beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Meervoudige kamer voor wrakingszaken Uitspraak: 12 oktober 2012 Zaaknummer: 409651 Rekestnummer: HA RK 12-766 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: de stichting [naam stichting], gevestigd te Rotterdam, verzoekster, gemachtigde mr. K.A.M. Jaspers, strekkende tot wraking van [naam kantonrechter], kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de rechter).
- Het procesverloop en de processtukken Verzoekster heeft bij verzoekschrift van 3 juli 2012 - gericht tegen [A], [B] en [C] als gerekwestreerden - verzocht om een voorlopig getuigenverhoor en om een datum te bepalen voor dat getuigenverhoor. Bij beschikking van 13 augustus 2012 heeft de rechter dat verzoek toegewezen. Deze procedure heeft als kenmerk 1360877 VZ VERZ 12-
- Ter zitting van 5 september 2012 heeft ten overstaan van de rechter het voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden en is aansluitend als datum voor de voortzetting van dat getuigenverhoor bepaald: 11 oktober
- Bij brief van 21 september 2012, ter griffie ingekomen op 24 september 2012, heeft de gemachtigde van verzoekster de rechter gewraakt. De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hiervoor omschreven procedure. Verzoekster, haar gemachtigde, de rechter, alsmede de hiervoor genoemde gerekwestreerden zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. Ter zitting van 12 oktober 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: mevrouw [naam], woonconsulente bij verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, de rechter, alsmede mr. P.H.A. de Boer, gemachtigde van de gerekwestreerden [B] en [C].
- De beoordeling 2.
- In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekster bekend waren geworden - zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist. 2.
- De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoekster heeft aan haar verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter bij gelegenheid van het voorlopig getuigenverhoor op 5 september
- Verzoekster was op die zitting vertegenwoordigd door mevrouw [naam] voornoemd en haar gemachtigde en heeft, zoals deze gemachtigde ter zitting van de wrakingskamer ook heeft erkend, bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen. Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede "zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn" betekent dat een wraking dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan ter zitting van 5 september 2012 terwijl het verzoek tot wraking eerst is ingediend op 24 september
- 2.3 Verzoekster heeft nog aangevoerd dat de hiervoor bedoelde termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat de tekst van het wrakingsverzoek - bij afwezigheid van de gemachtigde van verzoekster vanwege vakantie - moest worden opgesteld door een kantoorgenoot en vervolgens moest worden goedgekeurd door functionarissen in dienst van verzoekster, hetgeen enige tijd heeft gevergd. Naar het oordeel van de wrakingskamer kunnen voornoemde omstandigheden weliswaar rechtvaardigen dat verzoekster de rechter niet ter zitting heeft gewraakt, maar zoals reeds overwogen is, had - ook binnen deze context - van verzoekster mogen worden verwacht dat zij het verzoek tot wraking binnen enkele dagen na de zitting van 5 september 2012 zou doen. Het indienen van het verzoek na 19 dagen kan niet worden aangemerkt als "zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden". 2.4 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.
- De beslissing verklaart verzoekster niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking van [naam kantonrechter]. Deze beslissing is gegeven op 12 oktober 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. W.P. Sprenger en mr. R.F. de Knoop, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.