vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Afdeling privaatrecht Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/10/414419 / KG ZA 12-1006 Vonnis in kort geding van 16 januari 2013 in de zaak van
(2011)en een zondag, spijkerbroeken in verschillende maten en autobekleding en nu [gedaagde 1] zulks niet nader heeft onderbouwd, komt de voorzieningenrechter dat niet erg aannemelijk voor. [gedaagde 1] heeft voorts geen verweer gevoerd tegen de stelling van [eiser 2] dat [gedaagde 2] op 29 april 2011 om 1.09 uur bij een casino een bedrag van € 1.000,-- heeft opgenomen (productie 11 zijdens [eiser 2]). Ten aanzien van dat bedrag heeft [gedaagde 1] ook niet gesteld dat die opname is gedaan in het kader van de onderneming. De voorzieningenrechter gaat er derhalve voorshands vanuit dat deze opname een privé-karakter heeft. 4.
- Hoewel op dit moment onduidelijk is tot welk bedrag [gedaagde 1] uitgaven met een privé-karakter ten laste van NLS heeft gedaan en in hoeverre [gedaagde 1] die privé-uitgaven ten onrechte als zakelijk heeft geboekt zonder deze (achteraf) in haar rekening-courantverhouding met NLS te verwerken, zijn er tegen de achtergrond van het voorgaande naar het oordeel van de voorzieningenrechter in ieder geval voldoende aanwijzingen dat [gedaagde 1] als bestuurder belast met de financiën binnen NLS, onzorgvuldig is omgegaan met de gelden van NLS. 4.
- Voorts is in genoegzame mate komen vast te staan dat [gedaagde 1] en [eiser 2] elkaar over en weer niet meer vertrouwen en dat zij in een impasse verkeren, hetgeen een negatieve invloed heeft op de continuïteit van NLS. 4.7.
- Ter zitting is naar voren gekomen dat zowel [X] als [gedaagde 2] al diverse keren over en weer de sloten van het bedrijfspand van NLS hebben laten vervangen. 4.7.
- Verder is naar voren gekomen dat [X] nauwelijks meer op het kantoor van NLS komt. Anders dan [gedaagde 1] stelt, acht de voorzieningenrechter het onvoldoende aannemelijk dat [X] ‘alleen nog maar thuis zit en niets meer voor NLS doet’. [X] heeft immers ter zitting verklaard dat hij vanuit huis werkt. Hij maakt offertes, neemt opdrachten aan en voert opdrachten uit, althans zorgt ervoor dat opdrachten door NLS worden uitgevoerd. In de door [eiser 2] als productie 13 overgelegde verklaringen van werknemers van NLS zijn aanknopingspunten te vinden voor de juistheid van die stelling. [gedaagde 1] heeft voorts niet betwist dat [eiser 2] belast is met het binnenhalen en uitvoeren van opdrachten en dat NLS daadwerkelijk ook nog opdrachten uitvoert. 4.7.
- [gedaagde 1] heeft voorts niet betwist dat hij administratiekantoor Fix, een eenmanszaak van een bevriende relatie, opnieuw heeft ingeschakeld, ondanks dat hij met [eiser 2] was overeengekomen dat aan Fix geen opdrachten meer zouden worden verstrekt. 4.7.
- Voorts staat vast dat [X] op zijn beurt computers uit het kantoor van NLS heeft meegenomen. [eiser 2] stelt dat hij daartoe genoodzaakt was, omdat niet meer bij zijn e-mail kon, hetgeen [gedaagde 1] op zich niet betwist. De door hem ingeschakelde systeembeheerder heeft ontdekt dat de codes waren vervangen. [gedaagde 1] heeft vervolgens aangifte gedaan bij de politie vanwege het meenemen van de computers. Dat [eiser 2] met het weghalen van de computers de indruk heeft gewekt zij vrijwillig als bestuurder van NLS is teruggetreden, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk. Uit de enkele omstandigheid dat [X] computers heeft meegenomen kan niet zonder meer worden afgeleid dat [eiser 2] werkelijk onvoorwaardelijk ontslag wilde nemen. [eiser 2] betwist bovendien dat zij ontslag heeft genomen, althans wilde nemen. De voorzieningenrechter acht ook niet aannemelijk dat, zoals [gedaagde 1] stelt, [eiser 2] als bestuurder is geschorst. Niet is gebleken dat daaraan een rechtsgeldig besluit ten grondslag ligt of dat [eiser 2] op andere wijze rechtsgeldig als bestuurder is geschorst. De enkele omstandigheid dat tegen [eiser 2] aangifte is gedaan, betekent niet zonder meer dat [eiser 2] als bestuurder NLS geschorst is of moet worden. 4.
