← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2013:5961

Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummers: 10/996508-10 en 10/996566-10 (gevoegd ter terechtzitting) Datum uitspraak: 2 augustus 2013 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te[geboorteplaats] op[geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres[straatnaam, postcode, plaatsnaam], raadsman mr. S.L.J. Swart, advocaat te Amsterdam. ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 juli 2013. TENLASTELEGGING Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De dagvaarding met parketnummer 10/996508-10 is op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de dagvaardingen en de gewijzigde tenlastelegging zijn als Bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. EIS OFFICIER VAN JUSTITIE De officier van justitie mr. C.E.J. Backer heeft gerekwireerd tot: bewezenverklaring van al het ten laste gelegde in de zaken met de parketnummers 10/996508-10 en 10/996566-10; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest; afwijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde]. MOTIVERING PARTIËLE VRIJSPRAAK Feit 5 en 6 op de dagvaarding met parketnummer 10/996508-10 In het onder 5 ten laste gelegde feit wordt de verdachte verweten dat hij –onder meer- in een pand gelegen aan de Haarlemmer Houttuinen te Amsterdam betrokken is geweest bij een aldaar aangetroffen hennepkwekerij. Anders dan de officier van justitie voorstaat, biedt het strafdossier onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Het pand is, zo blijkt uit een afschrift van de huurovereenkomst, gehuurd door de [naam bedrijf] in deze vertegenwoordigd door haar directrice mevrouw [naam persoon]. Zij stelt echter dat sprake is van een valselijk opgemaakt document en legt vervolgens een jegens de verdachte belastende verklaring af. Omdat enig ander bewijsmiddel tegen de verdachte niet voorhanden is, is er onvoldoende bewijs om een bewezenverklaring te dragen en dient verdachte van dit onderdeel te worden vrijgesproken. Deze vrijspraak brengt met zich dat evenmin bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van elektriciteit in genoemd pand ten behoeve van de kwekerij. Hij zal dan ook van dat onderdeel, zoals onder feit 6 is ten laste gelegd, eveneens worden vrijgesproken. BEWEZENVERKLARING Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: parketnummer 10/996508-10 1. [naam instelling] welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Amsterdam d.d. 3 februari 2009 in staat van faillissement is verklaard, op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 5 juli 2010 te Rotterdam en/of Den Haag en/of Zoetermeer en/of Rijswijk en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van voornoemde rechtspersoon, - (een) last(

  1. en)heeft verdicht of verdicht, hetzij (een) bate(
  2. n)niet heeft verantwoord of verantwoordt, hetzij en enig(
  3. e)goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken of onttrekt, en/of - niet heeft voldaan of voldoet aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die artikel(
  4. en)bedoeld, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(
  5. s)- (een deel van) de inventaris van de praktijk(
  6. en)aan het [naam straat en nummer(s)] te Rotterdam en/of aan de [naam straat en nummer(s)] te Zoetermeer ontvreemd, althans verborgen in een opslagbox van[naam bedrijf] te Zoetermeer en/of in het perceel [naam straat en nummer(s)] te Zoetermeer, althans buiten het bereik en beheer van de curator in het faillissement van[naam instelling] gesteld en/of - de (bedrijfs)administratie van [naam instelling] zodanig gevoerd dat niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend, en/of - niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard en/of uitgeleverd aan de curator in het faillissement van [naam instelling] , hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(
  7. en)opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan (
  8. de)vorenstaande verboden gedraging(en); 2. hij op of omstreeks 11 augustus 2009, althans in of omstreeks augustus 2009 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een huurcontract met [naam bedrijf](D-052) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(
  9. s)toen en daar valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat huurcontract de (fictieve) naam[naam persoon] doen vermelden en/of op dat contract (een) (fictieve) handtekening(
  10. en)geplaatst die moest(
  11. en)doorgaan voor [naam persoon], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(
  12. en)te doen gebruiken; 3. hij op of omstreeks 11 augustus 2009, althans in of omstreeks augustus 2009 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van (een) vals(
  13. e)of vervalst(
