vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/433821 / HA ZA 13-982 Vonnis in incident van 20 augustus 2014 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SAMSKIP MULTIMODAL B.V., hierna: Samskip BV, gevestigd te Rotterdam, 2. de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging SAMSKIP MULTIMODAL S.R.L.,hierna: Samskip SRL, gevestigd te Cernusco Sul Naviglio, Italië, eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het incident, advocaat mr. J.F. van der Stelt, tegen de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging STANTE S.R.L., gevestigd te Pomezia (Rome), Italië, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. M.M. van Leeuwen. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Samskip c.s. en gedaagde zal hierna Stante genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding d.d. 21 juni 2013, met producties, de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties; de incidentele conclusie van antwoord; de akte bij pleidooi zijdens Stante, met productie; de ter gelegenheid van de pleidooien op 18 april 2014 overgelegde pleitnotities van mrs. J.J. van de Velde en R.L. Latten (Samskip c.s.) en van mr. Van Leeuwen voornoemd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in de hoofdzaak 2.1. Samskip c.s. vorderen – verkort weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Stante veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 111.646,98, te vermeerderen met rente en kosten. 2.2. Aan deze vordering hebben Samskip c.s. bij dagvaarding – samengevat en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Partijen hebben in 2010 raamovereenkomsten gesloten voor het vervoer van goederen (over de weg) van Italië naar verschillende steden binnen Europa. Op basis van deze raamovereenkomsten heeft Stante het vervoer van cosmetica artikelen geboekt bij Samskip SRL, door wie de vervoeropdrachten werden uitgevoerd. Facturatie van door Stante verschuldigde vracht en bijkomende kosten vond plaats door Samskip BV. Een groot deel van de vervoeropdrachten had betrekking op vervoer van Pomezia, Italië, naar Moskou, Rusland. Bij een deel van de containers die naar Moskou werd vervoerd werden door Stante niet de voor invoer in Rusland benodigde documenten gevoegd. Stante is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen en dient de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden. in het incident 2.3. Stante vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zich onbevoegd verklaart om van de vordering kennis te nemen en Samskip c.s. veroordeelt in de kosten van de hoofdzaak en het incident. 2.4. Stante legt aan deze vordering – verkort weergegeven – het volgende ten grondslag. Ten eerste kan Stante op grond van artikel 2 lid 1 van de Verordening 44/2001 van 22 december 2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo) alleen worden gedagvaard voor de rechter van haar woonplaats, nu geen van de uitzonderingen op die hoofdregel in deze zaak van toepassing zijn. Ten tweede, voor zover de vorderingen worden ingesteld onder overeenkomsten tussen Stante en Samskip SRL en Stante en Samskip BV – betwist wordt dat Samskip BV een contractspartij van Stante was of is –, houden deze een forumkeuze in die exclusieve bevoegdheid geeft aan de rechtbank te Napels. Toepasselijkheid van een jurisdictieclausule voor de rechtbank Rotterdam wordt betwist. Ten derde, voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op contracten waarop het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) van toepassing is, wordt de bevoegdheid exclusief voorgeschreven in artikel 31 lid 1 CMR. Ook in dat geval is de rechtbank Rotterdam niet bevoegd. De door Samskip c.s. gestelde raamovereenkomsten, beweerdelijk gesloten in 2010, bestaan niet. Stante contracteert altijd onder haar eigen voorwaarden en laat vervoerders voor exclusieve toepasselijkheid daarvan tekenen. Samskip SRL heeft op 13 november 2009 getekend voor aanvaarding van de voorwaarden van Stante (neergelegd in een Freight Agreement en een Standard Operating Procedure). Daarmee stond Samskip op de lijst om vervoeropdrachten te kunnen krijgen. In artikel 17 van de Freight Agreement staat een forumkeuze voor de rechter te Napels. In artikel 19 van de Standard Operating Procedure staat een rechtskeuze voor Italiaans recht. Er was voor beide Italiaanse partijen geen reden om te kiezen voor Nederlands recht en een Nederlandse rechter. 