vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Afdeling privaatrecht Zittingsplaats Dordrecht zaaknummer / rolnummer: C/11/100993 / HA ZA 12-2296 Vonnis van 9 oktober 2013 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROVITE NEDERLAND B.V., gevestigd te Ede,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEBO B.V., gevestigd te Ede, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. H.C.W. Geffroy, tegen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , wonende te Leerdam, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. A.G.W. van Kessel. Partijen zullen hierna Eurovite, Gebo en Eurovite c.s. (gezamenlijk) respectievelijk [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 22 mei 2013 en de daarin genoemde processtukken; de akte uitlating na tussenvonnis aan de zijde van Eurovite c.s.; antwoordakte na tussenvonnis. 2De verdere beoordeling in conventie 2.
- Bij tussenvonnis van 22 mei 2013 is aan Eurovite c.s. opgedragen om te bewijzen dat de borgstelling door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook geldt voor – ten tijde van het sluiten van de borgstellingsovereenkomst – toekomstige schulden. Eurovite c.s. hebben bij akte medegedeeld in deze procedure af te zien van het laten horen van getuigen. Dit leidt tot het oordeel dat Eurovite c.s. niet zijn geslaagd in de aan hen opgedragen bewijslevering. Er dient dan ook vanuit te worden gegaan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich uitsluitend borg heeft gesteld voor de ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van 29 september 2011 bestaande schulden ter hoogte van € 23.537,67 jegens Eurovite en 22.457,22 jegens Gebo. 2.
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gemotiveerd aangevoerd dat hij reeds een bedrag van € 29.425,- heeft afgelost, te weten € 17.470,- aan Eurovite en € 11.955,- aan Gebo, en heeft ter onderbouwing hiervan een overzicht van grootboekmutaties overgelegd. Eurovite c.s. hebben de juistheid hiervan niet betwist. Aangezien de aflossing van de (beperkte) schuld aan Gebo Badline B.V. blijkens de aflossingsovereenkomst zat inbegrepen bij de aflossing van de schuld aan Gebo en niet is op te maken welk deel van de aflossing op deze schuld betrekking heeft, wordt ervan uitgegaan dat alle betalingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan Gebo in mindering strekken op de schuld aan Gebo. Gelet op het voorgaande resteert van de per 29 september 2011 openstaande bedragen een bedrag van € 6.067,67 (€ 23.537,67 -/- € 17.470,-) dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog aan Eurovite dient te voldoen en een bedrag van € 10.502,22 (€ 22.457,22 -/- € 11.955,-) dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan Gebo dient te voldoen. 2.
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft bij antwoordakte na tussenvonnis nog aangevoerd dat naast eerder genoemde aflossingen nog meer bedragen zijn betaald. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft deze betalingen niet nader gespecificeerd of met bewijzen onderbouwd. Zijn aanbod om dit bij nadere akte alsnog doen is tardief en wordt dan ook afgewezen. De hiervoor genoemde bedragen zullen derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente hierover. Tevens worden de medegevorderde buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 2.842,- toegewezen, waarvan € 1.819,- aan Eurovite en € 1.023,- aan Gebo. 2.
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eurovite c.s. worden begroot op: - dagvaarding € 76,17 - salaris advocaat € 2.842,00 (2 punt × tarief € 1.421) Totaal € 2.918,
- 2.
- Eurovite c.s. hebben tevens gevorderd [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 2.303,41 in totaal, te weten € 882,41 voor verschotten (inclusief € 575,- griffierecht) en € 1.421,- voor salaris advocaat (1 rekest x € 1.421,0). 2.
- De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. in reconventie 2.
- Zoals in het tussenvonnis van 22 mei 2013 reeds is overwogen, wordt de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen. 2.
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eurovite c.s. worden begroot op € 226,- (1 x € 452,- en omdat de vordering in reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie wordt de helft van het punten berekend). 3De beslissing De rechtbank in conventie 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan Eurovite te betalen een bedrag van € 7.886,67, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over € 6.067,67 met ingang van 29 september 2011 tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan Gebo te betalen een bedrag van € 11.525,22, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 10.502,22 met ingang van 29 september 2011 tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.303,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Eurovite c.s. tot op heden begroot op € 2.918,17, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 3.
- wijst de vorderingen af, 3.
- veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van Eurovite c.s. tot op heden begroot op € 226,-. Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober
- type: 419 coll: 2477
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.