RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/426004 / KG ZA 13-519 Vonnis in kort geding van 27 juni 2013 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 1] , gevestigd te Hellevoetsluis, 2. [eiser 2], wonende te Hellevoetsluis, 3. [eiser 3], wonende te Hellevoetsluis, eisers, advocaat mr. M.C.V. Dornstedt, tegen [gedaagde] , wonende te Rockanje, gemeente Westvoorne, gedaagde, advocaat mr. E. den Hartog. Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] worden genoemd, tenzij anders is vermeld. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 31 mei 2013, met producties; de brieven d.d. 5 en 11 juni 2013 van de zijde van [eisers], met producties; de brief d.d. 10 juni 2013 van de zijde van [gedaagde], met producties; de mondelinge behandeling; de pleitnotities van de zijde van [eisers]; de pleitaantekeningen van de zijde van [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen -voorzover thans van belang- het volgende vast. 2.1. [gedaagde] heeft alle door hem in zijn vennootschap Regius Bedrijfsadvies B.V. gehouden aandelen verkocht en bij notariële akte d.d. 30 december 2009 (hierna: “de notariële akte”) geleverd aan [eisers] voor een bedrag van € 400.000,-. [eisers] heeft een bedrag van € 250.000,- aan [gedaagde] voldaan. Ten aanzien van het restant van € 150.000,- heeft [gedaagde] een lening aan [eisers] verstrekt, waarvoor de heer [eiser 2] zich persoonlijk borg heeft gesteld. In de notariële akte is terzake de lening in artikel 2 lid 4 de volgende voorwaarde opgenomen:“De geleende geldsom of het eventueel resterend gedeelte daarvan zal met de verschuldigde rente en de kosten, ineens en in één som opeisbaar zijn indien de schuldenaar niet stipt alle verplichtingen uit deze akte en de wet voortvloeiende nakomt, (…) bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de assurantieportefeuille van het concern waartoe koper behoort, (…); de schuldenaar zal in gebreke zijn door het enkel voorvallen van één der voormelde gebeurtenissen, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling of soortgelijke akte of rechterlijke tussenkomst zal zijn vereist.” 2.2. Op 9 mei 2011 zijn tussen [A] respectievelijk [B] enerzijds en [C] i.o. (hierna: “[C]”) anderzijds een tweetal koopovereenkomsten gesloten, waarbij [eisers] de hierin omschreven assurantieportefeuille aan [C] heeft verkocht. Hierin is onder meer het volgende bepaald: “Artikel 6 Levering ) De (uiteindelijke) levering geschiedt op (…) [1 april 2011 respectievelijk 1 juli 2011, toevoeging voorzieningenrechter] of zoveel eerder of later als partijen nader overeenkomen. ) Verkoper verleent hierbij onherroepelijk machtiging aan koper om al hetgeen te doen om levering op grond van dit artikel te bewerkstelligen.” 2.3. Op 9 september 2011 is tussen [B] enerzijds en [C] anderzijds een huurkoopovereenkomst gesloten, waarbij [B] de hiervoor bedoelde assurantieportefeuille in huurkoop aan [C] heeft verkocht. 2.4. Bij ongedateerde overeenkomst tussen [B] en [C] heeft [C] de hiervoor bedoelde assurantieportefeuille per 1 september 2012 aan [B] terugverkocht. In deze overeenkomst is onder meer bepaald: “Artikel 2 Koopprijs (…) De koper neemt de financiering met saldo 122.500,-- van ING over van verkoper met een looptijd van 4 jaar. De koopsom wordt dus maandelijks afgelost door storting op de rekening van [C] (…) De volledige juridische eigendom gaat over na de laatste betaling. Het betreft een huurkoop constructie aangezien de ING een pandrecht heeft op de portefeuille. (…) Artikel 6 Levering ) De (uiteindelijke) levering geschiedt op 1 september 2012 of zoveel eerder of later als partijen nader overeenkomen. ) Verkoper verleent hierbij onherroepelijk machtiging aan koper om al hetgeen te doen om levering op grond van dit artikel te bewerkstelligen. (…) Artikel 8 Garanties verkoper (…) ING bank heeft een pandrecht op de portefeuille bij niet betalen verplichting van de financiering met saldo 122.500,-- (…)” 2.5. In een “Bijlage 1 September 2012”, welke door zowel [eisers] als [C] is ondertekend, is onder meer vermeld: “De assurantieportefeuille oorspronkelijk gekocht in 2011 van [B], maar nooit fysiek geleverd nog in beheer van [B]. Er is dus geen feitelijke levering.” 2.6. Bij exploit van 26 april 2013 heeft [gedaagde] de grosse van de notariële akte aan zowel [eisers] als [eiser 2] laten betekenen. In dit exploit is aan [eisers] en [eiser 2] bevel gedaan om binnen twee dagen een bedrag van € 179.949,61 te voldoen op de derdengeldrekening van de door [gedaagde] ingeschakelde deurwaarder. 