← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2012:BX2375

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Meervoudige kamer voor verschoningszaken Uitspraak: 10 juli 2012 Zaaknummer: 403841 Rekestnummer: HA RK 12-447 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: [naam rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht (hierna: de rechter), ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:

  1. [naam eiser 1] en
  2. [naam eiser 2], beiden verblijvende te [verblijfplaats], hierna ook: eisers, tegen het college van Burgemeester en Wethouders der gemeente Rotterdam, hierna: verweerder, gemachtigde: H. van Rij.
  3. Het procesverloop en de processtukken Bij de rechter is in behandeling de zaak tussen eisers en verweerder, beiden voornoemd, met kenmerk AWB 11/
  4. Op 21 juni 2012 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan. De verschoningskamer heeft kennisgenomen van voornoemd verzoek. De rechter, eisers en verweerder, zijn verwittigd van de datum en het tijdstip waarop het verzoek om verschoning zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. Ter zitting van 28 juni 2012, alwaar het verzoek om verschoning is behandeld, zijn eisers verschenen. De rechter is - zoals hij bij brief van 21 juni 2012 aankondigde - niet verschenen. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.
  5. Het verzoek en het verweer daartegen 2.1 Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder. Dit beroep is door de rechter behandeld op 14 februari
  6. Het onderzoek ter zitting is geschorst voor nader onderzoek door verweerder. In de ochtend van vrijdag 13 april 2012 bevond de rechter zich voor de buiteningang van de rechtbank aan de Rijnhavenzijde toen [naam eiser 1] op hem afkwam en op indringende wijze tegen hem begon te spreken. De rechter vertelde [naam eiser 1] dat hij daar niet van gediend was, omdat hij de zaak nog onder zich had. Nadat de rechter zich van [naam eiser 1] verwijderd had, kwam [naam eiser 1] weer naar de rechter toe en sprak hem wederom aan. De rechter zei [naam eiser 1] nogmaals dat hij niet met hem wilde spreken en liep weer weg. Vervolgens riep [naam eiser 1] de rechter verschillende malen op luide wijze het woord "kankerlijer" toe. Sindsdien is de rechter van oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid zich ertegen verzet dat hij de zaak verder zou behandelen en uitspraak zou doen in deze zaak. 2.2 Eisers hebben verzocht het verzoek van de rechter af te wijzen en voeren daar - verkort en zakelijk weergegeven - voor aan dat de rechter alles van de zaak weet en om die reden een beslissing moet nemen. Daarna hoeft de rechter geen zaken meer van eisers te behandelen. Betwist wordt dat [naam eiser 1] het woord "kankerlijer" geroepen heeft.
  7. De beoordeling 3.1 Artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een rechter die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2 De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter zelf zich niet meer vrij acht de zaak van eisers bekend onder AWB 11/4717 verder te behandelen, levert naar het oordeel van de verschoningskamer een voldoende grond op als bedoeld onder 3.
  8. 3.3 Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
  9. De beslissing wijst toe het verzoek van [naam rechter] om zich in de zaak van eisers tegen verweerder te mogen verschonen. Deze beslissing is gegeven op 10 juli 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. H. van Lokven-Van der Meer, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer-Van der Niet, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.