RECHTBANK ROTTERDAM Straf team 3 parketnummers: 10/661166-12 en 10/261780-11 (tul) [Promis] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 november 2013 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], wonende te [adres], hierna: verdachte. Raadsman mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 oktober 2013 waarbij de officier van justitie mr. C.D. Kardol, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 Primair: op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser zich zodanig heeft gedragen dat door zijn schuld een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander letsel heeft opgelopen. Subsidiair: op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar/hinder op de weg is veroorzaakt. Feit 2 Op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser (tweemaal) de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan anderen letsel en/of schade was toegebracht. Feit 3 Op 13 mei 2012 te Capelle aan den IJssel een kentekenplaat heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was. Feit 4 Primair: op 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel met anderen heeft gepoogd een snorfiets te stelen. Subsidiair: op 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel medeplichtig is geweest aan een poging tot diefstal van een snorfiets. Feit 5 Op 10 september 2012 te Capelle aan den IJssel een (dames)fiets heeft witgewassen. 3De voorvragen De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte roekeloos heeft gereden en daardoor een ongeval heeft veroorzaakt waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Er heeft een dollemansrit plaatsgevonden over een langere afstand met vele overtredingen en gevaarlijk gedrag. Uiteindelijk heeft verdachte ervoor gekozen om op een smal fietspad tegen het verkeer in te gaan rijden en vervolgens ook nog eens niet zoveel mogelijk rechts gehouden. Daarbij was verdachte ook niet in het bezit van een rijbewijs en dus ook niet geschikt bevonden om een scooter te besturen, terwijl hij daar al meerdere bekeuringen voor heeft gekregen. Zelfs het ongeval met de auto van de heer [slachtoffer 2] heeft verdachte niet tot andere keuzes gebracht en het is dat iemand hem heeft kunnen stoppen in zijn vlucht, anders was hij ook nog weggerend na het ongeval met mevrouw [slachtoffer 1]. De combinatie van deze handelingen vormt rijgedrag met een groot risico op ernstige gevolgen. Verdachte moet zich ook bewust zijn geweest van dit risico. Het vele malen over het voetpad rakelings langs voetgangers rijden, het inhalen van een auto en vervolgens rijden op de verkeerde weghelft zijn immers geen handelingen die per ongeluk kunnen gebeuren. Door gedurende langere tijd op deze manier te blijven rijden, is verdachte er op zeer lichtzinnige wijze van uitgegaan dat de risico’s zich niet zouden realiseren. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet wilde worden gepakt, dat hij gevaarlijk reed en dat hij niet in de sloot wilde rijden omdat hij zijn telefoon bij zich had. Verdachte heeft zich de risico’s gerealiseerd en heeft deze aanvaard, aldus de officier van justitie. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat verdachte tweemaal de plaats van het ongeval heeft verlaten en een kentekenplaat heeft verworven, terwijl de kentekenplaat door diefstal was verkregen en verdachte dit wist. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de rol van verdachte groter moet zijn geweest dan dat hij zelf heeft verklaard. Ten aanzien van feit 5 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er in ieder geval sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Verdachte heeft immers verklaard dat hij niet heeft stilgestaan bij de rare plek om af te spreken, maar heeft gedacht ‘die fiets is mooi’ en is ermee vandoor gegaan. Hij heeft daarmee de aanmerkelijke kans dat de fiets afkomstig was uit enig misdrijf op de koop toe genomen. Dat de fiets afkomstig is uit enig misdrijf blijkt uit het feit dat het framenummer is verwijderd, welk kenmerk past bij een gestolen fiets. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat er geen sprake is geweest van roekeloosheid. Hij heeft daarbij gesteld dat roekeloosheid goed moet worden onderbouwd en afhangt van de omstandigheden van het geval. De raadsman heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 8 februari 2012 (LJN BV 3741) waarin er sprake zou zijn geweest van feitelijke gedragingen zoals verdachte heeft verricht en alwaar een vrijspraak is gevolgd. Tevens heeft de raadsman verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:962) waarin duidelijk wordt gemaakt dat van roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn. Roekeloosheid in de zin van de wet heeft een specifieke betekenis die niet noodzakelijkerwijs samenvalt met wat in het normale spraakgebruik onder "roekeloos" - in de betekenis van "onberaden" - wordt verstaan. Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid als bedoeld in art. 175, tweede lid van de WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Daarvan is naar het oordeel van de raadsman geen sprake geweest. Voorts heeft de raadsman gesteld dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, maar van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, nu het slachtoffer tijdelijk geen harp meer kan spelen en geen vrijwilligerswerk kan doen. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman bepleit dat er geen sprake is geweest van opzetheling. Verdachte had slechts een vermoeden dat de kentekenplaats was overgezet. Ten aanzien van feit 4, ook primair, en feit 5 heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt, omdat daar zijns inziens geen bewijsproblemen zijn. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Motivering bewezenverklaarde De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. - Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL17F0 2012349967 -6 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisant [motorpolitieman]: Op 21 mei 2012 (..) te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat uit die richting een man op een bromfiets kwam rijden, die opeens rechtsaf sloeg de [straatnaam 1] in. Ik ben eveneens deze zijstraat ingereden en zag dat deze man vervolgens een stukje voetpad nam om een bruggetje richting [straatnaam 2] over te rijden. Aldaar verhoogde hij zijn snelheid naar (naar schatting) 50-60 km/u. Op dat moment besloot ik dat ik de man wilde controleren op de naleving van de bepalingen gesteld bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en stelde ik de aan de voorzijde van de politiemotor aangebrachte stoptransparant in werking. Ik reed toen circa 150 meter achter de verdachte. Ik heb deze stoptransparant niet meer uit gedaan. Ik zag dat de man omkeek en op dat moment moet hij dit brandende stoptransparant hebben waargenomen. Hierop ontwikkelde de als controle aangevangen situatie zich tot een achtervolging. (..) Aanrijding 1 / Verlaten plaats ongeval 1 Aldaar zag ik dat de verdachte richting de kruising van de [straatnaam 3] met de [straatnaam 4] te Capelle aan den IJssel reed. Dit is een ongelijke kruising, waarbij verkeer op de [straatnaam 3] voorrang dient te geven aan verkeer op de [straatnaam 4] te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat voor deze kruising een drietal auto's stilstond, kennelijk teneinde ander verkeer aldaar voorrang te geven. Ik zag dat een witte bestelbus vanaf de [straatnaam 4] de [straatnaam 3] opdraaide en dat hierdoor vrijwel geen ruimte was om hiertussen te passeren. Ik zag dat de man enigszins snelheid minderde, maar desalniettemin tussen deze voertuigen door reed. Ik zag dat de spiegel van een zwarte SUV-personenauto omklapte. Ik zag dat de man geen voorrang gaf aan het op de [straatnaam 4] rijdende verkeer en een chaos van remmende auto's achterliet. Op dat moment was de man niet alleen meer verdachte van het negeren van een stopteken en gevaar/hinder op de weg veroorzaken, maar ook van het misdrijf verlaten plaats ongeval, gezien de kennelijke aanrijding met de zwarte SUV. Teneinde deze kruising veilig te kunnen passeren en te wijzen op mijn dringende taak, heb ik de optische en geluidssignalen wederom in werking gesteld. Ik