RECHTBANK ROTTERDAM Sector strafrecht Parketnummer: 10/631280-09 Datum uitspraak: 20 oktober 2010 Tegenspraak TUSSENVONNIS van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] (Suriname), ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres], raadsvrouw: mr. D.I. van Wel, advocaat te Hellevoetsluis. ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober
- TENLASTELEGGING Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. EIS OFFICIER VAN JUSTITIE De officier van justitie mr. Vreugdenhil heeft gerekwireerd tot: - bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en - veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE TUSSENBESLISSING Na sluiting van het onderzoek op de terechtzitting is ingekomen een faxbrief d.d. 15 oktober 2010 van mr. R. Besemer, advocaat te Rotterdam en raadsman van mevrouw [aangeefster]. In deze brief deelt de raadsman mede dat noch hij, noch zijn cliënte op de hoogte zijn gesteld van de terechtzitting op 6 oktober 2010, terwijl [aangeefster] ter terechtzitting aanwezig had willen zijn, een slachtofferverklaring had willen afleggen en ook een vordering benadeelde partij had willen indienen. Volgens de raadsman was hij niet op de hoogte van de terechtzitting op 6 oktober jl., omdat de oproep voor de zitting, naar zijn oude kantooradres is verzonden. Zijn nieuwe kantooradres is bij de justitiële autoriteiten genoegzaam bekend. De raadsman is van mening dat het onderzoek ter terechtzitting dient te worden heropend, zodat zijn cliënte alsnog in de gelegenheid zal zijn om haar rechten uit te oefenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat zich in het dossier een brief d.d. 21 september 2010 bevindt, namens de officier van justitie, gericht aan: Besemer Van Toorn Advocaten, Stieltjesstraat 78 te Rotterdam, met daarin informatie betreffende de zittingsdatum. Voorts bevinden zich in het dossier van de verdachte twee brieven d.d. 10 juni 2010 van mr. R. Besemer voornoemd, waarin hij verzoekt om een afschrift van het dossier, een afschrift van de (concept)tenlastelegging en informatie betreffende de zittingsdatum. Op het briefhoofd van deze brieven staat vermeld: Besemer Advocaten, Levie Vorstkade 47 te (3071 AG) Rotterdam. Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest en alvorens in deze strafzaak tot een uitspraak te komen acht de rechtbank het noodzakelijk, dat de raadsman van [aangeefster] op het juiste kantooradres zal worden opgeroepen. De rechtbank zal het onderzoek ter terechtzitting daarom heropenen en het onderzoek in het belang daarvan voor onbepaalde tijd schorsen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen, informatie betreffende deze strafzaak aan het juiste adres van de raadsman van [aangeefster] toe te zenden, te weten: Besemer Advocaten, Levie Vorstkade 47 te (3071 AG) Rotterdam. De rechtbank geeft de officier van justitie in overweging op een zo kort mogelijke termijn in overleg te treden met de voorzitter van de rechtbank teneinde de zaak zo spoedig mogelijk te plannen. BESLISSING De rechtbank: - heropent het onderzoek ter terechtzitting; - schorst het onderzoek in het belang daarvan voor onbepaalde tijd; - beveelt de oproeping tegen de nadere terechtzitting van: - de verdachte, met verstrekking van een afschrift van die oproeping aan zijn raadsvrouw, mr. D.I. van Wel, advocaat te Hellevoetsluis en - de benadeelde partij, [aangeefster], in deze procedure vertegenwoordigd door haar raadsman, mr. R. Besemer, advocaat te Rotterdam; - stelt de stukken in handen van de officier van justitie, teneinde haar in de gelegenheid te stellen, informatie betreffende deze strafzaak aan het juiste adres van de raadsman van [aangeefster] toe te zenden, te weten: Besemer Advocaten, Levie Vorstkade 47 te (3071 AG) Rotterdam. Dit tussenvonnis is gewezen door: mr. Janssen, voorzitter en mrs. Van Nijen en Trotman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hartgers, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 oktober 2010 De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bij vonnis van 20 oktober 2010: TEKST TENLASTELEGGING Aan de verdachte wordt ten laste gelegd, dat:
- hij in of omstreeks de periode van 9 december 2009 tot en met 10 december 2009 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [aangeefster], te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, als volgt heeft gehandeld, immers heeft/is hij, verdachte - zich aan die [aangeefster] opgedrongen, en/of - (met kracht) die [aangeefster] bij de armen vastgepakt/beetgepakt en/of (vervolgens) in/tegen (een hoek van) de bank gedrukt/geduwd, en/of - bovenop die [aangeefster] gaan liggen, en/of - de broek en/of onderbroek van die [aangeefster] uitgetrokken, en/of - (terwijl die [aangeefster] op de grond lag) de armen/polsen van die [aangeefster] vastgepakt/beetgepakt en deze (vervolgens) boven haar hoofd vastgehouden/beetgehouden, en/of - (met kracht) zijn, verdachtes, hand op de neus en mond van die [aangeefster] geduwd/gedrukt (gehouden), en/of - (daarbij) aan die [aangeefster] de woorden toegevoegd "Mond houden" en/of "Benen wijd", althans woorden van gelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 242 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);
- hij in of omstreeks de periode van 9 december 2009 tot en met 10 december 2009 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [aangeefster] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met kracht) zijn, verdachtes, hand op de neus en mond van die [aangeefster] heeft geduwd/gedrukt en/of gedurende enige tijd geduwd/gedrukt gehouden heeft, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 302 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)