RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 2008795 CV EXPL 13-9937 uitspraak: 2 augustus 2013 vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2013, gemachtigde: mr. K.M. van Wijngaarden, tegen [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. M. Obbes. Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde]. 1Het verloop van het proces 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen: het exploot van dagvaarding van 27 februari 2013, met producties; de conclusie van antwoord, met productie; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek, met productie. 1.2 De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter nader bepaald op heden. 2De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voorzover van belang – het volgende vast: 2.1 Op 24 augustus 2009 heeft [eiser] een uitzendovereenkomst gesloten met Creyf’s uitzendbureau (hierna: Creyf’s). Hij is uitgeleend aan G4S Beveiliging B.V. (hierna: G4S) en te werk gesteld als kaartcontroleur bij de RET. 2.2 Op 1 januari 2010 heeft [eiser] een uitzendovereenkomst gesloten met Accord uitzendbureau (hierna: Accord). Hij is uitgeleend aan [gedaagde] en te werk gesteld als conducteur bij de RET. 2.3 Op 11 oktober 2010 is [eiser] in dienst getreden bij [gedaagde] op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar. [eiser] heeft daarbij zijn werkzaamheden als conducteur bij de RET voortgezet. Deze overeenkomst is eenmaal verlengd. 2.4 Het loon is tot 10 oktober 2012 aan [eiser] uitbetaald. 3De vordering 3.1 [eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan hem te betalen het loon ad € 1.417,22 bruto per 4 weken, exclusief 8% vakantietoeslag vanaf 11 oktober 2012 totdat het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, met proceskostenveroordeling. 3.2 Aan zijn vordering legt [eiser] naast de onder 2 genoemde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. Er is sprake van opvolgend werkgeverschap waardoor het dienstverband van [eiser] bij [gedaagde] niet per 10 oktober 2012 is geëindigd. [eiser] heeft daarom recht op doorbetaling na 10 oktober 2012 van zijn volledige salaris ad € 1.417,22 bruto per 4 weken exclusief toeslagen. 4Het verweer 4.1 [gedaagde] heeft de vordering betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan dan wel matiging, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, waaronder nakosten vermeerderd met de wettelijke rente. 4.2 [gedaagde] heeft daartoe naast de onder 2 genoemde vaststaande feiten het volgende -zakelijk weergegeven - aangevoerd. Er is geen sprake van opvolgend werkgeverschap. [eiser] heeft voor Creyf’s niet onafgebroken werkzaamheden uitgevoerd tot het moment dat hij een uitzendovereenkomst sloot met Accord. Daarnaast kunnen Creyf’s en Accord niet als opvolgende werkgevers beschouwd worden: ten eerste is er sprake van een uitbreiding van het takenpakket, nu een conducteur meer doet dan een kaartcontroleur, zodat er sprake is van een andere aard en inhoud van het werk en ten tweede bestaan er geen zodanige banden tussen Creyf’s en Accord noch tussen G4S en [gedaagde] dat de door ervaringen verkregen inzichten in de hoedanigheden en geschiktheid van de werknemer van de vorige werkgever moeten worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. Voor zover beoordeeld wordt dat er wel sprake is van opvolgend werkgeverschap en er nog een arbeidsovereenkomst bestaat tussen partijen dient op grond van artikel 46 lid 1 van het personeelshandboek van [gedaagde] gedurende de eerste 6 maanden van arbeidsongeschikt-heid 90% van het loon voldaan te worden, de tweede 6 maanden 85% en het 2e jaar 80%. Bovendien dient de door [eiser] ontvangen ziektewetuitkering dan in mindering gebracht te worden. Daarnaast verzoekt [gedaagde] de kantonrechter de loonvordering te matigen nu [eiser] te lang heeft gewacht met het instellen van onderhavige vordering. 5De beoordeling van de vordering 5.1 Tussen partijen is in geschil de vraag of er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan als bedoeld in artikel 7:668a BW, ofwel doordat sprake is van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden (lid 1 sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.