  14. e)a. werkgeversverklaring van werkgever [naam bedrijf] voor werknemer [naam persoon] (D-054) en/of b. uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van de Gemeente Amsterdam op naam van[naam persoon] (D-054) en/of c. kopie van het paspoort van [naam persoon] (D-056) en/of d. salarisspecificatie(
  15. s)ten name van [naam persoon] van werkgever[naam bedrijf] (D-054 en/of D-057) en/of e. kopie(ën) van (een) bankafschrift(
  16. en)van rekeningnummer [nummer] ten name van [naam persoon] (D-054 en/of D-055) - zijnde (een) geschrift(
  17. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(
  18. n)dat/die geschrift(
  19. en)echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat/die geschrift(
  20. en)de (fictieve) naam [naam persoon] was vermeld en bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(
  21. s)dat/die geschrift(
  22. en)heeft/hebben afgegeven, althans doen toekomen aan ((een) medewerk(st)er(
  23. s)van) [naam bedrijf].; 4. hij in de periode van 30 april 2009 tot en met 21 april 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) vals(
  24. e)of vervalst(
  25. e). kopie van het paspoort op naam van [naam persoon] (D-080) en/of . kopie van het paspoort op naam van[naam persoon] (D-081) en/of . salarisspecificatie ten name van[naam persoon] van werkgever [naam bedrijf] (D-082) - zijnde (een) geschrift(
  26. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - voorhanden heeft gehad, bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat/die geschrift(
  27. en)de (fictieve) naam [naam persoon] en/of [naam persoon] was vermeld, terwijl hij en/of zijn mededader(
  28. s)wist(
  29. en)en/of redelijkerwijs moest(
  30. en)vermoeden dat dit/deze geschrift(
  31. en)bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst; 5. hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 januari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in het/de perce(e)l(
  32. en). [naam straat en nummer(s)], te Amsterdam en/of . [naam straat en nummer(s)] te Amsterdam en/of .[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam (telkens) een hoeveelheid van (zogenaamde) (vrouwelijke) (delen van) ongeveer ad a. 470 en/of ad b. 49 en/of ad c. 152 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; 6. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 30 maart 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in het/de perce(e)l(
  33. en).[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam en/of .[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig(
  34. e)goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); parketnummer 10/996566-10 hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 17 november 2010 tot en met 29 november 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk mondeling en/of bij geschrift(
  35. en)zich jegens [benadeelde] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(
  36. s)- zich voorgedaan als ene [naam persoon] en/of de moeder van [benadeelde] bezocht en/of gevraagd waar haar zoon is (waarop de moeder van [benadeelde] antwoordde dat haar zoon inmiddels getrouwd is en niet meer bij haar woont), althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - (vervolgens) zich voorgedaan als ene [naam persoon] en/of telefonisch contact opgenomen met [naam persoon], en/of gezegd dat hij op zoek is naar [benadeelde] en/of dat hij al bij de moeder van [benadeelde] is geweest en/of dat de FIOD naar [benadeelde] op zoek is in verband met diens eerder afgelegde verklaring en/of: "Iemand die een verklaring aflegt moet er ook maar voor bloeden.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - (vervolgens) (een) sms-bericht(
  37. en)naar [benadeelde] verstuurd met de tekst: 'Hey kanjer, hoor dat getrouwt, leuk hoor, hoop dat je me niet vergeten bent! Kus' en/of 'Nieuwmarkt..' en/of - (vervolgens) zich voorgedaan als ene [naam persoon] en telefonisch contact opgenomen met de moeder van [benadeelde] en gezegd haar zoon te kennen vanuit een café op de Nieuwmarkt in Amsterdam en gevraagd naar het woonadres van [benadeelde] om een bosje bloemen te sturen voor zijn huwelijk, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - op internet de zoekvraag geplaatst: 'Wie weet waar [benadeelde] woont?' en/of - een sms-bericht aan [benadeelde] verstuurd met de tekst: 'Zie je snel', terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  38. s)wist(
