vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/435941 / KG ZA 13-1118 Vonnis in kort geding van 15 november 2013 in de zaak van 1Dr. [eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 2] , gevestigd te Rotterdam, eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. H.J. Smit te Rotterdam, tegen 1 [gedaagde 1], wonende te [woonplaats], 2. Dr. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats], 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARDIOVASCULAR CONSULTANCY B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. J.G.A. Linssen te Tilburg. Eisers in conventie, verweerders in reconventie, zullen hierna tezamen - in mannelijk enkelvoud - worden aangeduid als [eisers] en afzonderlijk als [eiser 1] en JMMC. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie, zullen hierna tezamen - in mannelijk enkelvoud - worden aangeduid als [gedaagden] en afzonderlijk als [gedaagde 1],[gedaagde 2] en CVC. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de drie exploten van dagvaarding d.d. 14 oktober 2013 producties 1 tot en met 10, van [eisers] twee vermeerderingen van eis, van [eisers] aanvullende producties, van [eisers] eis in reconventie, van [gedaagden] producties 1 tot en met 51, van [gedaagden] de mondelinge behandeling op 25 oktober 2013 de pleitnota van [eisers] de pleitnota van [gedaagden] 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten Met betrekking tot het kort gedingvonnis van 24 september 2013: 2.1. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft eerder op 24 september 2013 tussen enerzijds JMMC als eiseres en anderzijds CVC als gedaagde vonnis in kort geding gewezen (zaak-/rolnummer: C/10/428308 / KG ZA 13-677) (hierna: het vonnis van 24 september 2013 of - kortweg - het vonnis). Naar de in het vonnis opgenomen vaststaande feiten, die geacht kunnen worden ook te gelden in dit kort geding gevoerd tussen de onderhavige partijen, wordt thans verwezen. 2.2. De voorzieningenrechter heeft, voor zover in dit kort geding relevant, in het vonnis van 24 september 2013 het volgende overwogen en beslist: “(…) 4. De beoordeling (…) 4.4. Tussen partijen is (de verschuldigdheid door CVC van) de door JMMC op grond van de geldleningsovereenkomst gevorderde, thans resterende, hoofdsom van € 1.350.000,00 niet in geschil. (…) (…) 4.7. De tegenvordering van CVC bestaat in haar visie uit de volgende onderdelen: 4.7.1. Euromed Het verwijt dat CVC JMMC ten aanzien van Euromed maakt, luidt dat JMMC in 2005 en 2006 inkomsten voortvloeiende uit het project MGWO/Jupiter die terecht hadden moeten komen bij Alpha MC en/of Epi als wederpartijen van AstraZeneca B.V. ten onrechte heeft doorgesluisd naar de overwegend, behoudens in de jaren 2005 en 2006, slapende vennootschap Euromed. Meer in het bijzonder heeft CVC gesteld dat JMMC de in het kader van het project MGWO/Jupiter bij een derde in te kopen laboratoriumkitjes door Euromed heeft laten aanschaffen om deze vervolgens met een aanzienlijke marge aan Epi door te verkopen, terwijl de situatie eerst was dat Epi, waarvan de inkomsten tussen partijen bij helfte moesten worden gedeeld, deze kitjes zelf inkocht zonder marge. JMMC heeft daarmee bewerkstelligd dat de winst binnen het project MGWO/Jupiter onrechtmatig werd afgeroomd ten gunste van haarzelf. Dit levert een wanprestatie op dan wel onrechtmatig handelen jegens CVC/[gedaagden]. De als gevolg daarvan opgetreden schade bedraagt € 837.453,91, te vermeerderen met de wettelijke rente, aldus CVC. