RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 231459 / HA ZA 05-212 Uitspraak: 15 december 2010 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HANDELSVEEM B.V., mede handelende onder de naam “C. Steinweg”, gevestigd te Rotterdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie advocaat: mr. H.T. Kernkamp, - tegen - 1. de vennootschap naar Duits recht THYSSEN KRUPP METALLURGIE GmbH, gevestigd te Essen, Duitsland, gedaagde, advocaat: mr. J.F. van der Stelt, 2. de vennootschap naar Duits recht ALLIANZ MARINE & AVIATION VERSICHERUNGS AKTIENGESELLSCHAFT, gevestigd te Hamburg, Duitsland, gedaagde, advocaat: mr. J.F. van der Stelt, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BASAMRO TRANSPORT B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, eiseres in reconventie, advocaat: mr. J.A. Biermasz (aanvankelijk mr. S. Kettler-Pinkster), 4. [gedaagde sub 4], zowel voor zichzelf als in hoedanigheid van vertegenwoordiger van de rechtspersoon in oprichting SW Cargo Care B.V. i.o., wonende te Vlaardingen, gedaagde, niet verschenen. 1 Het verloop van het geding 1.1 Bij gelijkluidende dagvaardingen van 8 oktober 2004 heeft eiseres (hierna: Steinweg) de gedaagden in rechte betrokken en daarbij zeven producties in het geding gebracht. 1.2 Gedaagde sub 3 (hierna: Basamro) heeft in incident gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren. Bij tussenvonnis van 28 september 2005 heeft de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van de vorderingen tegen Basamro. Bij arrest van 24 maart 2009 heeft het gerechtshof ‘s-Gravenhage dat vonnis vernietigd en de zaak tegen Basamro terugverwezen naar deze rechtbank voor verdere afdoening. 1.3 De zaken tegen gedaagde sub 1 (hierna: TKM) en gedaagde sub 2 (hierna: Allianz) zijn op de rolzitting van 7 april 2010 doorgehaald. 1.4 Basamro heeft van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie geconcludeerd en daarbij producties 12 tot en met 15 in het geding gebracht. Eiseres (hierna: Steinweg) heeft met wijziging van haar eis geconcludeerd van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie geconcludeerd en daarbij producties 8, 9 en 10 in het geding gebracht. Basamro heeft van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie geconcludeerd. Steinweg heeft van dupliek in reconventie geconcludeerd en daarbij een arrest van gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 augustus 2005 overgelegd. 1.5 Gedaagde sub 4 (hierna: [gedaagde sub 4]) is niet verschenen. Ter rolle is verstek tegen hem verleend. 1.6 Ten slotte is vonnis gevraagd. 1.7 De rechtbank heeft kennis genomen van de genoemde processtukken. 2 De vorderingen en het verweer in conventie 2.1.1 Bij gelijkluidende dagvaardingen van 8 oktober 2004 vordert Steinweg ten aanzien van Basamro en [gedaagde sub 4] – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis voor recht zal verklaren dat zij jegens Steinweg aansprakelijk zijn voor de schade wegens de diefstal van een partij van 16 bundels nikkel kathoden met een bruto gewicht van 24.028 kg (hierna: de partij nikkel) tijdens vervoer daarvan van Rotterdam naar Bochum, Duitsland, in oktober 2003 en hen hoofdelijk zal veroordelen om aan Steinweg te betalen datgene wat Steinweg gehouden zal zijn ter zake van die diefstal aan TKM en/of Allianz te betalen, subsidiair schadevergoeding te betalen op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van dagvaarding, met veroordeling van Basamro en [gedaagde sub 4] in de proceskosten. 2.1.2 Steinweg vordert ten aanzien van Basamro na wijziging van eis – kort gezegd – dezelfde verklaring voor recht als bij dagvaarding, maar tevens dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de schade waarvoor Basamro aansprakelijk is € 174.884,14 beloopt en dat Steinweg dat bedrag door rechtsgeldige verrekening betaald heeft gekregen, subsidiair Basamro zal veroordelen om aan haar te betalen € 174.884,14 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van dagvaarding, steeds met veroordeling van Basamro in de proceskosten. 