RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 346030 / HA ZA 10-84 Uitspraak: 9 maart 2011 VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak[R]: [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. E.J. Henrichs, - tegen - 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X-HIVE CORPORATION B.V., gevestigd te Rotterdam, advocaat: mr. H.A. de Savornin Lohman, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CYBERSPACE ONDERZOEK & ONTWIKKELING B.V., gevestigd te Rotterdam, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EL GATO B.V., gevestigd te Rotterdam, advocaat voor 2 en 3: mr. O.E. Meijer, gedaagden. Partijen worden hierna aangeduid als [eiser], X-Hive, Cyperspace c.s. (gedaagden 2 en 3 gezamenlijk), Cyberspace en El Gato. 1 Het verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - dagvaarding d.d. 24 december 2009; - akte overlegging producties; - conclusie van antwoord van X-Hive, met producties; - conclusie van antwoord van Cyberspace c.s.; - conclusie van repliek; - conclusie van dupliek van X-Hive; - conclusie van dupliek van Cyberspace c.s. 2 De vaststaande feiten 2.1 X-Hive houdt zich bezig met het ontwikkelen van software voor de luchtvaartindustrie en andere zogenoemde hoogtechnologische bedrijfstakken. 2.2 Bestuurders van X-Hive zijn Cyberspace (de houdstermaatschappij van [X], hierna: [X]), El Gato (de houdstermaatschappij van[Y], hierna: [Y]) en Cyberspace Innovatie & Implementatie B.V. Tot 13 juli 2007 hielden deze drie vennootschappen ieder 8,9% van de aandelen in X-Hive. 2.3 Tot zijn pensionering in juli 2005 was [eiser] laatstelijk werkzaam als president van Boeing Nothern & Western Europe. Daarvoor is hij werkzaam geweest bij Stork en Fokker. Door deze loopbaan beschikte [eiser] op het moment van zijn pensionering over een uitgebreid netwerk binnen de luchtvaartindustrie. 2.4 In juli 2005 heeft [X] het initiatief genomen voor een gesprek met [eiser]. In zijn mail van 18 juli 2005 aan de voormalige secretaresse van [eiser] schrijft [X], in zijn hoedanigheid van "CEO" van X-Hive, dat hij de bedoeling heeft [eiser] te vragen "to join our advisory board". 2.5 Naar aanleiding van deze mail hebben [X] en [eiser] telefonisch met elkaar gesproken en heeft [X] informatie over X-Hive aan [eiser] ter beschikking gesteld, waarna vanaf 4 augustus 2005 enkele besprekingen hebben plaatsgevonden. 2.6 Tijdens deze besprekingen heeft [X] aan [eiser] een betaalde positie binnen de raad van advies (door partijen ook wel aangeduid als de raad van commissarissen) van X-Hive aangeboden. Deze positie heeft [eiser] niet ingenomen. Hij heeft te kennen gegeven voorkeur te hebben aan het verwerven van aandelen in X-Hive als tegenprestatie voor de door hem voor X-Hive te verrichten werkzaamheden. 2.7 Op verzoek van [X] heeft [eiser] over een en ander op 5 september 2008 gesproken met vertegenwoordigers van de andere aandeelhouders in X-Hive. 2.8 Op 24 oktober 2005 hebben [X] (en [Y]) en [eiser] opnieuw met elkaar gesproken. Onder de kop "samenvatting focus en actiepunten" heeft [X] naar aanleiding van dit gesprek op 28 oktober 2005 de volgende mail aan [eiser] gestuurd: "Vlak voor mijn vertrek naar Brazilie nog even de samenvatting van ons gesprek. Ik heb ondertussen [Z]) gevraagd om een afspraak met [Q] voor begin december in te plannen. Met vriendelijke groet, [W] Focus op: - Defensie - Airbus + Boeing - Regional Jets: met name Embraer, wellicht ook BAE/Saab - Business Jets: met name Gulf stream - Alliances: Sky, Star, OneWorld - Regios: US, EU, maar ook Middle East, China/India/Rusland Actiepunten [R]: - Opvolging NIVR symposium bij: [S] (KLM), [A] (ondersteuning Fokker vloot bij KLM), [E] (Luchtmacht) - Introductie bij Airbus - Persoonlijke brief naar contacten bij Embraer en Finnair - Introductie bij [D] bij Stork Food & Dairy in Amsterdam - Onderzoeken mogelijkheden bij Stork Boxer activiteiten Actiepunten X-Hive: - Mission statement, aandeelhouders, referenties, in een korte bondige samenvatting richting [R] sturen ([F]) - Mogelijkheden tot deelname in X-Hive aandelen uitwerken (kopen, optieregeling, koppelen aan succes in een specifieke markt als bv defensie) ([W])" 2.9 Vanaf (in elk geval) oktober 2005 tot in de eerste helft van 2007 heeft [eiser] bij verschillende gelegenheden zorg gedragen voor introductie van X-Hive bij partijen in de luchtvaartindustrie, waaronder Fokker, Stork, Defensie, Embraer, Saab, Boeing en Lockheed Martin. Over deze activiteiten onderhield [eiser] contact met [X]. 2.10 In april is tussen [eiser] en [X] ter sprake gekomen dat X-Hive mogelijk zou worden overgenomen. Dat is aanleiding geweest voor vervolgcontact tussen [eiser] en [X] over een vergoeding voor [eiser]. 2.11 Op 24 juni 2007 heeft [C] (een medewerker van X-Hive) aan [eiser] laten weten met alle aandeelhouders te hebben gesproken, waaruit naar voren is gekomen dat zij geen aanleiding zien [eiser] een vergoeding te betalen. Volgens [C] is er "nooit een formele relatie geweest tussen X-Hive (en haar aandeelhouders) en jou". 2.12 Bij brief van 12 juli 2007 heeft de raadsman van [eiser] X-Hive in gebreke gesteld ter zake de nakoming van de (in zijn ogen) gemaakte afspraken. 2.13 Op 13 juli 2007 zijn alle aandelen in X-Hive verkocht aan EMC (Benelux). 2.14 Bij beschikking van 30 mei 2008 heeft de rechtbank op verzoek van [eiser] een voorlopig getuigenverhoor gelast. [eiser] heeft vijf getuigen doen horen, onder wie zichzelf. 3 De vordering De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad a. primair X-Hive dan wel subsidiair Cypberspace c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 307.459,17 vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten (€ 4.680,=); b. meer subsidiair X-Hive te veroordelen tot betaling van € 360.000,= althans een zodanig bedrag als heeft te gelden als redelijke vergoeding in de zin van artikel 7:405 BW, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten (€ 4.680,=); c. een en ander met hoofdelijke proceskostenveroordeling. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd: 3.1 Tussen [eiser] en X-Hive is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen, op grond waarvan [eiser] adviseurswerkzaamheden heeft verricht, met name op het gebied van marketing en relatiemanagement. 3.2 Partijen hebben afgesproken dat [eiser] als vergoeding een aandelenbelang in X-Hive zou ontvangen. Overeenkomstig het belang dat een andere adviseur heeft verworven, heeft [eiser] aanspraak op een vergoeding op basis van 3% van de aandelen. Daarmee is het primair gevorderde bedrag gemoeid. 3.3 Als zou moeten worden aangenomen dat [X] en [Y] niet namens X-Hive hebben gehandeld, dan hebben hun uitlatingen en toezeggingen te gelden als gedaan namens hun vennootschappen, te weten Cyberspace c.s. Subsidiair is Cyberspace c.s. dan ook tot betaling van het hier bedoelde bedrag gehouden. 3.4 Op grond van artikel 7:405 BW is X-Hive in elk geval een redelijke vergoeding verschuldigd. Gebaseerd op hetgeen [eiser] in een andere adviseurrol ontvangt, heeft hij aanspraak op het meer subsidiair gevorderde bedrag. 