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft CVC een verklaring d.d. 17 juni 2013 van de heer [X], voorheen als boekhouder/controller gelieerd aan (de vennootschappen van) [eiser 1] en [gedaagden], thans kennelijk alleen aan [gedaagden], als productie 11 overgelegd. Verder heeft zij ter onderbouwing van haar standpunt als productie 2 overgelegd een brief d.d. 17 juni 2013 met bijlagen van de accountant mr. [Y] (die eerder door [gedaagden] is benaderd om hem te begeleiden in het proces van ontvlechting) aan de raadslieden van CVC. CVC verwijst voorts naar haar producties 16 tot en met 19 (de overeenkomsten gesloten met AstraZeneca B.V.). Tenslotte verwijst CVC naar de door haar als productie 1 overgelegde dagvaarding in de bodemprocedure (alinea’s 16 tot en met 31) en de door haar als productie 13 overgelegde conclusie van repliek in conventie (etc.) in de bodemprocedure (alinea’s 290 tot en met 326). 4.7.2. Verkoop en levering panden Epi In 2005 heeft Epi (vertegenwoordigd door [eiser 1], middels JMMC) de onroerende zaken aan het [adres] en de [adres] tegen een te lage waarde verkocht en geleverd aan een derde. Daarmee is onzorgvuldig en onrechtmatig jegens CVC en [gedaagden] gehandeld, als gevolg waarvan schade is geleden ten bedrage van € 129.940,50, te vermeerderen met wettelijke rente (zie producties 1 (alinea’s 32 tot en met 37), 13 (alinea’s 327 tot en met 348), 20 en 21). JMMC heeft de onroerende zaken vervolgens weer teruggekocht en in eigendom geleverd gekregen. 4.7.3. Aandelen(transactie) Alpha MC JMMC heeft met de aandelentransactie in Alpha MC die heeft plaatsgevonden op 15 december 2006 Claric B.V. (een vennootschap van de hiervoor reeds genoemde heer [X]) met een te hoge verkrijgingsprijs bewust willen bevoordelen, waardoor CVC en [gedaagden] ten onrechte zijn benadeeld. [gedaagden] wist van deze transactie, noch van de eerdere aandelenoverdracht van aandelen in Alpha MC aan Claric B.V., af. De schade die CVC en [gedaagden] hierdoor hebben geleden kan worden begroot op € 124.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente (zie productie 1 van CVC, alinea’s 38 tot en met 44, en productie 13, alinea’s 349 tot en met 352). 4.7.4. Afwentelen verliezen JMMC heeft ten onrechte kosten en/of verliezen ter grootte van in totaal (€ 622.763,00 gedeeld bij helfte =) € 311.381,50, te vermeerderen met rente, met betrekking tot/van rechtspersonen die nooit aan CVC en/of [gedaagden] gelieerd zijn geweest (Stichting OCN, Stichting McMedical Lifestyle Coaching en Tragamar Holding B.V.), op CVC en [gedaagden] afgewenteld (zie bijlage 4 bij productie 2, producties 13 (alinea’s 353 tot en met 369) en 22 van CVC). 4.7.5. De totaal door CVC gepretendeerde tegenvordering op JMMC is in haar visie in hoofdsom groot € 1.402.775,91, welk bedrag nog vermeerderd dient te worden met buitengerechtelijke kosten ad € 15.773,60, beslagkosten ad € 1.356,09, een bedrag aan verschenen wettelijke rente ad € 386.862,30 en een bedrag aan (na 7 maart 2013) verschenen wettelijke rente en nog te verschijnen kosten. Naar de mening van CVC geldt dat CVC/[gedaagden] van JMMC/[eiser 1] ook na verrekening met de geldvordering van € 1.350.000,00 een bedrag van ten minste € 456.767,90 te vorderen hebben. (…) 4.11. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft CVC haar tegenvordering en de omvang daarvan in voldoende mate geconcretiseerd en met voldoende stukken - anders dan de verwijzing naar de betreffende alinea’s in de dagvaarding in de bodemprocedure en de in de bodemprocedure genomen conclusie van repliek in conventie (etc.) van CVC en de in bedoelde alinea’s genoemde producties - onderbouwd (zie haar hiervoor onder 4.7 weergegeven stellingen). Hetgeen JMMC daartegenover heeft aangevoerd is thans te weinig (gefundeerd) om de tegenvordering in alle onderdelen (geheel) te ontkrachten. In feite heeft JMMC slechts verweer gevoerd tegen dat onderdeel van de tegenvordering ‘Euromed’ betreffende (en in veel