2.2.1 Daartoe stelt Steinweg – samengevat weergegeven – het volgende. Omstreeks 9 oktober 2003 heeft Steinweg als expediteur opdracht gekregen van TKM om onder meer de partij nikkel vanaf een loods van Steinweg te Rotterdam naar Bochum te laten vervoeren en aldaar af te leveren aan Thyssen Krupp Nirosta GmbH. Steinweg heeft op 10 oktober 2003 aan Basamro opdracht gegeven om dat vervoer uit te voeren. Op die transportopdracht heeft Steinweg onder meer medegedeeld: “let op: [..] GOEDEREN/ LADING NIET ONBEHEERD LATEN STAAN IVM DIEFSTAL”. Basamro heeft het vervoer uitbesteed aan [gedaagde sub 4]. Op 13 oktober 2003 heeft (een chauffeur van) [gedaagde sub 4] de partij nikkel ten vervoer in ontvangst genomen in een trekker met oplegger. [gedaagde sub 4] heeft de trekker met beladen oplegger gereden naar zijn het beveiligde en omheinde terrein om daarmee de volgende ochtend verder te rijden naar Bochum. In de nacht van 13 op 14 oktober 2003 is de oplegger met de partij nikkel gestolen vanaf het terrein van [gedaagde sub 4]. Basamro, respectievelijk [gedaagde sub 4] hebben de partij nikkel niet ter bestemming afgeleverd en zijn ingevolge de toepasselijke CMR voor de door diefstal van de partij nikkel ontstane schade aansprakelijk. Bovendien heeft Basamro kennelijk de hiervoor aangehaalde instructie niet nageleefd en deze ook niet doorgegeven aan [gedaagde sub 4]. 2.2.2 Ten aanzien van Basamro stelt Steinweg voorts het volgende. Steinweg heeft wegens de niet-aflevering van de partij nikkel aan TKM en dier verzekeraar Allianz krachtens minnelijke regeling een bedrag van € 174.884,14 moeten betalen. De door Steinweg ter zake van de diefstal van de partij nikkel geleden schade beloopt daarom dat bedrag. Steinweg heeft dat bedrag verrekend met aan Basamro toekomende vrachten. Daarom dient de rechtbank vast te stellen dat Steinweg tot die verrekening gerechtigd was. 2.3 De conclusie van Basamro strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Steinweg in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis. Basamro voert daartoe – samengevat weergegeven – het volgende aan. Steinweg stelt in de dagvaarding zelf, voor zover zij als vervoerder moet worden aangemerkt, dat en waarom zij ingevolge artikel 17 lid 2 CMR niet aansprakelijk is voor de gestelde schade wegens de diefstal van de partij nikkel. Basamro houdt Steinweg aan haar erkenning dat sprake is van vervoerdersovermacht. Basamro neemt de door Steinweg gestelde feiten en omstandigheden die tot ontheffing van aansprakelijkheid leiden over. Bovendien behelsde de opdracht van Steinweg, die erin voorzag dat de vervoerder op 13 oktober 2003 de partij nikkel in Rotterdam ten vervoer in ontvangst zou nemen en deze op 14 oktober 2003 in Bochum zou afleveren, dat de vervoeder een nacht zou overstaan. Basamro betwist dat zij de in 2.2.1 aangehaalde instructie niet heeft doorgegeven aan [gedaagde sub 4], waartoe zij verwijst naar haar opdracht aan [gedaagde sub 4] van 10 oktober 2003. Basamro betwist dat zij of haar ondervervoerder die instructie niet is nagekomen, omdat de partij nikkel niet onbeheerd is achtergelaten, maar beheerd op een beveiligd terrein is geparkeerd. Basamro betwist de gestelde schadeomvang. Steinweg heeft een bedrag van € 174.884,14 op aan Basamro toekomende vrachten onbetaald gelaten, zodat, indien Basamro tot schadevergoeding verplicht is, met dat bedrag rekening dient te worden gehouden. 3 De vordering en het verweer in reconventie 3.1 Basamro vordert in reconventie – kort gezegd – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis Steinweg zal veroordelen om aan haar te betalen € 174.884,14 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de betreffende facturen van Basamro, althans vanaf de datum van de conclusie van eis in reconventie, met veroordeling van Steinweg in de proceskosten. 3.2 Daartoe stelt Basamro het volgende. Basamro heeft vele transporten in opdracht van Steinweg uitgevoerd. Steinweg heeft vrachtfacturen van Basamro onbetaald gelaten tot het beloop van € 225.112,25. In augustus 2007 heeft Steinweg alsnog € 50.228,11 betaald, maar € 174.884,14 onbetaald gelaten. Steinweg was en is niet bevoegd tot verrekening van haar vordering tot vergoeding van schade wegens de diefstal van de partij nikkel met de vrachtvorderingen. Basamro maakt aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf veertien dagen vanaf de data van de onbetaald gelaten facturen. De betaling van € 50.228,11 strekte ten eerste tot betaling van rente en voor het overige ter delging van de oudste facturen. 