Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Uitspraak: 8 juli 2013 Zaaknummer: 10/425474 Rekestnummer: HA RK 13-502 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: [verzoekster] , wonende te Hellevoetsluis, verzoekster, strekkende tot wraking van mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, sector kanton (hierna: de rechter). 1Het procesverloop en de processtukken Op 18 februari 2013 heeft ten overstaan van de kantonrechter [naam rechter 2] de mondelinge behandeling plaatsgevonden van een verzoek van de bewindvoerder over het onder bewind gestelde vermogen van de partner van verzoekster. Verzoekster is in die procedure als belanghebbende aangemerkt. Het verzoek strekte ertoe machtiging te verkrijgen tot het doen van een uitgave ten laste van dat onder bewind gestelde vermogen voor vervanging van een keukenkozijn. Dit verzoek heeft als kenmerk gekregen:1411096 VZ VERZ 13-
- Op 21 februari 2013 heeft verzoekster de toen behandelend kantonrechter gewraakt. Op 8 maart 2013 heeft [naam rechter 2] medegedeeld dat zij daarin berust. Bij beschikking van 22 maart 2013 heeft de rechter op grond van de stukken beslist op bovengenoemd verzoek van de bewindvoerder. Op 17 april 2013 heeft verzoekster een schriftelijk verzoek ingediend bij de rechter om een nieuwe zittingsdatum in verband met de voortzetting van de behandeling van de procedure. Op 1 mei 2013 heeft de griffier van de rechtbank aan verzoekster medegedeeld dat er geen nieuwe behandeling zal plaatsvinden en dat er bij beschikking van 22 maart 2013 inmiddels een machtiging is verleend. Bij brief van 12 mei 2013 heeft verzoekster verzocht om wraking van de rechter. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken: de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek; het dossier van de procedure met als kenmerk 1411096 VZ VERZ 13-
- Verzoekster, de rechter alsmede de bewindvoerder zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij e-mailbericht van 6 juni
- Ter zitting van 24 juni 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verzoekster verschenen. Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de ter zitting overgelegde schriftelijke motivering van het wrakingsverzoek. 2Het verzoek en het verweer daartegen 2.1 Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - : De rechter weigert de inhoud van het verweerschrift van verzoekster in behandeling te nemen doordat ze de procedure weigert voort te zetten. De rechter heeft geen behoefte aan een mondelinge behandeling. De rechter heeft inzake de bewindvoering niet de wet gehandhaafd. Verzoekster krijgt als levensgezel en belanghebbende niet de vrijheid om een wettelijke oplossing te verzoeken voor de vermogensrechtelijke dwalingen en beperkingen die er door tussenkomst van een bewindvoerder voor haar en haar partner zijn ontstaan, terwijl de persoonlijke gegevens van verzoekster ook direct betrekking hebben op de bewindvoering van haar partner. De rechten van verzoekster als partner/levensgezel maar ook als gevolmachtigde zijn volledig geschaad, terwijl de volmacht die haar partner haar verleend heeft via het samenlevingscontract om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten rechtsgeldig is. Verzoekster en haar partner worden vanaf 3 december 2002 op onnodige bewindvoerders- en mentorschapskosten gejaagd terwijl hun schadegeld en verzoeksters inkomen uit arbeid hier nooit voor bedoeld zijn. 2.2 De rechter heeft in een e-mailbericht van 6 juni 2013 zich op het standpunt gesteld dat verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek, nu zij al op de stukken beslist heeft op twee verzoeken welke waren gedaan door de bewindvoerder in de zaken met kenmerken 1411096 VZ VER 13-54 en 1414209 GZ VERZ 13-
- 3De beoordeling 3.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat uitspraak wordt gedaan door een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is. Wraking van een rechter kan daarom alleen worden verzocht zolang de zaak nog bij die rechter in behandeling is. Is er eenmaal een eindbeslissing genomen, dan is de behandeling geëindigd. Verzoekster heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat het wrakingsverzoek enkel ziet op de procedure met als kenmerk 1411096 VZ VERZ 13-54, betreffende een verzoek om machtiging tot vervanging van een keukenkozijn, zoals hierboven onder 1 is weergegeven. Vast staat dat de rechter in de onder 3.2 genoemde procedure heeft beslist bij beschikking van 22 maart
- Daarmee is de behandeling van dat verzoek door de rechter beëindigd. De omstandigheid dat verzoekster geen afschrift van deze beschikking heeft ontvangen, doet hieraan niet af. Daar op grond van hetgeen is bepaald in het hiervoor aangehaalde wetsartikel slechts de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt en de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking werd gedaan, kan verzoekster dientengevolge niet worden ontvangen in haar wrakingsverzoek. Omdat verzoekster reeds om die reden niet-ontvankelijk is, behoeven de overige daaromtrent aangevoerde stellingen geen bespreking. Ten overvloede geeft de wrakingskamer verzoekster in overweging zich in zaken met betrekking tot het bewind over het vermogen van haar partner te laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandsverlener. 4De beslissing Verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van mr. C.H. Kemp-Randewijk. Deze beslissing is gegeven op 8 juli 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. O.E.M. Leinarts en mr. R.F. de Knoop, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier. Verzonden op: aan: [verzoekster] mr. C.H. Kemp-Randewijk Beschermingsbewindkantoor Nederland B.V