vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 400360 / HA ZA 12-372 Vonnis van 12 december 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GLOBE CONCULTANCY & SERVICES B.V., gevestigd te Amersfoort, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. H.A. Terleth- Gerretse te Lisse, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EXACT EMEA B.V., gevestigd te Delft, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. Th.P. ten Brink te Rotterdam. Partijen zullen hierna GCS en Exact Emea genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 27 juni 2012 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - brief van mr. Ten Brink 28 augustus 2012 met 9 producties; - het proces-verbaal van comparitie van partijen gehouden op 25 september 2012; - de conclusie van antwoord in reconventie; - B16-formulier van mr. Terleth-Gerretse met een opmerking betreffende het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. GCS verleent diensten op het gebied van de ontwikkeling en verkoop van software en hardware. 2.2. Exact Emea is onderdeel van de Exact-groep, die zich bezighoudt met de ontwikkeling en verkoop van software in Nederland en in het buitenland. Binnen de organisatie van Exact Emea worden afnemers gekoppeld aan wederverkopers, ook wel Exact Partners of resellers genoemd; uitgangspunt daarbij is dat iedere afnemer gekoppeld wordt aan slechts één wederverkoper, zodat afnemers een vast aanspreekpunt hebben. De afnemer heeft de mogelijkheid om aan een andere wederverkoper gekoppeld te worden, indien hij dat om welke reden dan ook wenst. 2.3. GCS is één van de wederverkopers van Exact Emea. Op 9 december 2009 hebben partijen hun wijze van samenwerking vastgelegd in een Parenting Strategy Lead Agreement (hierna: de Overeenkomst). De artikelen 1, 2 en 5 van deze Overeenkomst houden – voor zover thans relevant – het volgende in (waarbij GCS als ‘partner’ wordt aangeduid): ARTICLE 1 – SUBJECT OF THE AGREEMENT 1.1. The goal of this agreement is to create a business model that fully exploits the available international potential with existing costumers in the Netherlands (“Parenting Strategy”) for the benefit of both Partner and Exact, which benefits include but is not limited to revenue increase. Actions from both parties are needed tot succeed, therefore the following actions are required: 1.1.1 Actions from Exact: (…) 1.1.2 Actions from Partner: Partner will collaborate with Exact in gathering information about potential international opportunities by following the lead registration procedure (…) and share such information with Exact. 1.1.3 Joint effort of Exact and Partner: Exact and Partner will together determine a group of customers by applying the Parenting Strategy and will actively approach such customers. (…) 1.2. When an actual sale of software licenses comes out of the actions mentioned here above in artikel 1.1., Exact will be the contracting party with the customer. When Partner has collaborated to this sale cycle as set out in articles 1.1.2 and 1.1.3 Partner is entitled, depending on its activities in the sales cycle, to a lead fee or margin as described in article 2 of the Agreement (“Lead Fee” and “Margin”). 1.3. (…) ARTICLE 2 – LEAD FEE/MARGIN PROCEDURE, CALCULATIONS AND PAYMENT 2.1. If Partner has collaborated as set out in articles 1.1.2 and 1.1.3, but has not been actively involved in the actual sale of software licenses under this Agreement to customers (“Qualified Sale”) as described in article 2.2., Partner is entitled to a Lead Fee of 10% of the net license revenue (…). 2.2. If Partner has collaborated as set out in articles 1.1.2. and 1.1.3, and has been actively involved in the Qualified Sale by proven and dedicated sales efforts (to the discretion of Exact), Partner is entitled to a Margin of 25% of the Net License Revenue. 2.3. (…) 2.4. (…) 2.5. (…) Artikel 5 – CONFIDENTIALITY 5.1. Partner must at all times, during the term of this Agreement and following any termination hereof, keep strictly confidential any and all information in relation to Exacts affairs of business or method of carrying on business, except to the extent Partner can show that such information cannot reasonably be regarded as confidential of that disclosure is required by applicable law of for the performance of this Agreement. (…) 5.2. Partner shall, for the benefit of Exact, forfeit a directly due and payable penalty – without any prior notice of default being required – in the amount of EUR 50.000,-- for violations of the obligations set forth in article 5.1 by it or any of its employees, servants or advisors (…). 2.4. Vanaf 2001 tot 3 november 2009 is GCS de wederverkoper geweest voor Unitex Holding B.V. en haar dochterondernemingen (hierna: Unitex). Unitex maakte in genoemde periode dus deel uit van de klantendatabase van GCS. In de periode 3 november 2009 tot en met 4 juli 2011 is Advisie Business Consultants B.V. (hierna: Advisie) de wederverkoper geweest voor Unitex. Vanaf 5 juli 2011 werd GCS wederom de wederverkoper van Unitex. 2.5. Op 30 juni 2011 is er een overeenkomst tot stand gekomen tussen Unitex en Exact. de netto verkoopopbrengst van de tussen Exact Emea en Unitex op 30 juni 2011 gesloten overeenkomst bedraagt € 150.000,-- ex BTW; 3. Het geschil in conventie 3.1. GCS vordert samengevat - veroordeling van Exact Emea bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van € 26.775,-- en € 1.856,47, vermeerderd met rente en (na)kosten. 