Rechtbank Rotterdam Sector civiel recht afwijzing verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en afwijzing verzoek voorlopige voorziening rekestnummer: [nummer] nummer verklaring: [nummer] uitspraakdatum: 2 april 2014 [naam] , wonende te [adres] [woonplaats], verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 20 februari 2014 een verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid Faillissementswet (Fw) ingediend waarin gevraagd wordt om een voorlopige voorziening bij voorraad. Bij vonnis van 21 februari 2014 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 26 maart 2014. Ter zitting van zijn verschenen en gehoord: - [naam], verzoekster; - [naam], beschermingsbewindvoerder; - mevrouw S. Kandhai, werkzaam bij PLANgroep Hellevoetsluis; - mevrouw M. Spruit, werkzaam bij GGN Maas-Delta (gemachtigde) namens Stichting Maasdelta Groep, gevestigd te Hellevoetsluis (hierna: verweerster). De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden. 2De feiten Bij vonnis van 11 mei 2009 van deze rechtbank is ten aanzien van verzoekster de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Bij vonnis van 17 mei 2010 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, d, e en f, Fw. 3Het verzoek Ter zitting is gebleken dat een verzoek om de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank te Rotterdam de dato 5 juni 2012 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster te verbieden, had moeten worden ingediend. Daarom leest de rechtbank in het ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287, vierde lid, Fw het verzoek om het vonnis van de rechtbank te Rotterdam de dato 5 juni 2012 tot ontruiming van de woonruimte te verbieden. 4De beoordeling Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dient naar het oordeel van de rechtbank niet te worden toegewezen, indien op voorhand onaannemelijk is dat verzoekster tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Fw te worden afgewezen indien ten aanzien van verzoeker minder dan tien jaar voorafgaande aan de indiening van het verzoekschrift de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. Zoals uit punt 2 “de feiten” volgt, is hiervan in dit geval sprake. Deze bepaling kent een drietal uitzonderingen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.