vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/11/100638 / HA ZA 12-2263 Vonnis van 10 juli 2013 in de zaak van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , wonende te Kinderdijk, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. F.A. van de Kasteele, tegen 1 [gedaagde 1 in conventie, eiseres in reconventie]
- [gedaagde 2 in conventie, eiser in reconventie], beiden wonende te Kinderdijk, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. M.J. Goedhart. Partijen zullen hierna ‘[eiseres in conventie, verweerster in reconventie]’ en ‘[gedaagden in conventie, eisers in reconventie]’ genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 9 januari 2013; het herstelvonnis van 16 januari 2013; de conclusie van antwoord in reconventie; het proces-verbaal van descente en van comparitie, gehouden op 28 mei
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn buren. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is sinds 1988 eigenaar van de woning aan de [adres] te Kinderdijk. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn sinds 2008 eigenaar van de woning aan de [adres 2]te Kinderdijk. 2.
- In de eigendomsakte van 5 oktober 1988, waarin de woning aan de [adres] aan de toenmalige echtgenoot van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is verkocht en geleverd, is - voor zover relevant - opgenomen: “Voorts verklaarden de comparanten in gemelde kwaliteit, dat indien het bij deze verkochte gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Nieuw-Lekkerland sectie A nummer 5015 enerzijds (het woonhuis [adres]) en de bij de verkoper in eigendom verblijvende gedeelten van het perceel kadastraal bekend gemeente Nieuw-Lekkerland sectie A nummer 5015 anderzijds (de woonhuizen [adres 2]en [adres 3] onderling in zodanige toestand verkeren of de omstandigheden zodanig zouden zijn, dat deze toestand of deze omstandigheden zouden kunnen voortvloeien uit bij titel gevestigde erfdienstbaarheden, kunnen deze omstandigheden of deze toestand geacht worden over en weer tot gebruik en ten nutte en ten laste van bedoelde perceelsgedeelten in de vorm van erfdienstbaarheden bij titel te zijn gevestigd, zoals ondermeer de erfdienstbaarheden van licht, uitzicht, waterloop en drop, van gootrecht, van overbouw en de erfdienstbaarheid tot het hebben, houden en onderhouden van een gezamenlijke riolering.” 2.
- In de akte van levering van 15 augustus 2008, waarin de woning aan de [adres 2]aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is geleverd wordt verwezen naar de hiervoor onder 2.2 opgenomen bepaling. 2.
- De woningen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bevinden zich in een oud pand, dat voorheen één geheel vormde. Medio 1950 is het pand gesplitst in [adres 2]en [adres]. In 1982 is [adres] gesplitst in [adres] en [adres 3] 2.
- Onder [adres 2]en [adres] bevindt zich een kelder. De toegang tot de kelder bevindt zich in [adres 2]en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben deze kelder in gebruik. De kelder vormt één geheel. 3Het geschil 3.
- Tot aan de comparitie van partijen van 28 mei 2013 waren er meerdere geschilpunten die partijen verdeeld hielden, zowel in conventie als in reconventie. Ter comparitie hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Thans resteert een geschilpunt in conventie, ziende op de kelder die zich onder de woningen van partijen bevindt. Gelet op de vaststellingsovereenkomst die partijen hebben gesloten, ligt alleen dit geschilpunt aan de rechtbank voor. in conventie 3.
- [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te veroordelen de kelder voor zover gelegen onder de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] af te sluiten, althans [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de gelegenheid te stellen via de woning van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de kelder af te sluiten, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat zij hiermee in gebreke blijven. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt hiertoe dat zij ingevolge artikel 5:20 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) eigenaar is van de kelder die zich onder haar woning bevindt, zodat zij niet hoeft te dulden dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zich toegang verschaffen tot de kelder. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dienen de kelder daarom af te sluiten, zodat deze niet meer voor hen toegankelijk is. Voor zover [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet verplicht zijn de kelder af te sluiten, dient [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de gelegenheid gesteld te worden de kelder af te sluiten. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dienen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op grond van artikel 5:65 BW toe te staan deze werkzaamheden uit te voeren. 3.
