vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 380379 / HA ZA 11-1412 Vonnis van 29 februari 2012 in de zaak van [eiser], wonende te Rotterdam, eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. N. Schuerman, tegen [gedaagde], wonende te Rotterdam, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. A. ter Meulen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 25 januari 2012 en de daarin genoemde stukken; - de akte wijziging van eis van [eiser], met producties; - de akte verzet wijziging van eis. De beoordeling van het bezwaar tegen de verandering van eis Bij akte wijziging van eis vermeerdert [eiser] zijn eis met een bedrag van € 17.691,84 ter zake van extra woonlasten en met een bedrag van € 3.200 ter zake van bijkomende kosten voor het afsluiten van een hypotheek. Voorts vermindert [eiser] zijn vordering ter zake van immateriële schade welke zou zijn ontstaan ten gevolge van een mishandeling op 23 april 2011 van € 32.000 tot € 5.
- [gedaagde] maakt bezwaar tegen de vermeerdering van eis. [gedaagde] acht de vermeerdering van eis in strijd met de eisen van een goede procesorde. Hij wijst erop dat deze eiswijziging wordt gedaan bij een akte die is genomen op de datum waarop een tussenvonnis is uitgesproken, waarin bewijs aan partijen is opgedragen. Voorts voert [gedaagde] aan dat er op 20 december 2011 een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden en dat de thans gevorderde vermeerdering van eis ziet op stukken en gestelde schade die reeds ruim voor die comparitiedatum bekend waren. Ter zake van deze nadere vordering zou in de visie van [gedaagde] waarschijnlijk na bewijsvoering ten aanzien van de reeds verstrekte bewijsopdrachten wederom een bewijsopdracht gegeven moeten worden. De rechtbank oordeelt als volgt. Zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, is de eiser bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, te veranderen of te vermeerderen. De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van goede procesorde. Van belang is in dit verband of door de verandering van eis sprake is van onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel onredelijke vertraging van het geding. De rechtbank acht de onderhavige vermeerdering van eis in strijd met de eisen van een goede procesorde. Het stond [eiser] niet vrij om bij B3-formulier van 19 januari 2012 voor de rol van 25 januari 2012 een akte wijziging van eis in te dienen. Ter comparitie van partijen van 20 december 2011 is de dag waarop de rechtbank uitspraak zou doen bepaald op woensdag 1 februari
- Ingevolge artikel 6.1 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken neemt de rechtbank geen kennis van berichten aan de rechtbank nadat vonnis is bepaald, tenzij blijkt dat de wederpartij met de kennisneming heeft ingestemd, hetgeen is gesteld noch gebleken. [eiser] behoorde derhalve na de comparitie van partijen de rechtbank niet eenzijdig te benaderen tot nadat vonnis zou zijn gewezen. De vermeerdering van eis in dit stadium van de procedure zou voorts onredelijke bemoeilijking van de verdediging en onredelijke vertraging van het geding tot gevolg hebben. Het debat tussen partijen is in de gewisselde schriftelijke stukken en ter comparitie gevoerd, waarna de rechtbank in het tussenvonnis van 25 januari 2012 bewijsopdrachten heeft geformuleerd. De onderhavige vermeerdering van eis zou echter een nader debat en nadere beoordeling en wellicht nadere bewijsvoering noodzakelijk maken. Daarvoor bestaat geen rechtvaardiging. Er zijn geen relevante feiten en omstandigheden gesteld of gebleken welke voorafgaande aan de comparitie van partijen voor [eiser] nog niet kenbaar waren. Noch is er sprake van feitelijke of juridische complexiteit die relevant voortschrijdend inzicht aan de zijde van [eiser] - tot uitdrukking komend in een vermeerdering van eis als de onderhavige - zou kunnen rechtvaardigen. De slotsom is dat de vermeerdering van eis buiten beschouwing zal worden gelaten. De beslissing De rechtbank verklaart het bezwaar tegen de vermeerdering van eis gegrond; bepaalt dat de vermeerdering van eis buiten beschouwing zal worden gelaten wegens strijd met de eisen van een goede procesorde. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2012.? 1729/2148