vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 395691 / HA ZA 12-128 Vonnis in incident van 11 juli 2012 in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats 1], eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. G.J. Houweling, tegen
- [gedaagde 1], wonende te [woonplaats 2],
- [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2], gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. M.W. Renzen. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.
- De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties d.d. 1 februari 2012; - de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid; - de incidentele conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
- Het geschil 2.
- [gedaagden] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voeren hiertoe aan dat op grond van het bepaalde in artikel 99 lid 1 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechtbank van de woonplaats van gedaagden bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. 2.
- [eiser] voert verweer en verzoekt [gedaagden] niet-ontvankelijk te verklaren in hun incidentele vordering. Hij voert daartoe het volgende aan. De onderhavige zaak betreft een ondernemingsrechtelijk geschil waardoor op grond van artikel 105 Burgerlijke Rechtsvordering mede bevoegd is de rechter van de woonplaats of vestigingsplaats van de rechtspersoon of vennootschap. In de hoofdzaak is in geschil de verdeling van de aandelen van 4 Friends B.V., gevestigd in Bleiswijk, gemeente Lansingerland. Tevens maakt de woning aan de [adres] te [woonplaats] onderdeel uit van dit geschil. De bevoegde rechter van de plaats van vestiging van de rechtspersoon is daarom de rechter te Rotterdam, aldus [eiser].
- De beoordeling in het incident 3.
- Bij dagvaarding van 1 februari 2012 wordt door [eiser] gevorderd: Vordering
- […] dat [gedaagden] naar evenredigheid van hun aandeel in de maatschap, althans het samenwerkingsverband, bijdragen in het geleden verlies […]. 3.
- Daargelaten wat [eiser] bij antwoord in het incident heeft aangevoerd, stelt de rechtbank op basis van deze omschrijving en het overigens in de dagvaarding aangevoerde vast dat de vordering betrekking heeft op de verplichtingen van de leden van de (door [eiser] gestelde) maatschap jegens elkaar. Op een dergelijke vordering heeft artikel 105 Rv mede betrekking. Dat betekent dat mede bevoegd is de rechtbank van de woonplaats of plaats van vestiging van de maatschap. Aan te nemen valt immers dat onder vennootschappen als bedoeld in deze bepaling ook openbare en stille maatschappen zijn te verstaan: ook daar kunnen zich immers de in artikel 105 genoemde zaken, bijvoorbeeld geschillen over rechten en verplichtingen van vennoten als zodanig voordoen (Kamerstuk 2006-2007, 31065, nr. 3, Tweede Kamer). 3.
- Uit de dagvaarding volgt dat de gestelde maatschap betrekking heeft op de aan- en verkoop van een woning te [woonplaats] en dat de juridische eigenaar van die woning ([eiser]) in Bleiswijk woont. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat ook de maatschap gevestigd is in een gemeente die valt onder de jurisdictie van deze rechtbank. Dat [gedaagden] in [woonplaats 2] wonen, doet daaraan niet af, nu gesteld noch gebleken is dat hun privéadres iets met de activiteiten van de maatschap van doen had. 3.
- [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
- De beslissing De rechtbank in het incident 4.
- verklaart zich bevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen, 4.
- veroordeelt [gedaagden] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 452,00, in de hoofdzaak 4.
- verwijst de zaak naar de rol van 22 augustus 2012 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.? 2130/1980