vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 380847 / HA ZA 11-1479 Vonnis van 11 juli 2012 in de zaak van [eiser], wonende te Rotterdam, opposant, advocaat mr. M.F. van Immerseel, tegen
(2)Der Käufer zu 1) hat den Kaufpreis bisher nicht gezahlt. (…) Der Käufer zu 1) erklärt, dass die Finanzierung für das oben genannte Objekt durch seine Bank noch nicht erfolgt ist. Die finanzierende Bank hat eine mögliche Entscheidung über die Finanzierung erst nach Ablauf von noch mindestens 2 Monaten in Aussicht gestellt. Auch dann müsste noch eine Bank in Deutschland zwecks Auszahlung [niet leesbaar] Kaufpreises eingeschaltet werden. Der Verkäufer erklärt, dass dies eindeutig gegen [niet leesbaar] zuvor getroffenen Absprachen verstößt. Die vorausgeschickt, und im Hinblick einer Schadensbegrenzung erklären die Beteiligten, der Kaufvertrag vom 14.10.2010, UR Nr. 84/2010 wird hiermit aufgehoben. § 2 Der Käufer zu 1), der einräumt für die bislang fehlende Finanzierung und Zahlung des vereinbarten Kaufpreises verantwortlich zu sein, tragt deshalb persönlich neben seiner Firma sämtliche noch offenen, bisher entstandenen Beurkundungskosten der Ruckabwicklung des Kaufvertrages sowie die Kosten dieses Vertrages sowie bereits entstandene und entstehende Gerichtskosten….“ § 3 .. Herr [eiser] erklärt, dass er für sämtliche noch nachzuweisende Schadenersatzansprüche, die der Verkäufer aufgrund der Nichterfüllung des Kaufvertrages vom 14.10.2010, UR Nr. 84/2010 geltend machen wird, allein und persönlich haftet und die Käufer zu 2) und 3), die Herren [gedaagde 1] und [gedaagde 2] von sämtlichen Forderungen des Verkäufers freistellt. De persönliche Haftung des Herrn [eiser] ist nach den Angaben des Verkäufers Voraussetzung für die heutige Aufhebung des Kaufvertrages. Es sollen damit allen Kaufern weitere, als die heute bereits entstandenen Schaden erspart werden. § 4 .. Herr [eiser] bestätigt gegenüber dem Notar, dass er diesen mit einem Vorvertrag zwecks unmittelbarer Beurkundigung danach beauftragt hat und ihm der Vorvertrag auch ausgehändigt worden ist. Der Vorvertrag diente dem Zweck, dass Herr [eiser] die Eggelandklinik weiteren Geschäftspartnern verkaufen wollte oder mit diesen die Renovierung der Klinik planen wollte. Als Kaufpreis für den Weiterverkauf waren 1.700.000,-€ vorgesehen. Dieser Betrag wird auch als Wert der Urkunde anerkannt.“ 2.
- [eiser] heeft niet de kosten van de notaris op grond van § 2 van de Ontbindingsakte betaald. [gedaagde 2] heeft deze betaald aan de notaris en heeft met [eiser] een akte van geldlening gesloten op 4 februari 2011 voor een totaal bedrag van € 10.348,
- Dit bedrag is door [eiser] niet aan [gedaagde 2] terugbetaald.
- Het geschil 3.
- [gedaagden] hebben in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eiser] en Romeco hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 631.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 8 februari
- [gedaagden] stellen deze schade te hebben ondervonden omdat Romeco en/of [eiser] hebben bewerkstelligd dat de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 moest worden ontbonden. 3.
- Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van [gedaagden] integraal toegewezen en zijn [eiser] en Romeco hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 4.084,
- 3.
- [eiser] vordert dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [gedaagden] alsnog worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten. 3.
- [gedaagden] concluderen tot bekrachtiging van het verstekvonnis met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Op de stellingen van partijen zal de rechtbank hierna verder ingaan.
- De beoordeling 4.
- Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [eiser] hierin worden ontvangen. de subsidiaire wijziging van de grondslag en het daartegen gemaakte bezwaar 4.
- Bij conclusie van antwoord in oppositie hebben [gedaagden] voor het eerst aangevoerd dat zij hun vordering subsidiair baseren op de stelling dat [eiser] als bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld door onzorgvuldig ten name van Romeco schulden aan te gaan. [eiser] heeft voldoende gelegenheid gehad, zowel bij conclusie van repliek in oppositie als ter gelegenheid van het pleidooi, hierop te reageren zodat de aanvulling van de grondslag van de eis niet in strijd komt met de eisen van een goede procesorde. Het bezwaar van [eiser] tegen de nieuwe subsidiaire grondslag wordt daarom ongegrond verklaard. toepasselijk recht 4.