ben de verdachte gevolgd de [straatnaam 3] op, gaande in de richting van de [straatnaam 5]. De man reed op dat moment met een snelheid tussen 50 en 60 km/u en ging slingerend rijden, kennelijk teneinde te voorkomen dat ik langszij zou komen. Op dat moment kon ik mij kort focussen op het kentekenplaatje en zag dat dit eindigde op [23C]. Na passeren van de kruising met de [straatnaam 6] zag ik dat er drie voertuigen voor de verdachte reden, een vrachtauto en enkele personenauto's. Deze voertuigen reden met een gebruikelijke snelheid, en reden naar mijn schatting circa 50 km/u. Aangezien de verdachte, gevolgd door mij, hierop inliep, moet hij op dat moment een hogere snelheid dan 50 km/u hebben gereden. Ik dacht aldaar de verdachte klem te kunnen rijden door links naast hem te gaan rijden, doch zag dat de man eerst sterk naar links stuurde en dit zodoende voorkwam. Ik zag dat mij en hem, en de voor ons rijdende voertuigen, een bestelauto tegemoet kwam, waardoor er geen ruimte was om deze voertuigen links voorbij te rijden. Nadat de man eenmaal richting het rechts naast de rijdende voertuigen liggende fietspad had gestuurd, reed hij toch links de rijdende voertuigen voorbij. Aangezien ik dit eerder niet veilig had bevonden, ben ik deze voertuigen rechts over het fietspad gepasseerd. Aanrijding 2 / Verlaten plaats ongeval 2 Nadat ik deze voertuigen rechts gepasseerd was, zag ik dat de verdachte links in de slootberm reed en aldaar ten val kwam. De wegsituatie van links naar rechts ziet er als volgt uit: Sloot - slootberm - voetpad - fietspad - 2 rijstroken - fietspad - voetpad - bebossing. Ik ben gekeerd en in zijn richting gereden en zag dat de verdachte inmiddels opgestaan was en wegrende van de tweede plaats van een ongeval. (...) Onderzoek tweede plaats delict Ik ben teruggekeerd naar de plaats waar de verdachte met bromfiets ten val gekomen was, aan de [straatnaam 3] aan de overzijde van nummer [huisnummer 1] te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat circa 40 meter van de plaats van de scooter, eerder bereden door de verdachte, een vrouw in de slootberm lag. Ik zag eveneens een Gazelle Cayo damesfiets staan. Ter plaatse is een plaats delict geformeerd. De fietsster werd door personeel van de GG&GD naar het IJssellandziekenhuis gebracht. (..) Benadeelde eerste aanrijding / VPO -Een man kwam zich melden als bestuurder van de, op de [straatnaam 3]/ [straatnaam 4] aangereden SUV personenauto; -Ik zag dat dit een zwarte Nissan Qashqai, kenteken [45-DEF-6], betrof; -Ik zag dat de linkerspiegel hiervan, inmiddels recht geplaatst, krasschade had en het linkervoorspatscherm over de hele lengte diep ingekrast was; -De bestuurder bleek mij te zijn genaamd: [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]; -[slachtoffer 2] zou dezelfde dag nog onder proces-verbaalnummer 2012349977 aangifte doen van VPO; Vals kenteken bromfiets /vermoedelijk gestolen bromfiets -Ik zag dat het contactslot van de bromfiets was voorzien van een werkende contactsleutel; -Ik zag dat een kentekenplaat [AB123C] (kopiecode 2) was aangebracht op de achterzijde; -Ik zag dat de bromfiets was voorzien van de merknaam Vespa, type LX50; -Ik zag dat de bromfiets geheel was voorzien van bordeauxrode beplating en rode wielen; -Ambtshalve is mij bekend dat een Vespa in de gegevens van de RDW meestal de fabrieksnaam Piaggio draagt; -De inslagplaats van een Vespa LX50 behoort te zijn: de plaat tegen de achterzijde onder de helmkoffer onder de buddyseat; -Ik zag dat de buddyseat met behulp van ontsluiting met de contactsleutel geopend kon worden; -Ik zag in de onderliggende helmbak een mapje lag met de Nederlandse identiteitskaart van verdachte [verdachte]; -Ik zag dat op deze gebruikelijke inslagplaats van het VIN dit kennelijk op machinale wijze onleesbaar was gemaakt, waarna hierover zwarte verf of een andere substantie was gesmeerd. -De kentekenplaat [AB123C] hoort bij een Puch, Typhoon bromfiets; Deze kentekenplaat werd tussen 24/11/2011 en 25/11/2011 weggenomen van de [straatnaam 7] te Capelle aan den IJssel, tezamen met de bijbehorende