- [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren verweer. Zij stellen dat de kelder op grond van artikel 5:20 lid 1 sub e BW bestanddeel is van hun woning. Voor de aanwezigheid van de kelder onder het pand van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is bij notariële akte een erfdienstbaarheid gevestigd. Voor zover er geen erfdienstbaarheid is gevestigd, is er middels verjaring een erfdienstbaarheid ontstaan. 4De beoordeling in conventie 4.
- Tussen partijen is in geschil wie eigenaar is van de kelder voor zover die zich bevindt onder de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. 4.
- Uit artikel 5:20 lid 1 aanhef en sub e BW volgt dat de eigenaar van een perceel grond tevens eigenaar is van de gebouwen en werken die duurzaam met die grond zijn verenigd. In zoverre behoort de eigendom van de kelder, voor zover deze zich onder de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bevindt, door middel van verticale natrekking in beginsel bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. 4.
- In afwijking van voormelde hoofdregel geldt echter dat, zo een bestanddeel van een gebouw zoals een kelder, uitbouw of balkon zich bevindt in, op of boven grond die aan een ander dan de eigenaar van dat gebouw toebehoort, dit bestanddeel geen eigendom is van de grondeigenaar, maar - door middel van horizontale natrekking - toebehoort aan de eigenaar van het gebouw waarvan het deel uitmaakt (HR 28 oktober 1994, NJ 1995, 96). Ingevolge artikel 3:4 lid 1 BW is al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, bestanddeel van die zaak. 4.
- Gelet op het feit dat de kelder alleen via de woning van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] kan worden bereikt, dat de kelder is gebouwd als één ruimte en thans ook zichtbaar één geheel vormt en gelet op de omstandigheid dat deze situatie kennelijk al sinds 1950 bestaat, zoals dit laatste door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gesteld en door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onvoldoende betwist, is de kelder op grond van de verkeersopvattingen aan te merken als een bestanddeel van de woning van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Zij zijn door horizontale natrekking eigenaar geworden van deze kelder, ook voor zover deze zich bevindt onder de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. 4.
- Het voorgaande neemt niet weg dat de eigenaar van een perceel waarboven of waaronder zich een horizontaal nagetrokken bouwwerk bevindt, het recht heeft om te vorderen dat het horizontaal nagetrokken bouwwerk wordt afgebroken, tenzij er een bevoegdheid bestaat dit bouwwerk op of onder zijn grond te hebben, bijvoorbeeld door vestiging van een erfdienstbaarheid. 4.
- Als gesteld door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en onweersproken door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], staat tussen partijen vast dat in de eigendomsakte van [adres] over en weer erfdienstbaarheden zijn gevestigd voor [adres 2]en [adres] (zie 2.2 en 2.3 hiervoor). Betreffende bepaling in de eigendomsakte vermeldt niet met zoveel woorden de kelder althans de aanwezige onderbouw. De vraag dient daarom beantwoord te worden of de bij akte gevestigde erfdienstbaarheden tevens zien op de aanwezigheid van de kelder onder de woning van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. 4.
- Op grond van artikel 5:73 lid 1 BW worden de inhoud en de wijze van uitoefenen van een erfdienstbaarheid bepaald door de akte van vestiging en, voor zover in die akte regelen daaromtrent ontbreken, door de plaatselijke gewoonte. Bij de uitleg van een erfdienstbaarheid komt het aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte gebruikte bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte. Uit de ruime omschrijving in de akte van de over en weer gevestigde erfdienstbaarheden, waarbij de in 1988 bestaande toestand werd bekrachtigd, en het feit dat in de akte een niet-limitatieve opsomming van erfdienstbaarheden is opgenomen, wordt afgeleid dat de erfdienstbaarheid mede is gevestigd voor de aanwezigheid van de kelder onder het pand van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient daarom te dulden dat de kelder door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wordt gebruikt. De vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal dientengevolge worden afgewezen. 4.
- [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Partijen zijn echter in artikel 6 van de vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat zij ieder de eigen proceskosten gemaakt tot de datum van de vaststellingsovereenkomst zouden dragen. Gelet op deze bepaling en gelet op het feit dat nadien door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen kosten meer zijn gemaakt, worden de kosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] begroot op nihil. 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.
- wijst de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] af, 5.
- veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2013.