3.2. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt GCS hieraan de volgende stellingen ten grondslag: - met betrekking tot de op 30 juni 2011 tussen Exact Emea en Unitex tot stand gekomen overeenkomst heeft GCS uitgebreide verkoopactiviteiten verricht; deze verkoopactiveiten voldoen aan de omschrijving “proven and dedicated sales efforts” zoals genoemd in artikel 2.2. van de Overeenkomst; - op 31 augustus 2011 heeft GCS een credit/marge nota ontvangen. De nota betreft een bedrag van 10% van de orderwaarde, dus € 15.000,-- ex BTW. - op grond van artikel 2.2. van de Overeenkomst heeft GCS echter recht op een vergoeding van 25% van de netto verkoopopbrengst van € 150.000,--, dus € 37.500,--; nu GCS al € 15.000,-- heeft ontvangen, heeft zij nog recht op € 22.500,-- ex BTW, dat is € 26.775,-- inclusief BTW; subsidiair heeft GCS recht op een redelijke vergoeding voor haar werkzaamheden ter hoogte van 25% van de netto verkoopopbrengst; - GCS heeft recht op wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2011; - GCS heeft recht op vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten, zijnde de kosten van haar advocaat; deze kosten bedragen € 1.856,47; subsidiair vordert GCS dat de rechtbank deze kosten vaststelt op 2 punten van het toepasselijke liquidatietarief. 3.3. Exact voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van GCS in de kosten en nakosten van de procedure. Op de hiertoe door Exact aangevoerde argumenten zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan. in reconventie 3.4. Exact Emea vordert samengevat - veroordeling van GCS bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van € 50.000,-- en € 1.788,--, vermeerderd met rente en (na)kosten. 3.5. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt Exact Emea hieraan de volgende stellingen ten grondslag: - in artikel 5 lid 1 van de Overeenkomst is een geheimhoudingsbepaling opgenomen; uit het tweede lid van dit artikel blijkt, dat indien GCS haar geheimhoudingsverplichting schendt, zij onmiddellijk een opeisbare boete van € 50.000,-- verschuldigd is; - GCS heeft als productie 14 bij dagvaarding in geding gebracht een verklaring opgesteld door Unitex; uit deze verklaring blijkt dat GCS na het ontstaan van het geschil tussen Exact Emea en GCS contact heeft opgenomen met Unitex en inzage heeft gegeven in zowel de inhoud van de Overeenkomst, als de inhoud van het geschil tussen Exact Emea en GCS; - hiermee heeft GCS de geheimhoudingsverplichting geschonden en is zij een boete ad € 50.000,-- verschuldigd aan Exact Emea; - Exact Emea maakt aanspraak op de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten, welke conform het rapport Voorwerk II worden begroot op € 1.788,--. 3.6. GCS voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Exact Emea in de kosten van de procedure. Op de hiertoe door GCS aangevoerde argumenten zal hieronder worden ingegaan. 4. De beoordeling in conventie 4.1. GCS doet een beroep op artikel 2.2. van de Overeenkomst en stelt dat zij recht heeft op 25% van de netto verkoopopbrengst terzake het Unitex project. Ter onderbouwing van die stelling voert GCS aan, dat zij actief heeft geparticipeerd in het verkooptraject er in bestaande dat zij in de maand juni diverse bezoeken heeft afgelegd bij Unitex en tientallen keren intensief contact heeft gehad met zowel medewerkers van Unitex als van Exact Emea. GCS verwijst naar een verklaring afgelegd door [A] van Unitex Holding B.V., waaruit dit blijkt. Door de verkoopinspanningen van GCS is de overeenkomst tussen Unitex en Exact Emea tot stand gekomen, aldus GCS. 4.2. Exact Emea heeft zich primair tegen de vordering van GCS verweerd met de stelling, dat uit artikel 1 van de Overeenkomst volgt dat de handelswijze van partijen aldus is, dat zij samenwerken op basis van een aan de wederverkoper toebedeeld klantenbestand. Een eventuele vergoeding komt de wederverkoper slechts toe indien deze heeft bijgedragen aan de totstandkoming van een verkoopovereenkomst met een aan hem toebedeelde afnemer. Op het moment van totstandkoming van de overeenkomst tussen Unitex en Exact Emea was afnemer Unitex toebedeeld aan wederverkoper Advisie. Exact Emea is dus op grond van de Overeenkomst niet gehouden om enige vergoeding aan GCS te betalen, aldus Exact Emea. 4.3. De rechtbank verwerpt dit primaire verweer van Exact Emea. Uit de tekst van artikel 1 van de Overeenkomst kan niet zonder meer worden afgeleid, dat slechts een vergoeding toekomt aan een wederverkoper indien de afnemer al deel uitmaakte van het klantenbestand van de wederverkoper. Andere concrete feiten of omstandigheden heeft Exact Emea aan haar stelling op dit punt niet aangevoerd. 4.4. Subsidiair voert Exact Emea het verweer dat zij niet gehouden is tot betaling van een vergoeding van 25%, maar hoogstens de in artikel 2.1. van de Overeenkomst geregelde vergoeding van 10%, welke vergoeding reeds door Exact Emea aan GCS is betaald. 4.5. Ter beoordeling van de vordering van GCS en het subsidiaire verweer van Exact Emea acht de rechtbank de volgende, tussen partijen vaststaande feiten, relevant: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.