bromfiets, proces-verbaalnummer 2011361171. -Derhalve hoort de aangetroffen kentekenplaat niet bij de aangetroffen bromfiets en werd een gestolen en valse kentekenplaat gevoerd; - Het proces-verbaal van de verkeersongevallenanalyse, nummer 2012 349967-4 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]: Het ongeval vond plaats op het noordelijke fietspad van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam 3], (..) ter plaatse gelegen binnen de bebouwde kom te Capelle aan den IJssel en middels bord G11 van de bijlage 1 van het RVV 1990 aangeduid als verplicht fietspad en bestemd en geschikt voor (fiets-)verkeer in uitsluitend één richting. (..) De wettelijk toegestane maximumsnelheid voor bromfietsen op de rijbaan is ter plaats 45 km/uur. (..) 3 Betrokken voertuigen (..) 3.2 Voertuig 2 (fiets) (..) Merk en type: Gazelle Cayo Uitvoering: damesfiets (..) Schade: Wij zagen en troffen onder meer de navolgende schade aan: stuur ontzet; binnenkabel van de achterrem gebroken. (..) 5 Technisch onderzoek voertuigen 5.1 Onderzoek voertuig 1 (Piaggio) (..) 5.1.5 Reminrichting (..) Wij zagen en constateerden dat de (linker) remhandel van de achterwielrem een zodanige slag maakte, dat de handel tot een aanslag kon worden ingedrukt. Wij zagen, dat bij een volledig ingedrukte/ingeknepen remhandel deze tegen de stuurgreep aan kwam. Wij constateerden dat er in deze situatie wel sprake was van enige vertraging op het beremde wiel. De voorwielrem werkte goed. In verband met vorenstaande was dit motorrijtuig niet voorzien van een deugdelijke en goed werkende reminrichting. 5.1.6 Constructiesnelheid (..) Wij lazen een waarde af van 58 km/uur. Rekening houdende met de in de Regeling permanente eisen genoemde correctiewaarde van 10%, bleek dat de constructiesnelheid van dit motorrijtuig 52 km/uur bedroeg. - Het proces-verbaal van aangifte, nummer PL17F0 2012349977-1 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - verklaring van aangever [slachtoffer 2]: Op 21 mei 2012 bereed ik als bestuurder van een personenauto van het merk Nissan (..) de rijbaan van de [straatnaam 3] te Capelle aan den IJssel. Ik stond op de kruising [straatnaam 3]/[straatnaam 4] links voorgesorteerd. Ik had mijn linkerknipperlicht aan en wilde aldaar linksaf slaan. Terwijl ik stilstond om het tegemoetkomende verkeer voorrang te verlenen, zag ik plotseling dat een rode scooter mij links inhaalde. Ik hoorde een klap en zag dat de bestuurder van de scooter tegen de linkervoorzijde van mijn auto aanreed. Ik zag dat de scooter wat slingerde en verder zijn weg vervolgde. Ik zag dat de bestuurder van de scooter zijn weg vervolgde over de [straatnaam 3] in de richting van de [straatnaam 8]. De bestuurder van de scooter is niet gestopt om zijn identiteit aan mij bekend te maken. Door de aanrijding heb ik schade aan de auto gekregen. (..) Degene die betrokken is geweest bij het genoemde verkeersongeval of door wiens gedraging dit verkeersongeval is veroorzaakt, waardoor er schade is toegebracht, heeft de plaats van het verkeersongeval verlaten, zonder dat deze persoon de identiteit van zichzelf en de identiteit van dat motorvoertuig kenbaar heeft gemaakt. - Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012349967-14 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van benadeelde [slachtoffer 1]: Ik ben op 21 mei 2012 betrokken geweest bij een aanrijding. Deze aanrijding vond plaats op het fietspad van de [straatnaam 3] te Capelle aan den IJssel. Door de aanrijding ben ik gewond geraakt. Ik reed op mijn fiets, een Gazelle, op het fietspad van de [straatnaam 3]. Ik kwam uit de richting van de [straatnaam 9] en reed in de richting van de [straatnaam 6]. Ongeveer ter hoogte van de school hoorde ik een sirene. Ik zag een motorrijder met gele kleding. Deze motorrijder kwam uit de richting van de [straatnaam 6]. We reden dus naar elkaar toe. Ik begreep dat de sirene van deze motorrijder afkwam en dat het een politieagent was. Ik zag dat de motorrijder achter een aantal auto's reed en eigenlijk van links naar rechts ging. Mogelijk om te zien of hij de auto's