  39. en)of ernstige reden had(den) te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. BEWIJSMOTIVERING De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen zijn als bijlage II aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. BEWIJSOVERWEGINGEN parketnummer 10/996508-10 Feit 1 Ter terechtzitting heeft verdachte zich bewust getoond van de verantwoordelijkheid, die hij als ondernemer en leidinggevende binnen de [naam instelling]had. Tot die verplichtingen behoorde het voeren van een behoorlijke administratie op een zodanige wijze dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend en – na het faillissement – het uitleveren van de gehele administratie aan de curator. Uit de verklaringen van personeelsleden van [naam instelling] valt af te leiden dat de vennootschap gedurende lange tijd wel administratie voerde. Die behoorde dus door de vennootschap volledig aan de curator te worden overgedragen. De aangifte van de curator dat de [naam instelling] niet aan haar verplichting heeft voldaan om de gehele deugdelijke administratie te voorschijn te brengen heeft verdachte niet kunnen weerleggen. De enkele stelling dat de curator de beschikking heeft gekregen over gegevensdragers waar de administratie op te vinden moest zijn is daartoe onvoldoende, nog daargelaten dat uit de afgelegde verklaringen blijkt dat de recente administratie niet alleen op gegevensdragers gevoerd werd, dat door de curator is ontkend dat die administratie op de gegevensdragers aanwezig was en dat ook bij nader onderzoek de juistheid van de stelling van verdachte niet is kunnen blijken. Dat de rechten van – andere – schuldeisers werden verkort blijkt voorts uit de verklaringen dat ontvangen kasgeld werd verdeeld onder het personeel en dat delen van de inventaris van de praktijken aan het [naam straat en nummer(s)] te Rotterdam en de [naam straat en nummer(s)] te Zoetermeer werden verwijderd. Het is immers rond het faillissement in het belang van de gezamenlijke schuldeisers aan de curator en niet aan de vennootschap om overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen vast te stellen wat tot de boedel behoort en om de verdeling van baten te doen plaatsvinden. Door cash geld aan personeelsleden uit te keren en door eigenmachtig goederen uit de macht van de curator te brengen is dat belang van de gezamenlijke schuldeisers van de rechtspersoon bedrieglijk verkort. parketnummer 10/996566-10. [benadeelde] heeft op 27 april 2010 tegenover ambtenaren van de FIOD een voor de verdachte belastende verklaring afgelegd. Na een daartoe strekkend verzoek van de advocaat van de verdachte heeft de meervoudige strafkamer van deze rechtbank op 30 augustus 2010 bepaald dat [benadeelde] door de rechter-commissaris als getuige dient te worden gehoord. Dat verhoor heeft op 30 november 2010 plaatsgevonden. Voorafgaande dat verhoor ontvangt [benadeelde] een aantal SMS-berichten. In zijn aangifte legt hij uit waarom die berichten, zeker in onderlinge samenhang bezien, voor hem intimiderend zijn geweest en duidelijk tot doel hadden de inhoud van zijn bij de rechter-commissaris af te leggen verklaring te beïnvloeden. Hij geeft aan dermate angstig te zijn geweest dat hij door ambtenaren van de FIOD moest worden begeleid naar en terug van het verhoor. De berichten zijn verzonden via het mobiele nummer [nummer]. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft de verdachte erkend dat hij de gebruiker is van dat mobiele nummer. Het nummer werd afgetapt. Het strafdossier bevat een aantal uitgewerkte telefoongesprekken welke een aantal uren na het verhoor van [benadeelde] zijn gevoerd met dat nummer. De verdachte heeft toegegeven dat hij deelnemer is geweest aan die gesprekken. De inhoud van die gesprekken is steeds hetzelfde: de verdachte zegt dat [benadeelde] “hartstikke” bang was tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris. Uit al het bovenstaande volgt zonder meer dat de verzender van de SMS-berichten tot doel had [benadeelde] te beïnvloeden in zijn als getuige af te leggen verklaring bij de rechter-commissaris; dat doel is ook bereikt. De verzender heeft zich zodoende schuldig gemaakt aan het misdrijf zoals omschreven in artikel 285a lid 1 Wetboek van Strafrecht (Sr). Het ligt voor de hand dat de verdachte, zijnde de gebruiker van genoemd mobiele nummer, de verzender is geweest van de daarmee verstuurde SMS-berichten aan [benadeelde]. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft hij echter ontkend dat te hebben gedaan. De berichten zouden volgens hem door iemand anders zijn gestuurd. Uitgaande van de juistheid van die zittingsverklaring geldt het volgende. Het kan niet anders zijn dan dat de verzender van de berichten en de verdachte in deze nauw en bewust hebben samengewerkt. Het voorgenomen doel om [benadeelde] te beïnvloeden in zijn af te leggen getuigenverklaring is ook bereikt. In de hiervoor genoemde uitgewerkte telefoongesprekken uit de verdachte hierover ook zijn vreugde en tevredenheid. Dit alles leidt tot de bewezenverklaring van de verdachte als medepleger aan het ten laste gelegde feit. STRAFBAARHEID FEITEN Het