mindere mate tegen het onderdeel dat de ‘verkoop en levering panden Epi’ betreft). Het had op de weg van JMMC gelegen om alle onderdelen van de tegenvordering gemotiveerd te betwisten. De tegenvordering kan voor wat betreft de onderdelen ‘Euromed’, ‘verkoop en levering panden Epi’ en ‘aandelen(transactie) Alpha MC’ reeds sinds 7 maart 2013 (dagvaarding in de bodemprocedure) en voor wat betreft het onderdeel ‘afwentelen verliezen’ in elk geval sinds 7 augustus 2013 (conclusie van repliek in conventie etc. in de bodemprocedure, van CVC) bij JMMC bekend worden geacht, derhalve reeds voordat CVC (tijdig, zie hiervoor onder 4.1) haar complete verweer in dit kort geding heeft bekend gemaakt. JMMC had op dit verweer in dit kort geding kunnen en moeten anticiperen. Meer in het bijzonder had het op de weg van JMMC gelegen om o.a. haar stellingen ten aanzien van de (financiële) activiteiten binnen Euromed en de gestelde schulden van DMC en Epi aan Euromed meer concreet te maken, hetgeen zij onvoldoende heeft gedaan. Het enkel bloot verwijzen naar bijlagen 3, 4 en 5 bij de als productie 7 door JMMC overgelegde notitie d.d. 23 mei 2013 van [eiser 1], van welke bijlagen de status onbekend is, en de incomplete producties 11 en 12 van JMMC is daartoe, mede gelet op de uitvoerig gemotiveerde betwisting daarvan van CVC (zie punten 89-106 van haar pleitnotitie), onvoldoende. Voor wat betreft de door CVC als productie 2 en 11 overgelegde bescheiden van boekhouder/controller [X] en accountant [Y] geldt dat de voorzieningenrechter vooralsnog, gelet op de aanwezig te achten professionaliteit bij beiden, geen reden heeft om, ondanks de betwisting van JMMC, aan de inhoud van die producties te twijfelen. Daartegenover geldt hetzelfde voor wat betreft de als productie 10 door JMMC overgelegde verklaring van de heer [Z], tot 2012 registeraccountant van DMC en aanverwante vennootschappen. Evenwel werpt deze laatste verklaring geen doorslaggevend ander licht op het bestaan van de tegenvordering van CVC. Naar voorlopig oordeel kan de door CVC gestelde totale tegenvordering dan ook in de beoordeling gewicht in de schaal leggen. In de reeds geëntameerde bodemprocedure, waarin in tegenstelling tot deze kort gedingprocedure plaats is voor bewijslevering o.a. door het horen van getuigen, dient een en ander nader onderzocht te worden. (…) 4.14. Niet in geschil is dat de beslagen thans nog rusten op de kantoorpanden aan het [adres] en de [adres]. Volgens CVC rusten deze beslagen voor een bedrag van maximaal € 674.568,00, waarbij is uitgegaan van een executiewaarde van 70% van de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaken. De voorzieningenrechter acht dit uitgangspunt als gebruikelijk gehanteerd niet onredelijk en maakt dit tot de zijne. JMMC heeft daartegen ook geen gemotiveerd verweer gevoerd en heeft zelf als waarde van de panden een bedrag van € 950.000,00 genoemd, welk bedrag, in vergelijking tot de gestelde executiewaarde, overeenkomt met een waarde van 100%. Het beslag dat onder Andromed Noord B.V. met betrekking tot de huurpenningen voor het kantoorpand te [adres] is gelegd, zo is onbetwist gebleken, rust voor een bedrag van maximaal € 45.840,00. De thans nog rustende beslagen hebben derhalve doel getroffen voor een totaalbedrag van maximaal € 720.408,00. Nu CVC met de door haar gelegde ten laste van JMMC nog rustende beslagen zekerheid heeft voor haar tegenvordering voor een bedrag van € 720.408,00, zal de voorzieningenrechter de aannemelijke en opeisbare geldvordering van JMMC toewijzen voor dat bedrag. CVC dient tot betaling over te gaan uiterlijk binnen de in het dictum genoemde termijn. De voorzieningenrechter overweegt dat JMMC er recht op en belang bij heeft om over dit bedrag onbeperkt te beschikken. 