in kon halen. Dit waren minimaal 3 auto's. Ik zag vervolgens dat de motorrijder de auto's rechts inhaalde. Mijn oog was dus gericht op de motorrijder. Plotseling zag ik voor mij een brommer opdoemen die heel hard reed en schuin naar mij toe kwam. Ik zag dat de bestuurder vanaf de rijbaan schuin richting het fietspad reed. Ik denk dat de brommer veel harder reed dan 50 km per uur, maar ik kan geen exacte snelheid geven. Toen ik de brommer op mij af zag komen, bedacht ik mij dit niet goed kon gaan. Ik wist niet meer hoe ik de brommer moest ontwijken. Ik ben volgens mij wel een stukje naar rechts gegaan, maar toen was hij er al. (..) Ik voelde vervolgens een hele harde klap tegen mijn linkerbovenarm. Het volgende dat ik weet, is dat ik met veel pijn in mijn arm en rug op de grond lag. Ik lag toen in het gras. (..) De bestuurder heeft zijn identiteit of die van zijn motorvoertuig niet aan mij bekend gemaakt en heeft de plaats van het ongeval verlaten. Na het ongeval ben ik naar het IJssellandziekenhuis vervoerd. Daar is vastgesteld dat mijn linkerbovenarm gebroken is en dat mijn onderrug gekneusd is. Ik ben niet opgenomen in het ziekenhuis. Ik moet volgende week dinsdag terug voor controle. Mijn arm rust in een mitella. Ik weet niet wanneer ik oefeningen mag gaan doen waarmee ik mijn arm mag belasten. Door de aanrijding is tevens mijn jas kapot gegaan. Ik pas normaal gesproken één middag in de week op. Ik doe vrijwilligerswerk een halve dag per week. Tevens speel ik elke dag harp. Door dit ongeval kan ik dit niet meer doen. Ik ben linkshandig dus het geeft nog eens een extra beperking. Een geschrift, te weten medische informatie / letselbeschrijving betreffende [slachtoffer 1] d.d. 22 juni 2012 opgemaakt door forensisch arts [arts] -zakelijk weergegeven- inhoudende: Bij onderzoek is er een abnormale stand van de linkerbovenarm, op röntgenonderzoek is een breuk van de bovenarm te zien, dicht bij de schouder. Er werd gips gegeven. Genezingsduur: +/- 6 weken. - Het proces-verbaal van getuigenverhoor op 16 augustus 2012, RC-nummer 12/1818, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de verklaring van [slachtoffer 1] tegenover de rechter-commissaris: De genezing van mijn arm gaat nog een poos duren. Mijn arm is bij de schouder gebroken. Ik krijg nu fysiotherapie. (..) Ik reed op mijn fiets op het fietspad naast de [straatnaam 3], richting de [straatnaam 10]. Er is daar een apart fietspad naast de weg. (..) Op hetzelfde moment zag ik ineens van achter de auto’s een scooter of brommer schuin naar mij toe komen rijden. (..) De scooter kwam in razende vaart naar mij toe. (..) Die man kwam precies mijn kant uit. Ik had maar een fractie van een seconde de tijd en toen was hij al bij me. Ik dacht: ‘welke kant moet ik nu op om hem te ontwijken?’. Ik wilde links van hem gaan rijden, maar ik zag dat hij ook een beetje die kant op ging. (..) Ik had niet meer tijd. Ik heb mijn stuur een beetje naar rechts gedraaid, richting de berm. Dat kon nog net. Toen was hij er en hij is met een ontzettende vaart tegen mijn schouder en bovenarm opgereden. (..) Ik werd een beetje aan de achterkant van mijn arm en schouder geraakt. (..) Ik weet absoluut zeker dat hij tegen mijn schouder aanreed en dat ik daarna gevallen ben. - Het proces-verbaal van getuigenverhoor op 16 augustus 2012, RC-nummer 12/1818, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de verklaring van [getuige 1] tegenover de rechter-commissaris: Ik reed met mijn vrachtwagen in Capelle. Achter mij hoorde ik een sirene. Ik zag dat er een motoragent achter me zat. Ik zag dat hij achter een scooter aanreed. Die scooter wilde mij inhalen aan de linkerkant, over de andere weghelft. Hij zag dat hij dat niet ging halen, want er kwam tegemoetkomend verkeer aan. Hij vloog het fietspad op en daar reed hij een vrouwtje aan. (..) Hij raakte haar en toen vielen ze allebei. (..) Hij reed nog een klein stukje slingerend door. (..) Toen heeft hij zijn helm weggegooid en rende weg. (..) De afstand tussen mij en de aanrijding was ongeveer tien meter. Ik had vrij zicht op wat er gebeurde. - Het