← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2013:5711

Rechtbank Rotterdam Team Insolventie tussenvonnis rekestnummer: C/10/421045 / FT EA 13/658 nummer verklaring: ROT0111302153 uitspraakdatum: 26 juni 2013 [A] , [adres] , verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 18 maart 2013 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 19 juni

  1. De uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten Verzoekster is gehuwd in gemeenschap van goederen. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring op grond van artikel 285 Faillissementswet € 116.483,
  2. Het inkomen van verzoekster bestaat uit loon op basis van een dienstbetrekking. 3De beoordeling De rechtbank stelt vast dat verzoekster in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd. Bij vonnis van vandaag van deze rechtbank is het verzoek om toelating van verzoeksters echtgenoot afgewezen. Voorop wordt gesteld dat de feiten en omstandigheden die voor de rechtbank redengevend zijn geweest bij haar beslissing omtrent het verzoek van de echtgenoot van verzoekster geen rol spelen bij de beoordeling van het verzoek om toelating van verzoekster; ten aanzien van verzoekster is geen sprake van de weigeringsgrond als omschreven in art. 288 lid 2 sub b Fw (het niet te goeder trouw zijn ter zake het ontstaan of onbetaald laten van schulden). Doel van de wettelijke schuldsanering is "... het in het leven roepen van een regeling waarmee kan worden tegengegaan dat een natuurlijk persoon die in een problematische financiële situatie is terechtgekomen tot in lengte van jaren met zijn schulden achtervolgt kan worden" (MvT 1992/1993, 22 969, nr. 3, p. 6). Dit doel kan alleen bereikt worden als de gemeenschap van goederen wordt beëindigd, bijvoorbeeld door het opmaken van huwelijkse voorwaarden, en (eventueel) het afstand doen van de gemeenschap. Daarom zal de zaak drie maanden worden aangehouden om verzoekster in de gelegenheid te stellen om, indien en voor zover mogelijk, huwelijkse voorwaarden op te laten maken en (eventueel) afstand te doen van de gemeenschap. 4De beslissing De rechtbank: - houdt de behandeling van het verzoekschrift tot toepassing van de schuldsanerings- regeling aan tot een nader te bepalen datum. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans, rechter, en in aanwezigheid van L. Bree, griffier in het openbaar uitgesproken op 26 juni
  3. Verklaart de griffie buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.