- Partijen hebben ter gelegenheid van de pleidooien gekozen voor Nederlands recht. standpunt [gedaagden] 4.
- Bij inleidende dagvaarding: [eiser] en Romeco zijn jegens [gedaagden] toerekenbaar tekort geschoten en hierdoor hebben zij schade ondervonden. In het kader van de mondelinge afspraken d.d. 22 maart 2010 (verkoop van de kliniek tegen 1,4 miljoen euro) was [eiser] immers gehouden de koopprijs te betalen, de kliniek af te nemen en aan [gedaagden] de artsenwoning op het terrein van de kliniek te leveren. De aansprakelijkheid van Romeco wordt subsidiair gebaseerd op onrechtmatige daad nu deze vennootschap jegens [gedaagden] zich niet heeft gedragen zoals betamelijk is in het maatschappelijk verkeer. 4.
- Bij conclusie van antwoord in oppositie wordt een nieuwe grondslag aangevoerd: [eiser] is jegens [gedaagden], indien hij zich op grond van de koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 niet persoonlijk heeft verbonden jegens hen, op grond van onrechtmatige daad (bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de Beklamelnorm, HR 6-10-1989, NJ 1990,286) persoonlijk aansprakelijk voor de door [gedaagden] geleden schade. 4.
- De rechtbank stelt voorop dat alleen [eiser] in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis. Dit betekent dat de rechtbank niet hoeft in te gaan op de stellingen van partijen betreffende Romeco nu de rechtbank daarover in het verstekvonnis reeds heeft beslist. contractuele aansprakelijkheid [eiser] 4.
- Allereerst dient onderzocht te worden of [eiser] in het kader van de gestelde mondelinge afspraken d.d. 22 maart 2010, de koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 dan wel de ontbindingsakte persoonlijk aansprakelijk is jegens [gedaagden] verweren [eiser] betreffende de contractuele aansprakelijkheid 4.
- Tegen deze primaire grondslag van de vorderingen van [gedaagden] voert [eiser] de volgende, kort en zakelijk weer te geven, verweren. Het was altijd de bedoeling dat niet [eiser] maar Romeco als contractspartij zou fungeren. Vandaar dat deze in de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 dan ook als zodanig fungeert. [gedaagden] waren daarmee bekend omdat in de aanloop naar de ondertekening van deze koopovereenkomst tussen partijen, aan de hand van een concept, hierover is gesproken. Toen hebben [gedaagden] hiertegen niet geprotesteerd. [eiser] verwijst naar de e-mail van [gedaagde 2] zelf van 29 september 2010 (zie 2.
- van dit vonnis). Zou het in het kader van de mondelinge afspraken al anders zijn afgesproken, hetgeen [eiser] betwist, dan zijn deze afspraken ingehaald door de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 die door de notaris is opgesteld. Daaruit blijkt immers duidelijk dat niet [eiser] maar Romeco als een van de kopers optreedt. 4.
- Evenmin, nog steeds aldus [eiser], kan de ontbindingsakte leiden tot de conclusie dat hij jegens [gedaagden] persoonlijk aansprakelijk is. Weliswaar staat in de ontbindingsakte dat [eiser] in eigen naam en als bestuurder van Romeco optreedt, in §3 is vermeld dat [eiser] zich aansprakelijk stelt jegens de verkoper (is dus het Land), maar nergens is vermeld dat hij zich persoonlijk aansprakelijk jegens [gedaagden] stelt. Bovendien heeft het Land [eiser], noch, voorzover [eiser] weet, [gedaagden] aangesproken tot vergoeding van schade uit hoofde van de afspraken in de ontbindingsakte. overwegingen rechtbank betreffende de contractuele aansprakelijkheid 4.
- De rechtbank overweegt het volgende. Uit de voormelde mail van [gedaagde 2] d.d. 29 september 2010 en de notarieel opgestelde koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 volgt dat Romeco en niet [eiser], naast [gedaagden], als koper zou optreden. In deze koopovereenkomst (zie 2.7.) worden ook de afspraken tussen Romeco enerzijds en [gedaagden] anderzijds vastgelegd. Verder is duidelijk dat voorafgaande aan de ondertekening van de koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 in elk geval een concept aan alle partijen door de notaris ter beschikking is gesteld. De overeenkomst is, zo relateert de notaris onderaan de akte, aan alle partijen voorgelezen. Hieruit blijkt dus niet van persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser]. 4.
