RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 2713363 CV EXPL 14-3083 uitspraak: 16 mei 2014 vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te in de zaak van de vereniging [eiseres], gevestigd te Rotterdam, eiseres, gemachtigde: Rijnland gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde], wonende te Rotterdam, gedaagde, in persoon procederend. Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres] en “[gedaagde]”. 1Het verloop van het proces 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen; - het exploot van dagvaarding van 16 januari 2014, met producties; - de aantekeningen van het mondelinge antwoord van gedaagde d.d. 30 januari 2014, met producties; - de conclusie van repliek, met producties; - de aantekeningen van de mondelinge dupliek van gedaagde d.d. 16 april
- 1.2 De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden. 2De vaststaande feiten De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten. 2.1 [eiseres]en [gedaagde] hebben een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres](hierna: het gehuurde), tegen een huurprijs van laatstelijk € 380,40 per maand. 2.2 Bij vonnis van deze rechtbank van 25 januari 2013 is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met toewijzing van de door [eiseres]gevorderde ontbinding en ontruiming. 2.3 Op 8 augustus 2013 heeft [gedaagde] ter voorkoming van de aangezegde ontruiming een bedrag van € 2.010,32 betaald aan de gemachtigde van [eiseres]. Op het kasbewijs staat met de hand bijgeschreven de opmerking “Hiermee is de vordering bij Rijnland voldaan achterstallige huur + termijn augustus”. 3Het geschil 3.1 [eiseres]heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, tot betaling van € 380,40 aan huurachterstand tot en met januari 2014, van € 69,03 aan buitengerechtelijke kosten, van € 3,14 aan vastgestelde rente en van € 380,40 per maand aan huur vanaf 1 februari 2014 tot aan het tijdstip van ontbinding van de huurovereenkomst. 3.2 Aan haar vordering legt [eiseres]- zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] is, ondanks diverse aanmaningen, opnieuw in gebreke gebleven met tijdige voldoening van de huur. Door dit betalingsverzuim zag [eiseres]zich genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar gemachtigde. De daaraan verbonden buitengerechtelijke incassokosten komen voor rekening van [gedaagde]. Verder wordt aanspraak gemaakt op wettelijke rente. De gevorderde ontbinding en ontruiming is gegrond op de herhaalde wanprestatie aan de zijde van [gedaagde]. 3.3 [gedaagde] heeft de vordering betwist. De op 8 augustus 2013 verrichte betaling was voor de achterstand en de huur over augustus
- Daarna zijn de maandelijkse termijnen steeds voldaan. [gedaagde] heeft nooit een brief ontvangen over een openstaand bedrag van € 368,63 aan annuleringskosten. 4De beoordeling van de vordering 4.1 Het geschil spitst zich toe op de vraag of de huurtermijn over september 2013 is voldaan. Door [eiseres]is aangevoerd dat zij de betaling van 8 augustus 2013 heeft aangewend ten behoeve van de bij haar door het transportbedrijf in rekening gebrachte annuleringskosten en de resterende huurachterstand. De eerstvolgende betaling van [gedaagde] van 16 september 2013 heeft [eiseres]afgeboekt op de huur over augustus 2013 en de daaropvolgende betalingen op de huur vanaf oktober
- Volgens [eiseres]is september 2013 dus onbetaald gelaten. 4.2 De kantonrechter kan [eiseres]niet volgen. Nu op het betaalbewijs van 8 augustus 2013 uitdrukkelijk is vermeld “termijn augustus” en [gedaagde], zoals blijkt uit de door hem overgelegde en niet weersproken betaalbewijzen, de huur over september 2013 heeft voldaan onder vermelding van het daarop betrekking hebbende betalingskenmerk, stond het [eiseres]noch haar gemachtigde vrij die betalingen op een andere huurperiode of op de annuleringskosten af te boeken. Nog daargelaten dat de bekendheid van [gedaagde] met die laatste kosten, gelet op de betwiste ontvangst van de brief van 14 augustus 2013, niet is komen vast te staan. Dat [gedaagde] de lopende huurtermijnen vanaf oktober 2013 ook steeds heeft voldaan, is niet in geschil. Niet kan dan ook worden gezegd dat [gedaagde] was of is tekortgeschoten in de nakoming van zijn huurverplichtingen. Daarom ontbreekt enige grond voor de vorderingen van [eiseres], zodat deze zullen worden afgewezen. 4.3 Opgemerkt wordt dat indien [eiseres]nog voornemens is de annuleringskosten van € 368,63 te verhalen, de kantonrechter ervan uit gaat dat [gedaagde] daarvoor een brief met een redelijke betalingstermijn en zonder nadere kosten zal worden toegezonden. 4.4 [eiseres]wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. 5De beslissing De kantonrechter: wijst af de vorderingen; veroordeelt [eiseres]in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 832