4 Het verweer Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [eiser] in de kosten van het geding. X-Hive en Cyberspace c.s. hebben daartoe het volgende aangevoerd: 4.1 Er is geen overeenkomst tot stand gekomen tussen [eiser] en X-Hive. X-Hive heeft [eiser] aangeboden tegen betaling lid te worden van de raad van advies, maar dat aanbod heeft hij afgewezen. Partijen hebben weliswaar gesproken over de mogelijkheden van een tegenprestatie in de vorm van een aandelenbelang, maar verder dan een dergelijke bespreking is het niet gekomen. De door [eiser] verrichte werkzaamheden moeten in dit licht worden beschouwd als middel om de aandeelhouders van X-Hive te bewegen alsnog akkoord te gaan met participatie van [eiser]. De aard van de aan [eiser] toekomende tegenprestatie vormde een essentieel onderwerp van de besprekingen tussen partijen. Waar over dat essentiële onderwerp geen overeenstemming is bereikt, is geen overeenkomst tot stand gekomen. 4.2 Als al een overeenkomst tot stand is gekomen, dan heeft die overeenkomst te gelden als bemiddelingsovereenkomst. Op grond van artikel 7:426 BW heeft de bemiddelaar pas aanspraak op loon als door zijn bemiddeling een overeenkomst is tot stand gekomen. Dat is in het geval van [eiser] niet gebeurd. 4.3 Voor zover in geval van de met Spyker Cars en Fokker Services gesloten overeenkomsten sprake zou zijn van bemoeienis van [eiser], dan heeft te gelden dat een bemiddelingsfee van 5% van het moet die contracten gemoeide belang redelijk zou zijn. 4.4 Meer subsidiair geldt dat de door [eiser] geclaimde vergoeding buitensporig is. In eerdere berichten heeft hij gesteld dat hij ongeveer 22 dagen ten behoeve van X-Hive bezig is geweest en om die reden een vergoeding van maximaal € 110.000,= redelijk te vinden. Daarmee valt zijn nu ingestelde vordering niet te rijmen. In de berekenig van X-Hive heeft [eiser] slechts vier dagen aan X-Hive besteed, zodat een redelijke vergoeding maximaal € 20.000,= zou bedragen. 4.5 Ten aanzien van Cyberspace c.s. geldt nog dat [X] en [Y] altijd namens X-Hive hebben gehandeld, nooit namens Cyberspace c.s. De subsidiaire vordering van [eiser] moet daarom sowieso worden afgewezen. 5 De beoordeling 5.1 Aan de vordering ligt het standpunt van [eiser] ten grondslag dat tussen hem en X-Hive een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Bij de beoordeling van de in dat verband over en weer ingenomen stellingen moet het volgende worden voorop gesteld. 5.2 Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:215 lid 1 BW). Of sprake is van overeenstemming tussen het aanbod en de aanvaarding hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen (artikelen 3:33 en 3:35 BW). In het geval bij een overeenkomst een aantal onderling samenhangende verbintenissen moet worden geregeld en partijen over sommige onderdelen wel en over andere (nog) geen overeenstemming hebben bereikt, is het antwoord op de vraag of niettemin een overeenkomst is tot stand gekomen afhankelijk van de bedoeling van partijen, zoals deze op grond van de betekenis van hetgeen wel en niet geregeld is, van het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder onderhandelen en van de verdere omstandigheden van het geval moet worden aangenomen. Tegen de achtergrond van dit uitgangspunt overweegt de rechtbank het volgende. 5.3 Tussen partijen staat vast dat [X] als CEO van X-Hive het initiatief heeft genomen om [eiser] bij X-Hive te betrekken en dat hij ([X]) daarbij het oog had op een betaalde positie voor [eiser]. Vast staat voorts dat dit initiatief heeft geleid tot diverse gesprekken, waarvan het laatste (op 24 oktober 2005) heeft geleid tot de onder 2.8 geciteerde mail van [X] aan [eiser]. De mail handelt over de "focus" (de rechtbank begrijpt: de prioriteiten van X-Hive) en de zowel aan "[R]" ([eiser]) als aan X-Hive toebedeelde "actiepunten". De aan [eiser] toebedeelde actiepunten behelzen klaarblijkelijk activiteiten gericht op (verdere) introductie van X-Hive bij diverse marktpartijen. Ten behoeve van deze door [eiser] te verrichten activiteiten nam X-Hive blijkens