- De ontbindingsakte, die ook door de notaris is opgesteld, kan evenmin tot persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser] jegens [gedaagden] leiden. Deze akte (zie 2.13.) bepaalt immers dat [eiser], naast Romeco, jegens het Land aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de ontbinding van de koopovereenkomst van 14 oktober
- Terecht voert [eiser] aan dat hieruit niet volgt dat hij zich jegens [gedaagden] persoonlijk aansprakelijk heeft gesteld voor hun schade als gevolg van de ontbinding van de koopovereenkomst. 4.
- Onder deze omstandigheden beslist de rechtbank dat [gedaagden] niet hebben aangetoond dat [eiser] en niet Romeco zich jegens hen persoonlijk heeft verbonden. Zelfs al zou dit in de mondelinge afspraken anders zijn geweest, dan nog geldt dat uit voormelde documenten blijkt dat [gedaagden] voorbehoudloos ermee hebben ingestemd dat Romeco partij zou worden. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat [gedaagden] onvoldoende stellen om toegelaten te worden tot het bewijs dat desalniettemin in het kader van de mondelinge afspraken heeft te gelden dat [eiser] zich persoonlijk heeft verbonden. 4.
- De rechtbank overweegt voor de goede orde dat uit de leningsovereenkomst (zie 2.14.) natuurlijk wel van persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser] jegens [gedaagde 2] blijkt. Deze leningovereenkomst wordt echter door [gedaagde 2] niet aan de vorderingen jegens [eiser] ten grondslag gelegd. 4.
- Aldus oordeelt de rechtbank dat [eiser] jegens [gedaagden] niet uit hoofde van overeenkomst aansprakelijk kan zijn voor de door hen gestelde schade. bestuurdersaansprakelijkheid [eiser] 4.
- [gedaagden] stellen dat [eiser] als bestuurder van Romeco onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Zij haken aan bij de verzetdagvaarding van [eiser] waarin hij stelt: “Uiteindelijk bleek [C] (en achterliggende partij) niet serieus, waardoor Romeco op haar beurt niet tijdig kon afnemen van het Land”. Zij redeneren vervolgens dat [eiser] hiermee erkent dat Romeco voor de ABC-constructie afhankelijk was van een niet serieuze derde partij. Dat is [eiser] aan te wrijven, temeer nu hij zich jegens [gedaagden] altijd had voorgedaan als een vermogende heer (op leeftijd) die actief was op golfgebied. Hij had moeten zorgen voor een serieuze en financieel gedegen partij aan wie werd doorverkocht. [gedaagden] mochten ervan uitgaan dat Romeco haar verplichtingen uit de koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 zou kunnen nakomen. Romeco is technisch failliet; de jaarrekeningen zijn bovendien al vele jaren niet gedeponeerd en het enige actief bleek een bedrag van € 220.567,00 aan vorderingen op derden, waaronder een vordering uit hoofde van rekening-courant van € 171.803,00 op [eiser], zo is aan [gedaagden] achteraf gebleken. Nu [eiser] stelt qua inkomsten enkel de beschikking te hebben over AOW en een klein pensioen kan deze vordering nooit aan Romeco worden afgelost. [eiser] heeft met de koopovereenkomst betreffende de kliniek Romeco belast met een verplichting die deze vennootschap nooit zou kunnen nakomen. 4.
- [eiser] betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld. Van meet af aan was het de bedoeling om het perceel met daarop de kliniek direct door te verkopen aan een derde, in eerste instantie middels een zogeheten ABC-constructie, en toen dat niet mogelijk bleek een zogeheten AB-BC-constructie, waarbij Romeco zou kopen van het Land en gelijk weer zou doorverkopen. Romeco beschikte over een serieuze koper voor de kliniek, bestaande uit een groep financiers, artsen en medisch specialisten, vertegenwoordigd door de heer [C] die werd bijgestaan door de heer [D], die in de kliniek een medisch centrum en een wellness centrum wilden vestigen (verder te noemen de [C]-groep). [gedaagden] waren vanaf het begin af aan nauw betrokken bij de contacten met vertegenwoordigers van het Land en de [C]-groep alsmede bij de contacten met de notaris. Zij hebben alle besprekingen meegemaakt. [gedaagden] hebben rondleidingen verzorgd over het terrein van de kliniek. Nooit hebben zij tegen [eiser] gezegd dat hij een voorbehoud zou hebben kunnen opnemen in de koopovereenkomst van 14 oktober 2010, inhoudende dat de koop pas definitief doorging als de [C]-groep haar toezeggingen tot koop gestand zou doen. [gedaagden] zijn betrokken geweest bij de uitvoerige prijsonderhandelingen met de [C]-groep. [eiser] doet een gespecificeerd bewijsaanbod ten aanzien hiervan en brengt een besprekingsverslag in het geding. Gelet hierop kunnen zij [eiser] niet verwijten dat hij met een niet-serieuze partij zaken heeft gedaan en dat zij niet van de ins en outs van deze partij op de hoogte waren. Pas enige tijd na 14 oktober 2010 bleek deze groep niet serieus. Verder voert [eiser] aan dat hij slechts beschikt over zeer beperkte inkomensbronnen en een navenant persoonlijk vermogen. overwegingen rechtbank betreffende de bestuurdersaansprakelijkheid 4.
