vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/451672 / HA ZA 14-559 Vonnis in incident van 15 oktober 2014 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats], eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. J.W. Achterberg, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde1] , gevestigd te Rotterdam, 2. [gedaagde2], wonende te [woonplaats2], gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. A.M.B. Jacobs. Eiser in de hoofdzaak/verweerder in het incident zal hierna [eiser] genoemd worden, gedaagden in de hoofdzaak/eisers in het incident gezamenlijk [gedaagden] en afzonderlijk [gedaagde1] respectievelijk [gedaagde2]. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaardingsexploten van 8 respectievelijk 9 mei 2014, elk met dezelfde set producties; de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, met producties; de incidentele conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2.Het geschil in de hoofdzaak 2.1. [eiser] vordert - globaal gezegd - primair een verklaring voor recht dat [gedaagden] zich schuldig hebben gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk alsmede vernietiging van de twee Beheerovereenkomsten tussen [eiser] en [gedaagde1] van 16 september 2007, subsidiair een verklaring voor recht dat [gedaagden] zich schuldig hebben gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk alsmede schadevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijken van [gedaagden], meer subsidiair een verklaring voor recht dat [gedaagden] tekort zijn geschoten in hun verplichtingen uit deze Beheerovereenkomsten en nog meer subsidiair schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad van [gedaagden] 2.2. Aan deze vorderingen legt [eiser] - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag:- [eiser] treedt in deze procedure op in twee hoedanigheden, te weten in privé en als gevolmachtigde van het besloten fonds voor gemene rekening ‘[bedrijf1]’ (hierna: [bedrijf1]), een contractueel fonds zonder rechtspersoonlijkheid, waarin de deelnemende leden van de familie [eiser] het familievermogen hebben ingebracht, teneinde de deelgerechtigden te laten delen in de opbrengst van dit fonds;- zowel [eiser] als andere leden van zijn familie zijn ‘consumenten’ in de zin van Richtlijn EG 2005/29 (Richtlijn oneerlijke handelspraktijken), Richtlijn EG 2011/83 (Richtlijn consumentenrechten) en artikel 6:193a BW (Wet oneerlijke handelspraktijken);- [gedaagde1] is een Nederlandse beleggingsinstelling met statutaire vestiging in Rotterdam, die belegt in financiële activa;- [gedaagde1] opereert (mede) vanuit Zwitserland en heeft vestigingen in Genève en Zürich; daarom valt [gedaagde1] in beginsel buiten het toezicht van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM); dit beginsel gaat evenwel in het onderhavige geval niet op, omdat [gedaagde1] in Nederland beleggingsdiensten verleent; gelet op de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving is [gedaagde1] derhalve vergunningsplichtig in de zin van artikel 2:96 Wft (Wet financieel toezicht);- na het overlijden van de ouders van [eiser] in 1993 respectievelijk 1994 is hun nalatenschap ondergebracht in [bedrijf1]; aanvankelijk belegde zowel [eiser] als [bedrijf1] gelden bij de Zwitserse bank Clariden Leu; medio 2007 is de account manager van [eiser] en [bedrijf1] bij deze bank, [persoon1] (hierna: [persoon1]), van werkgever gewisseld; [persoon1] is in dienst getreden bij [gedaagde1]; [persoon1] en de heer [gedaagde2] benaderden vervolgens [eiser] en bezoeken hem in 2007 in Nederland, om hem te informeren over de dienstverlening van [gedaagde1]; op grond van dit gesprek en andere gesprekken, die voor [eiser] positief verlopen, alsmede op grond van eerdere ervaringen die [eiser] en [bedrijf1] hebben met [persoon1], besluiten zij met [gedaagde1] in zee te gaan; vervolgens worden genoemde Beheerovereenkomsten gesloten;- [eiser] wordt overgehaald door [gedaagden] om te beleggen in bepaalde fondsen; deze beleggingen blijken later veel riskanter te zijn dan voorgespiegeld was door [gedaagden]; [eiser] en [bedrijf1] lijden als gevolg van deze beleggingen aanzienlijke verliezen;- [eiser] en [bedrijf1] zijn dus misleid door [gedaagden]; door [gedaagden] is namelijk informatie verstrekt die feitelijk onjuist is, namelijk ten aanzien van de aard van de dienstverlening en de voornaamste kenmerken van deze dienstverlening, zodat sprake is van een oneerlijke handelspraktijk; voor zover desalniettemin vernietiging van de Beheerovereenkomsten op grond van dwaling niet mogelijk blijkt te zijn, beroept [eiser] zich op de gehoudenheid