4.15. Voor het resterende bedrag van (€ 1.350.000,00 minus 720.408,00 =) € 629.592,00 zal de vordering van JMMC worden afgewezen. Zoals hiervoor reeds is overwogen kan zeker niet worden uitgesloten dat CVC op JMMC een tegenvordering van de totaal gestelde hoogte zal blijken te hebben. Verder geldt dat het niet onaannemelijk is dat in meer of mindere mate sprake is van een restitutierisico aan de zijde van JMMC. Nog los van het antwoord op de vraag of aannemelijk is dat sprake is van (op handen zijnde) liquiditeitsproblemen bij JMMC, voor het bestaan van een restitutierisico kan o.a. als aanwijzing worden aangemerkt dat gebleken is dat zich recent verschillende wijzigingen binnen JMMC hebben voorgedaan, zoals de wijziging van haar statutaire zetel naar Malta, de afsplitsing van een deel van haar vermogen naar een pensioenvennootschap, de wijziging van de persoon van de bestuurder naar een Maltese vennootschap, de kennelijk plaatsgevonden hebbende levering van alle geplaatste aandelen in JMMC aan een stichting administratiekantoor (certificering) en de kapitaalvermindering van JMMC (ingevolge de statutenwijziging van 17 april 2013), terwijl ter zitting van de zijde van JMMC, naar de voorzieningenrechter heeft begrepen, is erkend dat uit fiscale overwegingen wijzigingen binnen JMMC en aanverwante vennootschappen zijn en worden doorgevoerd. Dit zou aannemelijkerwijs tot gevolg kunnen hebben dat de mogelijkheden van verhaal op JMMC is/wordt gewijzigd, althans verkleind. (…) 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1 veroordeelt CVC om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan JMMC te betalen een bedrag van € 720.408,00 (zevenhonderd twintigduizend vierhonderd en acht euro), 5.2 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, (…)”. 2.3. Het vonnis van 24 september 2013 heeft JMMC op 25 september 2013 aan CVC laten betekenen. Aan de in het vonnis van 24 september 2013 opgenomen termijn voor voldoening van het toegewezen bedrag binnen 5 werkdagen na betekening van dat vonnis heeft CVC niet voldaan. Daarop is door JMMC bij exploot van 3 oktober 2013 aan CVC bevel gedaan tot betaling en is, bij niet tijdige voldoening aan dat bevel binnen de gestelde termijn, de executie aangezegd. Nadat door CVC ook aan deze termijn niet is voldaan is op 8 oktober 2013 ten laste van CVC executoriaal derdenbeslag gelegd onder F. van Lanschot Bankiers N.V. op - kort gezegd - de aldaar door CVC gehouden bankrekening en voorts executoriaal beslag gelegd op alle op naam van CVC staande aandelen in Delta Medical Consultants B.V., gevestigd te Rotterdam. 2.4. CVC heeft op 21 oktober 2013 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 24 september 2013. Zij heeft JMMC gedagvaard tegen 5 november 2013 en verzocht om een spoedbehandeling. Namens JMMC is aangekondigd dat zij bezwaar zal maken tegen de gevraagde spoedbehandeling. Overigens: 2.5. Tussen[gedaagde 2] enerzijds en JMMC anderzijds is op 13 september 2012 een overeenkomst van borgtocht gesloten.[gedaagde 2] heeft zich - in het kader van de beëindiging van de samenwerking tussen JMMC en CVC en de (o.a.) in dat verband eveneens op 13 september 2012 gesloten geldleningsovereenkomst tussen JMMC (als schuldeiser) en CVC (als schuldenaar) voor een bedrag in hoofdsom groot € 1.500.000,00, te vermeerderen met rente en kosten (hierna: de geldleningsovereenkomst), de terugbetaling van (het restant van) welke geldlening onderwerp van geschil was in het kort geding dat heeft geleid tot het vonnis van 24 september 2013 - bij deze overeenkomst (in eerste rang) borg gesteld voor de nakoming van de verbintenissen van CVC uit hoofde van de geldleningsovereenkomst tot een bedrag van maximaal € 250.000,00, inclusief rente en kosten (hierna: de borgtochtovereenkomst van eerste rang).