proces-verbaal van aangifte nummer PL17F0 2011315965-1 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de aangifte van [slachtoffer 3]. Plaats delict: [straatnaam 11] ter hoogte van nummer [huisnummer 2], Capelle aan den IJssel. (..) Ik ben eigenaar van genoemde snorfiets. Ik doe aangifte van poging tot diefstal van mijn snorfiets. Ik had mijn snorfiets geplaatst op de openbare weg (..) te Capelle aan den IJssel. Mijn snorfiets stond afgesloten middels een stuurslot en een kettingslot. Dit kettingslot zat bevestigd aan de fundering (..) Op 24 oktober 2011 stond de politie ineens voor de deur bij mijn ouders. (..) Er was namelijk een melding binnen gekomen van een poging diefstal scooter. Dit betrof mijn snorfiets. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit." Betrokken goed Voertuig: Snorfiets Merk/type: Piaggio (..) - Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL17F0 2012315828-2 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] Wij, verbalisanten, kwamen op 24 oktober 2011 om 02:31 uur ter plaatse op de [straatnaam 12] ter hoogte van huisnummer [huisnummer 3] te Capelle aan den IJssel. Ter plaatse werden wij aangesproken door de melder, die opgaf te zijn genaamd: [getuige 2], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]. [getuige 2] verklaarde aan ons in het kort het volgende: “Ik was zojuist een rondje aan het lopen op de [straatnaam 11] te Capelle aan den IJssel. (..) Ik hoorde geluiden van personen. Ik zag dat er op de oprit van mensen uit de wijk, die ik ken, drie personen stonden. Dit adres is [straatnaam 11] [huisnummer 2] te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat er een jongen bij de voordeur stond. Ik zag dat er twee andere jongens bij de scooter bezig waren, die daar op de oprit stond. Toen de jongens mij zagen, renden zij weg (..).” (..) Ik, verbalisant [verbalisant 3], ben vervolgens naar de [straatnaam 11] [huisnummer 2] te Capelle aan den IJssel gelopen. Hier zouden de daders aan een scooter hebben gezeten. Ter plaatse zag ik dat er op de oprit van een woning een scooter stond. (..) Ik zag dat de scooter van het merk Piaggio type C38 was en het volgende kenteken had: [G789HI]. Ik zag dat er naast de scooter aan de achterzijde een band op de grond lag. Aan de band zat een dik kettingslot dat aan de woning was bevestigd. Ik zag dat er onder de scooter aan de achterzijde een andere band zat. Ik heb vervolgens bij de woning aangebeld. Er werd open gedaan door de hoofdbewoonster, die opgaf te zijn genaamd: [getuige 3], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Na [getuige 3] het verhaal te hebben uitgelegd, verklaarde zij in het kort het volgende: “De scooter die voor de deur staat, is van mijn dochter. Het achterwiel, met het slot eromheen, dat nu naast de scooter ligt, zat onder de scooter. Ik weet niet van wie het wiel is dat nu onder de scooter zit.” - Het proces-verbaal van verhoor nummer PL17F0 2011315828-9 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 2] Ik hoor u zeggen dat het in de nacht van zondag op maandag 24 oktober 2013 gebeurd was. Dat zou goed kunnen. (..) Later die nacht zijn we naar een adres gegaan. (..) Het was in ieder geval een adres bij de dijk in Capelle aan den IJssel. (..) We kwamen toen met z’n drieën aan bij een huis. Daar stond een scooter in een voortuin. (..) En toen gingen we afspreken wie wat ging doen. Wat was de taakverdeling? Ik zou het achterwiel van de scooter losdraaien. Die scooter zat namelijk met een ketting vast. (..) [verdachte] stond op de uitkijk. - Het proces-verbaal van verhoor nummer PL17F0 2011315828-16 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 1] Wat is er gebeurd in de nacht van zondag 23 op maandag 24 oktober 2011 in de tuin van een woning aan de [straatnaam 11], vlakbij de [straatnaam 12] en de dijk in Capelle aan den IJssel? Ik was die avond met [verdachte] en [medeverdachte 2] heet die andere jongen volgens mij. Iemand kwam met het idee om een scooter te stelen. We zijn toen rondjes gaan rijden door Capelle aan den IJssel. Ik op mijn eigen scooter en [verdachte] en [medeverdachte 2] ook op één scooter. Toen hadden we een scooter zien staan in een voortuin van een woning die ergens in de buurt van de [straatnaam 10] staat. We zijn toen nog een paar rondjes gaan rijden en uiteindelijk zijn we naar de scooter toegegaan. [medeverdachte 2] had een band bij zich en die hebben we toen verwisseld met de band waar het slot aan zat. (..) Wie heeft er op de uitkijk gestaan? [verdachte] en ik en [medeverdachte 2] (…) heeft het meeste gedaan. [medeverdachte 2] was alles aan het losmaken. Ik heb hem geholpen en de uitlaat vastgehouden en [verdachte] heeft de scooter omhoog gehouden. - Het proces-verbaal van bevindingen, nummer opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - relaas van verbalisanten of van één van hen: Op 10 september 2012 zag ik een persoon het [straatnaam 13] te Capelle aan den IJssel opfietsen. De fietser bleek later volledig te zijn genaamd: [verdachte] geboren op 7 maart 1993 te Capelle aan den IJssel. Het [straatnaam 13] is een voetgangersgebied. Ik ben hierop achter [verdachte] aangereden. Ik zag dat hij fietste op een nieuwe Gazelle Eclipse Limited edition uit 2012. (..) Het viel mij op dat er geen kras op de fiets was te zien. Het viel mij op dat het framenummer van de fiets was verwijderd. Het is mij bekend dat het framenummer van een Gazelle te lezen is op een sticker, die op het fietsframe is geplakt, waarna de fiets wordt gelakt. De sticker zit dus onder de laklaag en is daarom niet eenvoudig van het frame af te halen. Het is mij bekend dat de sticker met hierop het framenummer van de fiets vaak van het fietsframe wordt verwijderd om zodoende het vaststellen van de herkomst van de fiets te bemoeilijken, zo niet onmogelijk te maken. - Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012349967-16 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van de verdachte: Ik heb de scooter zondag 13 mei 2012 gekocht van een mij verder onbekende persoon. Daar heb ik al een verklaring over afgelegd. (..) Ik wist dat de scooter van diefstal afkomstig was. De afspraak in het Schollebos (De rechtbank stelt als feit van algemene bekendheid vast: in Capelle aan den IJssel.) en het bedrag van honderd euro maakten dat wel duidelijk. Ik kreeg geen enkel document bij de aankoop. (..) De scooter was niet van degene van wie ik hem kocht. Dat begreep ik wel. De hele aankoop duurde misschien twee minuten. (..) Bij aankoop zat de kentekenplaat aan de scooter bevestigd. Ik vermoed dat de kentekenplaat afkomstig is van een andere scooter en vervolgens overgezet op deze scooter. (..) Op maandag 21 mei 2012 reed ik in Capelle aan den IJssel. Ik zag toen een motoragent aan komen rijden. (..) Ik nam toen de beslissing om te proberen de agent te ontlopen door weg te rijden. (..) Dat ging heel gevaarlijk eerlijk gezegd. Ik reed daarbij stoepen op en af en reed aan de verkeerde kant van de weg. (..) Ik wilde de Nissan links voorbijrijden. (..) Ik kwam toen in aanrijding met de Nissan en raakte hem bij de spiegel en linksvoor. (..) Ik weet dat ik had moeten stoppen, ik weet dat doorrijden strafbaar is, maar omdat er een agent achter mij aanzat, besloot ik door te rijden. (…) Ik reed door en keek niet meer achterom naar de schade die ontstaan was. Ik reed achter een vrachtwagen, (…) ik wilde de vrachtwagen aan de linkerzijde passeren. Tijdens het passeren zag ik dat er auto’s kwamen uit de tegengestelde rijrichting. (..) Ik besloot toen verder uit te wijken naar links waar een fietspad gelegen was. Op dat moment kwam echter een vrouw uit de tegengestelde rijrichting op haar fiets aanrijden. (..) - Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012468814-4 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met registratienummer PL17P0 2012468814, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van de verdachte: Ik heb de betrokken fiets gekocht van iemand via Marktplaats. Ik weet niet hoe hij heet, volgens mij gebruikte hij ook een andere naam bij z’n Marktplaats. (..) Ik heb de fiets gekocht tussen Kralingseveer en Rotterdam in. (..) Ik dacht: ‘die fiets is mooi’ en ik ben