van [gedaagden] tot betaling van schadevergoeding op grond van vorenbedoelde oneerlijke handelspraktijk van [gedaagden]; voor zover ook díe grond geen basis vormt voor de vorderingen van [eiser], beroept hij zich op schending van hun bijzondere zorgplicht door [gedaagden], wanprestatie derhalve; gaat ook dat argument van [eiser] niet op, dan is in ieder geval sprake van onrechtmatig gedrag van [gedaagden];- naast dit alles is Huet persoonlijk aansprakelijk als bestuurder van [gedaagde1] (bestuurdersaansprakelijkheid); zo heeft hij zijn persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting geschonden; in artikel 10 van de twee Beheerovereenkomsten, die identiek zijn, is een forumkeuzebeding opgenomen, op grond waarvan de rechtbank van de geregistreerde vestigingsplaats van [gedaagde1], de Beheerder, bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen; aangezien de statutaire zetel van [gedaagde1] gelegen is in Rotterdam, is deze Rechtbank derhalve bevoegd op grond van dit forumkeuzebeding; mocht dit forumkeuzebeding niettemin ongeldig zijn of tot een andere uitkomst leiden, dan wordt teruggevallen op de EEX-Vo (Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken), die in het onderhavige geval van toepassing is; voor zover [gedaagden] de bevoegdheid van deze rechtbank zouden betwisten vanwege bevoegdheid van de Zwitserse rechter op grond van genoemd forumkeuzebeding, stellen [eiser] en [bedrijf1] zich op het standpunt dat zij beiden kwalificeren voor consumenten in de zin van de EEX-Vo; in dat geval geldt dat het forumkeuzebeding nietig is (art. 17 lid 1 EEX-Vo) althans dat de rechtbank van de woonplaats van [eiser] dan wel van [bedrijf1] op grond van artikel 15 lid 1 onder c juncto artikel 16 lid 1 EEX-Vo bevoegd is. 3Het geschil in het incident 3.1. [gedaagden] vorderen dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 3.2. Hieraan leggen [gedaagden] de volgende stellingen ten grondslag - samengevat:- de geregistreerde vestigingsplaats van [gedaagde1] als bedoeld in de Beheerovereenkomsten is gelegen in Zwitserland; niet de EEX-Vo is van toepassing in het onderhavige geval maar het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 oktober 2007 (hierna: EVEX 2007), bij welk verdrag naast Nederland ook onder meer Zwitserland partij is; de bevoegdheidsregels inzake consumentenovereenkomst van EVEX 2007, namelijk artikelen 15-17 EVEX 2007, missen toepassing, zodat deze bepalingen niet in de weg kunnen staan aan genoemde forumkeuze voor de Zwitserse rechter. 3.3. [eiser] voert verweer in zijn incidentele conclusie van antwoord. Voor zover zijn argumenten in deze incidentele conclusie van belang zijn, zullen zij hieronder worden behandeld. 4. De beoordeling in het incident 4.1. Aangezien de twee Beheerovereenkomsten identiek zijn, zullen deze overeenkomsten hierna gezamenlijk worden aangeduid als de Beheerovereenkomst.In het onderhavige incident verschillen partijen van mening over de vraag of - zakelijk weergegeven - de forumkeuze in de Beheerovereenkomst een keuze inhoudt voor deze rechtbank dan wel voor een rechter buiten Nederland. Stel dat deze forumkeuze toepassing mist. Dan is sprake van een intern geval, aangezien zowel eiser, [eiser], als gedaagden, [gedaagden], woonplaats hebben in Nederland. In dat geval is deze rechtbank zonder meer bevoegd. Immers, hoewel alleen [gedaagde1], gedaagde sub 1, woonplaats heeft binnen het rechtsgebied van deze rechtbank en dus alleen ten aanzien van deze gedaagde bevoegdheid bestaat op grond van de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv, is de rechtbank dan tevens bevoegd kennis te nemen van de vordering tegen [gedaagde2], gedaagde sub 2, aangezien [gedaagden] geacht moeten worden slechts de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter, waaronder deze rechtbank, te betwisten, en niet mede de relatieve bevoegdheid van deze rechtbank. 4.2. Zoals onder meer volgt uit rov. 4.1 hierboven, is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vorderingen tegen [gedaagden] indien niet komt vast te staan dat de forumkeuze in de Beheerovereenkomst een keuze inhoudt voor een rechter buiten Nederland. Deze forumkeuze in de Beheerovereenkomst luidt als volgt: “Alle wettelijke relaties tussen de Cliënt en de Beheerder vallen onder Zwitsers recht en zullen vallen onder de jurisdictie van de bevoegde Rechtbank van de geregistreerde vestigingsplaats van de Beheerder, zonder voorbehoud van een beroep op het Federaal Hooggerechtshof.” Volgens [gedaagden] is hier sprake van een exclusieve forumkeuze voor de Zwitserse rechter omdat de in deze overeenkomst