RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AWB 12/3991 uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 oktober 2012 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A], te [naam vestigingsplaats], verzoekster, gemachtigde: mr. N.G. Wijnstekers, en de stichting Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), verweerster, gemachtigde: mr. drs. R.W. Veldhuis. Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft AFM aan verzoekster een bestuurlijke boete opgelegd van € 50.000,- wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, onder a en b, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) op [datum], en aangekondigd dat openbaar te zullen maken, zoals daarbij vermeld. Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Voorts heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende schorsing van het bestreden besluit voor zover dat ziet op openbaarmaking ervan. Het onderzoek ter zitting heeft - achter gesloten deuren - plaatsgevonden op 11 oktober 2012. (…) Overwegingen 1. Verzoekster exploiteert een onderneming die voor eigen rekening (…) handelt in aandelen. Naar aanleiding van opvallende koersontwikkelingen betreffende het aan NYSE Euronext Amsterdam genoteerde aandeel [B] heeft AFM heeft in het kader van haar toezichtstaak nader onderzoek verricht naar op [datum] door verzoekster uitgevoerde transacties in dat aandeel. (…) 1.1 Verzoekster heeft volgens AFM in de eerste plaats artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wft overtreden, door eerst een positie in [B] op te bouwen en vervolgens op drie momenten met het bijkopen van een relatief gering aantal aandelen te zorgen voor een forse stijging van de koers. Verzoekster had met die drie transacties volgens AFM klaarblijkelijk niet de bedoeling haar positie uit te bouwen, maar om de koers van het aandeel [B], om zo de waarde van haar gehele aandelenpakket [B] te vergroten en die tegen een hoger koers te kunnen verkopen (de zogeheten ‘pump and dump’-strategie). Met de drie transacties zou verzoekster de koers van [B] op een kunstmatig niveau hebben gebracht. De drie transacties, tot stand gekomen nadat verzoekster bij de opening van de beurs op [datum] een positie van ruim 18.000 aandelen tegen een koers van € 0,40 had verworven, heeft AFM als volgt beschreven: 1) Aankoop van 200 aandelen op € 0,451 (aankoop 1) Om 09:01:34 lag de koers op € 0,40. De twee beste verkooporders in het orderboek waren € 0,45 (100 aandelen) en € 0,451 (5000 aandelen). Verzoekster legt een kooporder in voor 200 aandelen, met een limietprijs van € 0,451. Na een reservering van circa 8 ½ minuut, komt door die order een koers tot stand van € 0,451; verzoekster koopt om 09:10:00 uur de 200 aandelen tegen deze koers van € 0,451. De aankoop van deze 200 aandelen vergde een investering van € 90,20 en betekende voor verzoekster een stijging van haar positie in het fonds [B] van 1,1%. De aankoop zorgde voor een koersstijging van het aandeel [B] van 12,8% (van € 0,40 naar € 0,451); 2) Aankoop van 250 aandelen op € 0,47 (aankoop 2) Om 09:10:51 uur lag de koers op € 0,451. De beste verkooporder in het orderboek van € 0,47 (3000 aandelen). Verzoekster legt een kooporder in voor 250 aandelen, met een limietprijs van € 0,47. Daardoor komt direct een koers tot stand van € 0,47; verzoekster koopt de 250 aandelen tegen deze koers van € 0,47. De aankoop van deze 250 aandelen vergde een investering van € 117,50 en betekende voor verzoekster een stijging van haar positie in het fonds [B] van 1,1%. De aankoop zorgde voor een koersstijging van het aandeel [B] van 4,2% (van € 0,451 naar € 0,47); en 3) Aankoop van 114 aandelen op € 0,574 (aankoop 3) Om 11:35:59 uur lag de koers op € 0,50. De beste verkooporders in het orderboek waren € 0,50 (1386 aandelen) en € 0,574 (1920 aandelen). Verzoekster legt een kooporder in voor 1500 aandelen, met een limietprijs van € 0,574. De order wordt voor een gedeelte van 1386 aandelen direct uitgevoerd tegen de koers van € 0,50. Na een reservering van ongeveer 34 minuten, komt de door de order van verzoekster vervolgens een koers tot stand van € 0,574; verzoekster koopt om 12:10:00 uur de resterende 114 aandelen tegen deze koers van € 0,574. De aankoop van de 114 aandelen vergde een investering van € 65,44 en betekende voor verzoekster een stijging van haar positie in het fonds [B] van 0,6%. De aankoop zorgde voor een koersstijging van het aandeel [B] van 14,8% (van € 0,50 naar € 0,574). 1.2 In de tweede plaats heeft verzoekster volgens AFM artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wft overtreden, nu van dit door de drie vermelde aankopen kunstmatig gecreëerde hoge koersniveau een misleidend signaal was te duchten met betrekking tot de koers van het aandeel [B], eruit bestaande dat beleggers ervan uit zouden gaan dat de koers op die drie momenten het resultaat was van een integer proces van vraag en aanbod, terwijl de koers door verzoekster was gemanipuleerd. Het feit dat beleggers met kennis van zaken die het fonds nauwkeurig volgden, “real time” de actuele bied- en laatprijzen en de diepte van het orderboek konden zien en zodoende door het kunstmatig hoge koersniveau heen konden kijken, neemt volgens AFM niet weg dat in ieder geval voor de gemiddelde belegger van de kunstmatig hoge koers op zijn minst een misleidend signaal te duchten was. 2. Verzoekster wenst schorsing van het besluit tot openbaarmaking, omdat zij van mening is dat de boete onterecht is en dus de publicatie ervan ook. Voorts vreest zij voor reputatieschade. Verzoekster stelt dat zij, althans haar handelaar, heeft gereageerd op nieuwsberichten van [C] die over [B] verschenen en dat [B] zelf volgens de VEB onduidelijk had gecommuniceerd, wat flinke koersschommelingen veroorzaakte. Later op de dag kwam er namelijk een nieuwsbericht dat aangaf dat het eerdere nieuws al eerder was uitgekomen en begon de koers van [B] te zakken. Zij heeft legitieme transacties uitgevoerd in het openbare transparante centrale orderboek, met een anonieme tegenpartij met gebruikelijke aantallen, zoals het hoort. Van een kunstmatig niveau is geen sprake. De aangekochte koersniveaus zijn binnen de volatiele bandbreedte gebleven en dicht in de buurt van het gewogen gemiddelde van de koers van de volgende dagen. 3. Op grond van artikel 5:58, eerste lid, van de Wft voor zover hier van belang is het verboden om:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.