[gedaagde 2] heeft daarbij tot zekerheid van JMMC een eerste pandrecht gevestigd op de door hem gehouden aandelen in CVC. In deze staat, voor zover thans relevant, het volgende vermeld: “Artikel 1. Borgstelling 1.1. [gedaagden] verbindt zich hierbij jegens JMMC als borg voor CVC, zulks tot zekerheid voor de betaling van hetgeen JMMC van CVC te vorderen heeft of zal krijgen uit hoofde van de hoofdovereenkomst [Nb. de geldleningsovereenkomst, opm. vzr], een en ander tot een maximumbedrag van € 250.000,00 inclusief rente en kosten. 1.2 [gedaagden] is niet gehouden tot enige betaling voordat CVC, na ter zake door JMMC in gebreke te zijn gesteld, gedurende een termijn van drie maanden in verzuim is met de nakoming van haar verbintenissen uit de hoofdovereenkomst jegens JMMC. JMMC is in dit verband verplicht om [gedaagden] onmiddellijk mededeling te doen van een ingebrekestelling en/of van feiten en omstandigheden op grond waarvan zij van mening is dat CVC van rechtswege in verzuim is geraakt, bij gebreke waarvan de hiervoor bedoelde termijn van drie maanden eerst ingaat op het moment dat deze mededeling alsnog is gedaan. 1.3. JMMC is verplicht om eerst eventuele overige bestaande en toekomstige zekerheden voor de nakoming van de hoofdovereenkomst door CVC uit te winnen alvorens [gedaagden] aan te spreken, tenzij partijen later schriftelijk anders overeenkomen. 1.4. [gedaagden] wordt van rechtswege bevrijd van alle uit de borgtocht voortvloeiende verplichtingen wanneer JMMC één of meer van haar eventuele overige bestaande of toekomstige zekerheden geheel of gedeeltelijk prijs geeft, tenzij en voor zover [gedaagden] hiervoor vooraf schriftelijk of elektronisch toestemming verleent aan JMMC.” Voorts is op 13 september 2012 een overeenkomst van borgtocht gesloten tussen [gedaagde 1] enerzijds en JMMC anderzijds, waarin [gedaagde 1] zich (in tweede rang) borg heeft gesteld voor de nakoming van de verbintenissen van CVC uit hoofde van de geldleningsovereenkomst tot een bedrag van maximaal € 250.000,00, inclusief rente en kosten, (hierna: de borgtochtovereenkomst van tweede rang). In deze staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld: “Artikel 1. Borgstelling 1.1. [gedaagden] verbindt zich hierbij jegens JMMC als borg voor CVC, zulks tot zekerheid voor de betaling van hetgeen JMMC van CVC te vorderen heeft of zal krijgen uit hoofde van de hoofdovereenkomst, een en ander tot een maximumbedrag van € 250.000,00 inclusief rente en kosten. 1.2. [gedaagden] is niet gehouden tot enige betaling voordat CVC, na ter zake door JMMC in gebreke te zijn gesteld, gedurende een termijn van drie maanden in verzuim is met de nakoming van haar verbintenissen uit de hoofdovereenkomst jegens JMMC. JMMC is in dit verband verplicht om [gedaagden] onmiddellijk mededeling te doen van een ingebrekestelling en/of van feiten en omstandigheden op grond waarvan zij van mening is dat CVC van rechtswege in verzuim is geraakt, bij gebreke waarvan de hiervoor bedoelde termijn van drie maanden eerst ingaat op het moment dat deze mededeling alsnog is gedaan. 1.3. JMMC is verplicht om eerst eventuele overige bestaande en toekomstige zekerheden voor de nakoming van de hoofdovereenkomst door CVC uit te winnen alsook alvorens [gedaagden] aan te spreken, tenzij partijen later schriftelijk anders overeenkomen. 