de mail op zich [eiser] te voorzien van onder meer een "mission statement", zo begrijpt de rechtbank het eerste van de aan X-Hive toebedeelde actiepunten. Verder staat vast dat [eiser] vanaf oktober 2005 daadwerkelijk activiteiten heeft ontplooid gericht op (verdere) introductie van X-Hive bij diverse marktpartijen en dat [X] van die activiteiten op de hoogte was. 5.4 De hier beschreven vaststaande feiten in onderlinge samenhang beschouwd kunnen naar het oordeel van de rechtbank tot geen andere conclusie leiden dan dat [eiser] en X-Hive overeenstemming hebben bereikt over het verrichten van introductieactiviteiten door [eiser] ten behoeve van X-Hive. In elk geval heeft te gelden dat [eiser] de gedragingen van [X] in die zin heeft mogen opvatten, met name gegeven de initiërende rol van [X] en de concrete inhoud van diens mail van 28 oktober 2005. Voor zover [X] zijn uitlatingen in andere zin had bedoeld, dan had het op zijn weg gelegen daarover opheldering te verschaffen, in elk geval zodra hij bemerkte dat [eiser] tot uitvoering van de hiervoor genoemde actiepunten was overgegaan. Gesteld noch gebleken is dat [X] in deze zin in beweging is gekomen. Het niet aan de bel trekken door [X] moet worden beschouwd als een bevestiging van het bestaan van de hier bedoelde overeenstemming. 5.5 [eiser] heeft gesteld dat hij en X-Hive het ook eens zijn geworden over de door hem te ontvangen tegenprestatie, te weten een aandelenbelang in X-Hive. Die opvatting deelt de rechtbank echter niet. Vast staat staat dat partijen hebben gesproken over de vorm van de aan [eiser] toekomende tegenprestatie en dat daarbij - ook voor [X] - uitgangspunt was dat aan [eiser] een tegenprestatie toekwam. Vast staat ook dat [eiser] een voorkeur had voor een tegenprestatie in de vorm van het verwerven van een aandelenbelang. Dat partijen het over die vorm eens zijn geworden kan uit de stellingen van partijen echter niet worden afgeleid. Daartoe wijst de rechtbank op het volgende. 5.6 Bij dagvaarding heeft [eiser] weliswaar gesteld dat hij in deze zin met [X] heeft gesproken, maar hij heeft geen (concrete) feiten gesteld waaruit de instemming met [X] zou kunnen worden afgeleid. Op dit punt is ook zijn weergave van het in 2.7 bedoelde gesprek met vertegenwoordigers van de andere aandeelhouders vaag. Bij conclusie van antwoord heeft X-Hive vervolgens betwist dat over de hier bedoelde beloningsvorm overeenstemming zou zijn bereikt. Deze betwisting heeft zij concreet gemotiveerd. Op deze betwisting heeft [eiser] niet concreet en feitelijk gereageerd, bijvoorbeeld door te stellen in welke zin [X] of de vertegenwoordigers van de andere aandeelhouders zich dan jegens hem hebben uitgelaten. Dat het op zichzelf mogelijk is dat [X] namens X-Hive een aandelenbelang aan [eiser] heeft toegezegd (ondanks de op dat punt volgens X-Hive bestaande vennootschapsrechtelijke beletselen), wil nog niet zeggen dat [X] zich ook feitelijk in die zin heeft uitgelaten. Anders dan [eiser] meent, kan uit de slotzin van de mail van 28 oktober 2005 niet meer worden afgeleid dan dat X-Hive de "mogelijkheden" van het verwerven van aandelen door [eiser] zou gaan "uitwerken". Dat is te vaag om als bindende akkoordverklaring te kunnen beschouwen. 5.7 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] en X-Hive het op sommige punten eens zijn geworden (het verrichten van introductieactiviteiten door [eiser]) en op andere punten niet (het verkrijgen van een aandelenbelang als tegenprestatie). Gelet op het in 5.2 omschreven uitgangspunt rijst aldus de vraag of tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen. In dit verband hecht de rechtbank vooral betekenis aan (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.