er gewoon vandoor gegaan. (..) Als je het bekijkt hoe de fiets eruit zag, leek het wel weinig, wat ik heb betaald. - De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 oktober 2013, inhoudende: Het klopt dat ik door had dat de scooter waarop ik reed niet zuiver was. Ik had de scooter voor 100 euro gekocht van een man in het Schollebos. Ik ben er inderdaad vandoor gegaan toen ik de agent zag. De route die de agent beschrijft kan kloppen. Ik heb twee keer de stoep gepakt. Ja, het was best gevaarlijk. Ik gaf op dat moment vol gas. Het zou kunnen dat ik iets meer dan 50 kilometer per uur reed. Ik ben tegen de Nissan aangereden. Ik ben niet gestopt. U vraagt mij waarom ik doorreed. Ik reed door omdat ik niet gepakt wilde worden. U zegt mij dat ik daarna de nog grotere [straatnaam 3] opdook en vraagt mij waarom ik weer doorreed. Ik wilde niet gepakt worden. U vraagt mij of deze situatie gevaarlijk was. Ja, ook dit was gevaarlijk. U zegt mij dat de vrachtwagenchauffeur heeft verklaard dat er geen ruimte was om in te halen. Er was inderdaad niet echt ruimte om de vrachtauto in te halen. Ik ging over het fietspad. Dat was niet voor mijn richting. Toen zag ik de vrouw op de fiets. U vraagt mij om te beschrijven hoe de situatie was toen ik achter de vrachtwagen reed. Ik reed op de middelste strook in het midden. Ik heb een kleiner model brandweerauto links gepasseerd en toen ben ik op het fietspad terechtgekomen. Toen reed alleen de vrachtauto voor me. Op dat fietspad had ik redelijk zicht, maar niet op het fietspad aan mijn kant. Ik zag de mevrouw wel, maar ik moest wel in een ruime bocht het fietspad op sturen, omdat ik te hard ging. Ik kon niet remmen, omdat mijn achterrem nauwelijks werkte. U vraagt mij of het een optie was om een andere kant op te sturen, niet in de directe richting van de vrouw op de fiets. Dat was voor mij geen optie omdat ik dan de sloot in zou gaan. Ik wilde dat niet omdat ik mijn telefoon bij me had. Die zou dan nat worden. Ik ben toen niet gestopt. Ik heb gezien dat ze ten val is gekomen. Ik ben weggerend. Ik heb de fiets gekocht via Marktplaats van een man waarvan ik dacht dat hij een valse naam opgaf. U vraagt mij of het mij niet uitmaakte waar de fiets vandaan kwam. Dat klopt. U vraagt mij of ik heb geprobeerd om een scooter te stelen. Ik stond op de uitkijk. U vraagt mij of [medeverdachte 2] bezig was om het achterwiel te verwisselen en dat ik op de uitkijk stond zodat niemand hem kon storen. Ja. U vraagt mij of ik heb gezien dat er een ander achterwiel meeging. Ja. U vraagt mij of ik wist dat de scooter meegenomen zou worden. Ja. Op grond van de in de bewijsmiddelen weergegeven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat verdachte: - zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos te rijden waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; - tweemaal de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken, terwijl hij wist dat aan anderen letsel en/of schade was toegebracht; - een kentekenplaat voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig was; - met anderen heeft gepoogd een bromfiets te stelen; - een fiets heeft witgewassen. Nadere bewijsoverweging Roekeloosheid Gelet op de overwegingen van de Hoge Raad in zijn arresten van 15 oktober 2013 (onder meer ECLI:NL: HR:2013:959) over roekeloosheid in de zin van art. 6 in verbinding met art. 175 WVW 1994, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat, blijkens de wetsgeschiedenis, roekeloosheid geldt als ‘de zwaarste vorm van het culpose delict’, dat dit grenst aan opzet en dat hiervan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn. Bij de vaststelling of sprake is van dergelijke roekeloosheid heeft de rechtbank gelet op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, een en ander zoals hiervan uit de bewijsmiddelen blijkt. Uit de door de rechtbank gebezigde bewijsvoering volgt dat verdachte: - als bestuurder van een bromfiets met een motoragent in een achtervolging verwikkeld is geraakt en met hoge snelheid (van ten minste 52 km/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.