- Tegen de achtergrond van het voorgaande en nu er, zoals reeds overwogen, aanwijzingen zijn dat [gedaagde 1] onzorgvuldig met de gelden van NLS is omgegaan, terwijl voorts aannemelijk is dat de uitvoering van de feitelijke werkzaamheden van NLS wordt aangestuurd vanuit [eiser 2], ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, bij wijze van ordemaatregel, [gedaagde 1] te schorsen als bestuurder voor de duur van drie maanden. In die periode kan [eiser 2] als bestuurder datgene doen wat nodig is om de bedrijfsvoering van NLS gaande te houden en kunnen [gedaagde 1] en [eiser 2] als aandeelhouders in overleg treden op welke wijze zij hun samenwerking het beste kunnen beëindigen en ontvlechten, waarbij zij tevens de fiscale gevolgen van het een en ander kunnen meenemen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter ook nog in aanmerking genomen dat de financieel-administratieve kant van de (niet zo grote) onderneming makkelijker uit te besteden lijkt dat de uitvoerende kant. 4.
- Het voorgaande brengt tevens mee dat de vordering van NLS om [gedaagde 1] te gebieden de pinpassen -die [eiser 2] weer aan [gedaagde 1] ter beschikking had gesteld om crediteuren van NLS te betalen- met betrekking tot bankrekening(en) van NLS, met de bijbehorende pincodes, toewijsbaar is. De mede gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat het daarbij slechts gaat om de periode waarin [gedaagde 1] als bestuurder geschorst is. 4.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er op dit moment geen grond om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afzonderlijk te verbieden om rechtshandelingen te verrichten namens of ten laste van NLS. In de schorsing van [gedaagde 1] als bestuurder ligt immers reeds besloten dat zij, althans [gedaagde 2] als bestuurder van [gedaagde 1], geen rechtsgeldige rechtshandelingen meer kan verrichten. Op dit moment is er onvoldoende (concrete) aanleiding dat [gedaagde 1] daaraan niet zal voldoen. NLS kan deze schorsing bovendien laten inschrijven in het handelsregister. 4.
- De vordering om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te verbieden om zich negatief uit te laten over NLS en/of [eiser 2] en/of [X] acht de voorzieningenrechter op dit moment evenmin toewijsbaar. Ook ten aanzien hiervan geldt dat er op dit moment onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich negatief zullen uitlaten als hiervoor bedoeld. 4.
- [gedaagde 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. Uit het voorgaande volgt weliswaar dat de vorderingen jegens [gedaagde 2] worden afgewezen, zodat NLS en [eiser 2] in beginsel zouden moeten veroordeeld worden in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2], maar niet is gebleken dat [gedaagde 2] naast [gedaagde 1] afzonderlijk kosten heeft gemaakt.
- De beslissing De voorzieningenrechter, 5.
- verklaart NLS niet ontvankelijk in haar vorderingen als bedoeld 1) en 2) onder 3.1, 5.
- schorst [gedaagde 1] vanaf heden als bestuurder van NLS voor een periode van drie maanden of totdat de Ondernemingskamer in een eventueel te starten enquêteprocedure anders beslist, 5.
- gebiedt [gedaagde 1] om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan NLS af te geven alle pinpassen met bijhorende pincodes met betrekking tot de bankrekening(en) van NLS, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag met een maximum van € 5.000,--, 5.
- veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van NLS en [eiser 2] begroot op € 685,17 aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de advocaat, 5.
- veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2013, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Bosch, griffier. 2083/2009