bewezenverklaarde levert op: parketnummer 10/996508-10 1 bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen; 2 valsheid in geschrift; 3 opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; 4 opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; 5 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 6 diefstal door twee of meer verenigde personen; parketnummer 10/996566-10 medeplegen van opzettelijk bij geschrift zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet dat die verklaring zal worden afgelegd Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. STRAFBAARHEID VERDACHTE Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. STRAFMOTIVERING De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met zijn zus, medeverdachte in de onderhavige zaak, als feitelijk leidinggevende van de rechtspersoon [naam instelling] gemaakt aan bedrieglijke bankbreuk door een deel van de inventaris verborgen te houden, de administratie van [naam instelling] niet deugdelijk bij te houden en niet de volledige administratie uit te leveren aan de curator waardoor de rechten en plichten van [naam instelling] niet te allen tijde konden worden gekend. De schuldeisers van de gefailleerde vennootschap zijn hierdoor ernstig benadeeld, zo blijkt ook uit de aangifte van de curator. De FIOD heeft vervolgens ten tijde van het sluiten van het strafdossier die schade begroot op bijna 2,5 miljoen Euro. Het belang van een goed gevoerde administratie en een compleet overzicht van de inventaris is in het kader van een faillissement immers dat de curator goed inzicht heeft in de vermogenspositie van de gefailleerde alsmede van de rechten en plichten van de schuldeisers en schuldenaren, ten behoeve van een zo gunstig mogelijke afwikkeling van de boedel. Dat is door toedoen van de verdachte en diens medeverdachte in ernstige mate gefrustreerd. Daarnaast heeft de verdachte gebruik gemaakt van een valse werkgeversverklaring en een vals uittreksel uit de basisadministratie van de gemeente Amsterdam, een vals paspoort, valse salarisspecificaties en valse bankafschriften op naam van [naam persoon] ter verkrijging van een huurcontract. Tevens heeft de verdachte valse paspoorten op naam van [naam persoon] en een salarisspecificatie op naam van[naam persoon] voorhanden gehad. Door aldus te handelen heeft de verdachte het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer gesteld moet worden in officiële geschriften, geschaad. Hij heeft zich zodoende voorgedaan als een bona fide huurder terwijl de werkelijkheid volstrekt anders was. Het is zo goed als uitgesloten dat de verhuurder de huurovereenkomst met de verdachte was aangegaan indien hij zijn ware identiteit bekend had gemaakt. Zijn naam was immers, zo heeft hij zelf ook ter terechtzitting verklaard, “besmet” geraakt door het faillissement van[naam instelling]en de berichtgevingen in de media daaromtrent. Voorts heeft de verdachte samen met een ander in de woning [naam straat en nummer(s)] te Amsterdam 49 hennepplanten en in de bedrijfsruimte [naam straat en nummer(s)] te Amsterdam 152 hennepplanten aanwezig gehad. Door aldus te handelen, heeft de verdachte doelbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd. De uit hennepplanten verkregen stof is bij regelmatig gebruik niet alleen schadelijk voor de gebruikers, maar is daarnaast direct en indirect gerelateerd aan vele vormen van criminaliteit. Daarnaast heeft de verdachte, teneinde het gewin te vergroten, samen met een ander een hoeveelheid elektriciteit gestolen door illegale stroomaansluitingen buiten de elektriciteitsmeters om tot stand te brengen. Dit brengt tevens brandgevaar voor omwonenden met zich. De voor deze hennepkwekerij benodigde stroom werd door de verdachte door middel van een omleiding langs de meter in de meterkast van deze woning weggenomen. Tot slot heeft de verdachte getracht zijn kwalijke gedrag rondom het faillissement van [naam instelling] te verdoezelen door een getuige die hieromtrent belastend had verklaard te beïnvloeden voorafgaande diens af te leggen verklaring bij de rechter-commissaris. Het moge duidelijk zijn dat dit een buitengewoon ernstige zaak is die op zichzelf al oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Het belemmert immers de waarheidsvinding en raakt daarmee de fundamentele beginselen van de rechtstaat. De verdachte heeft zich aldus in korte tijd schuldig gemaakt aan een fors aantal strafbare feiten. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur is in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 juni 2013 niet eerder is veroordeeld. Tevens is rekening gehouden met straffen die in de regel voor soortgelijke feiten worden opgelegd waarbij de rechtbank uiteindelijk komt tot oplegging van een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Om de verdachte in de toekomst te weerhouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten zal, als stok achter de deur, een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd. Alles afwegend wordt na te noemen duur passend en geboden geacht. De rechtbank ziet onvoldoende gronden voor een bevel voorlopige hechtenis en zal daarom het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen. VORDERING BENADEELDE PARTIJ Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde], ter zake van het onder parketnummer 10/996566-10 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 21.450,-- aan materiële schade bestaande uit omzetderving wegens het gedurende enige tijd niet kunnen uitoefenen van zijn beroep. Ter onderbouwing van zijn vordering heeft de benadeelde partij volstaan met het overleggen van een weekoverzicht/urenstaat. Een nadere toelichting is niet gegeven. Dat is de reden waarom thans niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de gestelde schade het directe gevolg is geweest van het bewezenverklaarde feit. De vraag of al de gestelde schade ook daadwerkelijk is geleden kan evenmin worden beantwoord. Het is noodzakelijk om hierover meer duidelijkheid te kregen. De huidige strafprocedure is daartoe echter niet geëigend: het zal een te onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De vordering zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij zal zijn vordering bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. De benadeelde partij zal in de proceskosten worden verwezen, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Behalve op de reeds genoemde artikelen, is gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 51, 57, 225, 285a, 311 en 341 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10 van de Opiumwet. BESLISSING De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/996508-10 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 10/996566-10 ten laste gelegde feit, alles zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden; bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mrs. F.W.H. van den Emster en van F.W. van Lottum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.C. Wilsing, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 augustus 2013. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I bij vonnis van 2 augustus 2013: TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING. Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. [naam instelling] welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Amsterdam d.d. 3 februari 2009 in staat van faillissement is verklaard, op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 5 juli 2010 te Rotterdam en/of Den Haag en/of Zoetermeer en/of Rijswijk en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van voornoemde rechtspersoon, - ( een) last(
  40. en)heeft verdicht of verdicht, hetzij (een) bate(
  41. n)niet heeft verantwoord of verantwoordt, hetzij en enig(
  42. e)goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken of onttrekt, en/of - niet heeft voldaan of voldoet aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die artikel(
  43. en)bedoeld, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(
  44. s)- ( een deel van) de inventaris van de praktijk(
  45. en)aan het[naam straat en nummer(s)] te Rotterdam en/of aan de [naam straat en nummer(s)] te Zoetermeer ontvreemd, althans verborgen in een opslagbox van [naam bedrijf] te Zoetermeer en/of in het perceel [naam straat en nummer(s)]te Zoetermeer, althans buiten het bereik en beheer van de curator in het faillissement van [naam instelling] gesteld en/of - de (bedrijfs)administratie van [naam instelling] zodanig gevoerd dat niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend, en/of - niet de gehele administratie van genoemde rechtspersoon bewaard en/of uitgeleverd aan de curator in het faillissement van [naam instelling] , hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(
  46. en)opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan (
  47. de)vorenstaande verboden gedraging(en); 2. hij op of omstreeks 11 augustus 2009, althans in of omstreeks augustus 2009 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een huurcontract met [naam bedrijf] (D-052) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(
  48. s)toen en daar valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat huurcontract de (fictieve) naam [naam persoon] doen vermelden en/of op dat contract (een) (fictieve) handtekening(
  49. en)geplaatst die moest(
  50. en)doorgaan voor [naam persoon], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(
  51. en)te doen gebruiken; 3. hij op of omstreeks 11 augustus 2009, althans in of omstreeks augustus 2009 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van (een) vals(
