← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2013:8340

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Uitspraak: 30 juli 2013 Zaaknummer: 10/428546 Rekestnummer: HA RK 13-654 Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van: [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats], thans gedetineerd te Penitentiaire inrichting [naam P.I.], verzoeker, advocaat mr. Ö. Saki, strekkende tot wraking van mr. I.K. Rapmund, rechter-commissaris in de rechtbank Rotterdam, sector publiekrecht, team Kabinet RC (hierna: de rechter). 1Het procesverloop en de processtukken Bij beslissing van 21 juni 2013 om 11.44 uur heeft de rechter de verdachte in bewaring gesteld. Op 21 juni 2013 heeft de rechter de verdachte om 12.35 uur in het bijzijn van zijn toenmalige (waarnemend) raadsvrouw mr. Shreki gehoord in het kader van de toetsing van de inverzekeringstelling en de toegewezen vordering tot inbewaringstelling. Daarna heeft de rechter de verdachte en de raadsvrouw om 12.50 uur medegedeeld dat zij geen reden ziet terug te komen op haar beslissing tot toewijzing van de vordering tot inbewaringstelling. Bij faxbericht van 26 juni 2013 heeft de raadsvrouw van verzoeker de rechter gewraakt. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken: de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek; stukken met betrekking tot de voorgeleiding van de verzoeker. Verzoeker, de raadsvrouw, de officier van justitie mr. J. Boender alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 11 juli 2013. Ter zitting van 19 juli 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen de raadsvrouw, de officier van justitie en de rechter. De raadsvrouw heeft aan de hand van een pleitnota het standpunt nader toegelicht. 2De ontvankelijkheid van het verzoek Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Het middel is toegekend aan een gedingvoerende partij die wenst te voorkomen dat uitspraak wordt gedaan door de rechter voor wie het geding wordt gevoerd. Hieruit volgt dat het verzoek tot wraking gedaan dient te worden voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. De rechter heeft reeds op 21 juni 2013 een beslissing heeft genomen, waarna de rechter thans niet meer als behandelend rechter kan worden aangemerkt. Het eerst op 26 juni 2013 ingediende verzoek moet dan ook als niet tijdig gedaan worden aangemerkt. Verzoeker is mitsdien niet-ontvankelijk in zijn verzoek, zodat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. 3De beslissing Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. I. K. Rapmund. Deze beslissing is gegeven op 29 juli 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier. Verzonden op: aan: - E. Alkan - mr. Ö. Saki - mr. I.K. Rapmund - mr. J. Boender

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.