3.3 De conclusie van Steinweg strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Basamro in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis. Daartoe voert Steinweg – samengevat weergegeven – het volgende aan. Wegens de vordering in conventie heeft Steinweg € 174.884,14 van Basamro te vorderen. Basamro heeft tegen verrekening geen bezwaar gemaakt, zodat de vorderingen over en weer door verrekening teniet zijn gegaan. 4 De beoordeling In conventie TKM en Allianz 4.1 Nu, zoals bij het verloop van het geding is vermeld, de zaken tegen TKM en Allianz zijn doorgehaald, heeft de rechtbank over de vorderingen tegen deze gedaagden niet te oordelen. Basamro 4.2.1 Bij conclusie van repliek heeft Steinweg (de grondslagen van) haar eis vermeerderd. Basamro heeft daartegen geen bezwaar gemaakt, maar zich voor wat betreft de eiswijziging aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. De eiswijziging komt de rechtbank niet voor als strijdig met een goede procesorde, omdat de vorderingen na de eiswijziging uitgaan van dezelfde feiten die voordien in het geding waren gesteld en Basamro behoorlijk op de gewijzigde eis heeft kunnen reageren, zoals blijkt uit haar conclusie van dupliek in conventie. Daarom zal de zaak tegen Basamro op basis van de gewijzigde eis worden beoordeeld. 4.2.2 Basamro betoogt zowel met een beroep op een erkentenis in de zin van artikel 154 Rv als op inhoudelijke gronden dat zij niet aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van de diefstal van de partij nikkel ter bestemming. Daarover overweegt de rechtbank het volgende. 4.2.3 Basamro betoogt dat Steinweg in punt 13 van de dagvaarding heeft erkend dat de vervoerder in het onderhavige geval beroep op overmacht toekomt. Steinweg betwist dat. Mede met het oog op de zeer beperkte gronden waarop een gerechtelijke erkentenis volgens het tweede lid van artikel 154 Rv kan worden herroepen, dient, wil sprake zijn van een erkentenis in de zin van dat artikel, de erkenning zich tot de betreffende wederpartij te richten en uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te zijn (zie HR 17 februari 2006, LJN AU4616 – Life Fit). Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Steinweg heeft alle vier de gedaagden in één exploot van dagvaarding aangesproken. De dagvaarding is opgebouwd uit een hoofdstuk “Feiten”, een hoofdstuk “vordering jegens gedaagden sub 1 en 2”, een hoofdstuk “vordering jegens Basamro en SW Cargo Care” en enkele verdere hoofdstukken. De passage in punt 13 van de dagvaarding, waarop Basamro beroep doet, staat in het hoofdstuk “vordering jegens gedaagden sub 1 en 2”, dat zijn TKM en Allianz. Die passage komt niet voor in het hoofdstuk “vordering jegens Basamro en SW Cargo Care”, evenmin in enig ander hoofdstuk van de dagvaarding. Daaruit volgt dat de door Basamro als erkentenis aangemerkte bewoordingen niet tot Basamro zijn gericht. De onderhavige dagvaarding bevat enerzijds stellingen ten opzichte van TKM en Allianz, waarin Steinweg uiteenzet dat zij niet aansprakelijk is ten opzichte van deze partijen, ook niet ingeval zij als vervoerder mocht worden aangemerkt. Dienovereenkomstig vordert Steinweg in de dagvaarding een verklaring voor recht dat zij ten opzichte van TKM en Allianz niet aansprakelijk is. Anderzijds vordert Steinweg in de dagvaarding een verklaring voor recht dat Basamro en [gedaagde sub 4] (in de dagvaarding aangeduid als “SW Cargo Care”) jegens haar als vervoerders aansprakelijk zijn, met veroordeling van deze. Kennelijk verlangt Steinweg zich daarmee in te dekken voor het geval zij geen succes mocht hebben ten opzichte van TKM en/of Allianz. Dat blijkt uit de genoemde hoofdstukken van de dagvaarding en uit de aan het slot van de dagvaarding geformuleerde vorderingen. In dat licht bezien kan het bij wijze van verweer ten opzichte van TKM en Allianz in punt 13 van de dagvaarding ingenomen standpunt dat Steinweg als vervoerder niet aansprakelijk is, niet worden aangemerkt als een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige erkenning dat Basamro als vervoerder ten opzichte van Steinweg niet aansprakelijk is maar een beroep op overmacht toekomt. 4.2.4 Steinweg legt aan haar vorderingen ten grondslag de stellingen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.