  52. e)of vervalst(
  53. e)a. werkgeversverklaring van werkgever [naam bedrijf] voor werknemer [naam persoon] (D-054) en/of b. uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van de Gemeente Amsterdam op naam van [naam persoon] (D-054) en/of c. kopie van het paspoort van [naam persoon] (D-056) en/of d. salarisspecificatie(
  54. s)ten name van [naam persoon] van werkgever [naam bedrijf] (D-054 en/of D-057) en/of e. kopie(ën) van (een) bankafschrift(
  55. en)van rekeningnummer [nummer]ten name van [naam persoon] (D-054 en/of D-055) - zijnde (een) geschrift(
  56. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(
  57. n)dat/die geschrift(
  58. en)echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat/die geschrift(
  59. en)de (fictieve) naam [naam persoon] was vermeld en bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(
  60. s)dat/die geschrift(
  61. en)heeft/hebben afgegeven, althans doen toekomen aan ((een) medewerk(st)er(
  62. s)van) [naam bedrijf] 4. hij in de periode van 30 april 2009 tot en met 21 april 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) vals(
  63. e)of vervalst(
  64. e). kopie van het paspoort op naam van [naam persoon] (D-080) en/of . kopie van het paspoort op naam van [naam persoon] (D-081) en/of . salarisspecificatie ten name van [naam persoon] van werkgever [naam bedrijf] (D-082) - zijnde (een) geschrift(
  65. en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - voorhanden heeft gehad, bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat valselijk - in strijd met de waarheid - in/op dat/die geschrift(
  66. en)de (fictieve) naam [naam persoon] en/of [naam persoon] was vermeld, terwijl hij en/of zijn mededader(
  67. s)wist(
  68. en)en/of redelijkerwijs moest(
  69. en)vermoeden dat dit/deze geschrift(
  70. en)bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst; 5. hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 januari 2010 tot en met 30 maart 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in het/de perce(e)l(
  71. en). [naam straat en nummer(s)] te Amsterdam en/of .[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam en/of .[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam (telkens) een hoeveelheid van (zogenaamde) (vrouwelijke) (delen van) ongeveer ad a. 470 en/of ad b. 49 en/of ad c. 152 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; 6. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 30 maart 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in het/de perce(e)l(
  72. en). [naam straat en nummer(s)] te Amsterdam en/of .[naam straat en nummer(s)] te Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig(
  73. e)goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); (parketnummer 10/996566-10) hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 17 november 2010 tot en met 29 november 2010 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk mondeling en/of bij geschrift(
  74. en)zich jegens [benadeelde] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(
  75. s)- zich voorgedaan als ene[naam persoon] en/of de moeder van[benadeelde] bezocht en/of gevraagd waar haar zoon is (waarop de moeder van [benadeelde] antwoordde dat haar zoon inmiddels getrouwd is en niet meer bij haar woont), althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - ( vervolgens) zich voorgedaan als ene[naam persoon] en/of telefonisch contact opgenomen met [naam persoon], en/of gezegd dat hij op zoek is naar [benadeelde] en/of dat hij al bij de moeder van [benadeelde] is geweest en/of dat de FIOD naar [benadeelde] op zoek is in verband met diens eerder afgelegde verklaring en/of: "Iemand die een verklaring aflegt moet er ook maar voor bloeden.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - ( vervolgens) (een) sms-bericht(
  76. en)naar[benadeelde] verstuurd met de tekst: 'Hey kanjer, hoor dat getrouwt, leuk hoor, hoop dat je me niet vergeten bent! Kus' en/of 'Nieuwmarkt..' en/of - ( vervolgens) zich voorgedaan als ene [naam persoon] en telefonisch contact opgenomen met de moeder van [benadeelde] en gezegd haar zoon te kennen vanuit een café op de Nieuwmarkt in Amsterdam en gevraagd naar het woonadres van [benadeelde] om een bosje bloemen te sturen voor zijn huwelijk, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of - op internet de zoekvraag geplaatst: 'Wie weet waar [benadeelde] woont?' en/of - een sms-bericht aan [benadeelde] verstuurd met de tekst: 'Zie je snel', terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
  77. s)wist(
  78. en)of ernstige reden had(den) te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd;

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.