← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2011:BT2907

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Meervoudige kamer voor wrakingszaken Uitspraak: 28 september 2011 Zaaknummer: 385921 Rekestnummer: HA RK 11-209 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: [naam verzoeker], wonende te [adres], verzoeker, strekkende tot wraking van [naam rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht (hierna: de rechter).

  1. Het procesverloop en de processtukken Ter zitting van 11 augustus 2011 is door de rechter behandeld het door verzoeker ingestelde beroep tegen de beslissing op bezwaar van [naam verweerster] (hierna: verweerster) van 6 december
  2. Die procedure heeft als kenmerk AWB 11/107 BC-T
  3. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft verzoeker de rechter gewraakt. Bij brief van 18 augustus 2011 heeft verzoeker zijn standpunt nader toegelicht. De wrakingskamer heeft kennis genomen van - voor zover voor de beoordeling van het verzoek van belang - het dossier van de voormelde procedure, in het bijzonder van het proces-verbaal van de zitting van 11 augustus 2011 en de aan verzoeker gerichte uitnodigingsbrieven voor die zitting van 13 mei 2011 en 27 juni
  4. Verzoeker, de rechter, alsmede verweerster zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 5 september
  5. Ter zitting van 23 september 2011, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verzoeker en de rechter - met voorafgaande kennisgeving - niet verschenen. Wel verschenen is mr. M.A.M. Suijkerbuijk, advocaat van verweerster. Verzoeker heeft zijn standpunt bij brief van 15 september 2011 gehandhaafd.
  6. Het verzoek en het verweer daartegen 2.1 Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd: De behandeling ter zitting van het door verzoeker ingestelde beroep was gepland op 11 augustus 2011 te 13.20 uur met een behandelingstijd van 20 minuten. Verzoeker heeft zich binnen de gestelde tijd bij de rechtbank gemeld, doch de rechter bleek het onderzoek vroegtijdig te hebben gesloten. Hierdoor was het voor verzoeker niet mogelijk om het ingestelde beroep ter zitting mondeling toe te lichten. Een verzoek de schriftelijke pleitaantekeningen aan het procesdossier toe te voegen is door de rechter geweigerd. Als de rechter volhardt in zijn weigering de schriftelijke pleitaantekeningen van verzoeker op te nemen in de procedure, dan is er grond de rechter te wraken. 2.2 De rechter heeft niet in de wraking berust. De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. Hij heeft daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd: Verzoeker is uitgenodigd voor de behandeling van zijn beroep op 11 augustus 2011 te 13.20 uur. Rond 13.30 uur is de behandeling van de zaak aangevangen; verzoeker was niet aanwezig. Rond 13.40 uur is het onderzoek ter zitting gesloten. Bij het aankondigen van de volgende zaak meldde de zaalbode dat verzoeker was gearriveerd en dat hij zijn verlate komst niet eerder had gemeld. Nadat de volgende zaak was behandeld, heeft de rechter verzoeker medegedeeld dat de goede procesorde zich verzet tegen het heropenen van het onderzoek in zijn zaak en dat zonder verdere behandeling ter zitting uitspraak zou worden gedaan. Uit deze gang van zaken kan niet worden afgeleid dat hij partijdig is.
  7. De beoordeling 3.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. 3.2 Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden. 3.3 Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De rechter is niet gehouden om - in een geval als het onderhavige - terug te komen op een eerder genomen processuele beslissing. In het onderhavige geval was het onderzoek ter zitting gesloten, op het moment dat verzoeker alsnog verscheen. Het feit dat de rechter het onderzoek ter zitting niet aanstonds heeft heropend, al was het maar uit coulance jegens de verzoeker, levert dan ook geen grond op voor wraking. 3.4 Het verzoek is mitsdien ongegrond. Het verzoek moet worden afgewezen. 3.5 De beoordeling van het verzoek om de schriftelijke pleitaantekeningen van verzoeker alsnog op te nemen in de procedure met het kenmerk AWB 11/107 BC-T2 komt niet aan de wrakingkamer toe, maar is voorbehouden aan de rechter.
  8. De beslissing wijst af het verzoek tot wraking van [naam rechter]. Deze beslissing is gegeven op 28 september 2011 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. O.E.M. Leinarts, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. A. Schut, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.