1.4. Voorts zijn partijen overeengekomen dat de vorderingen van JMMC uit hoofde van deze overeenkomst rang nemen na de eventuele vorderingen van JMMC op de heer [gedaagde 2] uit hoofde van de borgtochtovereenkomst van eerste rang. Partijen bedoelen daarmee dat JMMC naast de verplichting als bedoeld in artikel 1.3. tevens verplicht is eerst de heer [gedaagde 2] aan te spreken op grond van de borgtochtovereenkomst van eerste rang en hem - in voorkomend geval - ingebreke te stellen in de nakoming van diens verbintenissen uit de borgtochtovereenkomst van eerste rang alsook de eventuele overige bestaande en toekomstige zekerheden voor de nakoming van de borgtochtovereenkomst van eerste rang door de heer [gedaagde 2] uit te winnen alvorens [gedaagden] aan te spreken, tenzij partijen later schriftelijke anders overeenkomen. 1.5. [gedaagden] wordt van rechtswege bevrijd van alle uit de borgtocht voortvloeiende verplichtingen wanneer JMMC één of meer van haar eventuele overige bestaande of toekomstige zekerheden geheel of gedeeltelijk prijs geeft, tenzij en voor zover [gedaagden] hiervoor vooraf schriftelijk of elektronisch toestemming verleent aan JMMC.” 2.6. Tot de onder 2.12 in het vonnis van 24 september 2013 bedoelde door CVC en[gedaagde 2] ten laste van JMMC en [eiser 1] gelegde verschillende beslagen behoort ook het conservatoir beslag dat CVC en[gedaagde 2] onder zichzelf hebben gelegd en wel op hetgeen CVC en/of[gedaagde 2] aan JMMC verschuldigd zijn en/of zullen worden uit hoofde van de geldleningsovereenkomst en/of de borgtochtovereenkomst van eerste rang. 3Het geschil in conventie 3.1. [eisers] vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, na twee vermeerderingen van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om: primair 1. [gedaagden] te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan JMMC te betalen, des, dat bij betaling door de één, de ander zal zijn gekweten, een bedrag van € 720.408,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 oktober 2013 tot de dag van voldoening en met alle kosten van de executie van het vonnis van 24 september 2013; subsidiair 2. [gedaagde 1] te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan JMMC te betalen een bedrag van € 250.000,00; 3.[gedaagde 2] te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan JMMC te betalen een bedrag van € 250.000,00; en voorts 4. [gedaagden] te verbieden onder [eisers] beslag te leggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00 per overtreding van het in deze te wijzen vonnis c.q. per dag dat [gedaagden] daarmee in strijd handelt; 5. CVC te veroordelen binnen 3 dagen na het ten deze te wijzen vonnis de in haar bezit en eigendom zijnde aandeelbewijzen van de vennootschap naar Amerikaans recht LipoterX Ltd., gevestigd te Cincinnati, Verenigde Staten, aan JMMC af te geven; 6. [gedaagden] te veroordelen in de kosten van dit kort geding. 3.2. [gedaagden] voert verweer. Tegen de vermeerderingen van eis heeft [gedaagden] geen bezwaar gemaakt. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.1. [gedaagden] vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eisers] te veroordelen om: indien [eisers] betaling verlangt van CVC op grond van het vonnis van 24 september 2013, [eisers] te verplichten zekerheid te stellen overeenkomstig artikel 235 Rv en wel voor een bedrag groot € 720.408,00, te vermeerderen met rente en kosten, althans voor een bedrag groot € 500.275,69, eveneens te vermeerderen met rente en kosten, althans voor een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, middels een deugdelijke, onherroepelijke bankgarantie van een Nederlandse bank, althans op een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen wijze, alsmede dat [gedaagden] niet gehouden is te voldoen aan het vonnis van 24 september 2013, zolang [eisers] de hiervoor bedoelde zekerheid niet heeft gesteld; indien en voor zover de voorzieningenrechter in het kader van de onderhavige proce-dure één of meerdere(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.