontvanger sub 17], wonende te Drachten; 30. [veelontvanger sub 18], wonende te Twist (Duitsland); 31. [veelontvanger sub 19], wonende te Roden; 32. [veelontvanger sub 20], wonende te Hilversum; 33. [veelontvanger sub 21], wonende te Soest; 34. [veelontvanger sub 22], wonende te Tienhoven; 35. [veelontvanger sub 23], wonende te Strijen; 36. [veelontvanger sub 24], wonende te Heiloo; 37. [veelontvanger sub 25], wonende te Warnsveld; 38. [veelontvanger sub 26], wonende te Drachten; 39. [veelontvanger sub 27], wonende te Zuidlaren; 40. [veelontvanger sub 28], wonende te Bussum; 41. [veelontvanger sub 29], wonende te Maartensdijk; 42. [30], wonende te Loosdrecht; 43. [veelontvanger sub 31], wonende te Almere; 44. [veelontvanger sub 32], wonende te Amersfoort; 45. [veelontvanger sub 33], wonende te Emmen; 46. [veelontvanger sub 34], wonende te Nieuw-Buinen; 47. [veelontvanger sub 35], wonende te Blaricum; 48. [veelontvanger sub 36], wonende te IJlst; 49. [veelontvanger sub 37], wonende te Bilthoven; 50. [veelontvanger sub 38], wonende te Almere; 51. [veelontvanger sub 39], wonende te Loosdrecht; 52. [veelontvanger sub 40], wonende te Nieuwegein; 53. [veelontvanger sub 41], wonende te Huizen; 54. [veelontvanger sub 42], wonende te Huizen; 55. [veelontvanger sub 43], wonende te Blaricum; 56. [veelontvanger sub 44], wonende te Den Haag, te dagvaarden tegen de roldatum woensdag 13 oktober 2010; reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak; in beide incidenten verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rol van woensdag 27 oktober 2010 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2010. 1734/1980?