bedoelde “geregistreerde vestigingsplaats” van [gedaagde1], de beheerder, in Zwitserland is gelegen. Dit wordt door [eiser] betwist, die van mening is dat met de “geregistreerde vestigingsplaats” van [gedaagde1] bedoeld is de plaats van de statutaire vestiging van [gedaagde1], Rotterdam derhalve. Het gaat hier om een vraag van uitleg van een contractuele bepaling. Reeds omdat de Beheerovereenkomst een rechtskeuze voor ander recht dan Nederlands recht inhoudt, te weten Zwitsers recht, doet dat de vraag rijzen aan de hand van welk recht deze uitleg moet plaatsvinden. Van belang is het EEG-Overeenkomstenverdrag van 19 juni 1980 (hierna: EVO), niet EU-verordening nr. 593/2008 (hierna: Rome I-Vo), aangezien de Beheerovereenkomst gesloten is op 16 september 2007, derhalve voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Rome I-Vo, 17 december 2009. Daarnaast is het EVO in het onderhavige geval materieel en formeel (geografisch) toepasselijk. Uit artikel 10 lid 1 onder a EVO volgt dat de uitleg van een overeenkomst onderworpen is aan het recht dat van toepassing is op die overeenkomst. Bij de bepaling van het toepasselijke recht op een overeenkomst als de onderhavige staat voorop de rechtskeuze in de zin van artikel 3 EVO. In dit bevoegdheidsincident is geen geschil gerezen over de geldigheid van genoemde rechtskeuze voor Zwitsers recht in de Beheerovereenkomst, zodat de rechtbank in dit incident van die geldigheid zal uitgaan. De vraag hoe het begrip ‘geregistreerde vestigingsplaats’ in de forumkeuzebepaling van deze overeenkomst moet worden uitgelegd wordt dus beheerst door Zwitsers recht. 4.3. Stel dat ingevolge Zwitsers recht onder de ‘geregistreerde vestigingsplaats’ van [gedaagde1] als bedoeld in het forumkeuzebeding in de Beheerovereenkomst moet worden verstaan de plaats van de statutaire vestiging van [gedaagde1]. In dat geval is sprake van een forumkeuze voor deze rechtbank, de rechtbank Rotterdam. Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat in dat geval deze rechtbank bevoegd is en de incidentele vordering derhalve moet worden afgewezen.Maar stel, daarentegen, dat onder de ‘geregistreerde vestigingsplaats’ van [gedaagde1] als bedoeld in de Beheerovereenkomst moet worden verstaan de plaats waar [gedaagde1], naar het lijkt, kantoorhoudt, namelijk Genève - zie het in de Beheerovereenkomst vermelde (kantoor)adres “3 rue Ami-Lullin, CH-1207 Genève”. Dan is sprake van een forumkeuze voor de Zwitserse rechter en kan deze rechtbank, de rechtbank Rotterdam, aan de forumkeuze in beginsel geen bevoegdheid ontlenen. Met het oog op dat geval voert [eiser] in dit incident subsidiair echter aan dat de forumkeuze afstuit op het bepaalde in de artikelen 16-17 EEX-Vo, de kennelijk volgens [eiser] toepasselijke internationale bevoegdheidsregeling. [gedaagden] betwisten de toepasselijkheid van deze consumentenbevoegdheidsregels, omdat volgens hen geen sprake is van de in artikel 15 van het volgens hen toepasselijke EVEX 2007 genoemde noodzakelijke omstandigheden voor materiële toepasselijkheid van de bevoegdheidsregels van de artikelen 16 en 17 EVEX 2007. Zo betwisten [gedaagden] dat [eiser] bij het aangaan van de Beheerovereenkomst is opgetreden als consument als bedoeld in artikel 15 EVEX 2007. 4.4. Zwitserland is als niet-EU-lidstaat niet gebonden aan de EEX-Vo. Zwitserland is echter, net zoals Nederland, wél partij bij het EVEX 2007, dat voor Nederland in werking is getreden op 1 januari 2010 en voor Zwitserland op 1 januari 2011. Aangezien in het onderhavige geval sprake is van een burgerlijke- of handelszaak, is dit verdrag materieel van toepassing. Temporeel is dit verdrag van toepassing, nu de onderhavige zaak aanhangig is gemaakt na bovengenoemde datum 1 januari 2011. Gelet op de vermeende forumkeuze in de Beheerovereenkomst voor de Zwitserse rechter (art. 23 EVEX 2007), is dit verdrag in het onderhavige geval ten slotte ook formeel van toepassing. 4.5. Op grond van artikel 16 lid 1 EVEX 2007 zijn zowel de gerechten van de verdragsstaat op het grondgebied waarvan de consument woonplaats heeft als die van het grondgebied van de wederpartij internationaal bevoegd. De vermeende consument, [eiser], heeft woonplaats in Nederland evenals zijn wederpartij bij de Beheerovereenkomst, [gedaagde1]. Die woonplaats van [gedaagde1] als bedoeld in de EVEX 2007 volgt (onder meer) uit artikel 60 lid 1 onder a van dat verdrag. Zie het eerste lid van dit artikel 60:Artikel 601. Voor de toepassing van dit verdrag hebben vennootschappen en rechtspersonen woonplaats op de plaats van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.