2.7. Bij exploit van 16 mei 2013 is aan [eiser 2] in zijn hoedanigheid van borg een afschrift van het proces-verbaal van de deurwaarder d.d. 7 mei 2013 betekend, houdende een executoriaal beslag op een onroerende zaak staande en gelegen te [adres]. Op dit pand, dat in eigendom aan [eiser 2] toebehoort, rust een recht van hypotheek. 3Het geschil 3.1. [eisers] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde], zowel in privé als in zijn hoedanigheid van (oud)bestuurder van Regius Bedrijfsadvies B.V. te veroordelen tot: het ogenblikkelijk staken en gestaakt houden van de executie van de notariële akte d.d. 30 december 2009 en het ogenblikkelijk, binnen uiterlijk 48 uur na betekening van dit vonnis, (doen) opheffen van het door [gedaagde] ten laste van de heer [eiser 2] gelegde (executoriaal) beslag op het registergoed staande en gelegen te [adres], zulks op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft; [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een voorschot ad € 10.000,- op de vergoeding van de door [eisers] geleden schade, althans een in goede justitie te bepalen bedrag; Dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.2. Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van [eisers], met veroordeling van [eisers] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. [eisers] is in zijn vordering ontvankelijk, omdat hij daarbij een spoedeisend belang heeft. Het beslag op de onroerende zaak van [eiser 2] kan mogelijk verstrekkende en onomkeerbare gevolgen hebben. De hypotheekhouder heeft aangekondigd dat hij zich genoodzaakt ziet tot executoriale verkoop van het pand over te gaan. De hypotheekhouder heeft tevens aangezegd de schade die hij zal lijden omdat de executieopbrengst onvoldoende zal zijn om de volledige vordering te dekken, op [gedaagde] te verhalen. Van [eisers] kan derhalve niet worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht. 4.2. In dit kort geding moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, worden beoordeeld of de vordering van [eisers] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopen daarop door toewijzing reeds nu gerechtvaardigd is. 4.3. [eisers] legt in de eerste plaats aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar handelt omdat de vordering waarvoor [gedaagde] beslag heeft gelegd nog niet opeisbaar is. 4.3.1. [gedaagde] stelt dat de lening van € 150.000,00 die hij aan [eisers] heeft verstrekt zonder ingebrekestelling op grond van artikel 2 lid 4 van de notariële akte ineens opeisbaar is geworden omdat [eisers] in strijd met het in dat artikel bepaalde (een deel van) haar assurantieportefeuille heeft vervreemd. 4.3.2. [eisers] erkent dat zij de bedoeling had om een gedeelte van haar assurantieportefeuille te vervreemden maar stelt dat het tot een daadwerkelijke levering van de portefeuille niet is gekomen. 4.3.3. [eisers] is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de vordering waarvoor [gedaagde] beslag heeft gelegd nog niet opeisbaar is. “Vervreemding” in de zin van artikel 2 lid 4 van de notariële akte kan naar gangbaar taalgebruik en de bedoeling van partijen ten tijde van de totstandkoming van de notariële akte niet anders worden uitgelegd dan dat de eigendom van de assurantieportefeuille op een derde is overgegaan. Vooreerst wordt opgemerkt dat partijen er blijkens hun stellingen vanuit gaan dat een portefeuillerecht kan worden overgedragen. De voorzieningenrechter volgt partijen hierin. Voor een geldige overdracht van een portefeuillerecht is in de eerste plaats op grond van artikel 3:84 lid 1 BW vereist dat sprake is van een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder en een levering. Daarnaast moet sprake zijn van contractsoverneming in de zin van artikel 6:159 BW, aangezien de wederpartij -de verzekeraar(s)- bij de verzekeringen die tot de portefeuille behoren toestemming moet verlenen om de eigendomsoverdracht van de portefeuille te effectueren. Gezien het bepaalde in artikel 4:103 lid 4 van de Wet op het financieel toezicht -dat luidt dat de verzekeraar op schriftelijk verzoek van een bemiddelaar zijn medewerking verleent aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille van die bemiddelaar aan een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar- is in beginsel voldoende dat aan de betrokken verzekeraar(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.