vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 378796 / HA ZA 11-1187 Vonnis in verzet van 23 november 2011 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, geopposeerde, advocaat mr. E. Wilke, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, opposant, advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juni 2011 - het proces-verbaal van comparitie van 7 oktober 2011. Ten slotte is vonnis bepaald. De feiten Op of omstreeks 1 april 2008 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en [gedaagde] waarbij [gedaagde] aan [eiser] heeft gevraagd of hij hem het bedrag van EUR 150.000,- kon lenen. Op of omstreeks 17 april 2008 heeft [eiser] een bedrag van EUR 100.000,- middels een spoedoverboeking overgemaakt naar rekeningnummer 42.56.57.426 dat op naam staat van Domein Schouwen B.V. (hierna: Domein Schouwen). In een onderhandse akte waar bovenaan staat vermeld 'schuldbekentenis', gedateerd 13 februari 2009, die is ondertekend door [gedaagde] zowel voor zichzelf als namens Orcom Vastgoed B.V. (hierna: Orcom) en door de echtgenote van [gedaagde], [X], (hierna: de schuldbekentenis) staat voor zover relevant het volgende: "De ondergetekende, de heer [eiser], (...), ten dezen handelend zowel voor zich in privé, als in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van de (...) stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR DOMEIN SCHOUWEN B.V. (...) welke stichting handelt in haar hoedanigheid van vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de (...) besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOMEIN SCHOUWEN B.V., welke vennootschap handelt in haar hoedanigheid van vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van de (...) besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ORCOM VASTGOED B.V. (...) hierna te noemen: schuldenaar, verklaart wegens op 01/april/08 ter leen ontvangen gelden verschuldigd te zijn aan de mede-ondergetekende, de heer [gedaagde], (...) hierna te noemen: schuldeiser, een som van E 150.000 (zegge: éénhonderd en vijftig duizend Euro), door middel van overschrijving op bankrekeningnummer en contanten. De schuldenaar verklaart ter zake van deze geldlening met de schuldeiser te zijn overeengekomen als volgt: 1) De hoofdsom wordt door schuldenaar uiterlijk op 15 maart 2009 aan schuldeiser terugbetaald. 2) De schuldenaar is op de onder 1) genoemde dag der terugbetaling een rentevergoeding aan schuldeiser verschuldigd ad 10% over de hoofdsom gedurende de looptijd van de lening. (...) 7) Bij niet prompte voldoening der rente en aflossing op de verschijndag als genoemd onder 1) van deze schuldbekentenis is de gehele hoofdsom of het eventuele restant daarvan terstond opeisbaar, te vermeerderen met de rente tot de dag van betaling en drie maanden extra rente. (...) Getekend en goedgeschreven te Rotterdam op 13 februari 2009 Orcom Vastgoed B.V. Namens deze: [eiser] (...) Schuldenaar: [eiser] (...)." Het geschil [eiser] heeft bij dagvaarding van 15 november 2010 in de verstekprocedure, zaak-/rolnummer 371631/ HA ZA 11-280, gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van EUR 165.000,-, tot betaling van de wettelijke rente en voorts tot betaling van de overeengekomen extra rentevergoeding over de periode van drie maanden, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, de kosten van de beslagen daaronder begrepen. Uit het petitum van de dagvaarding blijkt niet over welk bedrag [eiser] de wettelijke rente vordert. Bij verstekvonnis van 23 maart 2011 zijn de vorderingen van [eiser] integraal toegewezen, waarbij de rechtbank de wettelijke rente heeft toegewezen over het bedrag van EUR 165.000,- vanaf 15 maart 2009, en is [gedaagde] veroordeeld in de aan de zijde van [eiser] gevallen proceskosten, waaronder de beslagkosten, tot de dag van de uitspraak begroot op EUR 1.414,- aan vast recht, EUR 1.074,09 aan overige verschotten en EUR 2.842,- aan salaris advocaat. [gedaagde] vordert in het verzet hem te ontheffen van het tegen hem uitgesproken verstekvonnis en [eiser] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen althans hem deze te ontzeggen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. De beoordeling Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. Aan de orde is een vordering gebaseerd op een volgens [eiser] tussen hem en [gedaagde] in april 2008 mondeling tot stand gekomen en achteraf in een schuldbekentenis vastgelegde overeenkomst van geldlening van een bedrag van EUR 150.000,-. [gedaagde] betwist de totstandkoming van de overeenkomst van geldlening niet en evenmin dat deze overeenkomst achteraf is vastgelegd in de schuldbekentenis. Ook staat tussen partijen vast dat [eiser] omstreeks 17 april 2008 een bedrag van EUR 100.000,- heeft overgemaakt op het rekeningnummer van Domein Schouwen. De betaling van het bedrag van EUR 50.000,-, die volgens [eiser] contant zou zijn verricht, wordt door [gedaagde] betwist. [gedaagde] betwist daarnaast dat hij de enige, dan wel hoofdelijk schuldenaar is onder de overeenkomst van geldlening. Volgens [gedaagde] blijkt uit de schuldbekentenis dat er vier schuldenaren zijn, te weten: [gedaagde] zelf, Stichting Administratiekantoor Domein B.V., Domein Schouwen en Orcom. Hieruit en vanwege de omstandigheid dat ten aanzien van deze schuldenaren geen hoofdelijke verschuldigdheid is overeengekomen, volgt volgens [gedaagde] dat de vordering ten aanzien van hem ten hoogste EUR 25.000,- kan bedragen. Voor de vraag of [gedaagde] in privé zich heeft verplicht het gevorderde bedrag van EUR 150.000,- terug te betalen aan [eiser] is uitleg van de schuldbekentenis nodig. Vooropgesteld zij dat de omstandigheid dat [eiser] de schuldbekentenis niet heeft ondertekend er niet toe leidt dat aan deze schuldbekentenis geen betekenis toekomt, nu [eiser] zich op het standpunt stelt dat de overeenkomst van geldlening in de schuldbekentenis is vastgelegd. De schuldbekentenis betreft een geschrift waarin de verhouding tussen partijen is geregeld. De uitleg van een dergelijk geschikt kan niet alleen worden gegeven op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen ervan, maar daarbij komt het tevens aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkanders verklaringen en gedragingen en aan de bepalingen van dat geschrift mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (artikel 3:33 en 3:35 BW; HR 13 maart 1981, LJN AG4158, NJ 1981, 635 - Haviltex). Voorts volgt uit HR 20 februari 2004; LJN AO1427; NJ 2005, 493 DSM / Fox dat bij de uitleg van een dergelijk geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder zijn bij de uitleg van belang de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van de contractsbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan - waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden - en de overige bepalingen ervan (vgl. HR 29 juni 2007, LJN BA4909, NJ 2007, 576 - Uni-Invest; HR 19 januari 2007, LJN AZ3178, NJ 2007, 575 - Meyer Europe / Pont Meyer). Kennelijk zijn zowel [eiser] als [gedaagde] zakenlieden. Gesteld noch gebleken is dat [eiser], [gedaagde] of [Y], via wie de overeenkomst tot stand is gekomen en die het concept voor de schuldbekentenis heeft opgesteld, deskundig is op het gebied van financieringen. Echter, omdat [gedaagde] heeft verklaard dat hij makelaar in onroerende zaken is, gaat de rechtbank ervan uit dat hij over enige kennis op dat gebied beschikt. Vast staat dat de schuldbekentenis in februari 2009, omstreeks tien maanden nadat de overeenkomst van geldlening was gesloten en [eiser] geld had verstrekt, is opgesteld. Daarom mag er in beginsel van worden uitgegaan dat de schuldbekentenis de rechtsverhouding tussen de betreffende partijen en de daarin genoemde feiten juist weergeeft. Ter comparitie is gebleken dat - zoals gezegd - [eiser] het concept voor de schuldbekentenis heeft laten opstellen door [Y], dat [gedaagde] daarin een of meer wijzigingen heeft aangebracht en dat het stuk daarna door [gedaagde] en diens echtgenote [X] is ondertekend. [gedaagde] voert bij comparitie aan dat hij door een Turkse man onder druk is gezet om de schuldbekentenis te ondertekenen. [gedaagde] heeft geen enkele feitelijkheid over zodanig onder druk zetten aangevoerd, evenmin over de persoon die dat gedaan zou hebben. Gegeven de omstandigheid dat over het concept is onderhandeld en dat [gedaagde] een of meer wijzigingen in de tekst heeft aangebracht - welke omstandigheid erop wijst dat [gedaagde] in vrijheid handelde - lag het op de weg van [gedaagde] om wel zodanige feitelijkheden te stellen, indien hij wilde dat de rechtbank bij de uitleg van de schuldbekentenis rekening zou houden met dat gestelde onder druk zetten. Nu [gedaagde] dat niet heeft gedaan, passeert de rechtbank bij de uitleg hetgeen hij hieromtrent heeft aangevoerd. Vertaald naar gewoon taalgebruik staat in de eerste zin van de schuldbekentenis dat [gedaagde] "zowel handelend voor zich in privé, als in hoedanigheid van bestuurder van stichting (...)" verklaart wegens op 01 april 2008 ter leen ontvangen gelden verschuldigd te zijn aan [eiser] een som van EUR 150.000.-. [gedaagde] trad daarbij op niet alleen voor zichzelf ("handelend in privé"), maar ook in hoedanigheid van bestuurder van Stichting Administratiekantoor Domein Schouwen B.V., die daarbij optrad als bestuurder van Domein Schouwen, die op haar beurt handelde als bestuurder van Orcom. Kort gezegd trad [gedaagde] tevens op als vertegenwoordiger van de rechtspersoon Orcom. Aan het slot van de schuldbekentenis heeft [gedaagde] ondertekend namens de rechtspersoon Orcom ("Orcom Vastgoed B.V. Namens deze: [eiser]") en als "Schuldenaar: [eiser]" Uit die bewoordingen en die ondertekeningen volgt dat de geldlenende partijen bij de overeenkomst zijn: [gedaagde] en Orcom. Tussen partijen staat vast dat het bedrag van EUR 100.000,- dat [eiser] in april 2010 aan Domein Schouwen heeft overgemaakt aangemerkt wordt als onder de overeenkomst ter leen verstrekt. Uitgaande van dat gegeven, laat de hiervoor aangehaalde tekst van de schuldbekentenis zich niet anders uitleggen dan dat [eiser] naast dat bedrag van EUR 100.000,- een bedrag van EUR 50.000,- "in contanten" ter leen heeft verstrekt. In de schuldbekentenis is voorts in de tweede zin, onder de punten 1) en 2) vastgelegd dat de schuldenaren het geleende bedrag van EUR 150.000,- vermeerderd met 10% rente "uiterlijk op 15 maart 2009" dienen terug te betalen. Daarmee ligt vast dat die leensom en de rente op die datum dienden te zijn terugbetaald. In de tweede zin onder punt 7) van de schuldbekentenis is bepaald dat, indien de schuldenaren die leensom en die rente niet op 15 maart 2009 zouden hebben betaald, (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.