2.5. Samskip c.s. concluderen tot afwijzing van de vordering in het incident, met veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van Stante in de kosten van het incident. 2.6. Samskip c.s. voeren daartoe – verkort weergegeven – het volgende aan. Samskip SRL verstuurde ieder kwartaal Rate Proposals met daarin de essentialia van de overeenkomst tussen partijen naar Stante. Op basis van deze Rate Proposals werd door Stante het vervoer geboekt bij Samskip SRL. Dit gebeurde feitelijk door middel van telefonische opdrachten aan MDM SRL, de hulppersoon van Samskip SRL, die de lading vervolgens ophaalde en vervoerde naar de losplaats. De vervoerovereenkomsten zijn belichaamd in de Rate Proposals. De inhoud van de Rate Proposals is door Stante nimmer betwist en derhalve stilzwijgend aanvaard. De Freight Agreement en de Standard Operating Procedure zijn niet voorzien van een begindatum en nimmer in werking getreden. De vrachttarieven, één van de essentialia van een vervoerovereenkomst, zijn daarin niet genoemd of daarbij gevoegd en ook de namen van partijen ontbreken. Bovendien was Stefano Antonini op 13 november 2009 niet bevoegd om overeenkomsten aan te gaan en te ondertekenen namens Samskip SRL. Samskip SRL is derhalve niet gebonden aan deze stukken. Samskip SRL zond de Rate Proposals nog vóórdat de vervoerovereenkomsten werden uitgevoerd per e-mail naar Stante. Samskip SRL werkt uitsluitend op basis van haar eigen voorwaarden. Subsidiair geldt dat de Rate Proposals dienen te worden gekwalificeerd als aanbod in de zin van artikel 6:217 lid 1 BW. Dit aanbod werd steeds door Stante aanvaard. Meer subsidiair gelden de Rate Proposals als een nieuw aanbod met verwerping van het oorspronkelijke aanbod. Stante wordt geacht de forumkeuze te hebben aanvaard althans bij Samskip SRL het gerechtvaardigd vertrouwen te hebben gewekt dat zij daarmee heeft ingestemd. Nog meer subsidiair geldt dat de overeenkomst tot stand is gekomen tussen Samskip BV en Stante. In de CMR vrachtbrieven staat dat Samskip BV de vervoerder is, zodat daaruit blijkt dat tussen Stante en Samskip BV vervoerovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Samskip BV verwijst op haar facturen steevast naar de voorwaarden van Samskip. Stante heeft nimmer geprotesteerd tegen deze voorwaarden, zodat deze van toepassing zijn. De rechtbank Rotterdam is bevoegd krachtens artikel 5 lid 1 EEX-Vo, omdat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt dient te worden uitgevoerd in Nederland (brengschuld). Uiterst subsidiair is het beroep van Stante op de jurisdictieclausule in de Freight Agreement gelet op de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Deze clausule is nietig krachtens artikel 31 jo. artikel 41 CMR. 3De beoordeling in het incident 3.1. Beoordeeld moet worden of de rechtbank Rotterdam rechtsmacht heeft om van de vordering van Samskip c.s. kennis te nemen. 3.2. Artikel 1 lid 1 CMR bepaalt dat dit Verdrag van toepassing is op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering, zoals deze zijn aangegeven in de overeenkomst, gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan tenminste één een bij het Verdrag partij zijnd land is, ongeacht de woonplaats en de nationaliteit van partijen. Voor zover tussen partijen vervoer is overeengekomen dat binnen de reikwijdte van de CMR valt, geldt het volgende. Voor de rechtsmacht is bepalend de exclusieve bevoegdheidsregeling van artikel 31 lid 1 CMR. Het geschil valt tevens binnen het materiële en formele toepassingsgebied van de EEX-Vo, doch ingevolge artikel 71 EEX-Vo gaat de CMR als bijzondere regeling voor boven de regels van de EEX-Vo. Dat betekent dat de bevoegdheidsgrond van artikel 5 lid 1 EEX-Vo niet aan de orde komt. 3.3. Artikel 31 lid 1 CMR luidt als volgt: “Alle rechtsgedingen, waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, kunnen door eiser behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.