- De rechtbank overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat een bestuurder van een vennootschap onrechtmatig handelt jegens een schuldeiser van die vennootschap en aldus persoonlijk aansprakelijk is jegens die schuldeiser, indien hij namens de vennootschap verplichtingen is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de vennootschap niet, of niet binnen een redelijke termijn, aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de wederpartij ten gevolge van die wanprestatie zou lijden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling niet een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 8 december 2006, NJ 2006, 659). 4.
- De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt van partijen was dat de kliniek, na afsplitsing van de artsenwoning c.a. bij wijze van provisiebetaling aan [gedaagden] zou worden doorverkocht aan een derde. Gesteld noch gebleken is immers dat Romeco zelf de herontwikkeling van de kliniek ter hand zou nemen. Uit de voormelde mail van 27 april 2010 van [eiser] aan [gedaagden] (zie 2.4.), waarvan ter pleitzitting is erkend dat deze is ontvangen, blijkt dit zonder meer. Verder is onvoldoende betwist door [gedaagden] dat zij intensief betrokken zijn geweest bij de besprekingen met de [C]-groep, hebben deelgenomen aan de rondleidingen en dat zij hierover met de notaris hebben gesproken. De rechtbank hecht voorts betekenis aan het feit dat [gedaagden] in de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 zich beiden hoofdelijk als kopers jegens het Land hebben verbonden terwijl zij zelf nooit van zins waren de kliniek te herontwikkelen. Zij beoogden uitsluitend een provisie van het Land en van [eiser] (de artsenwoning) te ontvangen. 4.
- Geoordeeld wordt daarom dat bij het aangaan van de koopovereenkomst [gedaagden] dus wisten dat het de bedoeling was dat de kliniek zou worden doorverkocht aan de [C]-groep en evenzeer is duidelijk dat zij deze partij als een serieuze partij zagen. 4.
- Gebleken is dat na de ondertekening van de koopovereenkomst d.d. 14 oktober 2010 de [C]-groep niet meer geïnteresseerd was. De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat de [C]-groep zich op enig moment jegens een of beide procespartijen juridisch had gecommitteerd. Vervolgens vallen [gedaagden] (en het Land) jegens [eiser] terug op de bepalingen van de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 en dat leidt tot de ontbindingsakte (zie 2.13, § 3) waarin met geen woord wordt gerept over de eventuele privé-aansprakelijkheid van [eiser] jegens [gedaagden] voor door hen geleden schade als gevolg van het niet doorgaan van de verkoop. 4.
- Onder deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een situatie waarin [eiser] ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst door Romeco wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst van 14 oktober 2010 zou kunnen voldoen. [eiser] namens Romeco en [gedaagden] gingen deze koopovereenkomst aan met de bedoeling dat zo snel mogelijk, maar uiterlijk 25 november 2010 (zie 2.
- § 3), de kliniek zou worden doorverkocht en dat er op die wijze snel (provisie)vergoedingen zouden kunnen worden geïncasseerd. Aldus is niet van belang dat Romeco een niet solvabele vennootschap bleek te zijn, zoals aan [gedaagden] na het nemen van rechtsmaatregelen tegen Romeco en [eiser] is gebleken. 4.
- De vorderingen tegen [eiser] op zowel de primaire als de subsidiaire grondslag dienen dan ook te worden afgewezen. Het verstekvonnis, voorzover gewezen tegen [eiser], kan dan ook niet in stand blijven. 4.
- [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de kosten worden veroordeeld.
- De beslissing De rechtbank vernietigt het door deze rechtbank op 20 april 2011 onder zaaknummer / rolnummer 375451 / HA ZA 11-782 tegen [eiser] gewezen verstekvonnis en ontheft [eiser] van de veroordelingen in dat vonnis; en opnieuw beslissend: wijst de vorderingen van [gedaagden] jegens [eiser] af; veroordeelt [gedaagden] om ter zake van de kosten van de verzetprocedure te voldoen aan verschotten € 76,31 (dagvaardingskosten), € 1.414,00 (griffierecht) en € 10.320,00 aan salaris advocaat. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen en in het openbaar uitgesproken op 11 juli
- 1295/1354